Ga direct naar de content

Jrg. 7, editie 358

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: november 8 1922

8 NOVEMBER 1922

AUTEURSRECHT VOORBEHOUDEN

Economischo.LStatistisch
-,
e

Benchten

ALGEMEEN WEEKBLAD VOOR HANDEL, NIJVERHEID, FINANCIËN EN VERKEER

– UITGAVE VAN HET INSTITUUT.VOOR ECONOMISCHE GESCHRIFTEN

7E JAARGANG

WOENSDAG 8 NOVEMBER 1922
No. 58

INHOUD
BIz.

Dr ZEERECHT-CONFERENTIE
TE BRUSSEL door
Mr. G. van
1Slooten

Aan ……………….
………………
956
Het Internationaal

Vrijhandelscongres te

Frankfort

am
Main door
Mr.
A. C.
Josephus Jiita …………….
957
Verplichte Trustactes? door
Mr. Jos. Gilissen
……….
959
De collapse in valuta’s door
Tj.
Greidanns

…………
980
De Financieele Reconstructie van Oostenrijk 1

………..
961
Londensche Correspondentie.
…………………….
964
AANTEEKENINGEN:
Indexcijfers voor de bedrijvigheid in landbouw en vee-
teelt
1
mijnbouw en industrie der Vereenigde Staten
985
BOEKAANKONDIGING:
Handboek voor de kennis van Nederland en Koloniën
968
MAANDCIJFERS:
Emissies in October 1922

……………………
967
STATISTIEKEN EN OVERZICHTEN

967-973
Geldkoersen.
Effectenbeurzen.
Wisselkoersen.
Goederenhandel.
Bankstaten.
Verkeerswezen.

INSTITUUT

VOOR ECONOMISCHE GESCHRIFTEN

Algemeen Secretaris: Mr. G. W. J. Bruins.
4ssistent-Redacteur voor het weekblad:
D.
J. Wansink.

Secretariaat: Pieter cle Hooghweg 122, Rotterdam.
Aangeteelcende stukken: Bijkantoor Ruige Plaatweg 37.
Telefoon Nr. 3000. Postchèque- en girorekening
Rotterdam No.
8408.

Abonznementsprijs voor het weekblc4 franco p. p.
in Nederland
f
20,—. Buitenland en Kolowiën f 25,-per jaar. Losse nummers 50 cents.

Leden en donateurs van het Instituut ontvangen
het weekblad gratis.

De verdere publicaties va/n het Instituut uitgaande
ontvangen de a.bown.e”s, leden en donateurs kosteloos,
voör zoover daaromtrent niet anders wordt beslist.

Advertenties f 0,50 per regel. Plaatsing bij abonne-
ment volgens tarief. Adm,iwistra.tie van abowwementen
en advertenties: Nijgh & van Ditmar’s Uitgevers-
Maatschappij, Rotterdam, Amsterdam, ‘s-Gravenhage.

7
NOVEMBER.

In verband met de maandwisseling was de geld-

markt deze week weder vaster. Particulier disconto

noteerde meestal 3v/s pOt. In het begin der week moest

ook wel 4 pOt. worden toegestaan. De prolongatie-

iente noteerde aauvankelijk 4% en 4 pOt. en kon later

op
33%
pOt. terugloopen.
*

* *

Dc post binnenlandsche wissels op den weekstaat

van de Nederiandsche

Bank geeft ditmaal een vrij

aanmerkelijke stijging te zien. Het totaalcijfer van

(lezen post, dat een week geleden nog niet ten. volle

f
215 millioen bedroeg, liep sindsdien tot
f
234,6 mii-

lioen op. De vermeerdering komt bijna geheel voor

rekening van de Hoofdbank en laat zich voor het

grootste gedeelte verklaren uit de toeneming van de
credieteisehen van den -Staat; het bedrag der recht-

streeks bij de Bank geplaatste schatkistpromessen

steeg in de afgeloopen week van
f
65 millioert tot

f 30
millioen. De beleeningen vertoonen een daling

van 0,9 millioen; het renteloos voorschot aan het Rijk

liep met f1,9 millioen op.

De diverse rekeningen onder -het actief stegen met

f
2,6 millioen. Uit het feit, dat het hoofd papier op

het buitenland tegelijkertijd een daling van, slechts

f1,3 millioen aanwijst, mag nog niet de conclusie

worden getrokken, dat de Bank in de afgeioopen week

geen dollars zou hebben afgegeven. Wel mag worden

aangenomen, dat de afgifte van dollars, zoo zij heeft
plaats gehad, van geringe beteekenis is geweest.

De bil jettencirculatie steeg met
f
12,8 millioen; de

rkeningcourant saldi met
f
7,1 millioen. Het be-

schikbaar metaalsaldo nam met
f
4,3 millioen af.
S

S
*

Op de wisselmarkt trok een vernieuwde sterke da-

ling van de marken (le aandacht. Na een eenigszins
stabiel verloop der vorige week, op ohgeveer 6

63′, daalde de koers deze week in enkele dagen op 33%.

Na een klein herstel op Vrijdag en Zaterdag, was de

koers gisteren opnieuw veel flauwer. Zooals gewoonlijk

werden de Pransche en Belgische koersen hierdoor

w’der sterk beïnvloed, zoodat ook deze wissels weder

belangrijk terugliepen. –

LONDEN, 4 NOVEMBER
1922.

Op den eersten dag der beriehtsperiode was geld

voldoende ruim om zonder moeite de op dien dag

aan de Bank vervallende schuld terug te betalen. Het

rstaiit kon afgelost worden op den laatsten dag der

maand, hetgeen men niet verwacht had; immers, de

grootere vraag naar liquide middelen tengevolge der

iaandwisseling werd nog versterkt door het opzeg-

gen van daggeld voor balapsdoeleinden door een der

groote Banken. Ook op
WToensdag
kon, hoewel ter-

nauwernood, een opname bij de Centrale instelling

vermeden worden en daggeld was á 2 pOt. verkrijg-

baar; voor eenige posten moest evenwel 3 pOt. be-

taald worden. Een reactie trad in op Vrijdag, toen

de noteering tot 2-136 pOt. terugliep. Zevendaags

geld bleef onveranderd op 1Y pOt.

13
De discontomarkt was vaster op Vrijdag tenge-

volge van liet feit dat de toewijzingen op schatkisten-

iissels hadden plaat§ girondon tegeneen aanzienlijk

ifogere koers, dan men verwacht had. De noteeringen

stelden zich als volgt: –

2-maands prima bankaccepten 2%—/ pOt.

, 3-

,,

,,

,,

2/
i8
—Ya

4-

,,

,,

234

.6-

,,

,,

.

-,

. -,,

956

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

8 November
1922

DE ZEERECHT-CONFERENTIE

TE BRUSSEL.

In het nummer van 4 October ii. der Economisch-
Statistische Berichten heb ik erop gewezen, dat ten

gevolge van den oorlog en de onderbreking van inter-

nationaal overleg, eenerzijds, en van hetgeén inmid-

dels door den nationalen wetgever was verricht, an-

derzijds, de Zeerechtconfereiitie, welke 17 October te

Brussel bijeenkwam, waarschijnlijk in een vage en
onbestemde atmosfeer zou beginnen.

Deze voorspelling is uitgekomen. Hoewel men be-gon met in een vergadering
in pleno
het avant-projet over de beperkte aansprakelijkheid artikelsgewijze te

behandelen alsof er sinds 1913 niets gebeurd ware,

zag men spoedig in, dat het bereiken van een defini-

tief resultaat volkomen uitgesloten was en zoowel dit

onderwerp als dat der hypotheken en privilegies op-

nieuw naar een sub-commissie moest worden verwe-

zen, en dat de algemeene vergadering na kenn.isne-
ming van het rapport dier commissie tot niet veel

anders dan een referendum aan de verschillende Re-

geeringen zou kunnen komen.

Nog duidelijker was dit alles ten opzichte van de

internationale vrachtregelen, of wel de geamendeerde

Hague Rules, die aan de orde werden gesteld naar
aanleiding van de besluiten slechts enkele dagen te-

voren daaromtrent genomen dooi de Conferentie te

Londen van het Comité Maritime International
1).

Op de behandeling van dit nioeielijk onderwerp was

geen enkele delegatie, met uitzondering wellicht van

de Engelsche en Nederlandsche, voldoende voorbereid
of door hare Regeeringen geïnstrueerd.

Men benoemde derhalve twee sub-commissies: con
voor de beperkte aansprakelijkheid en de voorrechten
en hypotheken, een voor de Hague Rules. Nederland
was in de beide sub-comissies vertegenwoordigd: in

de eerste door Mrs. Loder en Asser, in de tweeae door

Mrs. Molengraaff en van Slooten. Het eigenlijke
werk der Conferentie is nagenoeg geheel in die sub-
commissies verricht.

Wat nu de beperkte aansprakelijkheid betreft: het
bleek onmiddellijk na de opening der discussies, dat
Engeland trouw wilde blijven aan het compromis van

1913 en het gemengde stelsel zou steunen. Het wilde
zelfs verder gaan en verklaarde zijn vroeger amen-

dement
0])
do wijze van berekening van vracht en
accessoires van schip en vracht (nl. een vast bedrag
per ton) te laten vallen. Er is dus van een terugkeer naar het Engelsche systeem geen oogenblik sprake

geweest en het compromis: £ 8 per ton of abandon

van het zeofortuin indien dit minder bedraagt, bleef
onaangetast. De forfait-berekening van vracht etc.,
door Engeland ton voordeure uitgeworpen, kwam

echter onder de hoede van Noorwegen weer de achter-
deur binnen, nu aangediend als forfait van 10 pCt.
van de waarde van het schip voor den aanvang van
de reis. De bijzondere aansprakelijkheid van £ 7 per
ton, boven de reeds vastgestelde £ 8, ingeval van
levensverlies of lichamelijke beschadigingen werd ge-
bracht op £ 8. De mogelijkheid van eene bijzondere
nationale regeling ten opzichte van landverhuizers

bleef geopend.
Ten aanzien van de hypotheken en privileges werd
door Nederland het voorstel gedaan om uit de rij

der boven hypotheek gaande voorrechten te schrap-
pen no. 4: ,,Les créances provenant de contrats passés
ou d’opérations effectuées par le capitaine, hors dii
port d’attache, pour les besoins réels de la conser

vation du navire ou de la continuation du voyage.’
Dit voorstel kwam gedurende eenigen tijd op den
achtergrond tengevolge van het opduiken van ecn

verder strekkend denkbeeld der Amerikaansche dele-
gatie. Deze stelde voor het geheele systeem te veran-
deren en niet meer het aantal privileges te beperken
tot een zeker getal, doch alleen te bepalen welke pri-

1)
[Zie
pgu.
902
van dezen jaargang. – Bed.]

vileges boven hypotheek zouden gaan. Toen dit diik-

beeld in principe overgenomen was, werd de strekking

van het Nederlandsche voorstel deze, dat no. 4 iii de

nationale wetgevingen zou kunnen blijven, doch rang

zou nemen na de hypotheken. Op dit voorstel is men

in beginsel ingegaan en hiermede is tegemoet:ge-

komen aan de groote en gegronde bezwaren, welke de

scheepshypotheekbanken tegen het avant-projet had-
den.

Ter verdediging van het oorspronkelijke stelsel

werd nog opgemerkt, dat privilege no. 4, dienende

tot vergemakkelijking van het exploitatie-crediet, in

den tegenwoordigen tijd van meer belang is dan de

hypotheek, die voornamelijk dient voor de bevorde-

ring van het-bouwcrediet.

Thans de Hague Rules, of, zooals zij voortaan ge

noemd zullen worden: Rules for Carriage of Goods by

Sea under Bills of Lading.
1

De sub-commissie was met belangrijke meerderheid

van meening dat voorshands zoo weinig mogeljjk

moest worden teruggekomen op de beginselen, welke

aan deze regelen ten grondslag liggen. ,,It seems ob-

vious”, zoe leest men in haar rapport ,,that rules of

such origin, framed largely by men personally en-

gaged in the business to be regulated, are entitled to

respectful and careful consideration.”

Voorstellen van meer ingrijpenden aard waren

slechts enkele betreffende de
bewijskracht
van het

cognossement, den termijn binnen welken een rechts-

vordering ter zake van mando of beschadiging moet

worden ingesteld en het bedrag waaronder de vet-
voerder contractueel
zijn
vergoedingsplicht niet kan

beperken. De beide laatste punten waren in de vooraf-
gaande Conferentie in Lincoln’s Inn Hall onbeslist

gelaten en naar de Brusselsche Conferentie verwezen
Het komt mij wenscheljk voor aan de oplossing van

deze zeer
moeilijke
vraagstukken een afzonderlijke be-

schouwing te wijden.
Van groot belang voor de toepassing der Rules zal

kunnen zijn de interpretatie, welke de sub-commissie
van de kern der regeling heeft gegeven en die de
moeite van ëiteeren ruimschoots waard is:

,,If a shipowner hits no reasonable means of checkiug
the cargo by lijm received, he may still use such phrases as
,,about”, ,,rnore 01′
less”, ,,w’eight, quantity and number
unknowa” iii qua!ification of statements of the bill of
lading; but if the shipowner hits reasonable means of
checking, he must issue
a bill
of lading giving quantity
etc., without modifying phrase.
,,If by inadventure or mistake tl1e shipowner issues
a
bill
of
lading for more than he actually receives w’ithout
modifying phrases, he is absolutely bound to the exaCt
quantity ete. of his bill, to every
bona fule
holder for value
of the erroneous bill of lading.
,,Ta
practice, vhen modifying or indefinite phrases are
used, and wherc in
en
apparent ,,short delivery” evidencc
is ordinarily taken as to the usual variance in Öutttirn in
the trade concerneil, if the varuance is greater than usual,
the shipowner must pay for what exceeds the expected
limits of variaiice.”

Het is ongetwijfeld iets niemvs en origineels, dat
een interpretatie tegelijk met een regeling wordt
aangeboden, en in ‘t algemeen kan men zeggen, dat,

indien de interpretatie duidelijker is dan de regel,
die uitlegging in plaats van de bepaling zelve zbu
kunnen komen. Hier kon dit niet, omdat men nu een-
maal besloten had de Rules niet meer om te werken.
De Conferentie, deze drie onderwerpen afgedaan

hebbende voorzoover men hier van afdoen spreken
kan, werd op het laatste oogenblik door de Amen-
kaansche gedelegeerden nog uitgenoodigd om zich uit
te spreken over het vraagstuk van de immuniteit van
staatsschepen. Zooais men uit de dagbladen vernomen
zal hebben, sprak de Conferentie in Lincoln’s Inn Hall zich uit tegen de immuniteit van staatskoop-
vaardijschepen. De Amerikanen wilden omtrent dit
voor de Vereenigde Staten zoo
bij
uitstek belangrijlc
onderwerp gaarne een uitspraak van deze diploma-
tieke Conferentie mede naar huis nemen. Omtrent dit

8 November 1922

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

957

punt, dat in ‘t geheel niet op de agenda stond, wilde
men evenwel niet tot overhaaste meeningsuitingen

komen en men besloot de sub-commissie, die zich met

de beperkte aansprakelijkheid had beziggehouden, uit
te noodigen een rapport op te maken, dat tot basis

van verdere beraadslagingen zou kunnen dienen

wanneer de verschillende deelnemende Regeeringen
van het onderwerp officieel zouden zijn gesaisis-

scerd.
De resultaten der Conferentie zijn nog zeer voor-
loopig. De verwachtingen van sommige optimisten,
dat ditmaal definitieve besluiten zouden kunnen wor-

dcn genomen, zijn niet vervuld. Alles is opnieuw naar

de verschillende Regeeringen teruggezonden ter ver-

dere consideratie. Aan de andere zijde zijn echter ook

de pesimisten, die het totstandkomen van bruikbare
internationale zeewetten in twijfel trekken, in het
ongelijk gesteld. Men kon over het algemeen vast-

stellen ,dat ernstig gestreefd werd naar het bereiken

van een accoord en dat men bereid was om ten bate
van de internationale overeenstemming belangrijke

offers zich te getroosten. G.
VAN
SLOOTEN AZN.

HET INTERNATIONAAL VRIJHANDELS-
CONGRES TE FRANKFORT AM MAIN.

Van 23 tot 25 October ji. vond te Frankfort een
internationaal vrijhandelscongres plaats. Het was ge-
organiseerd door den Deutschen Freihaudelsbund en de International Oommittee to promote International Freetrade, welke commissie op het verleden jaar ge-houden Amsterdamsche vrijhandelscongres tot stand
is gekomen en waarbij ook de Nederlandsche vereeni-
ging ,,Het Vrije Ruilverkeer” is aangesloten, had
daaraan haar medewerking verleend.
Het congres werd bijgewoond door vrijhandelaars

uit Oostenrijk, Tsjecho-Slowakije, Hongarije, Enge-

land en Nederland. Uit Italië had een groep van

50 geleerden, industrieelen en politici schriftelijk
haar instemming betuigd. De Fransche Ligue du
libre échange had een manifest gezonden, waarin
werd uiteengezet, dat de inflatie, die het gevolg is
van niet-sluitende begrootingen en het drukken van
te veel baukpapier, heeft geleid tot protectionisme,
waardoor men de gevolgen van slechte economische
maatregelen poogt op te heffen, zonder de oorzaken

weg te nemen. En de bekende Belgische industrieel
Lambert had aan het congres een schrijven doen toe-

komen, waarin hij pleitte voor wat
hij
in verschil-

lende geschriften genoemd heeft: een waren vrede,
een op vrijhandel gebaseerden vrede.

De Nederlandsche vereeniging ,,Het
Vrije
Ruil-

verkeer” was vertegenwoordigd door haar voorzitter

Prof. Dr. Ant. van
Gijn,
door den heer Jan Lels

uit Kinderdijk en door haar secretaris Mr. A. C.

Josephus Jitta. Bovendien hebben de Nederlandsche
consul-generaal te Frankfort Marckx en enkele

andere Nederlanders, waaronder de voorzitter en de secretaris van de Nederlandsche Kamer van Koop-
handel te Frankfort, de heeren ter Horst en Metz,
het congres bijgewoond. Van de talrijke Duitschers,

die
01)
het congres aanwezig waren, noem ik de oud-
Ministers Dernburg, G’othein en Südekum.
Ten einde de
omvangrijke
stof eenigszins in te

deden, had men besloten op den eersten dag de
financieele zijde van het vraagstuk te bespreken, op
den tweeden dag de handelspolitiek in het algemeen
aan de orde te stellen en den derden dag te wijden

aan de productieverhooging, de middelen, die de
vrijhandel aan de hand doet, tot ‘s werelds herstel.
Hoewel men zich, zooals dat gebruikelijk is, niet al te streng aan dat programma heeft gehouden, wil ik
omtrent elk van die onderwerpen een greep doen uit
liet voornaamste dat behandeld werd.
‘Omtrent het eerste onderwerp trok niet het min-
ste de aandacht de rede van onzen landgenoot Prof.
Van Gijn over het geld als bron van misverstanden
op het gébied van den internationalen handel. De

hoofdgedachte van het betoog van den heer Van

Gijn was dezelfde, die hij in Maart van dit jaar in
een rede voor de Nederlandsche Kamer van Koop-

handel ‘te Brussel, ten aanzien van tal van economi-
sche vraagstukken heeft ontwikkeld en die hier in

het bijzonder op den internationalen handel werd toe-

gepast.

Zij kan als volgt worden samengevat. Het geld werkt

als een sluier, die het economisch gebeuren voor ons
verbergt. Was het geld afgeschaft – alleen daarom

zou men wenschen, dat het communisme verwezenlijkt
werd – en werden goederen uitsluitend geruild tegen

goederen, dan zou men een veel juister inzicht krij-

gen in de vraagstukken van den internationalen han-
del en dan zou ieder vrijhandelaar zijn.

Wie in eiken koop en verkoop alleen ziet een ruil
van goederen tegen geld en wien het ontgaat, dat de
economische handeling daarmede nog slechts voor de

helft is afgeloopen en dat de complete handeling be-

staat uit een ruil van goederen tegen goederen, voor
hem
blijft
het grondbeginsel van den internationalen
handel een gesloten boek. Slechts de onwrikbare over-
tuiging, dat de internationale handel ten slotte altijd
bestaat uit ruil van goederen tegen goederen — of zoo
men wil van goederen en diensten tegen goederen en
diensten kan iemand heen helpen over alle twijfe-lingen ten aanzien van de vraag, of het toch niet in
sommige gevallen wenscheljk moet worden geacht, de
goederen, die een buurman wil zenden en die wij
gaarne voor den door hem gevraagden
prijs
willen

nemen, door invoerbelemmeringen buiten dc grenzen
t€ houden. Slechts die overtuiging kan de noodige

argumenten leveren tot bestrijding
van
schijnbaar
jtiiste betoogen, dat men
somtijds
zichzelf bevoordeelt

dôor wat men voor lagen prijs krijgen kan af te wij-
zèn en dat het richtsnoer voor elk lan.d moet zijn, te
tiachten zooveel mogelijk uit te voeren en zoo weinig

mogelijk in te voeren. Wanneer
wij
niet het geld met
al zijn gebreken als waardemeter moesten bezigen, wan-
neer de volkeren, zooals de individuen in den oertijd
in staat zouden zijn hun producten te ruilen met
rechtstreeksche waardeering in de door de andere par-
tij aangeboden goederen, dan zou niemand van mee-
ning zijn, dat het het voordeeligste is, zooveel mogelijk
goederen te geven en er zoo weinig mogelijk goederen

voor terug te ontvangen.

