Ga direct naar de content

Missies met koningspaar naar Duitse deelstaten leiden niet tot meer handel

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: april 23 2024

Voorstanders van de monarchie benadrukken vaak de toegevoegde waarde van het koningspaar tijdens handelsmissies. Maar verhogen deze missies de handel wel? Een analyse van de handelsmissies met het Nederlandse koningspaar naar de Duitse deelstaten.

In het kort

  • Het koningspaar ging tussen 2013 en 2019 mee op vijftien vooraf geplande handelsmissies naar Duitse deelstaten.
  • Deze gespreide handelsmissies zijn geschikt om het causale effect op de handel te schatten.
  • De handel van Nederland naar een Duitse deelstaat neemt niet significant toe na een koninklijke handelsmissie.

Internationale handel heeft de potentie om de wereldwijde welvaart te vergroten (Frankel en Romer, 1999; Bloom et al., 2016), maar dndanks de verregaande globalisering door middel van handelsverdragen wordt de hedendaagse internationale handel nog steeds gekenmerkt door fricties (Lenoir et al., 2023). Handelsstromen binnen landen zijn groter dan die tussen landen, zelfs tussen landen die deel uitmaken van een vrij verkeer van goederen (­Felbermayr et al., 2021). Het begrijpen van die fricties en het elimineren daarvan heeft dus grote interesse, zowel in de literatuur als bij beleidsmakers.

Een veelgebruikt middel om fricties te verminderen is economische diplomatie, zoals een handelsmissie waarbij een vertegenwoordiging van hoogwaardigheidsbekleders en afgevaardigden uit het bedrijfsleven een handelspartner bezoekt. In monarchieën zijn deze hoogwaardigheids­bekleders vaak afgevaardigden van het koningshuis. Er wordt vaak aangedragen dat een monarch een hogere status heeft dan andere hoogwaardigheidsbekleders en dus belangrijkere individuen en bedrijven kan aantrekken voor en bij de handelsmissie.

Uit de literatuur blijkt dat economische diplomatie handel bevordert (Rose, 2007; Afman en Maurel, 2010; Yakop en Van Bergeijk, 2011; Creusen en Lejour, 2013; Visser, 2019).

Toch is het aantoonbare effect van handelsmissies op de handel minder eenduidig. Zo concludeert Nitsch (2007) dat staatsbezoeken (vaak vergezeld door een handelsmissie) van staatshoofden uit Duitsland, Frankrijk en de Verenigde Staten positief gecorreleerd zijn aan toename in de export. Head en Ries (2010) vinden dat Canadese handelsmissies de internationale handel niet bevorderen. Moons en Van Bergeijk (2017) laten in een meta-studie zien dat staatsbezoeken en handelsmissies positief gecorreleerd zijn aan handelsstromen. Cassey (2016) beargumenteert dat handelsmissies en daadwerkelijke handel positief gecorreleerd zijn, zonder dat er noodzakelijk sprake hoeft te zijn van een causaal effect van missies op handel, het effect zou ook op een andere manier verklaard kunnen worden.

Enkele studies hebben onderzocht of Nederlandse handelsmissies en de monarchie een positieve invloed hebben op de handel van en naar Nederland. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland evalueert de impact van handelsmissies, door middel van interviews met deelnemers. In 2021 zou het totale bedrag aan verwachte handel 200 miljoen euro zijn (Nijholt en Hendrix, 2022). Dijkstra en Overvest (2015) laten zien dat ceremoniële monarchieën meer met elkaar handelen, maar ze gaan ervan uit dat er geen niet-observeerbare verschillen zijn tussen twee landen die beide een monarchie hebben en andere landen. Boutorat en Franssen (2023) laten aan de hand van CBS-bedrijfsdata zien dat uitgaande handelsmissies positief gecorreleerd zijn aan de kans om naar het bezochte land te exporteren, maar niet aan de totale exportwaarde. Dit omvat alle handelsmissies, mét en zonder koninklijke hoogwaardigheidsbekleders.

Toch is het bestuderen van de causale economische effecten van handelsmissies uitdagend. Dit omdat niet-observeerbare factoren, zoals politieke verhoudingen, een effect kunnen hebben op zowel de tendensen in internationale handel als de beslissing om een handelsmissie te ondernemen. Dit endogeniteitsprobleem maakt doorgaans geen causale analyse mogelijk.

