Ga direct naar de content

Het voorspellen van economische groei

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: augustus 24 1994

-Het voorspellen van
economische groei
Cijfers over de groei van het bbp worden altijd met enige vertraging bekend gemaakt. De groei kan echter betrouwbaar geschat worden met
drie variabelen die sneller beschikbaar komen: de industriële produktie, de detailhandelsverkopen en de werkgelegenheid. Dit eenvoudige
model kan niet alleen zeer snel de groei van het afgelopen kwartaal bepalen, het levert ook een betrouwbare voorspelling op zodra twee van
de drie maandcijfers bekend zijn.

Iedere maand worden er vele cijfers
bekendgemaakt over de Amerikaanse
en Duitse economie. Deze geven niet
altijd een eenduidig beeld van de
conjunctuur. De brede maatstaf voor
economische groei (het bruto binnenlands produkt, bbp) wordt met enige
vertraging gepubliceerd. Economische beleidsmakers en voorspellers,
valutahandelaren, beleggers en speculanten zijn over het algemeen bijzonder geïnteresseerd in de bbp-groei.
Aan de hand van het meest recente
groeicijfer kunnen de monetaire autoriteiten namelijk beleidsacties ondernemen.
Zo bestaat er in de Verenigde
Staten momenteel het gevaar van
oververhitting van de economie. De
vraag kan worden gesteld of de
Federal Reserve de korte rentetarieven wel tijdig en voldoende heeft
laten stijgen. Op het moment dat de
groei van de Amerikaanse economie
aanhoudend boven de trend blijft uitgaan, zal de inflatiedreiging toenemen. Fed-voorzitter Alan Greenspan:
“it is an open question whether our
actions to date have been sufficient
to head off inflationary pressures”.
Voor Duitsland is het juist zinnig
om te weten of de economie zich op
dit moment daadwerkelijk herstelt.
Bij een voorspoedige ontwikkeling
van de groei neemt, in de visie van
de markt, de kans op een verdere monetaire verruiming door de Bundesbank af. Stelt de recente groei daarentegen teleur dan houdt men rekening
met een nog aanhoudende versoepeling van het monetair beleid. Bundesbank-president Hans Tietmeyer: “für
die deutsche Zinspolitik nach der

Sommerpause seien noch keine Vorentscheidungen getroffen”.
Het is voor beide economieën dus
zinvol om al in een vroeg stadium te
beschikken over nauwkeurige informatie over de stand van de conjunctuur, zodat accuraat op mogelijke
beleidswijzigingen kan worden ingespeeld. In dit artikel zal voor een
kwartaal waarvan al maanddata beschikbaar zijn een model worden geschat van de groei van het bruto binnenlands produkt in de VS en in
Duitsland.

Het model
Een van de belangrijkste voorwaarden voor de variabelen die het bbp
moeten verklaren, is dat de gegevens
zo spoedig mogelijk na afloop van

een maand bekend worden gemaakt.
In het model wordt gebruik gemaakt
van drie indicatoren: industriële produktie, detailhandelsverkopen
en
werkgelegenheid.
In de VS zijn de data van een bepaalde maand al voor medio van de
volgende maand beschikbaar. Het US
Commerce Department maakt vervolgens op zeer korte termijn het economisch groeicijfer bekend (bijna twee
weken nadat de realisatie van de
laatstbekende indicator is verschenen). In Duitsland worden de data
met meer vertraging gepubliceerd.
De in het model gebruikte indicatoren worden ruim één maand na de
desbetreffende maand vrijgegeven.
Vervolgens duurt het ook langer voordat het Statistisches Bundesamt het
bbp-groeicijfer uitgeeft (circa 4-5
weken na het uitkomen van de laatst
relevante indicator). In de VS verschijnt het volume van de detailhandelsverkopen overigens één maand
later dan de waardestijging. Om
reden van de vlotte beschikbaarheid
van de informatie is in de vergelijking
gekozen voor de waardecijfers van
de consumptie gecorrigeerd voor
prijsstijgingen (zie schema 1).
Voor zowel de VS als Duitsland kan
worden gesteld dat met behulp van
de industriële produktie, de detailhandelsverkopen en de werkgelegenheid
een redelijk goede voorspelling van
het reële bbp kan worden verkregen.
In figuur 1 en figuur 2 zijn de uitkomsten van het model vergeleken met
de realisaties. De vergelijkingen geven een beter resultaat door de afhan-

Schema 1. De geschatte vergelijkingen van de kwartaal groei voor de VS en
Duitsland
Verenigde Staten:
Bbp = 0,26 + 0,17 lP + 0,16 CONS + 1,04 WERK – 0,21 bbp-l – 0,09 bbp-2 – 0,25 bbp-3
(6,3)