Deze hierboven in het kort samengevatte gedachte
werd nu speciaal op Duitsche toestanden. toegepast.
Groot misverstand ten aanzien van de beteekenis van
het geld in het ruilverkeer bleek bij de Duitsche regee-
‘ring te bestaan, toen zij in het begin van den oorlog
betoogde: de oorlog kost Duitschland feitelijk niets,

mits het geld, dat
wij
uitgeven, in Duitschland blijft. De oorzaak van dit wanbegrip in zoo groote kringen
van deskundigen in Duitschiand is hierin, te zoeken,
dat de Duitsche economische wetenschap zich teveel
in detailstudie heeft verdiept en de groote lijnen en
de beginselen uit het oog heeft verloren.

Ook thans blijkt dat gemis aan inzicht uit redenee-
ringen, die men ter hoogste plaatse houdt, als zoude
het betalen van reparatietermijnen niet feitelijk neer-
komen op het leveren van goederen (en diensten), die
Duitschland meer produceert dan het zelf verbruikt,
maar alleen op het koopen van buitenlandsche devie-
zen tegen in Duitschland ‘vervaardigd geld. De spre-
ker merkte hierbij op, dat ook uit de maatregelen,
welke in Duitschland genomen worden om het koopeii
door vreemdelingen te belemmeren, blijkt, dat men
zich in Duitschland geen rekenschap geeft van het-geen men deed, toen men marken in het buitenland
verkocht, t.w. verkoopen van Duitsch geld, Duitsch
ruilmiddel, d.w.z. van een zaak, waarmede zij die haar
kochten veronderstellen mochten te zullen kunnen
doen, wat ieder Duitscher ermede doen kan en op ge-
lijken voet als ieder Duitscher (wat niet precies het
geval is als men,
gelijk
mij bleek, in de opera aan een
vreemdeling 3300 mark vraagt voor een plaats, die aan
een Duitscher voor 530 mark wordt verkocht.)

958

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

8 November 1922

Duitschiand heeft zich v66r den oorlog verbeeld, dat het zijn grootheid te• danken had aan protectie.

Thans begint men ook daar te lande in te zien, dat het
groot is geworden niet door, maar ondanks protectie.
Had Duitschiand reeds voor den oorlog den vrijhandel

gehuldigd, dan zou de vereeniging van het voortref-felijke Duitsche onderwijs met den Engelschen yrij-

handel den grondslag hebben gelegd voor het mach-

tigste rijk ter wereld. Spreker zag in het houden van

dit congres een aanwijzing, dat dit juiste inzicht lang-
zamerhand meer veld won. Doch blijvend kan de vrij-

handelsidee in Duitschiand z.i. slechts triompheeren,

wanneer de Duitsche economische wetenschap de groo-
te beginselen der volkshuishoudkunde ten aanzien van

het ruilverkeer op den voorgrond stelt en daaromtrent

zooveel mogelijk kennis verspreidt in alle lagen der
bevolking.

Dat voor de toehoorders toch niet in alle opzichten

aangenaam betoog sloeg bij de vergadering goed in.
Ik hoorde mijn buurman weliswaar zeggen: ,,Uns wer-
den die Köpfe gewaschen”, maar uit de vergadering

rees geen verzet en de heer Dernburg erkende volmon-

dig de juistheid van het betoog en knoopte daaraan
optimistische verwachtingen vast omtrent betere in-
zichten, die thans in Duitschlaud heerschen.

Van hetgeen ik onder het tweede hoofd, handels-
politiek in het algemeen, samenvat, vermeld ik, dat in
cle vergadering natuurlijk scherpe kritiek werd ge-

oefend op de invoerverboden en extra-verhoogde in-

voerrechten, waarmede in den laatsten tijd de landen met hooge valuta den invoer trachten te belemmeren

en de uitvoerverboden en Ausfnhrbewilligungen,
waarmede de landen met lage valuta den uitvoer

remmen. De heer Jacobsen uit Hamburg kritiseerde

in verband daarmede het bureaucratisch karaktor
van de Duitsche contrôle op den uitvoerhandel.

De Rijksdagleden Keinath en Gothein hebben in

het licht gesteld, dat de Duitsche uitvoer lang niet

zoo groot is, als men zich in het buitenland wel ver-
beeldt – hij bedraagt nog slechts 40 pCt. van den uit-
voer van v66r den oorlog – en dat hij zeker niet zoo groot is, als hij moest zijn, wil Duitschiand aan zijn

verplichtingen kunnen voldoen. Gothein heeft betoogd,
dat in den laatsten tijd de concurrentie van Duitsch-

land tegen de landen met gunstige valuta zeer is afge-nomen. De productiekosten van een groot deel van de
metaalindustrie en van de textielindustrie zijn naar
zijn meening op dit oogenblik in Duitschiand grooter
dan die van dezelfde takken van nijverheid in het
buitenland. Men moet de goote werkloosheid in liet buitenland dan ook niet toeschrjven aan den massa-
invoer van goedkoope Duitsche goederen, maar aan
de verminderde koopkracht der landen met lage valuta.
Van dat laatste gaf
hij
sterk sprekende cijfers. In het
eerste halfjaar van 1922, toen dc geweldige mark-
daling nog niet eens was ingetreden, verminderde het
Duitsche volk
zijn
invoer van koffie en vruchten tot
van groenten tot

16, van wijn tot minder dan
1/5

en van tabak tot 47 pOt. van den invoer van v66r
den oorlog.
Lord Beauchamp hield een geestige rdc over

dumping. Wat men tegenwoordig met dat woord bedoelt, zeide hij, is heel iets anders, dan men in
1903, toen het woord werd uitgevonden, daarojder
verstond. Men verstaat daaronder niet meer verkoop

in het buitenland voor lagere prijzen dan waarvoor
men in het binnenland verkoopt, maar verkoop van
buitenlandsche goederen tegen lagere
prijzen
dan
waarvoor zij in het land, waar zij geleverd worden,

vervaardigd kunnen worden. (Het woord wordt, zoo-
als bekend is, in beide beteekenissen gebruikt in dc
Engelsche Safeguarding of Industries Act van 1921.)
Spreker stelde in het licht, dat dumping – in de
beide beteekenissen – uiteraard slechts
tijdelijk
kan
zijn.
Hij
gaf er een aardig voorbeeld van, hoe men in
Engeland door minachtend van dumping te spreken
een economische dwaasheid tracht te verbergen. De
Engelsche zoutfabrikanten hebben namelijk om maat-

regelen van verweer tegen den invoer van zdut ge-

vraagd, dat in Spanje voor heel wat lager prijs gefa-

briceerd kan worden dan in Engeland, omdat de

warme Spaansche zon het zeewater, waarin het is
opgelost, op goedkooper wijze doet verdarupen, dan
de kunstmatige hitte, die daarvoor in Engeland moet
worden gebruikt. (Dat geval vertoont veel overeen-
stemming met de kaarsenmakers, die in Bastiats be-

kende spotschrift om verbod van het toelaten van

zonnestralen vroegen, om daardoor den arbeid van
de kaarsenmakers te bevorderen.)

Op den derden dag was het verband tusschen vrij-
handel en productie aan do orde, m.a.w. de middelen,

waardoor de vrjhandel kan bijdragen tot ‘s werelds
herstel.

De hoogleeraar uit Bonn Dietzel stelde in een

uitvoerig betoog in het licht, dat in dezen tijd meer

dan ooit en in Duitschiand in sterkere mate dan el-
ders, alles, wat kan dienen om meer te produceeren

zonder dat meer arbeid noodig is, moet worden aan-
gepakt. In dat verband vergeleek hij den vrijhandel

met een in groote mate arbeid beparende machine. Hij verklaarde den golf van protectionisme, die op

den oorlog gevolgd is, doordat men, beneveld door

liet door den oorlog aange.walckerde nationalisme,
zich nieuwe illusies maakte, dat men de ellende, die

op ons allen drukt, op het buitenland zou kunnen

afschuiven. Bovendien zingen de oorlogsindustrieën,

die niet tegen de zich herstellende normale omstan-
digheden bestand zijn, mee in het koor, dat om be-
scherming roept.

Lord Eversley, een van de oudste leden van de
Oobdenclub, die nog uit ervaring de toestanden in

Engeland v66r en ná de afschaffing van de graan-

rechten in 1846 kent, had een nota gezonden, waarin
hij bepleitte zoo spoedig mogelijk de schadevergoe-
dingen en de oorlogsschulden af te schaffen, een

nieuwe munteenheid voor Europa in te voeren en
overal tot vrijhandel over te gaan. Hij had dat be-
toog ook tot zijn eigen landgenooten kunnen richten.
De oud-gouverneur van de Duitsche Koloniën in

Vest-Afrika, Dr. Schnee, hield, daarbij ondersteund
door zijn vroegeren chef Dernburg, een warm plei-
dooi voor vrijhandel voor de voormalige Duitsche

Koloniën. Men heeft in Duitschiand thans het groot-
ste gebrek. aan goederen, die in die koloniën liggen
te verrotten, omdat men ze niet naat Duitsch].and
mag uitvoeren.

Het had de aandacht getrokken van Prof. Dr.
Paul Arndt, die een referaat leverde over het be.
lang, dat speciaal de arbeiders hebben bij den vrij-
handel, dat geen enkele vakvereeniging op liet con-

gres vertegenwoordigd was. Van gebrek aan belang-
stelling van de arbeiders in zake den vrjhandel kun-
nen wij ook in Holland meespreken. Terwijl het in-
ternationaal vakverbond, waarbij de modern georga-
niseerde Nederlandsche arbeiders aangesloten zijn,
in December 1922 in Den Haag een groot interna-tionaal congres tegen de bewapening op touw zet,
schijnt men in die kringen hoe langer hoe meer over
te hellen tot de economische bewapening, die op den
duur moet leiden tot de militaire bewapening en tot
den oorlog. Men zou toch mogen aannemen, dat spe-
ciaal de aanhangers van het historisch materialisme
het verband tusschen den economischen ondergrond
en den idieëelen bovenbouw, ten aanzien van de te-

genstellingen tusschen de verschillende naties, niet
uit het oog zouden verliezen.
Het is misschien nog de moeite waard te vermelden,

dat zelfs in dit vrijhandels-Sanhedrin – zooals minis-
ter De Geer het congres zou betitelen – stemmen op-
gingen, dat vrjhandel wel het beste is op den langen
duur, doch dat er voor het oogenblik toch wel redenen
kunnen zijn, om den voorrang te geven aan de bin-
nenlandsche industrie, als zulks direct werkloosheid
voorkomt, en ook stemmen, die de vrees te kennen
gaven, dat er voor den vrijhandel weinig kans is, zoo-lang de nieuwe gevormde staten zich nog niet hebben

8November 1922

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

959

aangepast aan de nieuwe verhoudingen. Daartegen
werd opgemerkt, wat het eerste betreft, dat werkloos-

heid veelal het gevolg is van het vragen van te hooge
belooning door de arbeiders en dat zij juist bevorderd

wordt, als men de arbeiders in het hoog houden van

de bonen steunt. En tegen de tweede opmerking voer-
de men aan, dat, als men inziet, dat naast idieëel.e

elementen – en misschien wel bovenal – toch ook
het eigenbelang van de volkeren hen tot vrijhandel
moet drijven, er geen reden is, met de prediking te
wachten, totdat het eerste nationalisme van nieuwe

volkeren heeft uitgewerkt.
Niettegenstaaride deze verschillen kan men consta-

teeren, dat het congres goed geslaagd is en dat daar-

van een krachtige propagalda voor den vrijhandel

spcciaa[ in Dui.tschland is uitgegaan. Een geheel
nieuw licht is uit den aard der zaak door dat congres
niet geworpen op de oude vraagstukken der handels-
politiek, maar deze besprekingen door deskundigen

uit verschillende landen, die de zaken elk op hun

speciale wijze belichten, zijn daarom toch van veel nut.
Laten de protectioriisten maar eens probeeren op een
internationaal congres hun geestverwanten uit het

buitenland bijeen te roepen, om hun gemeenschappe-

]jke belangen te bespreken! A. C. JosEpHus JIrrA.

‘-Gravenhage, 1 November 1922.

VERPLICHTE TRUSTACTES?

Mr. Jos. Gilissen te Wassenaar schrijft ons:

De sombere linie van hulpelooze wrakken, die het

in onze zakenwereld woedende noodweer nog steeds

niet ophoudt uit te breiden, heeft in den lande –
en hoe kan het ook anders? – heel wat pennen in

beroering gebracht.
Toom, woede, sarcasme, spot – zij hebben zich
na en door elkander – en helaas dikwijls terecht
uitgestort over directies en commissarissen, die ver-
blind waren door den gouden zonneglans der dagen
van hoog-conjunctuur en geen spoor van zwarte wol-
ken wilden zien. Maar haast meer nog dan tegen de
verantwoordelijke personen ‘heeft de tot uiting ko-
mende ontstemming zich gericht tot een oude-van-
dagen, waaraan zelfs een overvloed vn star en naïef
optimisme niet kan verweten worden en wier eenige
misdaad . . . . haar eerbiedwaardige leeftijd is. Te
weten: onze Handelswet anno 1838!
Ach, wanneer na de een of andere trieste débacle
de opgeschrokken vox populi zich toornig doet hoo-
ren, is het immer gewenscht een dergelijke uiting-
van-het-oogenblik cum grano salis op te vatten. En
zoo ook kunnen wij hier wel aannemen, dat er vaak
ernstig overdreven en veel aan ons trouwe, in den
dorren dienst vergrijsde Wetboek van Koophandel
verweten wordt, waaraan het volmaakt onschuldig is.

Niet, dat ook
wij
niet inzien, dat de snel uitgroeien-
de handel, de vooruitschrijdende techniek aan een
handeiswet van thans andere eischen stelt, dan bij-
kans een eeuw geleden gesteld kon worden, dat en..
kele ingrijpende wijzigingen gewenscht, ja noodzake-
lijk geboden zijn. …. verre van daar.
Maar of door een ganschelijk herzien wetboek de
thans aan den dag komende wonde plekken, waar jong
en oud met luidrachtig afgrjzen den vinger op leg-
‘gen en rumoerig om ten hemel schreien, op eenmaal

zuilen verdwijnen. …. het is te mooi om waar te

zijn.
Zoolang er wetten zullen gemaakt worden, zullen

er tevens lieden
zijn,
die ze straffeloos weten te ont-
duiken, en dat een nauwgestelde, onbuigzame, ,,alles-
regelende” wet voor onzen soepelen handel mogelijk en
in het belang daarvan zou zijn, dit is een stelling
die wij alsnog niet voetstoots durven aan te nemen.
Zooals wij echter reeds zeiden, er zijn objecten te
over, waar voorschriften, hetzij van onzen wetgever,
hetzij van een ander daartoe bevoegd lichaam, een
niachtigen invloed ten goede zouden kunnen bewerk-
htelligen; het zou dwaas en belachelijk zjjn dit te
willen ontkennen. Zulk een onderwerp, waar wij
hier speciaal de aandacht op wenschen te vestigen,

is de positie der obligatie-houders bij onze tegenwoor-

dige naamlooze vennootschappen. En wel speciaal
van die – helaas nog zoovele – vennootschappen,
waar geen trustacte ten behoeve der obligatiehouders

is aangegaan.

Het lijkt ons werkelijk overbodig te dezer plaatse

de in het oog springende nadeelen der positie van

die wijd-en-zijd verspreide ,,losloopende”, hulpeloos

aan hun lot overgelaten fondsenbezitters nog te schet-

sen: de voorbeelden der laatste maanden zijn inder-
daad illustraties, die meer vermogen, dan de meest

realistische
beschrijving.
Zoo het bericht, hetwelk de
dagbladen eenige weken geleden in zake het fail-

lissemeut-v. d. Kuij & v. d. Ree meldden. Minder dan
één derde der uitstaande obligaties was ter verificatie
aangeboden en door curatoren werd een verlenging
van den inleveringstermijn geweigerd! Ons is op di

oogenblik niet bekend, hoe het nadien met de aanbie-
ding geloopen is – de faillissementswet kent de mo-
géljkheid vorderingen tot
uiterlijk
twee dagen vé6r
den dag der verificatievergadering in te dienen –
doch het lijkt toch meer dan waarschijnlijk, dat een
aanzienlijk aantal dier over het geheele land verspreide
obligaties, hetzij door onbekendheid der houders met
de formaliteiten, hetzij om andere redenen onherroe-
pelijk waardeloos zullen worden. Terwijl uit den aard
der zaak dit meestal juist de stukken zullen zijn van
de financieel minst krachtige houders.

Om een ander voorbeeld van den laatsten tijd te

noemen: het gebeurde
bij
de Ver. Conservenfabrieken.

Het door de vergadering van aandeelhouders goedge-keurde reorganisatieplan wordt den obligatie-houders
bekend gemaakt en dezen verzocht, indien zij met de
voorstellen accoord gaan, hunne stukken in te leve-
ren. Ofschdon menscheljkerwijze gesproken bij een
reconstructie zoowel voor aandeel- als obligatiehouders
aanmerkelijk meet van hun in de onderneming gesto-
ken gelden zou terechtkomen en vele obligatiehouders
dan ook hun instemming met het voorgenomen plan
betuigden, wordt kort daarop de vennootschap in staat
van faillissement verklaard. . . . ten verzoeke van één

onwilligen obligatiehouder, bezitter . van één luttel
couponnetje! Is het
waarlijk
niet treurig, dat door een
enkele, misschien ondoordachte handeling op eenmaal
de belangen van honderden kunnen worden ineenge-
trapt?

Was er in deze gevallen bij de emissie niet verzuimd
een trustee aan te wijzen, die de belangen dier ,,crédi-
tears inconnus”
bij
alle voorkomende gelegenheden op zaakkundige wijze had kunnen behartigen, hoeveel had
er voor de tailooze kleine luyden, onkundig van wat
hen boven ‘t hoofd hing, of vaak ook verkeerd geraden
door belangstellende kennissen, nog gered kunnen
worden, welhaast buiten hun medeweten om!

Wij stiptep hierboven slechts de genoemde twee
voorbeelden aan, omdat deze juist in breeden kring
zijn bekend geworden en zeer
duidelijk
spreken. Doch
wanneer wij in deze richting verder zoeken zijn er
nog meerdere gevallen te vinden, niet alleen waar de
mogelijkheid bestaat, dat het gemis van een tr astacte
zich vroeg of laat nog pijnlijk zal doen gevoelen, doch
ook waar dit reeds geschied is. Zoo kwam ons korte-
lings een geval ter oore van een maatschappij, welke
zich met een reorganisatievoorstel tot zijn obligatie-houders wenden wilde, doch geen
mogelijkheid
zag,
die heinde en ver verdwaalde kudde te bereiken! Door
talmen ging een kostbare tijd – en wellicht ook een
kostbaar kapitaal – verloren. Werkelijk, wanneer tot een wijziging van de ven-
nootschapsbepalingen in ons wetboek van koophan-
del, waarin de ,,trust” thans nog een onbegrepen klank
is, wordt overgegaan, zou het geen bijstere weelde we-
zen, daarbij ook een artikel op te nemen omtrent de
verplichte
aanstelling van een aan zekere eischen vol-
doenden trustee bij iedere obligatieuitgifte. Ook dit idee zal waarschijnlijk zijn opponenten wel vinden,

960

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

8
November 1922

hetzij men deze regeling vooral voor kleinere vennoot-

schappen te bezwaarlijk vindt, waaraan echter o.i. ge-
makkelijk zou kunnen tegemoet gekomen worden door

de verplichting slechts te stellen boven een zeker be-
drag aan uitgegeven obligaties, hetzij sommigen een
dergelijke
verplichtende
bepaling in de
wet
misplaatst

vinden en de individueele vrijheid van den obligatie-
houder-crediteur erdoor achten aangerand.

Voor het oogenbiik voelen wij dergelijke bezwaren

niet, doch wil men aan een wettelijke verplichting
niet, welaan ligt dan een analoge regeling misschien

op den weg van een ander in dezen bevoegd lichaam
i.c. onze Vereeniging voor den Effectenhandel?

In dien bijvoorbeeld de Vereenigirïg de opname in

de noteering van den eisch afhankelijk stelde, dat

ten behoeve der obligatiehouders een door haar goed

te keuren trustee bij een – eventueel aan bepaalde

voorwaarden gebonden – trustacte was aangesteld,
zouden wij dan met weinig moeite en op een een-

voudige manier niet een flinken stap in de goede
richting hebben gedaan in ons veel-gesmade ,,ven-

nootschapsland”?

Bovendien zou door een dergelijke oplossing het

bovenaangeduide, wellicht door sommigen te oppe-

ren bezwaar, met name de omslaehtigheid voor de
kleinere ,,onder-ons” maatschappijtjes, reeds vanzelf

komen te vervallen, daar om tot een officieele notee-

ring te geraken, toch een minimumbedrag van

f
500.000,— geplaatst moet wezen. En last not least

biedt zij boven een
wettelijke
voorziening nog dit

tastbare voordeel, dat het idee binnen niet al te
langen tijd tot realiteit zou kunnen getransformeerd

worden, iets, wat voorloopig in onze handelswetge-

ving meer is, dan
wij
in onze meest onbezonnen droo-
men aandurven.
Mr.
Jos.
GILISSEN.