In dit artikel onderzoek ik het effect van koninklijke handelsmissies naar Duitse deelstaten. Dit doe ik door gebruik te maken van exogene variatie in de loop der tijd. Deze exogene variate maakt het mogelijk om het causale effect van de koninklijke handelsmissies naar deze deelstaten te bestuderen.

Na de inhuldiging van koning Willem-Alexander in 2013 bezocht het koningspaar gefaseerd de Duitse deelstaten tussen 2013 en 2019. Ik schat het effect van deze bezoeken op de handel aan de hand van een triple-­differences-strategie waarin handel in goederen tussen deelstaten en Nederland ten opzichte van die handel met andere Europese landen voor en na het bezoek wordt vergeleken.

Data en empirische strategie

Tussen 2013 en 2019 waren er acht Nederlandse handelsmissies naar in totaal vijftien deelstaten in Duitsland. Deze handelsmissies, vergezeld door het koninklijk paar, omvatten een afvaardiging van een of meerdere personen van tientallen Nederlandse bedrijven. Zo namen tachtig bedrijven uit de offshore wind- en ruimtevaartindustrie deel aan de handelsmissie naar Bremen in 2019 (RVO, 2019). Het aantal deelnemende bedrijven aan deze handelsmissies is vergelijkbaar met handelsmissies naar hele landen.

In het geval van Duitsland is het argument dat het koningshuis extra gewicht met zich meebrengt plausibel, aangezien het Nederlandse koningshuis populair is in Duitsland. Na Nederland, Curaçao en België is Duitsland volgens Google Trends het land dat tussen 2004 en 2022 het meest op internet naar ons koningspaar zoekt, en is het Nederlandse koningshuis, achter het Britse, het op een na populairste koningshuis in Duitsland (Presseportal, 2019).

Een unieke component van deze handelsmissies is dat jaren van tevoren gepland is om alle deelstaten te bezoeken en het dus zeer onwaarschijnlijk is dat de timing van deze missies kon anticiperen op trends in de handel. Figuur 1 laat de timing van de handelsmissies naar de Duitse deelstaten zien. In juni 2013 werden als eerste Hessen en Baden-Württemberg bezocht, en als laatste Brandenburg en Mecklenburg-Voor-Pommeren in mei 2019.

Om de tendensen ten minste twee jaar vóór de handelsmissies in acht te kunnen nemen, en de trends vóór de handelsmissie te kunnen schatten, gebruik ik de handels­data van 2011 tot 2019. Ik laat eerdere data buiten beschouwing vanwege de financiële crisis en daaropvolgende eurocrisis, en latere data vanwege de coronapandemie, aangezien deze  grote effecten op de handelsstromen hebben gehad. Berlijn is vanwege deze pandemie pas in 2021 bezocht, en is daarom buiten dit onderzoek gehouden.

Om het effect van koninklijke handelsmissies naar de Duitse deelstaten op de handelsstromen te bestuderen, gebruik ik een triple-differences-strategie met andere landen, die geen handelsmissie naar Duitsland hebben gehad, als controlegroep (Gruber, 1994). In eerste instantie gebruik ik hiervoor alle landen van de EU-15, met uitzondering van het Verenigd Koninkrijk en Duitsland zelf.

De voornaamste aanname om de effecten van deze triple-­differences als causaal te interpreteren is dat, als er geen handelsmissies waren geweest, de handel tussen Duitse deelstaten die wel en niet bezochte zijn, en Nederland gelijke ontwikkeling zouden hebben gevolgd als tussen dezelfde wel en nog niet bezochte deelstaten en landen in de controlegroep. In tegenstelling tot een gewone difference-in-differences-vergelijking hoeft de handel tussen Nederland en de bezochte deelstaten dus niet parallel te verlopen aan die van nog niet-bezochte deelstaten. Een groot voordeel hiervan is dat de triple-differences-strategie niet gevoelig is voor verschillen in de economische ontwikkelingen van de Duitse deelstaten, zolang deze verschillen de handel met Nederland niet anders beïnvloeden dan landen in de controlegroep doen.

Ik schat de triple-differences in een regressie van de logaritme van de waarde van handelsstromen op een binaire indicator voor handelsmissies en een aantal fixed effects. De binaire indicator neemt de waarde 1 aan voor een observatie van een handelsstroom tussen een deelstaat en Nederland na een handelsmissie. Dit is altijd 0 voor andere landen dan Nederland, daar andere landen in de onderzochte periode geen handelsmissies naar specifieke deelstaten uitgevoerd hebben. Het model bevat fixed effects voor deelstaat-land-paar, land-kwartaal en deelstaat-kwartaal.

