Ga direct naar de content

Input/output

Geplaatst als type:
Gepubliceerd om: april 3 2009

input
Kapitaalstructuur

Bedrijfsgroei

Voor het Tilburg Law and Economics Centre onderzoeken
Degryse et al. of de kapitaalstructuur van middelgrote en
kleine bedrijven wordt beïnvloed door karakteristieken van de
bedrijven zelf, of door de markt waarin zij opereren. Hiervoor
gebruiken de auteurs een dataset van middelgrote en kleine
bedrijven in Nederland tussen 2003 en 2005. Zij constateren
dat de kapitaalstructuur vooral afhankelijk is van de bedrijfs­
karakteristieken. Bedrijven die snel groeien, hebben gemiddeld
een grotere schuld. En hoe groter het bedrijf is, hoe langer de
looptijd van de schuld gemiddeld is. De karakteristieken van de
markt waar het bedrijf in opereert, hebben geen invloed op de
kapitaalstructuur.

Voor het Scientific Analysis of Entrepreneurship and SMEs stellen
Zhou en De Wit dat er veel verklarende factoren kunnen zijn
voor de groei van een bedrijf, zoals de persoonlijke karakteristieken van de eigenaar, bedrijfseigenschappen, of de omgeving
van het bedrijf. Door empirisch onderzoek te doen naar 523
ondernemers in Nederland, proberen de auteurs te achterhalen wat de belangrijkste determinanten van bedrijfsgroei zijn.
Hieruit blijkt dat de omgeving, zoals de mate van concurrentie,
geen invloed op de bedrijfsgroei heeft, maar individuele karakteristieken en bedrijfseigenschappen wel. Vooral de motivatie van
de eigenaar heeft een positief effect op de bedrijfsgroei, terwijl
oudere bedrijven gemiddeld minder snel groeien.

Degryse, H., P. de Goeij en P. Kappert (2009) The impact of firm and industry

Zhou, H. en G. de Wit (2009) Determinants and dimensions of firm growth.

characteristics on small firms’ capital structure: evidence from Dutch panel data.

Zoetermeer: ScALES.

TiLEC discussieartikel nr 2009-009. Tilburg: TiLEC.

Biobrandstof

Bevolking
Voor het Centraal Bureau voor de Statistiek
doet Van Duin een voorspelling voor de
bevolkingsgroei tot 2050. Hij verwacht
dat de bevolking van Nederland in 2038
het hoogste punt bereikt met 17,5 miljoen
inwoners. Daarna zal de bevolking volgens
de auteur weer afnemen. Na 2030 wordt
het geboortesaldo negatief, zodat de
stijging tussen 2030 en 2038 vooral wordt beïnvloed door een
positief migratiesaldo. Ook neemt de vergrijzing volgens de
auteur toe: tussen 2008 en 2040 stijgt het aantal 65-plussers
van 2,4 miljoen tot 4,5 miljoen, terwijl de beroepsbevolking
krimpt van 10,1 naar 9,2 miljoen. In 2050 verwacht de auteur
daarnaast dat een op de tien Nederlanders tachtig jaar of ouder
is, terwijl dit op dit moment een op de 27 is.
Duin, K. van (2009) Bevolkingsprognose 2008–2050: naar 17,5 miljoen

Voor het LEI analyseren Meeusen et al. de markt voor biobrandstoffen. Hoewel deze markt op dit moment minder dan een
procent van de totale markt voor transportbrandstoffen inneemt,
is hij wel sterk groeiende. De Verenigde Staten en Brazilië zijn
de belangrijkste leveranciers van bio-ethanol, terwijl de grootste
hoeveelheid biodiesel in Europa wordt geproduceerd. Volgens de
auteurs zijn de productiekosten voor biodiesel nog wel anderhalf
tot twee keer zo hoog als de productiekosten van gewone diesel.
De auteurs verwachten dat verdere samenwerking tussen energieproducenten en boeren in de toekomst zal zorgen voor meer
winst voor beide partijen, door het verminderen van risico’s en
een betere distributie van biobrandstof.
Meeusen, M., M. Danse, S. Janssens, E. van Mil en R. Wiersinga (2009)
Business in biofuel. LEI-rapport nr 2008-055. Den Haag: LEI.

Open source

inwoners. In: CBS (red.) Bevolkingstrends 1/09. Den Haag: CBS.