DE COLLAPSE IN VALUTA’S.
Na den Russischen roebel, de Poolsche mark, de

Hongaarsche en de Oostenrijksehe kroon is nu ook de Duitsehe Reiehsmark aan de gevolgen van een hevige

inflatie
vrijwel
bezweken. Het zou niemand verbazen,

indien de te elfder ure naar
Berlijn
ontboden finan-

cieele deskundigen aldaar meer de kwestie van een
levensvatbaren opvolger bespraken, dan dat over de

patiënt zelve geconsulteerd zou worden.

Mogelijk ook, dat een telegram uit
Parijs
de con-
ferentie bereiken zal met het verzoek daar te komen
helpen, waar nog redding mogelijk is. En als het in-
zicht van financieele experts hulp bieden kan, dan
zal ook Brussel aan den draad trekken om voor de
Belgische francs een consult te reserveeren, tenzij

Rome, ,,via Mareoni”, voor is.

We zijn op een hellend vlak. Ook Zwitserland, dat
nog niet lang geleden alle vreemde wissels onder
vooroorlogspariteit verhandelde, ziet thans het agio

van den dollar
stijgen,
nu binnenkort een referendum
over een kapitaalsheffing tot 60 pOt. toe zal moeten

beslissen.

Onder al die omstandigheden wordt ook door velen
een vlucht voor den gulden gevreesd.

Het kraakt in de valuta’s en nièt zonder reden.
Hoe is de depreeiatie overal te verklaren en vat

is eraan te doen?
De waarde van het geld, zegt men, is afhankelijk

van de behoefte voor den handel en van den voor-
raad, die daartegenover staat. Aan een derden factor,
die juist in de tegenwoordige omstandigheden mis-schien de belangrijkste is, wordt niet steeds gelijke

aandacht geschonken. De
kwaliteit
van het geld is
momenteel van den meest beslissenden invloed, het-
geen uit de practi,jk voldoende blijkt.

De exorbitante voorraad ruilmiddelei in Duitsch-
land en Oostenrijk wordt door de beh’oefte nog der-
mate overtroffen, dat men 100 pOt.
t
rente en meer betaalt om het te leenen en toch daalt de mark. De
industrie werkt in dollars en poden sterling en
leent tot iedeien prijs de marken ôm de werkloonen

te betalen. Het Duitsche ruilmiddel is zoo ondeug-
delijk geworden, om als zoodanig dienst te doen, dat
dit alleen reeds voldoende verklaring is voor het laat-

ste gedeelte van het depreciatieproces. De toename

van den voorraad loopt in dezen meer achteraan, dan
dat ze oorzaak is. De snelste pers ken op het oogen-
blik de prijsstijgingen niet bijhouden.
De onvoldoende kwaliteit van het geld – de on-

voldoende waardevastheid heeft het vertrouweh weg-
genomen en is alleen al genoeg ter verklaring van
een verdere depreciatie.

Men zal gemerkt hebben, dat ik hier in een cirkel
ben geraakt. Depreciatie, zei ik, kon gevolg zijn van

onvoldoende stabiliteit in de waarde van het geld. En

depreciatie zelf is onstabiliteit! Heb ik geen ander

doel dan aan te toonen, dat onstabiliteit gevolg is

van onvoldoende waardevastheid? Vorloopig niet.

ik wilde slechts betoogen, dat een valuta, die om een
of andere reden, bijv. overmatige uitzetting van de
cireulatie, gedeprecieerd is, nog eenigen. tijd in labiel
evenwicht is en ieder moment door wantrouwen’kan
worden aangegrepen en
alleen daaraan verder vol-
ledig kan bezwijicen.

Op het oogenblik is hiervan de Fransche franc een

interessant voorbeeld. De Bankstaat van de Banque
de France is niet ongunstig. Sinds twee jaar bleef
de circulatie
vrijwel
stationnair. In duizenden francs
was de circulatie de volgende:

Bank-

Rek.crt. Rek.crt.
Data

biljetten Particulieren Staat

Totaal
21
Oct.
1920.. 39.289.666 3.202.449

82.698 42.574.815
20
Oct.
1921.. 37.406.813 2.544.33

29.995 39.981 171
19
Oct.
1922.. 37.128.805 1.982005

42.820 39.153.630

In een tijdsverloop van enkele maanden zagen wij
den wissel Parijs echter van circa
f
24,— op circa

f
18,— vallen. De voornaamste oorzaak lijkt me hier-
voor de hausse-speculatie in buitenlandsehe wissels
in Frankrijk en de baisse-speculatie in Fransche

franes daarbuiten.
Onder den invloed van de snelle inzinking van de
Reichsmark werd de betaling van de Duitsche schade-
loostellingen voorloopig onmogelijk, terwijl do vorde-

ringen van Amerika en Engeland eerlang opge-
vraagd zulln worden.
Vrij
algemeen heeft zich toen
de gedachte ontwikkeld: het contramine-spelletje in

marken is nu uit, nu komt de franc aan de beurt. En het was mijn doel hier, den zoo gevaarlijken cirkel-
gang in een dergelijk proces aan te toonen.
Als contramineurs een aanval wagen op graan of
katoen, dan worden hun aanvallen te eeniger tijd ge-
stuit door de vermeerderde vraag van den consu-

ment op de lagere prijzen. Er komt een moment,
waarop de verbruiker sterker is dan zij.
Geheel anders
kan
het gaan bij een baisse-aanval
in de een of andere valuta. Want
juist het feit van
een aanvankelijk succes
beneemt aan het artikel, dat
ze als prooi gekozen hebben, de geschiktheid om als
een stabiel ruilmiddel dienst te doen. En is de Fransche franc dusdanig geattaqueerd, dat de
Franschman zich in het bezit van zijn eigen ruilmid-
del
ie onzeker, te onveilig
gaat voelen en meer en
meer tot aankoop van ,,edel-valuta’s” overgaat, dan
maakt ieder die volgt het geval weer ernstiger. Bij
een baisse-speculatie in een fiduciair ruilmiddel ont-
breken in dat geval de tegenwerkende krachten. Als
een lawine komt het onheil neer.
De mogelijkheid, dat het zoo gaan zal, is gelukkig
nog geen zekerheid. Als de aanval niet in korten tijd
gelukt, keert misschien geleidelijk het vertrouwen
weer terug. En zeker is het gevaar nog af te wenden,
mits men niet wacht met de stabilisatie tot een
niveau van 6 cent de 100 bereikt is, zooals in Duitseh-
land. Door een spoedige samenwerking is nog wel
iets beters te bereiken.
Waar de remedie te zoeken is, blijkt reeds uit de
diagnose van de kwaal en de beschrijving van het
verloop van het ziekteproces. Met het verlaten van
den gouden standaard door de meeste landen in het

8 November
1922

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

begin van den oorlog
is
men een belangrijk eind ge-

gaan in de richting van een nominalistisch geld-

systeem. Weliswaar rust bij verschillende circulatie-
banken nog een groote goudvoorraad, maar deze

wordt in sommige gevallen niet aangewend om het

papiergeld op goudwaarde te houden, terwijl in
som-

mige andere gevallen, zooals in Frankrijk, de papir-
circulatie dermate is uitgebreid, dat dit niet meer

mogelijk
zou
zijn. Hoewel nu theoretisch een nomi-

nalistisch geldstelsel zich zeer goed laat denken en
zelfs aanzienlijke voordeelen biedt boven een etal-

listisch, is het practisch slechts door te voeren, in-
dien zoowel in het land zelf als internationaal abso-

lute rechtszekerheid bestaat, waardoor eenmaal ge-

maakte schulden•
onder alle omstandigheden
erkend

zouden worden. Nooit was het moment ongunstiger om vertrouwn te eischen in een promesse aan toon-der, dan in deze tijden, waarin zoovelen hebben on-

dervonden, dat de belofte, die een bankbiljet in-
hudt, niet vervuld werd. En dat de lessen, die het

publiek in Duitschland geleerd heeft, ook in Frank-
rijk eenige zenuwachtigheid doen ontstaan, behoeft
niet te verwonderen. Er is dan ook maar één middel:
in een tijd, dat, het publiek geen vertrouwen geveh
kan, moet men het niet vragen en onmiddellijk een
goudwaarde van het bankpapier garandeeren. In lan-

den als Frankrijk zal dat niet meer de goudwaarde

van voor den oorlog kunnen zijn. De bestaande de-preciatie in goud uitgedrukt definitief erkennen zal
veel moeite kosten, maar beter zijn, dan de mogelijke
,arastrophe van het ineenstorten van de eene valura

na de andere. De moeilijkheden, die in sommige lan-
den overwonnen moeten wordenr zullen niet gering

zijn.
In de eerste plaats geldt dit voor Frankrijk. Het
helpt niet veel, als men een nieuTe goudwaarde voor
den franc invoert en de Staat blijft door overmatige
uitgaven het nationaal vermogen interen. Er rest dan
opnieuw slechts de keuze tusschen staatsbankroet of

terugvallen
op
de circulatiebank. Een actie ïn de
richting van een op een goudbasis gevestigd geld-systeem kan dan ook alleen succes hebben, indien

tegelijk aan verschillende andere voorwaarden voldaan
wordt. Het is de vraag of men aan die voorwaarden
overal zal kunnen en willen voldoen. Een nader onder-

zoek daarnaar is
bij
het groote belang van de kwestie

wel de moeite waard.

DE FINANCIEELE RECONSTRUCTIE VAN

OOSTENRIJK.

1.
Over het Oostenrijksche vraagstuk verschijnt dezer
dagen een publicatie van den Volkenbond. Deze pu-
blicatie bevat als inleiding tot de voornaamste docu-
menten over deze kwestie een uiteenzetting van de
hand van Sir Arthur Salter, tot voor kort Secretaris-
Generaal van de Commission des Réparations en thans
wederom chef van de Economische en Financieele af-
deeling van den Volkenboud. Van deze uiteenzetting volgt hieronder een Nederlandsche vertaling.
In Maart 1921 werd de Volkenbond voor de eerste maal uitgenoodigd het Oostenrijksehe vraagstuk te bestudeeren.
Na afloop der gedurende diezelfde maand te Londen gehou-
den geallieerde Conferentie werd den Bond medegedeeld,
dat de regeeriugen van Groot-Brittannië, Frankrijk, Italië
en Japan besloten hadden, voor een nader te bepalen aan-
tal jaren, afstand te doen van alle pandrechten op Oosten-
rijksche staatsinkomsten, dienende tot dekking van aan-
spraken voortvloeiende uit credieten voor wederopbouw,
schadevergoeding, of kosten van bezetting. Deze beslissing
was echter afhankelijk van de voorwaarde, (lat de andere
belanghebbende mogendheden eveneens in dit uitstel zouden toestemmrien en dat Oostenrijk zich bereid zou verklaren het
beheer zijner onderpanden in handen van den Volkenbond
te stellen, volgens de bepalingen van het internationale cre-
dietpian (Plan Termeulen).
Dit plan stond op dat oogcnblik onder toezicht van de
Financieele Commissie van den Volkenbond, die terstond
bijeenkwam en op 4 April de voornaamste voorwaarden
vaststelde, waaraan volgens haar meening voldaan moest
worden om het herstel van Oostenrijk te kunnen bewerk-
stelligen. Een van deze voorwaarden was, dat de overige
dertien regeeringen in zake het uitstel van hun vorderingen
bp Oostenrijk een spoedige beslissing zouden nemen, dat
alle zeventien mogendheden dit uitstel van voldoend langen
duur zouden doen zijn, bijv. 20 jaar, en dat Oostenrijk zelf
bereid zou zijn ingrijpende binnenlandsche hervormingen in
te voeren. Tegelijkertijd zond de commissie een delegatie
naar Weenen, die van 15 April tot 10 Mei den toestand ter plaatse bestudeerde en die daarna een gedetailleerd recon-
structieplan aanbeval, dat door den Volkenbondsraad
werd aangenomen en op 3 Juni aan den Oppersten Raad
der Geallieerde Mogendheden werd doorgezonden. Een der
hoofdtrekken van dit plan was, dat Oostenrijk slechts zou
kunnen worden gered dbor toepassing van een plan, dat alle kanten van het probleem moest omvatten en waarin
dus waren opgenomen hinnenlnndsche hervormingen, vol-doende crediet, en een centrale contrôle op deze credieten, waardoor men zeker zou kunnen zijn, dat dit geld gebruikt
zou worden dm de noodige hervormingen mogelijk te maken
èn uit te voeren.
Op het tijdstip, dat dit plan werd uitgewerkt, was de
positie van Oostenrijks crediet betrekkelijk goed (ongere-
kend de pandrechten op de activa) en er bestond geen em-stige vrees voor de sociale en politieke stabiliteit. Men kon
terecht veronderstellen, dat zoodra de staatseigeudommen
Vrij van pandrechten zouden zijn, deze een voldoende waar-
borg voor particuliere credieten zouden vormen, zonder
iegeeringsgaranties.
1)

Het plan is niet in werking getreden, aangezien de onder-
handelingen met de vele regeeringen, wier tôestemming
noodig was voor het opheffen van de pandrechten, met veel
moeilijkheden gepaard gingen en van zeer langen duur
‘bleken te zijn. Eerst in Juli 1922 bleek het mogelijk, een
reconstructieplan toe te passen dat gebaseerd was op de
‘Oostenrijksche activa.

De eerste maanden van 1922.

Intusschen was in Februari 1922 de nood in Oostenrijk zoo hoog gestegen, dat indien geen hulp was verleend, in het begin van dit jaar de ineenstorting onvermijdelijk zou
zijn geweest. In deze crisis kwamen Groot-Brittannië,
Frankrijk, Italië en Tsjechoslowakije Oostenrijk te hulp,
door uit hun openbare middelen steun te verstrekken.
Groot-Brittannië gaf een voorschot van £ 2.250.000 (waar-
van £ 250.000 noodig was voor het betalen van een vroegere
schuld), Frankrijk nam maatregelen om 55 millioen francs
te verstrekken, Italië trok geld uit om 70 millioen lire
voor te schieten, en Tsjechoslowakije slaagde erin, 500 mii-
‘lioen Tsjechische kronen in voorschot te geven.
Het Engelsche crediet is geheel uitgegeven, maar een
groot gedeelte van de Italiaansche en Fransche credieten en
een kleiner gedeelte van het Tsjechische crediet zijn nog be-
schikbaar en zullen, gelijk uit hetgeen volgt blijkt, gebruikt
kunnen worden om met de uitvoering van het nieuwe plan
een begin te maken.
Een duidelijk onderscheid is steeds gemaakt tusschen
deze voorschotten en de vroegere credieten, waarvan de te-
rugbetaling twintig jaren is uitgesteld. Voor eeuige dezer
latere voorschotten, bijv. het Britsche, was uitdrukkelijk
vastgesteld, dat zij zouden worden terugbetaald uit de op-
brengst der eerste door Oostenrijk te sluiten leeningen; an-
dere, waaronder het crediet van de Tsjechische regeering,
waren gedekt door enkele speciaal voor dit doel door de
ommissie van Herstel vrijgemaakte activa, met de uit-
drukkeljke bepaling dat deze waarborgen van kracht zou-
den moeten blijven onder een eventueel later door den
Tolkenbond te beginnen credietactie. Al deze voorschotten vormden echter een zwaren en onontkoombaren druk op de
Oostenrijksche budgetten der volgende jaren.
De oproep aan de Londensehe Conferentie der geallieerde
ndogendheden.

Op deze wijze slaagde men er inderdaad in, een algelieele
ineenstorting gedurende de eerste zes maanden van het
jaar te voorkomen, maar deze voorschotten bleven verder
zonder eenig resultaat. Zij waren afzonderlijk door de ver-
schillende regeeringen toegestaan en aan geeen enkele cen-
trale contrôle onderworpen. Zooals onder deze omstan-
digheden te verwachten was, werden zij dan ook gebruikt
om te voorzien in de dagelijksche behoeften en dienden in
geenen deele tot grondig hervormingswerk. Integendeel, (le
financieele desorganisatie van Oostenrijk hield aan en
greep zelfs met toenemende snelheid om zich heen.

1)
De volledige stukken betreffende dit plan zijn gepu-
bliceerd (Financia,l Reconstruction of Austria. Report of the
Financial Committee of the Council (with relevant papers).
Constable & Co. Ltd., London 1921).

962

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

8 November 1922

in Augustus 1922 bezat de kroon nog slechts 1/10 ge-deelte van de waarde, die zij zes maanden te voren had,
1/100 gedeelte van haar waarde van het vorige jaar en
1/5000 van haar goudwaarde. Op dat oogenblik richtte de
Oostenrijksche Regeering in haar wanhoop een laatsten op-
loep tot de geallieerde rnogendheden, die toen juist te
Londen in Conferentie bijeen waren. De Oostenrijksehe
kanselier verklaarde, dat eindelijk een gedeelte van het
Oostenrijksche actief Vrij was gemaakt om als oaderp:tnd
te kunnen dienen voor een nieuwe leeiiing, ,,maar dat de
,,buitenlandsche bankiers, die een jaar tevoren nog bereid
,,waren geweest deze leening te verstrekken, thans ver-,,klaarden dat het hun onmogelijk was dit te doen, want
,,noch zijzelven, noch het publiek in het algemeen, wist
,,welk lot Oostenrijk beschoren was. De bankiers zijn van
,,meening dat de door de Oostenrjksche regeering als on-
,,derpand aangeboden staatsinkomsten uit financieel oog-
,,punt een voldoende garantie vormen; zij verlangen echter
een tweede garantie, die alleen door de voornaamste ge-
.,allieerde mogendheden kan worden verleend.” Hij zette tevens uiteen, dat Oostenrijk pogingen in het werk stelde
tot oprichting van een nieuwe circulatiebank, die van de
Regeering het monopolie zou verkrijgen om bankbiljetten uit te geven, in de hoop op deze wijze de val van de kroon
tot staan te brengen. Met dit doel voor oogen, zou Oosten-
rijk tegelijkertijd beginnen met de uitvoering van een pro-
gramma van hervormingen en bezuinigingen.

Hij voegde hier echter aan toe, dat ,,alles afhangt van de
,,vraag of gedurende de periode clie noodig is voor de door

,,voering der financieele hervormingen, een buitenlandsche
,,leening aan Oostenrijk de waarborg zal geven, dat het niet
,,opnieuw genoodzaakt zal zijn, zijn toevlucht te nemen tot
,,de bankbiljettenpers om in de geldbehoeften van den Staat
,,te voorzien. Zonder zulk een waarborg zullen de finan.
,,:ieele hervormingen onherroepelijk gedoemd zijn schip-
,,breuk te lijden. Een nieuwe val van de kroon zou het oti-
,,mogelijk maken de benoodigde levensmiddelen en kolen in
,,te koopen, en zou tot ernstige onlusten aanleiding geven,
,,die noodlottig zouden kunnen worden voor den vrede in
,,Midden-Europa en die het einde zouden beteekenen der
,,Oostenrijksche onafhankelijkheid. Iedere dag uitstel in het ,,verleenen van de buitenlandsche credieten maakt het voor
,,Oostenrijk twijfelachtiger, of maatregelen tot redding van .,,het land genomen zullen kunnen worden.”
Daarom deed de kanselier een beroep op cle mogendheden,
om borg te willen zijn voor een leeniug van 15 millioen.

liet antwoord der geallieerde Regeeringen.

De Opperste Raad nam het bovenstaande in overweging
en op 15 Augustus antwoordde Mr. Lloyd George uit naam
van den Raad, als volgt:

,,De vertegenwoordigers van de Geallieerde Regeeringen
,,zijn tot de slotsom gekomen, in de onmogelijkheid te ver

,,keeren, Oostenrijk hoop te geven, dat hun Regeeringen be-
,,reid zullen zijn nogmaals financieele hulp te verleenerj.
,,Echter zijn zij overeengekomen, de Oostenrijksche kwestie
.,aan den Volkenbond voor te leggen voor onderzoek en ad-
,,vies. Den Volkenbond zal tegelijkertijd worden medege.
,,deeld, dat ten gevolge van den reeds zeer zwaren druk der
,,belastingen in de geallieerde landen, de Regeeringen dier
,,landen niet in staat zijn aan Oostenrijk opnieuw finan-
,,cieele hulp te verleenen, tenzij de Volkenbond een recon-
,,structie programma voor Oostenrijk kan voorstellen, met
,,voldoende waarborgen, dat de toegestane voorschotten ver-
,,kelijk een belangrijke verbetering van den toestand teu
,,gevolge zullen hebben en niet verspild zullen worden, zoo-
,,als de vroeger verleende sommen, zoodat de financieele ,,milieux onzer respectieve landen te bewegen zullen zijn
,,Oostenrijk te hulp te komen. Niet zonder leedwezen zijn
,,de vertegenwoordigers der geallieerde mogendheden tot dit.
,,besluit gekomen, dat geen teeken van gebrek aan sym-
,,pathie voor Oostenrijk is, maar zij zijn gedwongen rake.
,,ning te houden met cle ondraaglijk zware belastingen, die
,,reeds op hun respectieve bevolkingen drukkeu, als gevolg
,,van den oorlog.”
Deze correspondentie werd vervolgens aan den Volken-
bond toegezonden, met verzoek de kwestie te doen plaatsen
op de agenda van de eerstvolgende Raadszitting.