Om paar-specifieke seizoenseffecten in de handel te elimineren, gebruik ik fixed effects voor elke maand van het jaar voor elk deelstaat-land-paar. Omdat de handel van een deelstaat met andere landen in de loop der tijd gecorreleerd is, worden standaardfouten clustergecorrigeerd per deelstaat-land-paar.

De triple-differences-analyse kan worden beschouwd als een difference-in-differences tussen deelstaat-land-paren, na aftrek van de fixed effects voor deelstaat-tijd en land-tijd.

De data stammen uit twee bronnen. Ten eerste gebruik ik de informatie die over de maand van het bezoek door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland is verschaft (RVO, 2020). Ten tweede gebruik ik handelsdata van het Duitse bureau voor de statistiek (Destatis, 2023). Deze data bevatten informatie over im- en export per deelstaat per maand, opgesplitst naar handelspartner en uitgedrukt in euro’s.

Resultaten

Figuur 2 laat de triple-difference-resultaten zien op de handel in goederen naar en van de Duitse deelstaten voor de volledige sample op kwartaalbasis. In de eerste twee kwartalen na een handelsmissie is er een negatief en statistisch significant effect op de handel naar de deelstaat (figuur 2a). Er is geen onmiddellijk effect op de Duitse export naar Nederland, maar de effecten zijn in drie van de dertien kwartalen na een missie ook negatief en statistisch significant (figuur 2b). Verder laten de figuren zien dat in de acht kwartalen voor een handelsmissie er geen significante op- of neerwaartse trend in de handel is – wat vertrouwen geeft in de aanname van parallelle trends.

Het gemiddelde effect over alle kwartalen op de handel naar de Duitse deelstaat is negatief, maar niet statistisch significant (tabel 1). Het gemiddelde effect op handel van respectievelijk naar de Duitse deelstaat in de periode na de handelsmissie is een afname van vier respectievelijk twee procentpunt, maar dit is niet statistisch significant (tabel 1, paneel A, kolommen 1 en 4). In de eerste twee jaar na de handelsmissie zijn de effecten iets negatiever voor handel naar Duitsland. Als ik de controlegroep verklein door Zuid-Europese landen weg te laten, of alleen de buurlanden van Duitsland (met uitzondering van Luxemburg) te gebruiken, vind ik vergelijkbare resultaten. Het negatieve effect in de eerste twee jaar na een handelsmissie is zelfs statistisch significant met de Nederlandse buurlanden als controlegroep.

Aan de hand van de resultaten met alle dertien landen als controlegroep over de hele periode is het 95-procents-betrouwbaarheidsinterval tussen −0,16 en 0,03 voor handel van Nederland naar Duitsland. Dit betrouwbaarheidsinterval sluit een bescheiden positief effect van handelsmissies op het bevorderen van de export uit.

Conclusie en beperkingen studie

Koninklijke handelsmissies hebben dus niet tot een toename in de handel met de Duitse deelstaten geleid. Desalniettemin laat mijn studie drie belangrijke vragen open. Zo blijft het de vraag wat het mechanisme achter deze resultaten is. Aan de hand van de beschikbare data is het niet mogelijk geweest om het mechanisme hierachter te bestuderen. Ook zeggen de resultaten niets over de ontwikkelingen van het aantal exporterende bedrijven of geëxporteerde producten. Met de bedrijfsdata gebruikt in Boutorat en Franssen (2023) en het sterke sectorale karakter van de handelsmissies naar de Duitse deelstaten zou de handel per productcategorie of per bedrijf bestudeerd kunnen worden. Als laatste is het de vraag of het gevonden resultaat ook geldt voor handelsmissies naar landen waarmee bestaande handelsbetrekkingen minder gevestigd zijn dan met Duitsland.

Getty Images

Literatuur

Afman, E.R. en M. Mourel (2010) Diplomatic relations and trade reorientation in transition countries. In: P.A.G. van Bergeijk en S. Brakman (red.), The gravity model in international trade: Advances and application. Cambridge, VK: Cambridge University Press, p. 278–295.

Bloom, N., M. Draca en J. Van Reenen (2016) Trade induced technical change? The impact of Chinese imports on innovation, IT and productivity. The Review of Economic Studies, 83(1), 87–117.

Borusyak, K., X. Jaravel en J. Spiess (2021) Revisiting event study designs: Robust and efficient estimation. Working Paper. Te vinden op arxiv.org.