Gecorrigeerde

0,8)

(6,6)

(6,7)

(3,7)

0,8)

(5,1)

R2 = 0,83; Durbin h = -0,37

Duitsland:
Bbp

=

0,56 + 0,43 lP + 0,11 CONS + 0,68 WERK – 0,18 bbp-l – 0,10 bbp-2 – 0,19 bbp-3
(9,4)

Gecorrigeerde

00,1)

(3,1)

(3,2)

(2,8)

0,7)

(3,4)

R2 = 0,74; Durbin h = -1,99

Bbp = bruto binnenlands produkt (reëel);
lP = industriële produktie;
CONS = detailhandelsverkopen
(reëel);
WERK = werkgelegenheid;
alle variabelen: procentuele verandering ten opzichte van het voorafgaande
de schattingsperiode
is 1971-1994 (tot en met eerste kwartaal);
de absolute t-waarden staan tussen haakjes.

kwartaal;

kelijke variabele vertraagd op te
nemen. Indien een schatting wordt
gemaakt van het bbp exclusief de
voorraden dan blijkt het vertraagd opnemen van het bbp geen belangrijke
rol meer te spelen. Dit suggereert dat
de vertraagde bbp-reeks een correctie is voor de aanpassing van de voorraden. Het opnemen van data over
de voorraden zou de bbp-prognose
kunnen verbeteren. Voor beide landen geldt dat deze gegevens met een
grote vertraging uitkomen en hierdoor onbruikbaar zijn geworden.
Een van de verschillen tussen de
vergelijkingen voor respectievelijk de
VS en Duitsland is de verklaringsgraad. De lagere R2 in Duitsland kan
te maken hebben met het feit dat de
bbp-groei een meer erratisch verloop
vertoont vergeleken met die in de
Verenigde Staten, hetgeen in de figuren ook duidelijk tot uitdrukking
komt. Herhaaldelijk wordt kritiek
uitgeoefend op de cijfers van het
Bundesamt, omdat de seizoenscorrectie niet adequaat zou zijn doorgevoerd. Een andere verklaring voor
het minder gelijkmatig verloop van
de economische groei in Duitsland
ten opzichte van de VS kan betrekking hebben op de grootte van het
land. De VS zijn gemeten naar bbp in
lopende prijzen bijna vier maal groter
dan Duitsland, waardoor de indices
van de indicatoren in de VS een meer
evenwichtig beeld laten zien (wet
van de grote getallen). De grote omslagen in de mutaties van het bbp in
Duitsland maken het lastiger om dit
via het model te voorspellen.
Andere opmerkelijke afwijkingen
bij de resultaten van het model zijn

Figuur 1. Modeluitkomsten (lijn) en realisaties (kolommen) van de kwartaalgroei in de VS, 1971-1994

4

3

2

1

o
-1

-2

-3

71

73

75

77

79

81

de regressiecoëfficiënten voor de industriële produktie en de werkgelegenheid. Het feit dat de coëfficiënt
voor de produktie in Duitsland duidelijk hoger ligt dan in de VS kan onder
andere worden verklaard door het
aandeel van de industriële produktie
in de totale produktie. In Duitsland is
het aandeel circa 36%, terwijl dit in
de VS ongeveer 19% is. Indien wordt
uitgegaan van een min of meer constante stijging van de produktiviteit
op langere termijn dan zal een mutatie van de werkgelegenheid tot een
vrijwel identieke procentuele verandering van het bbp leiden. In de vergelijking is in dit geval de regressiecoëfficiënt voor de werkgelegenheid
gelijk aan 1,0. Op korte termijn kan
de coëfficiënt voor de werkgelegenheid wel afwijken van 1, afhankelijk
van de samenhang tussen de produktie en de werkgelegenheid. Een land

Figuur 2. Modeluitkomsten (lijn) en realisaties (kolommen) van de kwartaalgroei in Duitsland, 1971-1994

83

85

87

89

91

93

95

met een flexibele arbeidsmarkt (VS)
zou een stabieler verloop van de arbeidsproduktiviteit moeten laten zien
in vergelijking met een land waar de
arbeidsmarkt eerst met vertraging reageert op de conjunctuur (Duitsland).
In de VS is de correlatie tussen de
produktie en de werkgelegenheid
veel groter dan in Duitsland (79% tegenover 47%). Deze omvangrijke samenhang in de VS vormt waarschijnlijk de verklaring voor het feit dat de
regressie-coëfficiënt van de werkgelegenheid in de VS dicht bij 1,0 ligt, terwijl deze in Duitsland een duidelijk
lager niveau aangeeft.
Overigens is bij het model geen rekening gehouden met het feit dat de
economische data regelmatig worden
herzien. Bij het bekendmaken van
nieuwe cijfers worden vaak met
name de mutaties van de voorlaatste
maand aangepast. Deze correcties
zijn in Duitsland nog wel eens omvangrijk (vooral bij de industriële produktie). Het is evident dat het probleem van herziene data bij de
voorspellingen in acht moeten worden genomen.