De omstandigheden waaronder de kwestie naar den Vol-
kenbond werd verwezen.
Het antwoord der geallieerden aan de Oostenrijksche lie-
geering was niet geschikt om in het land de angst voor de
onniidclellijke toekornst tot zwijgen te brengen. De kwestie
was naar den Volkeubond verwezen ,,voor onderzoek en ad-vies”, en deze vêrwijzing was vergezeld gegaan van een ver-
klaring, dat de geallieerde Regeeringen Oostenrijk geen
hoop konden geven opnieuw financieele hulp te verstrek-
ken en dat alleen een plan, geschikt om particulieren voor

een leening te interesseeren, uitkomst zou kunnen brengen.
Op dit critieke oogeublik, tussehen de Londensche Con-
ferentie en de bijeenkomst van den Volkenbondsraad, begaf
Mgr. Seipel, de Oosteurijksche kanselier, zich naar Praag,
Verona en Berlijn, om den toestand van zijn land met de Tsjechische, Italiaansche en Duitsche regeeringen te be-
spreken. De financieele en economische desorganisatie en cle
dreigende sociale nood hadden nl. zulk een hoogte bereikt,
dat zij een ernstig politiek gevaar begonnen te vormen.
lIet spreekt vanzelf, dat het, gezien den politieken toestand,
meer dan ooit hopeloos was, dat Oostenrijk particuliere
credieten zou kunnen verkrijgen, met als eenige garantie de
eetiva van den Staat. Met het oog op cle mogelijkheden van
ernstige politieke en sociale onlusten kon men zelfs geen staat
meer maken op de betrouwbaarste onderpanden, nI. de ont-
vangsten van cle douane en het tabaksmonopolie, die in
normale tijden zeker voldoende zouden zijn geweest.
Ç’,een
enkel reconstructieplan was mogelijk zonder extra regec-
ringswaarborgen, en waar dit soort waarborgen toch reeds
moeilijk te verkrijgen is, zou dit in nog veel sterker mate
het geval zijn, indien men er niet in slaagde de politieke
spanning te verminderen.

De werkwijze van den Volkenbond.

De Raad stond dus voor een zeer ingewikkeld probleem,
van politieken zoowel als financieelen aard. Reeds in de
eerste zitting, op 31 Augustus, ontving cle Financieele Cani-
missie opdracht, de finailcieele kanten van het vraagstuk te
bestudeeren, terwijl de Raad er zich zorgvuldig voor wacht-
te een beslissing te nemen in de kwestie, of hij eenige ver-
antwoordelijkbeicl zou kunnen aanvaarden voor een op-
lossing van het vraagstuk. Daarna werden alle verdere
discussies over dit onderwerp verdaagd tot Woensdag 6
September, ten einde cle Financieele Commissie in de gele-
genheid te stellen, voortgang te maken met haai- werk, en
terzelfcler tijd Mgr. Seipel, die persoonlijk den toestand
van zijn land wenschte uiteen te zetten, den tijd te geven
zich te Geneve bij de Oostenrijksche delegatie te voegen. Op
6 September deed de Oostenrjksche Kanselier zijn beroep op den Bond in een openbare zitting van den Raad.
Hij zette den wanhcpigen toestand van Oostenrijk uiteen,
en toonde aan, dat het noodzakelijk was een waarborg te
vinden voor een leening, die zou moeten dienen om de her-
vormingsperiode dooi- te komen. Hij wees op de noodzake-
lijkheid, zekere beperkende bepalingen op te heffen waar-
onder de Oostenrjksche handel gebukt gaat. Hij voegde hier-
aan toe, dat het land bereid was, als onderdeel van zulk een
steunactie een contrôle-systeem te aanvaarden, en ver-
klaarde dat naar zijn meaning Oostenrijk, dank zij dezen steun, spoedig in staat zou zijn op economisch gebied in
eigen behoefte te voorzien. Hij eindigde echter met de em-
stige waarschuwing, dat indien dergelijke hulp achterwege
bleef, de toestand in Oostenrijk een dreigend gevaar zou op-
leveren voor clan wereldvrede, en dat het de plicht van den
Volkenbond was, dit gevaar onder de oogen te zien en te
trachten het af te wenden.
Hierbij dient in herinnering te worden gebracht, dat de
Oostenrijksch vertegenwoordiger, op het oogenblik dat hij
deze rede hield, en ook tijdens de latere zittingen van den Raad en de speciale sub-commissie van den Raad, daarbij
tegenwoordig was als Raadslid, met dezelfde rechten als cle
andere leden, overeenkomstig art. 4 van het Volkenboncls-
statuut, waarbij bepaald wordt, dat ,,ieder lid van clan Vol-
kenbond, die niet vertegenwoordigd is in den Raad, zal
u

orclen uitgenoodigd een vertegenwoordiger te zenden, te]-
ken male dat een kwestie waarbij de belangen van dit lid in het bijzonder betrokken zijn, voor den Raad wordt ge-
bracht.”
De Raad noodigde eveneens Tsjechoslowakije uit (dat
zich door zijn eersten minister Dr. Benes deed vertegen-
u’oordigen) om aan de besprekingen over deze kwestie deel
te nemen. Een sub-sommissie (Oostenrijksche commissie)
werd ingesteld, met de opdracht de verdere werkzaamheden
te leiden. Deze commissie bestond uit vijf raadsleden, te
weten Lord Balfour (Groot-Brittannië), die verzocht werd
het voorzitterschap op zich te nemen, Hanotaux (Frank-
rijk), Markies Imperiali (Italië), Dr. Benes (Tsjechoslowa-
kije) en Mgr. Sempel (tijdens zijn afwezigheid vervangen
door Dr. Grünberger, de Oostenrijksche minister van Bui-
tenlandsche Zaken).
Uit de samenstelling van deze commisie blijkt, van hoe
groot belang de Raad deze kwestie achtte. De commissie
heeft voortdurend een leidende rol gespeeld. Vanaf haar
instelling tot 4 October, den datum waarop de protocollen
onderteekend werden, heeft zij twaalf zittingen gehouden.
Aldus viel de taak om de tot nu toe afzonderlijk gevoerde
besprekingen te leiden, ten deel aan één enkele commissie,
die samengesteld was uit vertegenwoordigers van alle meest
belanghebbende mogendheden, terwijl twee dier mogendlie-

8
November
1922

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

963

den vertegenwoordigd waren door hun eerste-ministers.
De samenstelling van de commissie en cle organisatie van
haar werkzaamheden zijn een karakteristiek voorbeeld van
de werkwijze van den Volkenbond. De commissie heeft
voortdurend de hulp ingeroepen van de technische organi-
saties van den Bond. Na de op te lossen vraagpunten nauw-
keurig te hebben geformuleerd, verdeelde de commissie deze
punten onder de verschillende commissies van deskundigen,
die tot haar beschikking stonden. Het advies van cle Finan-cieele commissie beperkt zich tot dit programma, en omvat
een volledig plan voor financieelen steun en administratieve
reorganisatie.
In samenhang met hetzelfde programma onderzocht de
economische commissie, welke economische maatregelen be-
hoorden te worden aanbevolen.
Tegelijkertijd werd omtrent de juridische kwesties, die
gedurende de werkzaamheden rezen, het advies ingewonnen
van een juridische commisie, die voor een gedeelte samen-
gesteld was uit experts van de verschillende delegaties, ca
voorts uit permanente medewerkers van het Volkenbonds
secretariaat.
i)e commissie zelve behandelde den politieken kant van
de kwestie, en had tevens de algemeene leiding der werk-
zaamheden van de verschillende commissies. Zij nam daar-
toe kennis van de voorloopige rapporten, die deze commis-
sies gedurende den loop hunner besprekingen inzonden. De leden van de financieele commissie
i)
en die der an-
dcie commissies, die hun medewerking verleenden, traden
op, niet als vertegenwoordigers hunner respectieve I{egee-
ringen, maar in de kwaliteit van deskundigen, uitgenoodigd
door den Volkenbond, om hun technisch advies te geven.
]9tinne rapporten hielden dus voor hunne Regeeringen niet
de verplichting in, om de daarin gedane aanbevelingen op
te volgen. Maar de leden van die commissies waren niette-min in staat, met kennis van zaken de waarschijnlijke hou-
ding van hun respectieve Regeeringen ten opzichte der ver-
schillende problemen te beoordeelen. Bovendien was op (lat
zelfde oogenblik de Volkenbondsvergadering bijeen, waaraan
de vertegenwoordigers der belanghebbende Regeeringen deel-
namen. Dit waren gunstige voorwaarden voor de uitwei-
king van een doeltreffend en tevens aannemelijk plan.
Hierdoor was het daarenboven mogelijk om aan de verte-
genwoordigers van alle Regeeringen, wier hulp gevraagd
werd, zonder verlies van tijd, uiteen te zetten waarom het
voorstel juist in dezea vorm werd gedaan.

Het rapport van de financieele commissie.

De financieele commissie werd in de eerste plaats ver-
zocht, gezamenlijk met de vertegenwoordigers van Oosten-
rijk na te gaan, welke maatregelen nuttig en noodig zouden zijn om het budget in evenwicht te brengen; binnen welken
tijd deze maatregelen het verlangde resultaat zouden kun-nen opleveren en ten slotte het bedrag in goud vast te stel-
len van het tekort, waarop men onvermijdelijk zou moeten
rekenen gedurende de overgaugsperiode.
De commissie antwoordde, dat de voornaamste bezuini-
gingen verkregen dienden te worden door middel van een
reorganisatie der staatsindustrieën, en door vermindering
van het aantal staatsambtenaren. Zij merkte op, dat op
het oogenblik op de staatsondernemingen een jaarljksch
verlies van 170 millioen goudkronen wordt geleden
( 7.800.000). Alleen cle spoorwegen werken met een verlies
van 124 millioen ( 5.700.000), voornamelijk omdat de loo-
nen en salarissen automatisch stijgen met de kosten van
levensonderhoud, terwijl de tarieven slechts
een vijfde
ge-
deelte bedragen van wat zij, volgens dienzeifden standaard
berekend, zouden moeten zijn. Dit tekort client binnen twee
jaar te verdwijnen en gezien den belangrijken doorvoerhan-del, moeten de spoorwegen later zelfs winst kunnen maken.
Wat het aantal ambtenaren betreft, vestigt de commissie er de aandacht op, dat Weenen, als hoofdstad van een land
met 6 millioen inwoners, thans meer ambtenaren telt dan
toen het nog de hoofdstad was van een keizerrijk van meer
dan 50 millioen zielen. De commissie is van oordeel dat
binnen een tijdsverloop van twee jaar, een derde gedeelte
der hieruit voortvloeiende uitgaven kan worden bezuinigd,
wat een bedrag vertegenwoordigt van 130 millioen goudkro-
nen ( 6.000.000). Door de invoering dezer maatregelen zal
de gewone begrooting teruggebracht kunnen worden tot een
bedrag van 237 mill. goucikronen of ongeveer £ 10.900.000.
Tegelijkertijd dient de opbrengst der belastingen gelei-
delijk verhoogd te worden en in twee jaar op 237 millioen

1)
De leden van de financieele commissie, die aan deze
beraadslaging deelnamen, waren de heeren: Janssen, pre-
sident, Arai, Avenol, Sir Basil Blacket (later vervangen
door Mr. Fass), Dr. Pospisil, Sir Henry Strakosch en de
heeren Maggiorino Ferraris en Sarasin, speciaal aan de
commissie toegevoegd.

goudkronen gebi

acht, waardoor de begrooting in evenwicht
zou zijn. Het budget zou zelfs in de toekomst een over-
schot kunnen vertoonen. Echter moet men gedurende deze
periode van twee jaren, zoolang de vermindering van uit-
gaven en vermeerdering van inkomsten nog niet geheel is
verwezenlijkt, rekenen op een totaal tekort van 520. mii-lioen goudkronen ( 24.000.000) of op 650 millioen goud-
kronen ( 30.000.000) indien men in aanmerking neemt de gelden noodig voor de terugbetaling van de gedurende dit
jaar gedane voorschotten, waarop niet van toepassing is
het uitstel, dat voor de vroeger verleende credieten is toe-
gestaan. Daarna werd de commissie verzocht, mede te deelen, welke
onderpanden Oostenrijk ter beschikking zou kunnen stellen
als waarborg voor particuliere credieten. Het antwoord was, dat afgezien van het zoutmonopolie en de bosschen, (die als
waarborgen zullen dienen voor de nieuwe circulatiebank),
de ontvangsten van de douanen en het tabaksmonopolie
beschikbaar zouden zijn om een leening te garandeeren;
als het uoodig mocht zijn, zou de grondbelasting eveneens
voor dit doel kunnen dienen. Na invoering der noodige administratieve hervormingen zullen de douanen en de
tabak een jaarlijksche opbrellgst van 80 niillioen goudkro-
nen opleveren ( 3.700.000) wat meer is dan het bedrag,
naar schatting noodig voor de rente en aflossing van eed
maximum leening van 650 millioen goudkroneu). De commissie was dus eenstemmig van meening, dat deze
onderpanden ruimschoots voldoende zijn voor het garan-
cleeren van de voor de overgangsperiode benoodigde credie-
ten, echter op één voorwaarde, nl. dat de voorgestelde her-vormingen worden ingevoerd en dat zoowel de binnen- als
buitenlandsche orde gehandhaafd blijft.
Nadat de financieele zijde van het probleem aldus in
groote lijnen was aangegeven, heeft de Financieele Commis-sie in bijzonderheden de middelen bestudeerd, waardoor men
gedurende de twee overgangsj aren het tekort zou kunnen
dekken en de wijze waarop de contrôle op de invoering der
hervormingen en op het beheer der onderpanden voor de
leening moest worden georganiseerd. Het zal gemakkelijker
zijn, een overzicht te geven van de aanbevelingen der Finan-
cieele Commissie in dezen, na eerst de daarop gevolgde onder-
handelingen te hebben uiteengezet.
Toen de Financieele Commissie haar rapport inleverde,
gaf zij tevens te kennen, dat geen enkel plan op zichzelf
alleen voldoende kon zijn om Oostenrijk te redden. Want
naast de financieele kwestie en de kwestie van de begroo-
ting heeft men rekening te houden met het voornaamste
punt: de economische toestand. Zelfs als Oostenrijk erin
slaagde voorloopig zijn financieele positie te herstellen, zou
deze verbetering niet duurzaam kunnen zijn, en zou het
land niet aan de behoeften van zijn tegenwoordige bevol-
king kunnen voldoen, tenzij de productie vermeerderd wordt
en aangepast aan de tegenwoordige omstandigheden, zoo-
dat zoowel de handelsbalans (met inbegrip van den onzicht-
baren uitvoer) als de begrooting in evenwicht worden ge-bracht. De handelsbalans is op het oogenblik zeer ongun-
stig, maar deze toestand is slechts ten deele een gevolg van
de inflatie en de desorganisatie van het muntstelsel. Het is•
dus van het hoogste belang alle mogelijke maatregelen te
nemen, ten doel hebbende deverbetering der internationale
handelsrelaties, de ontwikkeling van Weenen als opslag-
plaats en centrum voor den doorvoerhandel, en voor finan-
cieele transacties. Ook moet buitenlandsch kapitaal aange-
moedigd worden zich te interesseeren voor de ontwikkeling
der natuurlijke hulpbrounen van het land.
Maar deze kwesties vallen buiten het gebied van de
Financieele Commissie. Als men een juiste financieele poli-
tiek volgt, zal de economische toestand van Oostenrijk van-
zelf in evenwicht komen, 5f doordat de productie zal toe-
nemen en groote lagen der bevolking productief werk zul-
len aangrjpen, 5f doordat de economische druk de bevol-
king zal doen emigreeren, of haar tot ellende zal brengen.
In het ergste geval zou dit laatste nog te verkiezen zijn
boven een algeheele chaos en verarming van het grootste
gedeelte der bevolking in de steden, als noodzakelijk gevolg
van het voortduren der tegenwoordige financieele desorga-
nisatie, waardoor elke grondslag voor een economische sta-
bilisatie wegvalt.

J)e economische commissie.

Tegelijk onderzocht de economische commissie
1)
van den
Volkenbond, of zij maatregelen kon voorstellen ter bevor-
dering van het in evenwicht brengen van de handelsbalans,
wat een groot probleem op zichzelf is. De commisie kvain
tot de overtuiging, .dat het plan van de finaneieele corn-

1)
De economische commissie vormde voor dit doel een
speciale sub-commissie, bestaande uit de heeren: Serruys, Dvoracek, Guarneri, Heer en Sir Herbert Llewelyn Smith.

964

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

8
November 1922

missie cle basis moet
zijn,
waarop langzamerhand de econo-
mische reconstructie kan worden opgetrokken. Voor het
oogeublik heeft zij zich dus beperkt tot het doen van enkele
voorloopige aanbevelingen.
In de eerste plaats erkende zij, dat de oorzaken, ten ge-volge waarvan de aanbevelingen van Porto Rose nog niet
geheel in practijk zijn gebracht, nog altijd bestaan. Daarom
beval zij Oostenrijk aan, verdragen met elk der successie-
staten te sluiten op zoodanige wijze, dat deze verdragen
zooveel mogelijk in overeenstemming zijn met het Protocol
van Pörto Rose, maar met dien verstande, dat elk verdrag
zich aanpast aan de speciale omstandigheden waarin het
voorziên moet.
In de tweede plaats gaf de commissie wat betreft de
staatsbedrijven haar instemming te kennen met de opinie
der financieele commissie, en drong erop aan, dat de
Oostenrijksche Regeering zal overgaan tot hervorming zon-
wel van den binnenlandschen economischen toestand als van de wijze waarop de buitenlandsche handel wordt ge-
dreven.

Het laatste stadium der onderhandelingen.

Intusschen had de Oostenrijksche commissie zelve een
politieke verklaring opgesteld, ten doel hebbende het ver-
trouwen in de politieke en economische integriteit van
Oostenrijk te herstellen. Alle bijzonderheden van het plan
zijn aldus geleidelijk uitgewerkt met toestemming van de
verschillende Regeeringsvertegenwoordigers, en op 30 Sep-
tember, den laatsten dag van de Volkenbondsvergadering,
kon de Raad medecleelen, dat hoewel het plan nog niet geheel
gereed was, hij alle hoop had, dat de definitieve tekst bin-
nen eenige dagen door alle belanghebbende mogendiiëden.
zou worden onderteekend.
Dit resultaat werd op Woensdag 4 October bereikt. Frank-
rijk, Groot-Brittannië, Italië, Tsjechoslowakije en Oostn-
rijk onderteekenclen drie protocollen, die met de annexen;
waaronder het rapport van de financieele commissie, het
plan van den Raad vormen. J.
ARTHUR SALTER,
Directeur van de Economische en Financieele Afdeeling van het Volkenbondssecretariaat.
LONDENSCHE CORRESPO WDENTIE.

De nederlaag der Labour Party bij

de
gemeentelijke
verkiezingen; de strijd

om de kapitaalheffing; de toelating van
Canadeesch vee; de toestand in den
landbouw; de Australische wisselkoers;
het rubbervraagstuk.

Onze Londensche correspondent schrijft ons d.d.
4 November 1922:

The Asquith Government was turned out during
the war very largely by the simple device of placard-
ing London and the provinces with the words
,,IY[uddle! Muddie! Muddie!” They serve to deseribe
accurately enough the state of mmd of partjes and
electors faced with the p011 on Nov. 15. It is be-

coming ever clearer that whoever does win this
election, it will have been won on grounds which
have nothing to do with the policies put forward,
but owing to the obscure workings of the human soul.
Nobody seems to know how people will vote: the
electoral position is extraom-dinarily dark.

For the moment the right is jubilant, owing to
the heavy defeats of t h e Labour Party in t h e municipal elections
which have been held this week, and which have
resulted in Labour losing come 300 seats. In some
districts, where the working classes are in a dear ma-

jority, the whole of the Labour members have been
turned out. The influence of the reckless financial
policy followed by the Poplar Labour majority under
the semi-Communist influence of Mr. George Lans-
bury has wreeked the chances of the Labour Party
in municipal affairs for the next three years. Senti-
menttold against the party: though, to do its repre-
sentatives justice, they were faced by a very diffic alt
task. The distress was heaviest in just those districts
where the rateable capacity was lowest: and thus it was easy to make great play with the supposed
extravagance of the Labour councils, when, as a mat-

ter of fact, they. had to impose heavier local taxation
in order to raise a smaller sum proportionately. The

effect is bad, because it will mean that no check will
now be placed on the cutting down of such activities

as the Maternity and Ohild Welfare movement, which

bas done something to stem the worst effects of the

prolonged period of depression through which we
have been passing.

Insofar as this election is being fought .upon

rational issues at all, t h e f i g h t o v e r t h e

capital levy is taking the first pla-

c e. This, as 1 mentioned last week, is the main fi-

nancial plank of the Labour Party, and is being

denounced with fierceness by all the middle-class paz-

ties. Not that there is very much argument involved,
it is so much easier to shout confiscation than to

face the issue in a scientific spirit. Prof. Pigou and

Sir Josiah Stamp are both doing this in the columns

of the ,,Times”, but of course their reasoned state-
ments never penetrate to the great mass of the voters

at all. The trouble is that all this worked up in-
clignation is preventing the country from asking it-self what it means to do with the burden of the war-

debt: the new Ohancellor the Exchequer has al:ready

had to admit that it will be as much as he dan do to
balance this year’s Budget on the existing scale of
taxation, and that it is impossible to anticipate ze-

ductions of taxation in the near future. Now i.f the
Labour Party had had the sense to bring out this

aspect of the .matter, they might have had a chance;

as it is, their proposals look so much like a piece of

class favoritism, that it is likely to lose them much

support.