Boutorat, A. en L. Franssen (2023) Economic missions and firm internationalization: Evidence from the Netherlands. Review of World Economics, 159(3), 787–826.

Cassey, A.J. (2016) The destinations of state trade missions. CESifo Economic Studies, 62(3), 547–571.

Chen, J. en J. Roth (2023) Logs with zeros? Some problems and solutions. The Quarterly Journal of Economics, qjad054.

Creusen, H. en A. Lejour (2013) Market entry and economic diplomacy. Applied Economics Letters, 20(5), 504–507.

Dalen, H.P. van (2007) De stille kracht van het koningshuis. In: C.A. de Kam en A.P. Ros (red.), Jaarboek overheidsfinanciën 2007. Den Haag: SDU, p. 153–172.

De Chaisemartin, C. en X. d’Haultfœuille (2020) Two-way fixed effects estimators with heterogeneous treatment effects. The American Economic Review, 110(9), 2964–2996.

Destatis (2023) Aus- und Einfuhr (Außenhandel): Bundesländer, Monate, Länder. Tabel 51000-0033. Te vinden op ckan.govdata.de.

Dijkstra, M. en B. Overvest (2015) Het effect van koningshuizen op de export. ESB, 100(4708), 234–236.

Felbermayr, G., J. Gröschl en I. Heiland (2022) Complex Europe: Quantifying the cost of disintegration. Journal of International Economics, 138, 103647.

Frankel, J.A. en D.H. Romer (1999) Does trade cause growth? The American Economic Review, 89(3), 379–399.

Gruber, J. (1994) The incidence of mandated maternity benefits. The American Economic Review, 84(3), 622–641.

Head, K. en J. Ries (2010) Do trade missions increase trade? The Canadian Journal of Economics, 43(3), 754–775.

Lenoir, C., J. Martin en I. Mejean (2023) Search frictions in international goods markets. Journal of the European Economic Association, 21(1), 326–366.

Moons, S.J.V. en P.A.G. van Bergeijk (2017) Does economic diplomacy work? A meta‐analysis of its impact on trade and investment. The World Economy, 40(2), 336–368.

Nagengast, A. en Y. Yotov (2023) Staggered difference-in differences in gravity settings: Revisiting the effects of trade agreements. Drexel Economics Working Paper, 2023-6. Te vinden op ideas.repec.org.

Nijholt, R. en J. Hendrix (2022) Effectmonitoring internationale handelsmissies 2021. Blauw, 2 februari. Te vinden op www.open.overheid.nl .

Nitsch, V. (2007) State visits and international trade. The World Economy, 30(12), 1797– 1816.

NOS (2023) Afschaffen monarchie in verkiezingsprogramma GroenLinks/PvdA. NOS Nieuws, 14 oktober.

Presseportal (2019) Kantar-Emnid-Umfrage: Kate, William und ihre Kinder sind die beliebteste Königsfamilie bei den Deutschen. Schlusslicht ist die Familie von Albert und Charlène von Monaco. Te vinden op www.presseportal.de.

Republikeins Genootschap (2018) De kosten van het Koningshuis: het volledige rapport. De Republikein Publicatie, 8 november.

RVO (2019) Netherlands Economic Mission to Bremen. Niederländische Wirtschaftsdelegation nach Bremen. Missieboekje te vinden op www.rvo.nl.

RVO (2020) Handelsmissie. RVO Informatie, 24 augustus.

Rose, A.K. (2007) The foreign service and foreign trade: Embassies as export promotion. The World Economy, 30(1), 22–38.

Visser, R. (2019) The effect of diplomatic representation on trade: A panel data analysis. The World Economy, 42(1), 197–225.

Yakop, M. en P.A.G. van Bergeijk (2011) Economic diplomacy, trade and developing countries. Cambridge Journal of Regions, Economy and Society, 4(2), 253–267.

Auteur

  • Joop Adema

    Promovendus aan het ifo Institut en de Ludwig-Maximilians-Universität München

1 reactie

  1. J de Groote
    3 weken geleden

    Voor de handel vanuit Duitsland is er dus zeker geen positief effect (alle puntschattingen liggen onder nul na de handelsmissie), terwijl de handel naar Duitsland in het eerste kwartaal na de missie zelfs instort. Zijn de bezoeken ingepland op momenten waarop de handel tussen Nederland en de desbetreffende deelstaat onder druk staat (of komt te staan), of heeft ons koningspaar een soort omgekeerde midasgreep?

Plaats een reactie