4

3

2

1

o
-1

-2

-3

ESB 14-9-1994

Voorspellen
De termijn die ligt tussen het moment
waarop alle maanddata voor een
kwartaal bekend zijn gemaakt en de
publikatie van het bbp-cijfer is zoals
gezegd in de VS circa twee weken en
in Duitsland vier à vijf weken. De
economische voorspeller zal belangstelling hebben om nog voordat alle
cijfers voor de desbetreffende drie
maanden ter beschikking zijn gesteld
al een goede indicatie te krijgen van
de economische groei. Om deze re-

den is een nieuwe regressie-analyse
uitgevoerd. De bbp-groei wordt dan
geschat op basis van de waarnemingen van de eerste twee maanden van
een kwartaal, zodat bij de prognose
een maand tijdwinst wordt geboekt.
Hierbij wordt verondersteld dat de
gemiddelde procentuele verandering
voor het gehele kwartaal gelijk is aan
die van de eerste twee maanden. Opnieuw blijkt een redelijk goede voorspelling te kunnen worden gemaakt
van de groei van het bbp aan de
hand van de industriële produktie,
de detailhandelsverkopen
en de
werkgelegenheid.
De coëfficiënten wijken in de nieuwe
versie (zie schema 2) niet sterk af van
die in het oorspronkelijke model. De
verklaringsgraad voor de VS blijkt
zelfs niet terug te lopen. Bij Duitsland
is er wel sprake van een afname,
maar nog altijd wordt meer dan tweederde van de mutatie van het bbp verklaard. Voor beide landen geldt dus
dat het aangepaste model al in een
vroeg stadium nuttige informatie verstrekt over de economische groei in
het lopende kwartaal.

Conclusies
Aan de hand van slechts drie indicatoren waarvan iedere maand nieuwe cijfers worden uitgebracht (industriële
produktie, detailhandelsverkopen
en
werk(gelegenheid) kan op relatief
eenvoudige wijze een goede schatting worden gemaakt van de groei
van het bruto binnenlands produkt.
Voor de Verenigde Staten en Duitsland blijkt een groot deel van de economische groei te kunnen worden
verklaard door de hier geschatte modelvergelijkingen. De verklaringsgraad is voor de VS groter dan voor

Duitsland, hetgeen vooral moet worden toegeschreven aan de grote(re)
fluctuaties van de groei in Duitsland.
Des te eerder een betrouwbare voorspelling kan worden gemaakt voor
de economische groei des te beter,
omdat hierdoor sneller op beleidsimplicaties kan worden geanticipeerd.
Het blijkt dat al op basis van de informatie over de eerste twee maanden
van een kwartaal een redelijk nauwkeurige prognose van de bbp-groei
kan worden afgegeven.
Op 29 juli jl. werd in de VS de bbpgroei voor het tweede kwartaal bekendgemaakt. Deze groei bedroeg
3,7% (later herzien tot 3,8%) op jaarbasis, ofte wel 0,9% ten opzichte van
het voorafgaande kwartaal. Beide modellen voor de VS gaven een uitkomst van 1,0%. Op 8 september
werd in Duitsland de economische
groei voor het tweede kwartaal gepubliceerd. Op basis van het model zou
het bruto binnenlands produkt met
1,0% zijn gestegen. Dit bleek exact
overeen te komen met de realisatie.
H. Rozendaal
De auteur is werkzaam bij het economisch
bureau van de ABN Amro bank te Amsterdam.

Schema 2. De geschatte vergelijkingen voor de kwartaalgroei met de gegevens van de eerste en tweede maand
Verenigde Staten:
Bbp – 0,30 + 0,23 lP + 0,19 CONS + 1,12 WERK – 0,20 bbp-l – 0,07 bbp-2 – 0,27 bbp-3
(5,2)

Gecorr. R2

=

(5,0)

(7,6)

0,84; Durbin h

(6,5)

=

(3,7)

(1,4)

(5,5)

-0,68

Duitsland:

Bbp – 0,59 + 0,48 lP + 0,07 CONS + 0,81 WERK – 0,21 bbp-l – 0,09 bbp-2 – 0,21 bbP-3
(6,3)

Gecorr. R2

(9,1)

(2,0)

0,68; Durbin h

(3,5)

= -0,19

(3,0)

(1,3)

(3,4)

Auteur