Meanwhile, the real issues which devour Europe
are hardly mentioned: the somewhat lame attitude

of the new Premier towards the question of repa-

rations is all we have heard on this matter so far.
But the inclusion of so many ,,Die Hards” in the
Oabinet is not a very reassuring sign that this all
important subject will receive adequate treatment by

the new Government, and all that one can say is

that the temptation to rush to extremes is mitigated

by the indifference of the public. That the present

Government is imbued with sounder views a u f o ii d
than its predecessor can hardly be admitted. Al-
together, then, with the main question shelved, and

with the likelihood of a majority in Parliament, pro-

tectionist in view, even if not prepared to put those
principles to the test immediately, there is not much
room for optimism.

This morning’s papers contain the terms of the
agreement between the British and Canadian Go-

vernments relative to t h e a d m i s s i o n o f 0 a-

n a d i a n c a t t 1 e. This question can now be ze-
garded as completely solved, since the Ohambers of
Agriculture have decided not to oppose future legis-
lation or press for an alteration of policy: a sigri
that the state of public opinion is too dear to per-
mit of any doubt. The agreement provides for direct

shipment, for quarantine for the cattle before chip-

ment, and daily inspection of the cattie during
transit, whilst there are to be specified places of
entry only, with further examination upon entry.

The admission of stock capable of breeding is not

covéred by this agreement: before such cattie can be
admitted an order must be placed before both Houses
of Parliament, and ceases to be of effect if a motion
is carried against it. Canadian and British con-
ditions of entry are to ho reciprocal, and it is agreed

that the conclitions arrived at are not to be restricted to the admission of Canadian cattle, but are to apply
to the admission of the stook of other portions of

the Empire.

Meanwhile, there is considerable alarm, not only
in Conservative circies, but also in the Labour and

Liberal camps, at the immediate outlook
for British agriculture. Wages are stili
falling in the rural districts: and the fail in the
price of wheat has made the task of the arable far-

8 November 1922

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

965

nier almost impossible. The only advice which even

the experts cnn give at the moment is to turn from
arable to grass, but this involves cutting down the

demand for agrieultural labour, and it is not easy

to see how at the moment the industries of the
country are to absorb the displaced men, likely as
these are to be the less efficient men in any case.

It is said that the Labour Party has a much hette
chauce in the rura] distriets than in the urban ones,

for the labourers resent the abolition of the Wages

Boards, which gave them some protection.

Proposals are again floating about

with regard to

the Australian exchange: Last year the

tendency

was for the Australian Banks to find

themselves without adequate funds in London, and
they had the greatest difficulty in financing exports

to Australia. Now they are the exact opposite: the
heavy wool shipments and the high prices of
wool have given them very large balances in London,

vhjlst there is no reverse movement of remittance

to even things up. It is again proposed that the
Austialian Government shail amend the couditions
of the note issue so as to allow the issue of notes in

Australia against sterling deposits in. London. Were

this accepted, we would have the gold exchange
standard system working between this country and
.Australia, which would not be at all a bad thing.
The adoption, of the proposals of the Stevenson

(ommittee on Rubber Restriction by the
Oolonial Office has produced a sharp passage of arrns
between the Rubber Growers and the India Rubber
Manufacturers Association: the latter attacking the
whole. scheme. as nu encouragepient to inefficiency.

The R. G. A. in their reply stand to the proposals en
the ground that it will still be in the interests of the
individual planters to exeercise efficient methods of
production, whilst it is not to the interest of the users
cither to have a fluctuating price, or run the danger
of a rubber famine in a few years time when trade

shail have again revived.

AANTEEKENINGEN.

Index cii f er s
V 00
r de bedrijvigheid in

landbouw en veeteelt, rnnbouw en in-

dustrie der Vereenigde Staten.’)
– De
cijfers voor mijnbouw en industrie vertoonden in Juli

over ‘t algemeen een daling, ten deele een seizoenver-
schijnsel, ten deele gevolg van de ongeregelde toestan-

den in het land. In Augustus daarentegen werd de stij-

ging voortgezet. De aanvoeren van tarwe bleven in
beide maanden bij die van de overeenkomstige perioden

van het vorig jaar ten achter, die van rogge bleven in
Juli bij de
Juni-cijfers
achter, om echter in Augustus

buitengewoon groot te zijn.

De
bedrijvigheid
in de textielnijverheid vertoonde
in Augustus een aanzienlijke toeneming. De consump-

tie van ruwe katoen in deze maand was de grootste

sinds Juni 1920. Ook de consumptie van zijde ver-
toonde een uitgesproken stijging en kwam op een punt,

dat sinds Januari 1920, de maand, waarover voor ‘t
eerst cijfers werden verzameld, niet meer bereikt was.
I)esniettegenstaande nam de voorraad ruwe zijde in
Augustus nog met 5041 balen toe.

De productie van anthraciet vertoonde in Juli een

geringe stijging bij Juni vergeleken, doch was even-
als in die maand en in Augustus onbeteekenend. Min-
der invloed had de staking der mijnwerkers op de
productie van bitumineuze steenkool, die echter met 1.7.030.000.tons in Juli toch nog slechts 56 pOt. be-
drdeg van die in Juli 1921 en in Augustus hier maar
weinig bovenuit kwam.

De productie van ruwe petroleum overtrof in Juli
die van Juni met meer dan een millioen barrels en
‘die van Juli 1921 met ongeveer 6.000.000 barrels. Het
aantal nieûwe, produceerende bronnen vertoont sinds
September 1921 een voortdurende stijging
en bereikte

in Juli het
cijfer
1198. In Augustus daalde de pro-
1nctie eenigszins, terwijl de voorraden toenamen. De
Juli-productie van gasoline was de grootste tot dus-
verre ooit bereikte.

De ruwijzervoortbrenging steeg in Juli een weinig,
doch daalde in Augustus
aanzienlijk,
die van stalen
i ngots daalde in beide maanden. De staat van onuit-
gevoerde orders der Steeltrust bleef, gelijk bekend,
stijgende cijfers vertoonen. De automobielnijverheid
iapporteerde zoowel voor personen- als vrachtauto’s
cijfers, slechts door die van Juni 1920 overtroffen.

‘) Zie pgn.
799
van clezen jaargang.

..r.

L.1

êliI

I
.
I

!111


T:

som
IM.

ai•_-

IU_
iVflI_

____

mom

11IAI
11

ii

1!
_JWILJ1


____
_

0
om
Ii
iiW
1
J
1
_I

___________________

1

mom

IMMIUIUINIUIUUIUIflNUI

__________________

966

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

8 November 1922

Na een daling in Juli vertoont het aantal geladen

spoorwagens een stijging van
9
pCt. in Augustus,

daarmede aanzienlijk boven het cijfer van Augustus
1921
uitkomende. In Juli kon het toenemend graan-

vervoer de daling in het kolentransport slechts tei

deele compcnseeren, in Augustus droegen graan, vee,

kolen en hout alle tot de stijging bij, terwijl voor erts

het hoogste
cijfer
sinds October
1920
bereikt werd.

Het bedrag der gegunde aanbestedingen was in

Augustus wat geringer dan in
,Tuli,
doch zoowel aan-
tal als waarde der verleende bouwvergunningen ste-

gen. De productie van cement en vuurvaste steen was

in Augustus grooter dan in Juli.

Aanvoeren van agrarische producten.

(Maandeljkach gemiddelde van-1919 = 100.)

Datum.

c.-.

Cd
E
bo
.

Fa,
2

1921
105.0
96.5
97.9
110.8
94.6
195.7
73.9
66.7
77.1
95.5 297.4
76.4
77.5
57.8
137.4
181.1
April ……….
66.3
74.2
60.5 51.3
175.1 24.1

.

16.7

77.3
71.7
67.4
139.0
8.9

Januari ……

Februari

…….81.1

81.9 96.0
57.8
183.3
4.1

Maart

………79.4
..

68.1
151.9
52.7
123.8
12.1

Mei

………..73.6
Juni

………..82.2

Augustus ……
85.4
195.5
56.0
86.4
54.7
Juli

………..93.4

September ……
.
115.3
85.9
151.6 114.7
979.9
79.3
October ………
130.9
.
107.0 121.3 195.3
69.9
107.6

November …….
104.6
99.2
65.3
163.2
34.7
188.4
92.4
82.0
79.0
133.4
83.6
69.5
December …….

1922
Januari ……….
88.9
91.8
83.8 76.8
96.1
113.2.
77.7
76.5
92.3
43.3 55.5
101.2
79.2
73.0
42.8
130.4 27.5

.

06.7
2

71.8
49.6 37.0
103.0
5.5

Februari

……..

90.2
92.5
50.1
105.7
3.9

Maart

………70.7
April ………..57.4

88.7
77.1
43.0 93.8
1.5
Mei

………..82.6
Juni

………..75.1
81.2
106.4
33.4
59.3
12.3
Juli

………..79.8
Augustus

…….
96.5
153.8
48.3
43.1
55.22

Combinatie van 14 onafhankelijke reeksen.

Gedeeltelijk geraamd.

Minerale productie.

(Maamdelijksch gemiddelde van 1919 = 100.)

Datum.
.
.

1921
102.8 105.5 100.8 120.3
94.8
80.0
65.9
79.5
87.5 80.8
104.8 111.2
76.0 71.2
45.2
73.4
Januari

…….

86.8
79.6
100.8
130.2
62.6
83.0
40.0
76.6
78.7
72.2
104.8 127.3
46.8
47.6
42.1
69.0
84.7
87.3
102.0
133.2
47.9 22.6 45.9 72.9
Juni ……….
83.9
88.7
105.9
128.4
41.8
18.1
49.5
74.8
76.7
79.6
95.9
128.1
33.9
16.6
39.4
73.4

Februari ……..

Mei

…………

Augustus

..
82.8

.

90.5 97.9
130.1
37.4
19.9
37.2
82.7

Maart

……….
April

………

Juli ………..

September
81.6
91.9 96.9
116.3
38.7
19.5
36.6
79.5
93.9
114.6
103.1
113.2
48.9
22.9
37.0
83.0
November
86.0 94.2
93.3
120.0
55.5 20.8 53.8

December
82.0
81.1
81.4
133.3
64.7 17.3
56.0

October

………

1922
90.0 98.5
85.1
137.1
64.3
24.1
60.3

Januari

………
95.1
107.3
92.0
130.8
63.9 34.8
57.3

117.1
131.5
119.1 149.1
79.9
57.6
67.5
118.6
58.6
41.3
0.3
141.9
81.3
71.3
65.6
103.5

Februari ……..

67.9
53.1
0.6
147.7
90.5 82.6
69.8
89.0

Maart ………
April

………

Juni ……….
70.6
58.4
1.1
143.8
92.6
92.7
72.6
90.4
Mei

…………
.
65.4
44.5
1.6
148.0
94.2
85.0
81.2
84.4
Juli

………..
Augustus
67.5
58.3
2.2
147.1
71.1
94.2 79.9
97.5

i) Coiubinat.ie van 7 onafhankelijke reeksen.

Industr.ieele productie.

(Maaindeljksch gemiddelde van 1919 = 100.)
Datum.
F.

.
.,.

1921
Januari..
84.5 87.6
67.7
87.8
127.7
72.0
63.5 88.2
87.8
Februari..
77.4
69.6
75.7
79.5
106.8
73.1
62.8
77.4
94.1
Maart

..
87.8
62.5
89.3 84.4
113.0
90.8
72.0
88.1
106.1
April….
83.1
48.3
87.5
81.7
113.8
91.5 75.8 84.0
95.5
Mei

….
84.4
50.3
100.4
72.4
114.7
95.0 83.2 82.2 99.3
Juni

….
87.1
39.9
89.6
70.2
110.1
101.9
81.1 85.1
106.8
Juli

.. ..
80.1
31.9
85.3 65.6
108.3
94.5 76.3
85.5
100.6
Augustus.
90.7
45.3
99.7
75.6
110.6
103.4
85.7 98.5
117.2
September
90.2
46.7
92.9
78.6
110.2
105.5
80.3
92.8
111.6
October..
94.6
64.3
103.1
90.8
119.7
104.8
86.2 99.8
115.8
ovember
89.5
66.0
100.7
95.8
117.1
100.4
90.9 89.4
102.9
December.
81.3
56.8
92.2 94.7
119.6 99.7
93.0
85.2
76.8
1922
Januari..
87.0
63.4
100.7
95.0
119.0
112.2
88.2
91.3 90.6
Februari..
81.4
69.3
95.4
90.0
119.0
96.8
78.1
88.5 83.8
Maart

..
90.9 94.3
102.5 108.4
123.9 107.6
78.5
96.5 98.4
April..
84.7
97.0
98.1
164.3
124.4
91.3
70.7
84.9 89.6
Mei

.. ..
98.1
107.8
121.1
112.3
132.2
108.9
70.4 96.8
108.1
Juni

..

104.8 104.4
110.6

107.4
72.4
98.9

Juli

….
95.3
98.9
104.3
99.9
146.2
95.0
72.1
97.5
114.8
Augustus.
104.62

88.1
119.3
2

110.7
141.2
115.7
69.7
104.5
134.1

Combinatie van 34 onafhankelijke reeksen.
Gedeeltelijk geraamd.

BOEKAANKONDIGING.

Handboek voor de kennis van Neder-
land en Koloniën,
samengesteld met me-

dewerking van verschillende Departe-
menten van Algemeen Bestuur en uitge-
geven door het Departement van Bui-
tenlandsche Zaken (Directie van Econo-

mische Zaken).

Den Haag. –
1922. XVIII
en
602
blz.

Met 53 deels gekleurde kaarten en af-
beeldingen. Gr. Svo.

Dat onze regeering op het standpunt staat, dat op
het gebied der economische voorlichting de Staat nog steeds een taak van beteekenis naast de werkzaamhe-
den van belanghebbenden heeft te vervullen, bleek op

17 Mei jl. nog weer uit het antwoord, dat Minister
van Karnebeek in de Eerste Kamer aan de heeren
Cremer en Blomjous gaf, toen deze op versobering
der staatsbemoeiing op dit gebied hadden aangedron-
gen.
Als een uiting van het streven naar betere voor-
lichting van het buitenland ligt thans het hierboven
genoemde ,,Handboek” voor ons, dat een samenvattend
overzicht bevat van de bronnen van ‘s lands welvaart
en van de organen van het maatschappelijk verkeer.
De vraag
rijst
in de eerste plaats, of aan een der-
gelijk geheel nieuw werk behoefte bestond en vervol-
gens of een boek van dezen opzet het beste aan het
gestelde doel beantwoorden zal. Onwillekeurig denkt
men aan Everwijn’s bekende werk en vraagt zich af
of dit bijgewerkt tot op heden en uitgebreid met
hoofdstukken over verkeerswezen, geld- en fondsen-
handel, landbouw, veeteelt en zuivelindustrie niet even
goed of beter dienst had kunnen doen dan het onder-
havige ,,llandboek”.
Deze beperking tot het eigenlijke bedrijfsleven,
waarmede gepaard had kunnen gaan verstrekking van
gegevens, noodig voor de beoordeeling der crediet-
waardigheid van Nederland door onze huidige en even-
tueele, toekomstige crediteuren, ware voldoende ge-
weest. Het ,,Handboek” bestrijkt een ruimer terrein,
doch bevat daardoor hoofdstukken en beschouwingen,
die althans voor de economische voorlichting van het
buitenland slechts van problematieke waarde schijnen
te zijn. Gedacht wordt hierbij b.v. aan de beschouwin-
gen over de bewoners van ons land, hun afkomst en
karakter, over de volksgezondheid, de sociale politiek,

8 November 1922

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

967

aan die over ons financieele systeem, welke een groot

deel beslaan van het hoofdstuk over de Staatsfinan-
ciën. Het kan intusschen zijn, dat van een behoefte
aan mededeelingen van dezen aard gebleken is. Een

enkel woord ter toelichting ware dan echter wel op
zijn plaats geweest.

Zal nu, afgezien van het bovenstaande, het werk de taak, waarvoor het bestemd is, kunnen vervullen? On-

getwijfeld heeft het eigenschappen, die tot een bevesti-
gend antwoord zouden kunnen doen neigen. Toch zijn

er bedenkingen.

In de eerste plaats: van welk nut zal het
zijn
voor
dat
belangrijke
deel van ons consulaire corps, dat de

Nederlandsche taal niet machtig is? Verder blijft,
mede
ongetwijfeld
door het groote terrein, dat de in-
houd bestrijkt, de behandeling der stof in diepte her-
haalde malen bij ,,Everwijn” ten achter, terwijl boven-
dien het verband tussehen de belangrijkheid der onder-werpen en de ruimte, die hun behandeling beslaat, meer

dan eens zoek is. Aan de droogmaking der Zuiderzee, toch geheel toekomstmuziek, worden 14 pagina’s ge-
wijd. De textielindustrie, een onzer belangrijkste tak-
ken van exportuijverheid, moet het daarentegen met

5 pagina’s stellen, de margarineindustrie, minstens
even
belangrijk,
wordt in zegge 13 regels ,,behandeld”.
Aan het Burgerlijk Luchtvaartverkeer daarentegen
zijn 18 pagina’s ingeruimd! Over de sigarenindustrie
als esportnijverheid leest men: ,,ongeveer 215 siga-
ronfabrieken werken op groote schaal voor export,
naar alle deelen der wereld.” En zoo is er meer. Een
behoorlijke behandeling viel daarentegen aan water-
wegen en havens, zeescheepvaart en bankwezen ten
deel.
De cijfers en gegevens van ,,Everwijn” loopen
slechts tot
1906.
Dat er ten bate der economische voor-
lichting dringend behoefte bestond aan een samenvat-
teude publicatie, waarin vooral de latere ontwikke-
ling geschetst wordt, is dan ook moeilijk voor tegen-
spraak vatbaar te achten. Het ,,Handboek” voorziet
dus zeker in een leemte, ook al had deze op de boven
uiteengezette gronden wellicht op meer gelukkige
wijze aangevuld kunnen worden.
W.

MAANDCIJFERS.

EMISSIES IN OCTOBER 1922.
Provinc. en Gemeentelijke leeningen
f
22.794.710,-
zijnde:
Soerabaia
f
6.000.000,- 6
%
obi.
931/ 0/0.
‘s-Hertogenbosch f2.500.000,-
5112 0/
obi.
a
98
O
l
o.

Amsterdam
f
14.625.000,-
5
1
1
2
01
obi.
.
96
0/o

Semaraugf 747.000,- 6
0
/s ob1.f93
0
/0.

Industricele Ondernemingen …….
,

85.000,-
zijnde:
i’ierre Hustinx Zeeplabrieken

f
85.000,- aand.
a
100
0
/0.

Totaal
….
f
22.879.710,-

Totaal der emissies in Januari
..
f
35.581.700,-
Februari
.
,,
12.702.500,-
Maart
….
,,
89.233.000,-

April …. ..

30.630.570,-

Mei ……
,,

22.772.340,-

Juni
….
,,

5.110.000,-
Juli ……
,,
148.747.500,-
Augustus..
,,
1.700.000,-
September.
,,
54.500.000,-
October
. .
,,
22.879.710,-

Algemeen Totaal
. .
f
423.557.320,-

Bovendien:

f
64.130.000,- 3/in. Schatkistpromessen
Ii
f
990,-
26.450.000,- 6/in.

,,

,, ,,
980,39
14.793.000,-
4
1
1t
°Io
Schatkistbiljetten
,,
,,1000,- terwijl voorts ook hier te lande gelegenheid bestond tot
inschrijving op de uitgiften van Holland-Canada-Hypotheek-
bank Can.
$
400.000,- 6
0/
pandbrieven 0. 100 °/o en
N.V. Hollandsch-Duitsche Hande!bank Mrk. 60.000.000,-
aand. 0. 200
0/
benevens Mrk. 800.000.000,-4
0/
oh!. 0.100
Ol
o.

STATISTIEKEN EN OVERZICHTEN.

N.B.
***
beteekeut:
Cijfers nog niet ontvangen.

GELDKOERSEN.

BANKDISCONTO’S.
d (Disc. Wissels.
4 18Juli ’22
Zweeds.R.ksbk 5
10Mrt.’22
Rk Bel.Binn.Eff.4
18Juli
’22 Bk. v. Noorw.. 5
17Aug.’22 lVrsch.inR.C. 5
18Juli ’22
Zwits. Nat. Bk.
3
1
2tiirt. ’22
Bk. van Engeland 3
13Juli ’22 Belg.Nat.Bk.5-519
Mei ’21
Duitsche Rijksbk.
.
8
21 Sept.’22
Bank v. Spanje
k
18Mei
1
22
Bk. van Frankrijk 5
11 21i-t. ’22
Bank v. Italië 6
20 Mei ’20
Oostenr. Hong. Bk. 8
2 Sept.’22
F. Ree. Bk. N.Y. 4
21Juni’22
Nat. Bk. v. Denem. 5
25Apr.’21
Javasche Bank
3
1
1Aug.’09

OPEN MARKT.

