Ga direct naar de content

Het einde van de baan!

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: november 2 1994

Het einde van de baanl
Het Amerikaanse tijdschrift Fortune wijdde onlangs
een themanummer aan de toekomst van het werknemerschap, onder de welluidende titel ‘The end of the
job’. Een fascinerend nummer, waarin op die degelijke maar tegelijkertijd wat overtrokken Amerikaanse
manier een maatschappelijk probleem van de eerste
orde uit de doeken wordt gedaan. Het is de stellige
verwachting van de schrijvers dat onder invloed van
de globalisering van de economie, mede mogelijk gemaakt en gestimuleerd door de moderne informatietechnologie, het traditionele werknemerschap
zijn
langste tijd heeft gehad. Er zal een omvangrijke heroriëntatie plaatsvinden in bedrijven en instellingen,
waarbij het klaren van de klus centraal komt te staan
en de traditionele baan, in de zin van functie, in haar
geheel zal verdwijnen.
Het centraal stellen van het klaren van de klus zal
ertoe leiden dat werknemers zich zullen omvormen
tot contractanten. Deze contractanten zetten zich in
voor de duur van een klus. Daarna volgt een nieuw
contract met hetzelfde bedrijf voor een nieuwe klus,
of gaat ieder zijns weegs. Er zal een grote variëteit
aan contracten ontstaan, afhankelijk van de klus die
moet worden gedaan en van de al dan niet schaarse
deskundigheid van de contractant. De werknemer
evolueert in deze visie van een loonafhankelijke
werknemer in een kleine zelfstandige, die door middel van contractarbeid voorziet in de kosten van zijn
levensonderhoud en dat van de zijnen. In veel nieuwe industrielanden is deze situatie feitelijk al gerealiseerd en zo bezien lopen zij vooruit op de oude industrielanden.
De voordelen van een dergelijk systeem van contractarbeid zijn evident. Het draagt sterk bij aan de
ontbureaucratisering
van produkties en dienstverleningen; het genereert een enorme flexibiliteit zowel
aan de kant van instellingen en bedrijven als aan de
kant van de contractant; het zal een hele nieuwe bedrijfstak uit de grond stampen, die van de contractbemiddelaars, een gemoderniseerde vorm van de traditionele uitzendbureaus; het geeft buitenstaanders
de kans om bij tijd en wijle door te dringen tot de
echt interessante klussen en dergelijke.
Nadelen zijn er natuurlijk ook. Het vergt veel van
de vindingrijkheid en het eigen initiatief van de contractant. Het schept grote onzekerheden. Hoe gaat
het bij voorbeeld met de hypotheek, met de verzekeringen, wat te doen als er enige tijd geen contract
voor handen is? Hoe handhaaf je onder dergelijke
omstandigheden nog enige loyaliteit met het bedrijf
of de instelling waarvoor je als contractant werkt?
In mijn boek Aan het volk van Nederland heb ik
aan deze toekomstige situatie geappelleerd door de
uitwerking van het begrip contractmaatschappij.
Het
was mijn positieve antwoord op de toenemende individualisering en emancipatie van de Nederlandse (beroeps-)bevolking. Net als aan veel andere maatschappelijke verschijnselen zijn aan het verschijnsel indivi-

ESB 23-11-1994

dualisering zowel bedreigingen als
kansen te onderkennen. De kansen
zijn geschetst in Fortune en mijn
boek uit 1992, de bedreigingen liggen in de teloorgang van gemeenschappelijke normen en waarden
zonder welke geen enkele samenleving kan functioneren.
Vooralsnog lijkt mij de conclusie
gerechtvaardigd dat de Amerikaanse wetenschappers met hun schets
van de toekomst van de arbeidscontractant, die de plaats zal innemen
van de traditionele baangeoriënteerde werknemer, het gelijk goeddeels
aan hun kant zullen krijgen. Alle
lv.S.P. Fortuyn
grote maatschappelijke trends, zeker bezien
binnen een internationaal perspectief, wijzen immers in deze richting.
Zijn de Nederlandse economie en samenleving
hierop voorbereid? Het antwoord is nee: er is zelfs
nog geen begin gemaakt met de voorbereiding.
We zijn nu al gedurende een reeks van jaren voortdurend verwikkeld in achterhoedegevechten.
De
overlegeconomie is weliswaar zwaar gehavend, maar
hangt nog immer effectief aan de rem. Algemeen-verbindendverklaring van cao’s is nog steeds regel, ondanks een klein amendement van paars daarop. Bedrijven en instellingen zijn in de regel baan- in plaats
van klusgeoriënteerd. Een anachronistische discussie
over de noodzaak van een loongolf in Nederland, en
dat in een inmiddels fors gedecentraliseerd stelsel
van loononderhandelingen,
vermag menig econoom
op te zwepen tot grote hoogte van instemming of verontwaardiging, maar een interessant voorstel van de
Industriebond FNV om het ondernemerschap
onder
werknemers te stimuleren veroorzaakt slechts een
kleine rimpeling in de economenvijver. Dan hebben
we het nog niet over de vrijwel geheel op collectiviteit berustende regelingen inzake vut, pensioen, ww,
wao en uiteraard de Bijstandwinkel.
Willen we mee doen in het internationale spektakel en eraan bijdragen dat werkgelegenheid niet ons
belangrijkste exportartikel blijft, dan is het noodzakelijk om al deze voorzieningen te decollectiviseren en
te binden aan personen. Een fascinerende sociaaleconomische en politiek opgave. De gevestigden verschansen zich steeds krampachtiger achter hun schijnzekerheden en laten de internationaal gezien
absoluut noodzakelijke flexibilisering over aan de
buitenstaanders. Die laatsten zitten nu dikwijls in de
minder beveiligde en gehonoreerde posities, maar zij
zouden wel eens de winnaars van de toekomst kunnen zijn. Zij doen immers ervaring op met het omgaan met tal van onzekerheden. De gevestigden sussen zich in slaap en zullen tegen de tijd dat de wal
het schip keert in een andere wereld wakker worden, die in ieder geval niet de hunne is.

Auteur