Voor het Tinbergen Instituut stelt Gautier dat de financiële
crisis ervoor zorgt dat er coördinatieproblemen ontstaan tussen
banken en bedrijven: winstgevende bedrijven kunnen banken
er niet van overtuigen aan hen geld uit te lenen, omdat banken
te voorzichtig zijn. Hierdoor kan de economie in een evenwicht
terecht komen waarbij banken minder risico nemen dan economisch optimaal is. Gautier stelt dat de overheid nodig is om uit
dit evenwicht te komen. De overheid kan bijvoorbeeld leningen
aan bedrijven van banken overnemen. Ook kan de overheid het
nemen van risico stimuleren, bijvoorbeeld door dividendbelastingen te verlagen.

Voor het Centraal Planbureau stellen Bijlsma et al. dat het
privaat verkopen van software een ander effect heeft op innovatie dan opensource-software. Private software zorgt volgens
de auteurs voor zeer specifieke innovatie die betrekking heeft
op het beschermde product, terwijl opensource-software ook de
innovatie in andere soorten software stimuleert. Private software
zorgt voor meer innovatie dan opensource wanneer de kosten
van innovatie die vooraf moeten worden betaald hoog zijn,
terwijl opensource meer innovatie stimuleert in markten waar de
intrinsieke motivatie voor innovatie, de motivatie die voortkomt
uit de persoonlijkheid van de innovator, hoog is. Om innovatie
te bevorderen kan de overheid het beste kiezen om innovatie
in opensource-markten te subsidiëren, terwijl in de markt voor
private software beter de samenwerking tussen verschillende
private partijen kan worden gestimuleerd.

Gautier, P. (2009) Coordination frictions and the financial crisis. Tinbergen

Bijlsma, M., P. de Bijl en V. Kocsis (2009) Competition, innovation and intellectual

discussieartikel nr 2009-028/3. Amsterdam: Tinbergen Instituut.

property rights in software markets. CPB document nr 181. Den Haag: CPB.

Crisis

196

ESB

94(4557) 3 april 2009

De auteur heeft verklaard dit artikel alleen te publiceren in ESB en niet elders
te publiceren in wat voor medium dan ook. Het is wel toegestaan om het artikel voor eigen gebruik
en voor publicatie op een intranet van de werkgever van de auteur aan te wenden.

output
Leven lang leren

Betalen

Voor het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt
onderzoeken De Grip en Smits waardoor het leergedrag van
afgestudeerde technici beïnvloed wordt. Gemiddeld besteden de
technici ongeveer 28 uur aan cursussen en 26 uur aan zelfstudie.
Het al dan niet hebben van een mastertitel maakt niet uit voor
de tijd die hieraan besteed wordt. Hoe groter de ervaring van de
werk­ emer is, hoe kleiner het aantal uren dat besteed wordt aan
n
c
­ ursussen en zelfstudie. Werknemers met banen op het gebied
van ICT en management spenderen meer tijd aan formele training, terwijl in commerciële en financiële beroepen juist minder
tijd aan formele training wordt besteed. In sectoren waar de
concurrentie sterker is, wordt minder tijd aan training besteed.

De Nederlandsche Bank onderzoekt in
hoeverre Nederlanders het betalingsverkeer
als veilig ervaren en hoe hun betaalgedrag
verandert door die veiligheidsgevoelens. Van
de betaalmiddelen wordt cash het veiligst
ervaren in het gebruik en de pinpas wordt
ervaren als het veiligst om te bezitten. Het
minst veilig is cash om te bezitten, en de
creditcard om mee te betalen. Om fraude te voorkomen nemen
consumenten voorzorgsmaatregelen zoals het betalen met
cash, en het afschermen van het scherm bij het intoetsen van
de pincode. DNB stelt dat het belangrijk is om consumenten
zo goed mogelijk te informeren over de gevaren van het betaal­
systeem, zodat zij veilig kunnen blijven betalen.

Grip, A. de en W. Smits (2009) What affects lifelong learning of scientists and
engineers? ROA research memorandum 2009/2. Maastricht: ROA.

De Nederlandsche Bank (2009) Veilig betalen in Nederland. In: DNB (red.)
Kwartaalbericht maart 2009. Amsterdam: DNB.