Data
Amsterdam
Londen

1

Part.
1

Berlijn Part.
IParijsl
1
Part.
N.YO,&
CaO.
Part.
1

Prolon
disconto
gatle
disconto disconto
jutsc
1

moneg.,

4 Nov.

’22
318 1)
331

1)
2V2
4_21

431_5 1)
300.-4N.’22
37-4
I31-4’1
21-11
4_51

4I-6
1
1
23-28 0. ’22
33
.4_
718
3314112′
18-

12
4-2/t

4-6
1
1
162 1
,,

’22
381_71
I1-1/4
2’14_15
4_5j

01
2
-6
1
1,
31 0.-5N.’21
4815_113
13-4
381_71
4_6/

4-6
1-6
N.

’20
4314_315
!4112-5
61
4.-21

9-10 20.24Julj’14
31/_8/
211
4
_31
4

211_2/
21_’1
2’1
5
1
1
9
_7
1
1
2

1)
Noteering van 3
Novembe,.

WISSELKOERSEN.

WISSELMARKT.
De
wisselmarkt was deze week voor de meeste wissels
flauw gestemd. Het sterkste werden franken en marken
beïnvloed, echter ook Londen liep eenigszins terug en claal-
cle van :11,40% tot 11,39. Parijs en België waren aanvanke-
lijk
iets beter, maar werden later sterk aangetast
door de
daling
der marken. Deze werden opnieuw bijna gehalveerd.
Geopend op ca.
6,50, werd een oogenblik voor 3,75 verhan-
deld. Een klein herstel mocht niet aanhouden; heden werd
opnieuw voor
3,75
afgedaan. Dollars eveneens aangeboden.
Skandivavië
vrij
stationnair. Daarentegen Zwitserland be
langrijk hooger, ofschoon later eveneens weer lagér ver-
krijgbaar. Indië 97%-97%.

KOERSEN IN NEDERLAND.

D
ota
Londen
•,
Parijs
)
Berlijn
‘1
Weenen
•)

[~1%
.
I
New
1
Yorlv8′)

30 Oct.

1922..
11.411
17.721
0.0591
0.003k
16.50
2.56
3
/
8

31

,,

1922..
11.391
17.95
0.05521 0.0031
16.56
2.55
1 Nov. 1922..
11.401
18.02k
0.05621 0.003k
16.781
3

2.55+1
2

,,

1922.
.
11.39
17.771
0.0485 0.0031
16.53112
2•55T*
3

,,

1922..
11.381
17.52100420

16.32
2.54+1
4

,,

1922..
11.391
17
.
52
10
.
043

0.0031


Laagsted. w.
1)

11.38
17.42k

0.037
0.003
16.20
2.541
4

Hoogste,,
,,
‘)
11.431 18.10
0.065
0.004
16.85
2.56
1
1
28 Oct.

1922
11.431
18.05
0.06*
0.0036
1650

22.57
2
21

1922..
11.40*
18.8710.051
0.003k
17.55
2.551
°

Iluutpariteit..
12.10
48.-
59.26
50.41
48.-
2.48

‘)
Noteering te Ameterdam.
55)
Noteering te Rotterdam.
1) Particuliere opgave.
1)
Noteering van
27 October.
0)
Idem van 20 October.

D
00

Stock-
holm)
Kopen.
hagen’)
Chr,s.
ttanta
5
)
Zwitser.
land)
1
Spanje
t
)
Botavia

t
telegrafisch

30 Oct.

1922
68.65 51.50 46.40 46.30
39.05
91-97k
31

,,

1922
68.60 51.60
46.40
46.15 39.05
971-971
1 Nov. 1922
68.70
5 1.50
46.65 46.30
39.071
97
1
-97
1
2

,,

1922
68.65 51.55
46.60
46.75
39.10
9*-971
3

,,

1922
68.65
51.25
46.60
46.40
38.95
971-971
4

,,

1922
68.69
51.45
46.60
47.671
38.95
71-97k
L’ste d.w.
1)

68.30 51.30 46.10 46.10
38.90
97
1
1
H’ste,,

,,

)
68.75
51.75
46.80 47.10
39.20
9734
28 Oct.

192
68.80
51.70
46.-
46.55
39.–
97114_1/3
21

,,

1922
68.30
51.20 45.30
46.65
39.171
97111/
k[untpariteit
66.67 66.67 66.67
48.-
48.-
100

•) Noteering te Amsterdam.
1)
Particuliere opgave.

klm

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

8 November 1922

KOERSEN TE NEW YORK.

Data
Ca6!e Lond.
(,n
,
per)
Zicht Parijs
1
(in ct.. p.frs.)
Zicht Berlijn
(in ci. p. M,k)
1Zicht Amsterd
(in ci,. p. gld.)

4 Novemb.1922
4.46.25
6.87
0.01
5
/
8

39.17

Laagste d. week
4.45.37
6.83
0.0I18
39.04

Hoogste
,,

,,
4.46.50 7.05 0.02
3
/
39.18

28 Oct.

1922
4.46.-
7.03
0.02
7
/e
39.05

21

,,

1922
4.46.-
7.33
0.021
39.18

Muntpariteit ..
4.86.67
5.18
1
/
95
1
1
40
8
/t.

KOERSEN VAN DE VOLGENDE PLAATSEN OP LONDEN

Plaatsen en
Landen
Noteerings.
1

eenheden
21 Oct.
1

1922
28Oct.
1922
30 Oct.14 Nov.22
Laagste
1
Hoogste
4 Nov.
1922

Alexandrië..
Piast. p..0
97
18
1
97
1313
2

971
3
97151s,
9715132

*B

Aires’)..
d. p.
$
447/
4411
4315/
4481,
4411

Calcutta
. . . .
Sh. p. rup.
11321182
11321132

113
21
1
38

113
8
1

4

113
11
/16

Hongkong ..
id. p.
$
215211
215
13
1
2I5
3
1
216
2151

Lissabon
. .
..
d. per Mii.
2
11
/
3
8I
218
3
5
18
2″ijfl

Madrid

….
Pesetp.0
29.11
29.21
29.13
29.35
29.29
*Montevideo
l

d. per
$
42
4211t

42
42
1
/,
42
1
1
Montreal….
$
per
£
4.46214
4
.
4511
2

4.4411′
4.47
4.46v.
*R.d.Janeiro.
d. per Mii.
6
6
1
1
6
1
1
16

6
1
1

Rome

..

..
Lires p.
£
106
9
1,
6

112114

103
7
1
8

114
10611
2

Shanghai ….
Sh. p. tael
3/5’/
3/318/
313
3/4
/4
3/35/

Singapore

..
id. p. $.
214
3
1
33

214118

21413,
2/4/,,
*Valparaiso..
pesop.£
31.90
33.50
32.90 33.60
1
2
1
45
116
3360

Yokohama ..
Sh. p. yen
211
29
1
22

2/1
15
1
i6

211
1
1
1

2/2
1
j
52

212

Koersen
der voorafgaande
dagen.
1)
Telegrafisch transfert.

NOTEERING VAN ZILVER.

Noteering te Londen

te
New York

4 Nov.

1922

……
33
8
/
66
3
1

28 Oct.

1922

.
3411 67118
21

,,

1922

.


33
8
1
66
5
f
5
Nov.
1921
39718 6911
6 Nov.

1920

……
54
8
18
82


20
Juli

1914


24
1
1
54
1
1

NEDERLANDSCHE BANK.

Verkorte Balans op 6 November 1922.
Activa.
Binneni.
Wis-‘
H.-bk.

f130.581.428,40
seis, Prom.,
,

B.-bk.

,,
39.149.315,08
enz.’in disc.k Ag.sch.
,,
64.841.297,62

f
234.572.041,10

Papier
o.
h. Buiteni, in disconto
….

..

Idem eigen portef..
f
74.415.006,-
Af: Verkochtmaar voor
de bk. nog niet afgel.


74.415.006,-
Beleeningen
mci.
vrsch.) H.-bk.

f
29.915.828,42

in rek.-crt.’ B.-bk.

,,

7.975.826,23

op
onderp.

Ag.sch.
,,
80.669.203,91

f118.560.858,56

Op
Effecten

……

f109.913.994,2O
Op
Goederen en Spec.,,8.646864,36
118.560.858,56
Voorschotten a. h. Rijk…………….,,
13.619.536,16
Munt en Muntmateriaal
Munt, Goud ……f 56.239.305,-
Muntmat., Goud ….525.550.137,91

f581.789.442,91
Munt, Zilver, enz..

8.853.548.99
Muntmat., Zilver
..

Effecten


,,

590.642.991,90

Bel.v.h.Res.fonds..

f

5.621.200,18
id. van
1
1
5
v.
h. kapit.
,,

3.980.270,12
9.601.470,30
Geb.enMeub. der Bank
…………….
..4.522.000,-
Diverse rekeningen

………………..
31.940.282.93

f 1.077.874.1 86,95

Passiva.
Kapitaal

……………………..
f

20.000.000,-

Reservefonds

………………….
,,

5.660.599,75
Bijzondere

reserve
………………
,,

1.675.581,33

Bankbiljetten in omloop
…………
,,
1007.026.045,-
Bankassignatiën in omloop ……….
..2.414.669,14

Rek.-Cour.1, Het Rijk
f


saldo’s:

J
Anderen
,,

30.059.805.92
11

30.059.805,92
Diverse rekeningen
……
11.037.485,81

fl.077.874.186,95

NED. BANK 6 November 1922
(vervolg).

Beschikbaar metaalsaido …………..
f
382.047.300,60
Op de basis van
1
1
5
inctaaldekking …. ..
174.147.196,59
Minder bedrag aan bankbiljetten in omloop
dan waartoe de Bank gerechtigd is….1.910.236.500,-
Verschillen m.d. vorig. weekst.:
Meer

Minder
Disconto’s …………19.592.697,01
Buitenlandsche wissels.

1.285.031,–
Beleeningen

924.332,53
Goud …………….
300,-
Zilver

61.053,12
Bankbiljetten ……

. .

12.783.970,-
Part. Rek.-Crt. saldo’s

8.070.624,26

Voornainste posten in duizenden guldens.

k.

Andere
Data

Goud

Zilver

. B ”

opeischbare
ou.ietlen

schulden

6 Nov.

1922 ……
581.789 8.854
1.007.026
32.474

30 Oct.

1922 ……
581.789 8.915
994.242
24.023
23

1922 ……
581.789
8.805
974.100
29.828
16

1922 ……
581.789 8.685
985.592 27.022
9

1922 ……
581.789
8.581
990.847 27,003

7
Nov.

1921 ……605.969
8.628 1.054.282
45.683
8 Nov.

1920 ……
636.141
19.354
1.090.924
88.142

25
Juli

1914…..162.114
8.228
310.437 6.198

Totaal
Hiervan
Beschik.
Dek.

Data
bedrag
.)cnateist

De,ee-
paar
eings

atsconto
5
promessen rechtstreeks
ningen
Metaal-
saldo
percen-
tage

6 Nov. 1922
234.572
80.000
118.561
382.047
57
30

Oct.

1922
214.979 65.000
119.485
386.355
58
23

1922
211.551
65.000
107.152
388.849
59
16

1922
218.347
70.400
106.087
387.256
58
9

1922
215.093
62.400
111.905
386.104
58

7
Nov.

1921
321.706
130.000
118.682
393.864
56
8 Nov. 1920
149.284
9.000 299.179
418.886
56

25
Juli

1914
67.947
14.300
61.686
43.521
1
)
54

‘) Op
de basis
van
2
1
5

metaaldekking.

Uit de beken.dmakiugvanden Minister van Finan-
c i ë n blijkt, dat uitsixuiden op:

30
Oct. 1922
1

6
Nov. 1922

Aan schatkistpromessen
f459.280.000,-
1
f467.290.000,-
waarv. direct bij Ned. Bk
,,
65.000.000,-
,,
80.000.000,-
Aan sehatkistbiljetten
,,197.661.000,-
1
,197.166.000,-
Aan zilverbons

……..
…30.445.518,-
1
,,
31.283.364,-

Onder de vlottende schuld
is
begrepen:
Voorsch. aan de Koloniën
306.232.000,-
,,307.523.000,-
Voorschot aan Gemeenteni
31
Augustus
30
September
voor door Rijk voor hen

86.936.544,-
,,
93.437.267,-
te heffen Ink. belastingJ
30
Oct.
6 Nov.
Tegoed v.d. Postch. & G.dst 1 ,, 68.969.916,- ,, 71.297.578.-

JAVASCHE BANK.
Voorsiaatnste posten ám duizenden guldens. De saniengetrok-
ken cijfers der laatste weken zijn telegrafisch ontvangen.

Data
Goud
Zilver
Bank
biljettn

Andere
opeischb.
schulden

Beschikb.
metaal.
saldo

28 Oct. 1922
21 L250
264.000
125.000

133.450
21

1922
206.000 267.500
113.500

129.800
14

1922
206.750
270.000
112.500

130.250

23 Spt. 1922
1.348

54.519
267.102
108.776

129.347
16

1922
147.722

54.233
270.644
105.641

127.327
9

1922
149.304

54.104
270.306
105.072

128.944

29 Oct. 1921
162.160

24.043
292.034
105.746
107.073 30
Oct.
1920
225.160

8.450 370.883 220.592
115.435

25
Juli
1914
22.057

31.907 110.172
12.634
4.8422

1

Wisse!,. Voor-
Divers
C
1

Dek.

Data
Dia-
buiten
t
8dec.
1

schotten
reke-
1

hing,.
conto’,
t

N..Ind.
1
n.ngen
1

aan hei
n.ngen
1)
percen-
1
betaalbaar
1
OUD
nem.
1
G

.
1

tage
28 Oct. 1922
21

1922
14

1922

23 Spt. 1922

184500
182.000
183.500

44.000
8

44.600
3

44.000e

•’

.s*

25.323

54
54 54
54
35.427
33.118
103.541
16

1922
37.306
33.351
103.283

24.417
54
9

1922
35.136 33.152
104.604

23.825
54

29Oct. 1921
35.375 20.457
125.394
27.881
11.543
47
30Oct. 1920
28.558
29.849
136.188
139.084
36.141
39

25Juli1914
7.259 6.395
47.934
6.446 2.228
44
1)
Sluitpost
activa.
3) Basis
‘h
metaaldekking.
6)
CreditBaldo.

8 November 1922

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

969

DE SURINAAMSCHE BANK.
BANK VAN FRANKRIJK.

Voornaaimsteosten in duizenden guldens.
. .

VOOrn&aflStO POsten in duizenden franca.

1

Andere
Div. reke-
Waarvan
Te goed
BuiLgew.
Doo
Metaal
Circulatie
1 opel,chb. 1
Disconto’s
ningen )
Data
Goud
in
het
Zilve,
in
het
vooisch.
schulden
1
Buitenland Buitenland old. Staat

23 Sept. 1 922 ….

1.277

1.718

894

1.158

464
2 Nov.
1
22
5.533.264
1.897.967
287.980
***

23.900.000

16

1922.
. . .

1.277

1.772

868

1.194

483
26 Oct.
1
22
5.533.160
1.897.967
287.827
572.751 23.600.000

9

1922

. . .

1.277

1.874

665

1.178

457
19

’22
5.533.951
287.639 287.639
573.451 24.000.000

2

1922.
. . .

1.277

1.882

739

1.159

469
12

’22
5.532.752
1.897.967
287.579
573.722 24.200.000

26 Aug. 1922
.
..

1.295

1.739

869

1.159

459
Nov.’21
5.523.892
1.948.367
278.610
613.741 25.500.000
19

,,

1922. . ..

1.298

1.744

917

1.173

452
4 Nov.’20
5.486.848
1.948.367
284.173
657.796 26.600.000

24Sept.1921

1.514

2.031

1.575

1.975

227
23Juli’14
4.104.390

639.620
– –
25Sept.1920

. . .

1.054

1.981

975

1.816

418

Wissels
Uitge.
stelde
Belee.

1
Banklstl.
Crt.
Rek.
arti-
P
Rek.
Cri.
25 Juli 1914

645

1.100

560

735

396
1)
Sluitpost der activa.
Wissels
ning
jettcn
culieren
Slaat

.

2.642.191

30.989

2.096.716
36.847.66912.207.991

19.848

BUITENLANDSCHE BANKSTATEN..
2.152.620

31.721

2.1 09.554 36.693.634 2.1 09.259

60.289
;.

2.194.087

31.912

2.127.304 37.128.805 1.982.005

42820
BANK VAN ENGELAND.
.

2.229.935

32.088

2.143.404 37.418.442 2.062.449

20.695
.
Voornaamste posten, onderbijvoeging der Currency Notes,
0

2

65.787

2.209.816 37.522.085 2.624.942

32.567
in tduizenden pond sterling.
p

3.660.129

452.967

2.049.763 39.645.897 3.636.194

30.094

1.541.980

769.4001

5.911.910

942.5701400.590
Currencij_Notes.

Dzta
Metaal
Circulatie

BANQUE NATIONALE DE BELGIQUE.
1
Bedrag
Goudd.
Go. Sec.

1 Nov. 1922
127.435
123.159
287.993
27.000
244.930

25 Oct.

1922
127.433
121.886
287.170 27.000 244.253
Voornaamste
¶OSt&L LII
duizenden 1 rancs.

18

1922
,
127.435
121.690
289.338
27.000
246.618
Ml

J.n.
ie
Binn.

Rek.
11

1922
127.427
122.570
291.397
27.000
248.620
Data

1
mcl.

van van

1

wissels
Circu.
Cr1.
4

1922
127.422 123.200
291.143 27.000
249.108
buitenl.

bulten1,
saldi

vorder.
prom. d. provinc.
en
beleen.
iatie
portie.

27 Sept. 1922
127.432
122.467 289.127
27.000 246.456

2 Nov. 1921
128.418 125.140
313.655 28.500 276.500
2Nov.’22 336.384 84.653 480.000

923.899 6.660.648

150.945

3 Nov. 1920
123.146
128.458
355.985
28.500
324.701
26 Oct. ’22 336.493 84.653 480.000

819.431 6.543.145

71.712
19

’22 336.286 84.653 480.000

876.170 6.524.478

60.225
22 Juli

1914
40.164
29.317



12

’22 336.448 84.653 480.000

933.164 6.542.912

130.524

3 Nov.’21 326.881 84.653 480.000

609.377 6.135.925

305.755

Data
Gov.
Other
Public
Other
Reserve
kings.
4Nov.’20 349.981 84.653 480.000

731.176:5
.817.955 1.065.404
Sec.
Sec.
Depo3.
Depos.
_______________

VEREENIGDE STATEN VAN NOORD-AMERIKA.
1Nov.’22

50.665

68.190

15.034

108.845

22.726

18,34
25Oct. ’22

47.654

71.435

15.201

110.180

23.996

19,14
FEDERAL RESERVE BANKS.
18

,,

’22

46.058

68.836

12.218

109.167

24.196

19,92
Voornaamste

in duizen.d•en dollars. posten
11

’22

54.892

66.704

15.160

112.052

23.307

18,32
Goudvoorraad
1
Zilver

J

F.R.
Notes In
4

’22

60.267

73.590

16.696

122.167

22.672

16,33
27Sept ’22

44.063

71.386

16.829

103.831

23.414

19,40
Data
1

dc.
clrcu.
Totaal
________________

1

Dekking
In hel

2Nov.’21

56.944

80.913

16.250

125.652

21.727

15,31

bedrag
1
F. R. Notes
buttenl.I
1
latie

18 Oct.

’22
3.086.813
2.234.734

1127.384
2.315.437
3Nov.’20

63.973

73.870

18.143

115.135

13.158

9,87

22 Juli ’14

11.005

33.633

13.735

42.185

29.297

52
8
/
8

11

,,

’22
3.089.980 2.254.040

120.037
2.320.115
‘) Verhouding tussclien Reserve en Deposits.
4

•,

’22
3.089.280
2.250.881

1123.7252.274.651
27 Sept. ’22
3.076.943 2.212.449

1126.
1
8
42
.
2433
8
4

19 Oct.

1
21
2.772.721 1.844.195

149.039
2.440.862
DUITSCHE RIJKSBANK.
22 Oct.

‘201
1.994.611
1.363.663
80.4411
162.659
3.356.199
Voc.rnanmst,e posten, onder bijvoeging der Darle.hens.

Totaal
Gestort
Dek-
1 Altem.
Dek.
kassenscheine, in duizenden Mark.
Data
Wissel.
Dcpostto’s
Kapitaal
i
pere.

kings
kinga-
Dek.
Data
Metaal
Daarvan
Goud
Kassen.
scheine
Circulatie
kingi
.

lperc.
j
,

1
______________

18 Oct.

1
22

767.914

1.956.107

106.327

72,3

75,2

11

,,

’22

771.406

1.922.225

106.271

72,8

75,7

1)

31

Oct.

’22
1.067.996 1.004.853
41.026.323 469.456.818
9
23

’22
1.059.934 1.004.854
39.338.089
409.973.301
10
4

,,

’22

669.654

1.877.697

106.220

74,4

77.4

14

’22
1.051.414 1.004.854
31.420.080 374.506.332
9
27 Sept. ’22

658.296

1.840.133

106.172

75.3

78,4

7

’22
1.044.445 1.004.855 22.848.430
344.171.631
7
19 Oct.

1
21

1.384.076

1.717.698

103.034

66,7

70.3
30 Sept. ’22
1.033.740 1.004.856
21.828.959
316.869.799
7
22 Oct.

1
20 3.049.948

2.450.065

67.692

38.6 1 41,7
23

,,

’22
1.032.762 1.004.858 27.293.999
290.678.147
10
1)

Verhouding

totalen

goudvoorraad

tegenover

opelschbare

30 Oct.

’21
1.007.868
993.631
4.589.992 91.527.679
6
schulden:
F. R.
Notes en netto deposito.

2)
Verhouding totalen

30 Oct.

’20
1.098.214 1.091.667 21.340.019 63.596.445
34
voorraad muntmateriaal en wettig betaalmiddel tegenover Idem.

PARTICULIERE BANKEN AANGESLOTEN BIJ HET 23 Juli

’14
1.691.398 1.356.857 65.479
1.890.895
93

FED. RES. STELSEL.
t)
Dekking der
circulatle
door metaal
en Kassenscheine.
Voornaamste posten in duizenden dollars.

1

Darlehenskassenscl,emne

Totaal
kai bij de
Data
Wissels
Rek. Crt.

1

Totaal

.

In
Data
Aantal

uitgezette
Resee
bij de
Totaal
Waarvan
time
uitgegeven
Relchslsank
banken

gelden
beleggingen
en

F.
R. banb
deposilo’a
depostta

31 Oct.

1922
578.356.761
140.779.259
*5*
_________

23

1922
482.302.075
112.161.295 53.400.000 39.300.000
11 Oct. ’22

787

11.118.446

1.440.372 14.936.787

3.579.652
,,
14

1922
453.370.290
116.112.702 45.600.000 31.400.000
4

,,

’22

786

11.051.308

1.396.780 14.878.697

3.584.586
7

.,

1922
399.616.122
87.390.199 37.000.000 22.800.000
27 Sept.’22

790

10.987.527

1.358.358 14.805.315

3.573.401
30 Sept.
1922
400.004.064
110.012.377 35.900.000 21.800.000
21

,,

’22

790

10.939.233

1.228.693 14.784.510

2.916.826
23

,,

1922
331.761.934
71.692.739 41.248.900 27.282.200
120ct.
1
21

809

11.602.099

1.243.802 13.485.257

2.942.400
30 Oct.

1921
99.586.242
18.302.663

11.938.400
4.501.600
15Oct. ’20

822

17.188.604

1.384.680 14.255.542

2.796.176.
30 Oct.

1920
53.807.493
17.945.359 34.435.700 21.291.000
Aan het eind van ieder kwartaal wordt een overzicht

23 Juli

1914
750.892
943.964



gegeven van enkele niet wekelijks opgenomen bankgtaten.

970

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

8 November 1922

EFFECTENBEURZEN.

Amsterdam, 6 November 1922.
Het behoeft waarlijk geen verwondering te wekken, dat
met liet vooruitzicht op zoovele belangrijke beslissingen,
die binnenkort genomen zullen worden, zoowel met be-
trekking tot politieke als tot financieele omstandigheden, de internationale beurzen gedurende de afgeloopen week
een Vrij lustelooze houding aan den dag hebben gelegd,
onder voorbehoud natuurlijk van enkele uitzonderingen, die
hun exceptionaliteit dan echter ontleenen aan zeer bijzon-
dere factoren. Hieromtrent zal in het vervolg van dit over

zicht nog worden gesproken; over liet algemeen lagen de
beurzen evenwel onder den druk van de aanstaande ver

kiezingen in Groot-Brittannië, van de komende conferen-tie te Lausanne en van de bijeenkomst van de Commissie
van Herstel te Berlijn.
Om met het laatste te beginnen zij hier reeds dadelijk
geconstateerd, dat tot nu toe geen bepaalde resultaten zijn
bereikt en dat de gehouden besprekingen ook niet doen
vermoeden, dat werkelijk ingrijpende maatregelen tot sta-
bilisatie van de mark genomen zullen kunnen worden.
Naar het schijnt is de chaos te groot geworden, dan dat een korte bespreking, al moge die voorts ook gehouden worden
tusschen de leidende figuren van het geldwezen, die thans
eveneens te Berlijn bijeen zijn, weder orde op zaken zal
kunnen stellen. In verband hiermede is het vertrouwen in
de mark, zoowel in Duitschiand zelf als in het buitenland,
nog verder gedaald, zoodat de waarde van het Duitsche be-
taalmiddel opnieuw gevoelig terug is geloopen. Het be.
hoeft geen betoog, dat deze omstandigheid een nieuwe ge-
weldige hausse aan de Duitsche beurzen te voorschijn heeft
geroepen, die zulk een ontzagljke hoeveelheid orders en
dus werk voor banken en commissiehuizen heeft medege-
bracht, dat het beurssysteem opnieuw onvoldoende is ge-
bleken en men weder zijn toevlucht heeft moeten nemen tot
het instellen van beursvacantiedagen. Voorloopig worden
er slechts drie beursdagen per week gehouden; de stagnatie in het geregeld verloop der werkzaamheden is overigens in
de hand gewerkt door het lijdelijk verzet der bankbeamb-
ten, clie weigeren overwerk te verrichten, zoolaug hun eisch
van 75 pCt. toeslag op hun salarissen over de maand Octo-
ber niet is ingewilligd. Eén en ander heeft echter het koers-
verloop aan de betreffende beurzen niet binnen de perken
kunnen houden. Eenigen tijd geleden werd ook in deze ko-
lommen melding gemaakt van het feit, dat de effectenbeurs
zich niet aan den lageren stand van de eigen valuta aan-
paste; cle oorzaak school toenmaals in de stroeve houding van de geldnuarkt en in de voorkeur, die men aan cle aan-koopen van vreemde deviezen gaf. Beide factoren hebben
thans een verandering ondergaan: de geldmarkt is ruim
geworden en cle vrije handel in deviezen is niet meer mo
gelijk. Dientengevolge zoeken beleggers en speculanten een
nieuw arbeidsveld te verkrijgen in binnenlandsche waar-
den, waarbij gewezen wordt op den koersachterstand, dien
deze fondsen nog hebben in te halen met betrekking tot
de divergentie ten aanzien van de waarde van de eigen valuta. In cle afgeloopen week is hierdoor dan ook een rijzing ontstaan, die niet minder dan phenomenaal is te
noemen, doch die in zeer vele gevallen nog nauwelijks vol.
doende ken worden geacht om de beursvaarde van de
diverse ëndernemingen in overeenstemming te brengen
met cle werkelijke waarde van machines, emplacementen,
en z., uitgedrukt in gedeprecieerde markenwaarde. Welke
wijzigingen in het koerspeil hebben plaats gehad, moge hier
met enkele voorbeelden worden geïllustreerd:

3 October 27 October 3 November
Gelsenkirchen ……..3350 pCt. 6750 pOt. 24000 pCt.
Phönix …………..4050 6800 ,, 17500
Badische .Anilin ……1770 ,,

3550 ,,

9500
Scheideanstalt ……..1750 ,,

3000 ,,

7500
A.E.G . ……………

895 ,,

1980 ,,

5300
Deutsche Bank ……..660 .,

2500 ,,

3750
Zonder eenigen twijfel echter hebben hier ook invloeden
uit het buitenland medegewerkt, hetgeen gemakkelijk kan
worden aangetoond door het feit, dat, waar alle vaste-
rente gevende Duitsche obligaties vrijwel onveranderd zijn
gebleven, de 3 pCt. Rijksleening van 3 October tot S No.
vember is gestegen van 390 tot 1025 pCt. Deze leening toch
is te Amsterdam, Londen en Brussel genoteerd en is hier-
door in het buitenland meer bekend geworden. Eerst in de
allerlaatste dagen is er ook een opgaande beweging in de
overige obligatiesoorten
01)
te merken geweest.
De beurs te L o n d e n, clie niet door zulke buitenge-
wone omstandigheden werd beïnvloed, heeft een ongeani-
uneerd verloop gehad, zonder dat nochtans de houding be-
paald flauw kon worden genoemd. Dit zou dan ook onlo-gisch zijn, gezien de verwachtingen, die men in Citykrin-

gen koestert aangaande de overwinning van de conserva-
tieve partijen hij de aanstaande verkiezingen. Toch is men er zich te goed van bewust, dat iedere verkiezing nog ver-
rassingen kan baren. Bovendien ziet men met eenige be-
zorgdheid de ontwikkeling der dingen in het Oosten van
Europa; men is vrij algemeen van meening, dat de aan-
staande conferentie van Lausanne slechts een tijdelijke
oplossing zal kunnen brengen. Voorts heeft de Fascistische
beweging in Italië eenige onrust verwekt, niet om het stre-
ven der Fascisten zelf, doch om de complicaties, die hieruit
voor de buitenlandsche politiek kunnen ontstaan. Aan den
anderen kant heeft de gemakkelijke houding der geidmarkt veel onrust weggenomen. Die houding is te opvallender na
de betaling van den eersten rentetermijn aan de Vereenig-de Staten op de in dat land opgenomen gelden. Weliswaar
zijn de deposito’s bij de Bank of England eenigszins ver-
minderd, doch niet in die mate, dat hieruit eenige vrees
voor een stroeve geldmarkt zou behoeven te ontstaan.
De markt te P a r ii s daarentegen heeft alle teekeneul
van een ,,vaiuta-hausse” getoond, ten gevolge van de daling
van den Franschen franc. Gedurende enkele dagen is deze
reactie tot staan gekomen en heeft zij zelfs plaats gemaakt voor een hernieuwde rjzing, doch lang kon deze beweging
zich niet doorzetten. Omtrent de oorzaken der francs-daliuig
is hier ter plaatse reeds vroeger een en ander gezegd; thans
zij slechts volstaan met de mededeeling, dat de beurs te
Parijs de gevolgen in versterkte mate heeft ondervonden
gedurende de juist achter ons liggende week. Op een in-
ternationaal fonds als aandeelen Royal Dutch heeft dit een
zooveel sterker uitwerking gehad daar dit papier, doordat
het op verschillende buitenlandsche beurzen .wordt verhan-
deld, in rangorde dadelijk na de buitenlandsche devuezen
zelf komt. Hoewel echter de waarde in francs stijgt, is de
omrekening in vreemde munt zoodanig, dat het fonds aan
de buitenlandsche beurzen eerder lager wordt genoteerd, of
hoogstens dezelfde waarde kan blijven behouden.

Te N e
w
Y o r k is de opgewekte tendens gedurende en-
kele dagen door een depressie onderbroken geworden. Waar
deze echter niet anders dan winstnemingen ten grondslag
had, heeft de haüsse al spoedig weer terrein kunnen winnen.
Te o n ze n t is de markt over het algemeen weer in
reactie geweest; naar het schijnt is het vertrouwen van
het publiek in een opleving van onze economische verhou-
dingen nog niet zoo sterk, dat het bestand is tegen de drei-gende wolken, die van alle kanten aan den politieken hori-
zon opkomen. Het eerste gevolg hiervan is weer geweest
het verlaten van de aandeelenmarkt en een terugkeer tot de
afdeeling der zuivere beleggingswaarden, waardoor deze
over het algemeen, inclusief onze inheemsche staatsobliga-
ties, kleine avances konden behalen. Aan den anderen kant
echter is de markt voor buitenlandsche staatsfondsen zoo
goed als verlaten; hierin volgt men dan ook vrijwel steeds
de richting, die het buitenland aangeeft. Zeer goed is dit
te bemerken geweest in Braziliaansche waarden, die, indien
zij al verhandeld werden, meerendeels lagere noteeringen te
aanschouwen gaven, in navolging van Londen.

30Oct.
3 Nov,
6Nov.
Rijzing of
daling.
6

o/
0
Nederland 1922 ……
98’/18
9881
4

99
+
151,4

5

o:

1918
8711
t

88/
881
+
4
1
12 01

,,

1916

……
87/
87
1
1
87!
:
2
/16
4

0
10

1916

……
80
1
1
4

801
0/
4

+
11

3

0/0

,,
71
72
1
1
73
+
2
3

0
/0
6I1
62/
621
+
1
21
1

0
/0
Cert. N. W. S……….
52
53
2
1
53
+
1
7

o/o Oost-Indië

1921

……
1O0/
10111,

l00/

5′

6

°/o

,,

1919

……
9611,11
95151s

96
__
11,8
5

0
10

,,

1915

……
93
93
921
:

1
/8
4

0/
Oostenr. Kronenrente
3


5

ol
o
Rusland 1906

……… 4/
4

4
414

4

0/o
Rusi. bij Hope
&
Co
511
53
j8

+
1
1,6
ei

OL .TftT,afl

1899
Rel!

:0

“-
2


5

0,
Brazilië 1895 ………491/

48
1
116

181,6
8
0
/0
San Paulo 1921

92
7
1
8


6 o/ Amsterdam 1920 …… lOO’/

10011
7

°io
Rotterdam 1920 …… 1021/
4
101
1
, 102

Op de
aandeelenmarkt
heeft de reactie in aandeelen Ain-
sterdamsche Bank de aandacht getrokken, volgende op het
bericht, dat de directie zich genoodzaakt heeft gezien een
aantal beambten te ontslaan en voor de overbljvenden een.
salarisvermindering in te voeren. Logisch had dit besluit
tot een koersverbetering moeten leiden; de ongemotiveerde.
houding is dan ook spoedig prijsgegeven, ten gevolge waar

van het aandeel weder tot hoogere prijzen uit de markt
werd genomen.
De
suoikermcsrlct
was ongeanimeerd, ondanks de gunstige berichten, die van de markt voor het product binnenkomen.

8 November 1922

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

971

Alleen aandeelen Nederlandsch-Indische Handelsbank en
Koloniale Bank konden zich Vrij goed handhaven.
Omtrent de oorzaken der daling op cle
petrolemninarkt
werd hierboven reeds gesproken; de reactie verkreeg na-
tuurlijk den grootsten omvang in aandeelen Koninklijke
Petroleum Mij., hoewel ook de overige soorten werden ge-
affeeteerd.
Daarentegen waren
thee- aandeelen
ongewoon levendig en
outstoud er voor deze fondsen omvangrijke vraag in ver-
band met de sterk verbeterde statistische positie van het
artikel en de hoogere prijzen op de jongste veilingen be.
haald. In nauw verband hiermede stond de voortgezette
hausse voor
rnbberwaarden,
die van dezelfde omstandighe-
den kunnen profiteeren. In de allerlaatste dagen echter
is in beide afdeelingen een reactie op te merken geweest,
die voor thee-aandeelen grooter verhoudingen heeft aange-nomen, in verband met hetminder courante dier aandeelen.

30Oct. 3 Nov. 6 Nov.
Rii:in5of

Amsterdamsche Bank ……127

127

128814 + l’/
Incasso

Bank ………………
973/4
9781
4

Koloniale Bank ……………
129
8
/
4

128
131
1
1
s

+
1/8
Ned.Handel-Mijcert.v.aand
136
1
1
8

135
1
1
2

133
1
1
2


3
Rotterd. Bankvereeniging…
95 93
1
1
94

1
Amst. Superfosfaatfabriek..
40
1
1
8

371
3

37

3
1
1
Van ]3erkel’s Patent ………
39
3
/
4

381
3731s

2
Gouda Kaarsen

……………
80
1
/,
75814
79
1
2
1
2

u:oll.Draad- enKabelfabriek
79
77
1
1
751/

331

Jurgens’Ver. Fabr.gew.aand
38
1
1
2

381/

381
+
114

pr. aand.
57
1
1
57
58
1
1,
+
1
Leerdarn Glasfabrieken ……
47’/
46115
45

2814
Philips’ Gloeilampenfabriek
245
251
11,
2491
4

+
48/t

Vereenigde Blikfabrieken…
95
96
96′!,
+
11/3
Vereen.Chemische Fabrieken
39
– –
Compania Mercantil Argent.
381
8

36
1
1
35
3


21
Cultuur-Mij. d. Vorstenland.
159
157
1
2

156’/

2’/,
Handelsver. Amsterdam……
365
3561/,
355114

98/
4

Iiandelsverg. Reis
&
Co:……
29

26
+
3
Int. Crediet- en Handeisverg.
Rotterdam

………………
166
159112
158

8
Linde Teves
&
Stokvis ……
75
7l/
721/,

21/,
Tels
&
Co’s Handel-Mij …….
98/
4

9114
8112

111
4

Redjang Lebong Mijnb..Mij.
103
1
1
2


96

7’/
3

Gecons. 1-bil. Petroleum-Mij.
133116
1291
4

12818

45/,

Kon. Petroleum-Mij. ………
434
1
/
2

423
418
1
1

16’/
4

Orion Petroleum-Mij……….
Afgest. Aand.
39
1
1
37
1
1
3818
– 7/8

Steaua Romana Petroleum
Mij. … Afgest. Aand.
3311
4

Amsterdam-Rubber.Mij ……
110
110
1
1
4

10731,

21
4

Nederl.-Rubber-Mij.

………
58’/
58
11
3

5711
– 11/,
Oost-Java-Rubber-Mij.

……
162’/
2

156
1
/
3

159112

3
Deli-Batavia Tabak Mij.


269
1
/
2

270
3
1
4

2711
+
2/4
Deli-Maatschappij

…………
222
2161
4

214114

73/4

Senembah-Maatschappij


307
3001
4

29911
4

7
8
/

Tabakswaarden
waren zeer ongeanimeerd gestemd, zon-
der eenige aanwijsbare reden; deze markt volgt echter
steeds op bijzonder markante wijze de algemeene houding
van de beurs.
Ook voor
scheepvaartwaa’rden is
een hernieuwde, doch
niet groote reactie ingetreden. Eensdeels was deze een ge-
volg van het feit, dat ondanks iets grooter vrachtgelegen-
bid voor sommige ondernemingen, directe winsten nog
Liet worden gerealiseerd, anderdeels werd de daling in de
hand gewerkt door hardnekkig volgehouden geruchten om-
trent een reorganisatie, die bij dé Koninklijke Hollandsche
Lloyd aanstaande zou zijn. De directie heeft deze geruchten
weliswaar onmiddellijk gedementeerd, doch de beurs bleef
in haar scepticisme volharden.

30Oct. 3 Nov. 6 Nov.
Rii:ingof

Holland-Amerika-Lijn ……124

1201
4
120

– 4

1111

,,gem.eig 107
1
1

105

10311
3

31
4

E[ollandsche Stoomboot-Mij 29

27
3
1
2
28


Java-China-Japan-Lijn ……74

73

71
1
1

2
8
1
4

Kon. Hollandsche Lloyd

18
1
1,

17
8
1
16
I7
5
1
6

1
8
/
1
,
Kon. Ned. Stoomb.-1Mij…….62
1
1

61
1
1
4

60

– 21
3

Konink.Paketvaart-Mij. …
85’/2

85

841
3
– 1
Maatschappij Zeevaart ……64


Nederl Scheepvaart-Unie

94112

94113 94112
Nievelt Goudriaan …………108

102

103114 – 481
Rotterdamsche Lloyd ……… 1201/
3
119

120

– 11,

Stoomv.-Mij ,,Nederland”

130

12711
3
12811, – 11/,
51,
,,

,, ,,Noordzee”

34

331


De
Amerikaansche af deeling
volgde zeer nauwkeurig de
fluctuaties van Wallstreet, met het gevolg, dat, hoewel het
einde der berichtsperiode nadeelige verschillen te aanschou-

wen heeft gegeven, de koersverliezen per saldo toch niet al
te groot zijn geworden.

30Oct.
3Nov:
6Nov.
Rij:ingof

Americ. Smelting
&
Refining
60/
57
1
1
2

591118

111
4

Anaconda Copper

…………
102/3 9971

10211

Studebaker Corp
.

…………
136 132
7
18
13014

51/
4

Un. States Steel Corp.
……
iii
109
3
;
109

2
Atchison Topeka…………….
110



Ene

………………………..
1
51
4

14
5
1,
14
1
1,

1
1
1
8

Southern Pacific ……………
98’/4

9711
– 1
Union Pacific

……………….
1531/8


Int. Merc. Marine orig. gew.
14
131
8

1313

1/2

,,

,,

,,

,,

pref.
57
54814
5112

21
3

De
geidmarkt
was kalm; prolongatie doorgaans
4
pCt.

GOEDERENHANDEL.