Herverdeling
Alesina en Guiliano stellen voor het National Bureau of Economic
Research dat de mate waarin mensen inkomen willen herverdelen, bepaald kan worden door persoonlijke karakteristieken,
cultuur, indoctrinatie en familiestructuur. Op basis van een
internationale enquête constateren de auteurs dat rijkere mensen
gemiddeld grotere tegenstanders van herverdeling zijn. Daarnaast
zijn vrouwen meer voor herverdeling dan mannen, en zorgt meer
onderwijs voor een negatievere opstelling tegenover herverdeling. Mensen die het idee hebben dat anderen eerder gebruik
van ze willen maken, in plaats van eerlijk te handelen, hebben
een grotere voorkeur voor herverdeling. En mensen die denken
dat geluk belangrijker is voor succes dan hard werken, zijn vaker
voorstander van herverdeling.
Alesina, A. en P. Guiliano (2009) Preferences for redistribution. NBER werkdocument nr 14825. Cambridge, Mass.: NBER.

Werkloosheid
Voor het Centre for Economic Policy Research stellen Graversen
en Van Ours dat verplichte activeringsprogramma’s de werkloosheidsduur verkorten. Hiervoor gebruiken zij een Deense dataset,
waar in een regio deelname aan een activeringsprogramma
verplicht was, en in een andere regio niet. Het effect op de
werkloosheidsduur is sterker als de plek waar het activerings­
programma plaatsvindt, geografisch verder weg ligt van het huis
van de werkloze. Tegelijkertijd blijkt de deelname aan een activeringsprogramma niet uit te maken voor de kwaliteit van de baan
die na de werkloosheid wordt geaccepteerd. De auteurs concluderen hieruit dat activeringsprogramma’s vooral werken omdat
werklozen het niet leuk vinden om aan het programma mee te
doen, en niet doordat menselijk kapitaal behouden wordt.
Graversen, B. en J. van Ours (2009) How a mandatory activation program reduces
unemployment durations; the effects of distance. CEPR discussieartikel nr 7233.
Londen: CEPR.

Straf
Voor het Centre for Research in Experimental Economics
and Decision-making onderzoeken Abbink et al. in hoeverre
groepsgedrag van belang is bij rent seeking. Zij stellen dat
experimenten op dit gebied vaak in individuele context worden
gedaan, terwijl dit in de realiteit vaak in groepen gebeurt, zoals
bijvoorbeeld bij lobbyactiviteiten. Met een experiment constateren de auteurs dat wanneer individuen in een groep zitten,
zij gemiddeld meer uitgeven aan rent seeking dan wanneer zij
niet in een groep zitten. Wanneer daarnaast binnen de groepen
straffen uitgedeeld kunnen worden aan groepsleden die weinig
bijdragen, stijgt de gemiddelde bijdrage nog verder. De auteurs
schatten de totale uitgaven op meer dan acht keer zoveel als de
situatie waarin de deelnemers niet in groepen verenigd zijn.

Zorgpreventie

Abbink, K., J. Brandts, J., B. Herrmann en H. Orzen (2009) Inter-group conf lict

In zijn ontwerpadvies aan het Ministerie van VWS kijkt de
Sociaal Economische Raad in hoeverre arbeidsorganisaties een
rol kunnen spelen bij gezondheidsbevordering. De raad stelt
dat werkgevers alleen een taak hebben bij arbeidsgerelateerde
gezondheidsrisico’s. Om deze taak goed te vervullen adviseert
de SER om het opstellen van nieuwe arboregels in overleg met
werkgevers en werknemers te laten plaatsvinden. Daarnaast
moeten bedrijfsartsen volgens de raad regelmatig worden bijgeschoold. Ook stelt de SER dat bedrijven meer moeite kunnen
doen om werknemers die zware arbeid verrichten, na een
periode van zware arbeid in een andere functie te plaatsen.

and intra-group punishment in an experimental contest game. CREED werkdocu-

Sociaal Economische Raad (2009) Ontwerpadvies preventie en gezondheid. Den

ment. Amsterdam: CREED.

Haag: SER.

De auteur heeft verklaard dit artikel alleen te publiceren in ESB en niet elders

te publiceren in wat voor medium dan ook. Het is wel toegestaan om het artikel voor eigen gebruik
en voor publicatie op een intranet van de werkgever van de auteur aan te wenden.

ESB

94(4557) 3 april 2009

197