GRANEN.
T a r w e. Groote fluctuaties kwamen in de laatste week
niet voor. De stemming was op verschillende dagen traag
in de Europeesche markten, maar de verwachting, dat ook
in Amerika een flauwere stemming zou volgen, is niet ver

wezenlijkt. De berichten omtrent den nieuwen oogst van
wintertarwe in de Vereenigde Staten zijn niet gunstig. Ten gevolge van voortdurende droogte wordt verwacht, dat het
oogsthenicht van Washington een lage stand zal aanwijzen.
De toestand in Montreal is aanzienlijk verbeterd, een groot
aantal booten werd gecharterd van die haven om nog
juist, voor de haven wegens ijs sluit, een groote hoeveelheid
tarve naar Europa te vervoeren.
De wereldverschepingen waren klein, vooral omdat er
aanzienlijk minder naar Italië werd afgeladen. Men mag
evenwel spoedig wederom belangrijke verschepingen naar
dat land verwachten, aangezien er vele booten met destina-
tie Italië bevracht werden. Wat de oogstberichten van
andere landen buiten Europa aangaat, Argentinië verwacht
nog steeds een grooten oogst, maar de berichten van Austra-
lië zijn zeer tegenstrijdig. Zeker is het, dat de opbrengst
aanzienlijk lager gesteld zal moeten worden dan men aan-
vankelijk geschat had.
Of het overschot aan tarwe zoo ruim zal zijn als men
rekeucl had, hangt af of Europa voldoende koopkracht
nl hebben. Nog steeds blijft Duitschland uit de markt,
ateen wordt er Vrij regelmatig buitenlandsche rogge ge-
kocht.
M af s blijft in Noord-Amerika eveneens vast gestemd,
maar La Plata toont steeds meer aandrang tot verkoopen,
waardoor de prijzen zich daar in dalende richting bewe-
gen. In de meeste Europeesche markten wordt cle belang-
stelling daardoor meer tot de Argentijnsehe soort getrok-
ken, waar echter tegenover staat, dat de Belgische en
Fransche markten, clie zeer belangrijk voor dit artikel zijn,
wegens de abnormale daling der valuta geheel gedesorgani-
seerd zijn. Deze valutadaling beïnvloedt eveneens in sterke
mate Donau-gerst, waarvan de prijs dientengevolge in ver-
houding tot mais niet duur is.
Ha v er blijft goed gevraagd in verschillende Europee-
sche landen, daar zoowel kwaliteit als opbrengst van den
Europeeschen oogst onvoldoende zijn.
L ij n z a a d. De berichten uit Argentinië blijven zeer
gunstig en aangezien de vraag in Europa gering is, zijn
de prijzen niet onbelangrijk teruggeloopen.
Amerika blijft regelmatig Argentijnseh lijnzaad betrek-
ken, maar aangezien de obgstbeweging ten gevolge van
beter binnenlandsch vervoer in Amerika en Canada is toe-
genomen, zijn de orders niet meer zoo urgent.

M a r k te n in N e de r 1 a n d. De meelfabrikanten gaan
voort met loco en stoomende partijen t a r w e te koopen.
Daar liet aanbod evenwel gering is, gaat er weinig om.
Op aflading komen slechts zeer weinig zaken tot stand.
M a ï s daalde scherp in prijs, ten gevolge van zeer groote
aanvoeren van mixedmaïs, doch de vraag bleef goed, zoodat er een vrij levendige handel bleef bestaan. La Platamaïs was
flauw gestemd ten gevolge van sterken aandrang tot ver-
koopen van afladers. Ge r st kalm, met weinig zaken.
II
a v e r vast, met meer belangstelling. L ij ii z a a d zeer
stil, daar de olieprijzen nieuwe zaken onmogelijk maken.
Zie voor den staat volgende pagina.

SUIKEL
Over de verschillende suikermarkten valt deze week zeer weinig mede te deden. De noteeringen in A m e r i k a voor
Spot Ceutrifugals bleven onveranderd, terwijl de prijzen voor suiker op termijn na eenige fluctuatie aan het einde
der week op vrijwel hetzelfde niveau stonden als aan het

972

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

8 November 1922

Noteeringen.

Locoprijzen te RotterdalmlAmsterda.m.

Chicago
1
Buenos
.4 JrCS
Soorten
6 Nov.
30 Oct.
1

7 Nov.

Data
1922 1922
1

1921
Torwe
Maïs
Haver
Tarwe
Mais
Lijnzaad

Tarwe*

…………..
1
)

Rogge (No. 2 Western)
1)
14,50 11,60

14,50
11,-
12,50
11,-

Dec.
Dec.
Dec.
Dec.
Dec.
Dec.

4Nov.’22
115
1
)
2

6811
4

42
1
1′
11,90
7,75

17,90
Maïs (La Plata)

……
2
)
194,-
204,-
176,-
280ct.’22
114112

67
41
1
1
2

12,-
7,90

18,65
Gerst (48 ib. malting)

.)
198,-
204,’-
205,-
4Nov.’21
101
46
1
1
31
1
1
12.35
1

7,45

17,10
1)
Haver (38 ib. whitecl.).
•1)
11,25
11,50
10,50
4ov. 20
206
1
1
82
38
53
5
1,
19,45
2
)1
9,20

22,75
1
Lijnkoeken (Noord-Amen-
4Jov.’19
224
136
1
1
2

72,
4

14,10
7,40

26,10
1)
ka van La Platazaad)’)
14,50
14,50
1
15,75
20Juli’14
82
561
36
1
12
9,40
1

5,38

13,70
Lijnzaad (La Plata) ….
8)
427,-
428,-
344,-

1)

per
November
)
Februari.
.
1)
P. 100 K.G.

1)
p. 2000
K.G.

)
per 1960 K.G.
•) Nr. 2 Hard/Red Winter
Wheat.

AANVOEREN in tons van 1000 K.G.

Rotterdam


Amsterdam
Totaal

Artikelen.
29 0c1.14 Nov.
1

Sedert

1
Ov’ereenk.
29 00.14 Nov.
1

Sedert
1

Overeenk.
1922
1921
1922
1

1 Jan. 1922

1
tijdvak 1921
1922
1 Jan. 1922
1

tijdvak 1921

18.333
975.879
1.328.004

30.124
37.502 1.006.003 1.365.506
Tarwe
………………
11.038
286.272′
140.826
– –
542
286.272
131.368
Rogge

………………
Boekweit …………..

9.663
6.801


576
9.663 7.377

35.219 809.804
859.041

82.151
86.576
891.955
945.617 2.237
122.813
215.012


3.597
8.549
126.410
223.561
145
93.940 68.789

50
3.925
93.990
72.714

MaIs

……………..

Lijnzaad
…………..
1.3
158.534
132.694

70.055
105.735
228.589
238.429

Gerst

……………..
Haver

………………..

Lijakoek
…………..
104.457 95.161

1.547
28.823
106.004
123.984
4
..556
.53

2.978
51.628
49.157

5.338
2.787
56.966
51.944
Tarwemeel
………….
Andere meelsoorten

8.837
1

36.537

J


2.615
1.950
11.452
38.487

begin der w’eek n1.: d.c. 3,67 voor December, d.c. 3,20 voor
Maart, 3,33 voor Mei en 3,47 voor Juni-levering (slotno-
teeningen).
De laatste Cii b a-statistiek luidt als volgt:

1922

1921

1920
tons

tons

tons 1 Weekontv. tot 28 Oct. ….

20.000

7.000

8.191
Tot. ontv. 1 Jan.-28 Oct.

3.840,000 3.254.860 3.542.011
Werkende fabrieken

1


Weekexp. tot 28 Oct. ….

51.000

18.000

21.183
Tot. exp. 1 Jan.-28 Oct

3.593.000 2.102.740 3.534.315
Tot. .voorr. op 28 Oct

223.000 1.150.000

293.674

Op J a v a bleef de markt kalm, doch vast gestemd. ‘[Jit de 1e-hand werd deze week nog een en ander in nieuwen
oogst suiker afgedaan, zoodat de totale verkoopen hier-van door de V. J. S. P. thans ruim 6.000.000 picols be-dragen. Ook de 2e-hand bleef vast gestemd voor suiker
van dit jaar, hoewel geen belangrijke zaken tot stand kwa-
men en de afdoeningen prijzen te zien gaven voor Supe-
rieur van ongeveer
f
12,50 tot
f
13,- e.k., naar gelang
van den tijd van levering.
H i e r te 1 a n d e bleef de’ markt deze week ook kalm. In den aanvang werd eenige kooplust getoond, doch deze
venflauwde weder zeer spoedig, zoodat de markt vrijwel
onveranderd sloot met prijzen van ongeveer
f
21,622% voor
November,
f
212% voor December en f22,37
1/
voor Maart.
De omzet bedroeg ongeveer 1000 tons.

NOTEERINEN.

L
onden

Data
Amster.
dam per
Nov.
Tates
Cubes
No,
1

White Java
Job. per
1
Amer.
Cm.
1
nulated
c.i.f.

New York
96pCt.
Centri-

1

fugals
Novem 6./December
November

3h.
Sh.
Sh.
$cts.
31 Oct. ’22
f22
1
1
2

561’9
1816
2316
5,53
24

.,

’22
5619
19/-
2316
5,53
31
Oct.
’21
55/6
1716
2113
4.1114.06
31 Oct.

’20,,

100/-
4616

8,03
4 Juli

14,,l1
1
h/
32

181-


326

KATOEN.
Noteering voor Loco-Katoen.

(Middliug Uplande).

1 4 Nov. ’22 28 Oct. ‘221 21 Oct.
1
221 4 Nov. ’21 4 Nov. ’20

New York voor

1
Middling .. 25,60e 24,30e 23,95e 18,80e 21,85e
New Orleans
‘voor Middling 24,50c 23,25e 23,12e 18,25e 20,50c
Liverpool voor
Fy Middling 14,66d
1
1 14,29 d
8
1 13,65d
8
1
12,51 d 17,47d

‘) 3 Nov. ’22.
2)
27 Oct. ’22. ) 20 Oct. ’22.

Ontvangsten in- en uitvoeren van Amerikaansvthe havens.

(In dulzendtallen balen)

1 Aug. ’22
1
Overeenkomstige perioden

tot


4 Nov.’22

1920-21

1
1919-20

Ontvangsten Gulf-Havens.. 2507

1714

1445

11

Atlant.Havens

435

635

361

Uitvoer naar Gr. Brittannië , 490

437

464

‘t Vasteland. 1047

1342

691

Japan etc,.

Voorraden in duizendtallen

4
Nov.’22

4
Nov.’21

4
Nov.’20

Amerik. havens ………. .1102

1569

1164

Binnenland …………..
.1345

1417

‘ 1200

New York …………..
.-

122

23

New Onleans ………….-

453

323

Liverpool ……………588

830

828

Marktbenicht van de Heeren Sir Jacob Behrens & Sons,

Manchester, d.d. 1 November 1922.

De stijging van de prijzen van Amerikaansche katoen
heeft met kleine tusscbenpoozen tot eind October aange-
houden, toen Middling American in Liverpool precies 2 d.
per lb. duurder was dan in het begin van de maand. Wel ziet men in den regel tegen het eind den maand hoogere
prijzen, doch zaken in de Amenikaansche katoenindustnie gaan zoo goed, dat het voor speculanten niet moeilijk was
deze hausse door te voeren, en men verwacht te Liverpool
een vastere markt, terwijl enkelen reeds over katoenprijzen
van 15 d. spreken. Of dit werkelijk het geval zal wonden
is nog hoogst onzeker, daar in de marktpositie in Engeland
geen aanleiding is tot hoogere prijzen. Het derde Ginners-
rapport, dat verleden week gepubliceerd werd gaf het aantal
geginde balen tot 17 October aan met 6.962.000 balen tegen 5.497.000 balen verleden jaar. Niettegenstaande deze groote
cijfers is katoen sedert opnieuw een half penny gestegen,
daar men beweert, dat het grootste gedeelte van den oogst
thans gegind is en de volgende cijfers een vermindering
zullen aantoonen. Egyptisehe katoen is niet gestegen, niet-
tegenstaande de hoogere prijzen voor Amerikaansche katoen.
Spinners ondervinden groote moeilijkheden om voor ga’rens
hoogene prijzen te krijgen. Noteeringen zijn weliswaar vas-
ter en behalve voor kleine partijtjes is de vraag zeer ge-
ring, zoowel voor binnenland als voor export. Terwijl de
prijzen hier te lande honger zijn, zijn de overzeesche bie-
dingen over het algemeen lager, zoodat het verschil tusschen vraagpnijzen en biedingen zelfs grooter is geworden en men
ook niet kan spreken van ernstige offertes. Van China hoort
men absoluut niets, terwijl er alleen eenige vraag schijnt te bestaan naar de fijnere nummers voor de naaigarenfa-
brieken. Over het algemeen zijn’ alle prijzen zeer verlies-
gevend.

8 November 1922

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

973

Prijzen voor manuaëturen worden wel iets vaster, daar
zoowel garens als katoen veel duurder zijn en fabrikanten
dus wel hooger moeten noteeren. Door deze vastere prijzen
is de belangstelling van de overzeesche markten wel iets
beter en schijnt vooral Calcutta de meeste aanvragen te
zenden. De biedingen zijn echter in de meeste gevallen te
laag, daar men ook nog niet veel vertrouwen heeft in de
thans vigeerende hooge prijzen. Hoewel er dan ook meer
belangstelling bestaat dan eenige weken geleden zijn er
over het algemeen toch weinig zaken afgesloten en blijkt
hieruit wel, dat men op de overzeesche markten nog steeds
met zeer groote voorzichtigheid opereert.
25 Oct. 1 Nov.

Oost. koersen.

24 Oct. 31
Oct.

Liverpoolnoteeringen

T.T.op Indië….
1131
113
P.G.F.Sakellaridis 17,75 17,75 T.T. op Hongkong 2J5’/, 2/51
9

G.F. No. 1, Oomra 9,20 9,20 T.T. op Shanghai. 31311
4 3
1
3
81
4

KOFFIE
(Medecleelinig van de Makelaars G. Duuri.ng & Zoon, Kolf t
& Witkamp, Leonard Jacobson & Zoiaen en G. Bijdendijk).

Noteeringen en voorraden.

Dato
Rio
San (os
Wisselkoers
voorraaa Prijs
No. 7
voorraoa
.
Prijs
No.
4

4 Nov. 1922
1.654.000
18.100
2.133.000
23.500
6
3
/
28 Oct.

1922
1.663.000
18.250
2.266.000
23;600
61/

21

,,

1922
1.676.000
18.100
2.306.000
23.500
6
1
/
4 Nov. 1921
1.785.000 12.600
2.937.000
15.500
81
e

Ontvangst.n.

Rio

Santo.,
Data
Afgeloo pen

Sedert

Afgdoo
pen

Sedert
week

1

1
Juli

1

u

1

1
Juli

4 Nov. 1922….

61.000

1.265.000

122.000 2.561.000
4 Nov. 1921….

78.000

1.648.000

121.000. 3.111.000

Statistiek der firma G. Duuring & Zoon.

Zichtbare voorraad op 1 November i922 in duizenden ba1en

1922
1921 1920
1919 1918

Voorraad in Europa..
2.235
1.747
2.036 2.416
942
Stoomend fBrazilië ..
748 522
888
483
194
n.Europa LOost-Indië.
13
40

60

2996
2.309 2.924 2.959
14136

Voorraad Ver. Staten
839
1.203
2.017
1.540
1.482

8toomend
naar
‘BraziUë ..
710
772
360 638
380

Ver.Statenj
4.545 4.284 5.301

5.137

2.998
1.667 1.744

420

478

895
2.164

2.882

2.305

4.851

7.475

16

40

27

28

61

8.392 8.950 8.053 10.494 11.429
8.481 . 8.991 ‘7.982 10.418 11.277
8.639 8.700

6.750 10.336 11.702

RUBBER.

De markt was kalm in de afgeloopen week en prijzen
vertoonden eenige neiging tot dalen. Tegen het eind der
week herstelden prijzen zich echter weder Noteeringen zijn
echter min of meer nominaal, aangezien er zeer weinig
omgaat.
De slotnoteerin gen zijn:
eindè voorafgaande week:

Prima Crêpe November 62

ct . ………. 63 ct.
December. . 62
1/
,………..
62
1/

Jan.lMaart
63
1
1-64

…………
63
1
/,

Smoked Sheets November 64

,………..
63’/s
December 64
1
12

,………..
64
1
/s
,,
Jan./Maart 64112_651/,
,………..
65

11
6 November 1922

COPRA.

De markt was deze week zeer vast gestemd. In het begin
van de week werd veel opgenomen door consumenten, doch
toen later de prijzen sterk opliepen, trokken fabrikanten
zich meer terug. De hausse ging geheel van Londen uit.
De noteeringen zijn:
Java f.m.s. stoomend …………..
f
28,12/2
November/Januari ……
,,
28,25
6 November 1922.

METALEN.

Loco-NoteerÏngen te Londen:

Data
ijzer
Cle,,.
No.3

Koper
Standard
-,
t

Tin
1
i
Lood
1
Zink

6 Nov. 1922
1

nom.
63.716 1197101
26.-/_
37.151-
30 Oct. 1922 .
1

nont.
63.216
184.101- 26.101-
37.-!-
23

1922..
1

nom.
62.101-t
173.51-
25.101-
35.1716
16

1922..
1

nom.
62.151_I

169.1-
25.101-
33.151-
7 Nov. 1921.j
nom.
65.1716
158.101-
23.151-
25.1716
20 Juli 1914..
5114

1
16.-/-
145.151-
19.-/_
1

21.101-

VERKEERS WEZEN.

SCHEEPVAART.

GR.ÂAN.

Data
Petro-
grad
Londen/
Ida’m

1
Odessa
1
Rotter-
dam

Au. Kust
Ver. Staten
San Lorenzo

Rotter.
Brisiol Rotter-

Enge.
dam
Kanaal
dam
land

30 O.-4 Nov. 1922
‘.-

1

12 c.
1

31-
2616 2616
23-28 Oct.

1922
1

13 c.’
31-
261-
261-
31 0.-5 Nov. 1921

1

41-
41-
201-
20
/

1-6 Nov.

1920

1

1316 1316
851-
85′-
Juli

1914 11 d.
713
l/l1u/
1111
1
1
4

121-
121-

KOLEN.

Cardi,9
Oosik. Engeland

Data

Bordeaux
Genua
1

Port La
1

Plato
Roiter-
dom

1

Gothen.
burg
IRwier

300.-4Nov.’22
7/10
11110
131-
1411
1
/
2

5/6
81-
23.28 Oct.

’22
717 .
121-
1319
1415
514
81-
310.-5Nov.’21
716
131- 151-
211-
516
813
1-6

Nov. ’20
251-
30/-
3716
401-


Juli

1914
fr. 7,-
71-
713 1416
312
41-

DIVERSEN.

Bomlsay
Birma
Vladivo.
Chili

Data
West
West
stoek

1

West
1

Europa
Europa
West
Europa
(d. w.)
(rijst)
Europa
(salpeter)

30 Oct.-4 Nov.

1922..
261-.
2616
301-
321-
23-28 October .. 1922..
2413
2516
301- 321-
31 Oct.-5 Nov.

1921..
2716


3816
1-6 November 1920..
7716
1101-

1001-
Juli

1914..
1416 1613
251-
2213

) Amer. cents p; iuui les.
Graan Petra grad pe+ quarte van 96 lbs. zwaar, OSessa per
unit, Ver. Staten per quarter van
480
ibs.
zwaar.
Overige noteeringen per ton van 1015 KG

INKLARINGEN.

DELFZIJL.

September 1922
September 1921
Landen van
herkomst
Aantal

N. R. T.
schepen,
Aantal

N. R. T.
schepen

Binnenl. havens
2
2.688
2
117
Groot-Brittannië
6
3.593
3
1.663
Duitschland
3

838
10
910
Zweden
19
3.848
12
2.256
Rusland-Oostz.h


3
2.261
Finland
6
1.769
8
3.213
België

…..:


2
612
Frankrijk
– –
1
1.329
Rusl.-Witte Zee
2
2.737

Totaal ….
38
15.473
41
12.360

Nationaliteit.

Nederlandsche
19
9.082
9
1.309
Britsche
1
266
1
601
Duitsche
10
2.692
19
4.881
Noorsche
1
1.729
1
639
Zweedsche
5
804
6
1.061
Deensche
1
169
3
2.646
Lettlandsche..
1

.
731
2
1.223

Totaal ….
38
15.473
41
12.360

(A. van Dijk).

Voorraad in Rio Santos..
Bahia

Totaal……
op
1 October……..
Op 1 Juli ……….

974

8 November 1922

NAAMLOOZE VENNOOTSCHAP

Wilton’s MachinefabriekenScheepswerf

ROTTERDAM.

Sèheepbouw’ en Machinefabriék

Speciale inrichting voor reparatiën van eiken omvang

Vier droôgdokken met iichtvermogen tot
46000
ton

Dwarshelling
1

Drijvénde krtnen met lichtvermo’gentot
12Ö
ton

Telefoon: 7303 en 7304

Telègramadres: ,,WILTON” Rotterdam

Nederlandsche Gist-

en Spiritusfabrick

DELFT

ARTIKELEN

Gist

Brandspîritus

Zuivere spiritus

Foezelolie

Amyl -alcohol

Aether Sulfuricu8

Narcose ether

Kurken en

Gedroogde Spoeling

L

KONINKLIJKE

MEUBELTRANSPORT-MIJ.

DE GRUIJTER & Co.

‘DEN HAAG
AMSTERDAM

ARNHEM

Motorlocomot leven

Bergplaatsen voor inboedels

Opslag van Reisbagage

Verpakking van ‘Kunstvoorwerpen

SPOORWEGMATERlEELT

KONINKLIJKE STËARINE ARSËNFABRÏEK GOUDA

GQUDA

GOUDA KAARSEN NACEÎT-, THEE- N SCHEMERLICH1

STEARINE –, KAARSENPIT – OLEÏNE

CHEMISCH ZUIVERE ÉN ALLE ANDERE SOORTEN GLYCERINE

Trans’portwage’ns

voor alle doeleinden

AANLEG VAN

FABRI EKSSPOOR

DE ALGEMEENE

S PAAR VE RZ EKERING

Opgericht 1907

‘s-Gravenhage

Aflna van Saxenplein 3

Auteur