Ga direct naar de content

Een wereldwijde actie voor Afrika

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: november 13 1991

o

Positieve ontwikkelingen

ntwikkeling

Een wereldwijde actie voor
Afrika
Afrika staat er slecht voor. Gedeeltelijk heeft Afrika dit aan zichzelf
te wijten, maar de sprang vooruit is niet te maken zander wereldwijde
actie, zoals die onlangs gestalte heeft gekregen in de ‘Global coalition
for Africa’.

Afrika is een wanhopig geval. De gemiddelde groei van het bruto nationaal produkt (bnp) bedroeg in de jaren 1986-1990 2,3% per jaar. Dit was
niet genoeg om de bevolkingsgroei
van 3,1% op te vangen. De bevolkingsgroei vertoont bovendien eerder de tendens toe te nemen dan omlaag te gaan en ligt nu in sommige
landen zelfs op 4%. Dit betekent een
verdubbeling van de bevolking in 18
jaar.
Als gevolg van deze ontwikkeling
daalt de levensstandaard van de bevolking. Een lichtpuntje is dat deze
daling nu aanzienlijk geringer is
dan de achteruitgang met gemiddeld 2,5% per jaar per inwoner in
de eerste helft van de jaren tachtig.
Het totaal voor het gehele decennium komt neer op een verlaging in
de gemiddelde levensstandaard
met bijna een kwart. Levensomstandigheden zijn aanzienlijk verslechterd, met zichtbare achteruitgang
in het onderwijs, de gezondheidszorg, voedselvoorziening, werkgelegenheid en inkomen. De beperking van publieke uitgaven als
gevolg van de economische crisis
en de structurele-aanpassingsprogramma’s van het IMF en de donorlanden droegen bij aan deze verslechtering en beperkten de
toegang tot gezondheidszorg, scholen en andere diensten voor de armen. Tekortschietend binnenlands
beleid en pogingen dat te corrigeren door devaluaties en bevriezing
van lonen en salarissen veroorzaakten sterke achteruitgang in ree’le inkomens met serieuze consequenties voor produktiviteit, motivatie
en financie’le verantwoording. De
drastische achteruitgang in ree’le inkomens, de hierdoor veroorzaakte
demoralisatie en de verschrompeling van de wetenschappelijke in-

1138

frastructuur zijn vervolgens weer
de oorzaak van de ‘brain drain’ van
Afrika’s best opgeleide mensen.
Dit alles moeten we plaatsen tegen
de achtergrond van een netto-overdracht van financiele middelen aan
Afrika ten zuiden van de Sahara
van $ 81 miljard in de periode 19831990. Deze financieringsstroom
naar Afrika kwam overigens grotendeels tot stand doordat meerdere
Afrikaanse landen oude schulden
niet terugbetaalden en renteverplichtingen niet nakwamen. De officiele hulp aan Afrika ten zuiden
van de Sahara is geleidelijk omhoog gegaan van $ 6 miljard per
jaar in 1981 tot bijna $ 12 miljard
per jaar in 1990. De buitenlandse
schuld van Afrika is gestegen van
$ 207 miljard in 1986 tot $ 270 miljard in 1990.
De wel aanwezige financiele middelen besteedt het continent op grote
schaal aan aankopen van wapens,
het voeren van oorlog en binnenlandse twisten, en aan kosten voor
12 miljoen interne vluchtelingen en
6 miljoen externe vluchtelingen (respectievelijk niet en wel over een
staatsgrens weggevlucht). Hongersnood is het meest acuut in Angola,
Mozambique, Ethiopie, Soedan, Somalie en Liberia, niet bij toeval ook
de landen die het meest getroffen
worden door oorlog en gevechtshandelingen.
Deze beschrijving van de wanhopige
situatie waarin Afrika zich bevindt
komt niet van een cynische buitenstaander, maar wordt geschetst in
het rapport dat Afrika op 3 September jl. aanbood bij de opening van
de evaluatie-vergadering over het
VN-programma 1986-1990 voor het
herstel en de ontwikkeling van Afrika.

Is de situatie in en van Afrika nu
zo wanhopig? Is er niets goeds te
melden? De Memorie van Toelichting 1992 bij de begroting van Ontwikkelingssamenwerking geeft een
wat ander beeld dan het hiervoorgaande.
“De berichtgeving over het Afrikaanse continent wordt beheerst
door honger, ellende en uitzichtloosheid. Naast natuurlijke rampen, vooral door langdurige droogteperiodes, teisteren burgeroorlogen delen van het continent.
Er zijn echter ook andere berichten
over Afrika, berichten die positiever gestemd zijn: ontwikkelingen
naar meer democratic, naar grotere
bevolkingsparticipatie, naar een geleidelijke erkenning van de belangrijke rol van vrouwen in het ontwikkelingsproces, naar grotere
persvrijheid, naar een geringer aantal schendingen van mensenrechten, naar grotere bereidheid tot
meer samenwerking tussen landen
en naar de wil om minder afhankelijk te zijn.
Ook zijn in een aantal landen de economische ontwikkelingen positief,
•wordt aan de landbouw(ontwikkeling) weer een belangrijke plaats toegekend, worden boeren weer gestimuleerd te produceren op basis van
eigen initiatief en ondernemerszin,
neemt de produktie dientengevolge
toe, nemen extreme vormen van
staatsbemoeienis af en ontstaat een
klimaat waarin ook een gezonde industriele sector geleidelijk zou kunnen gaan gedijen. Bovendien beginnen veel Afrikaanse regeringen in te
zien dat duurzame ontwikkeling
slechts tot stand kan komen indien
het milieu wordt ontzien en dat landbouwtechnieken worden ontwikkeld die niet tot verdere erosie leiden, doch tot beter en efficienter
gebruik van landbouwgronden. Ook
breekt het besef door dat de overheid voldoende middelen beschikbaar moet stellen voor de opbouw
en instandhouding van de sociale infrastructuur, met name op het gebied
van onderwijs en gezondheidszorg.
In dit verband is ook binnen Afrika
een discussie op gang gekomen over
de (wenselijke) hoogte van militaire
uitgaven binnen het totale overheidsbudget” .

1. Zie inleiding Afrika hoofdstuk 5.2 in de
Memorie van Toelichting 1992, Tweede
Kamer 1991-1992, 22 300, hfst. V, nr. 2.

Economische gegevens
Na deze twee min of meer tegengestelde visies is het wellicht goed
toch even wat economische gegevens op een rijtje te zetten.
Sinds 1980 dalen investeringen en
besparingen in procenten van pro-

duktie in Afrika ten zuiden van de
Sahara. Bovendien neemt het tekort
tussen investeringen en besparingen

toe van minder dan 4% in de jaren
1967-1973 tot bijna 9% van het bnp
in 1988. Dat gat wordt opgevuld met
kapitaal afkomstig van buiten Afrika:

dat als de indruk bestaat dat Afrika
een wanhopig geval is, er des te minder animo zal zijn om Afrika te hulp

Dit idee bleef liggen tot minister van
Ontwikkelingssamenwerking Pronk
het ter sprake bracht op de conferen-

te snellen. Anderzijds kwam in de

tie die op 2 tot 4 juli 1990 in Maastricht werd gehouden onder de titel

laatste jaren de vrees op dat andere
delen van de wereld meer aanspraak
zouden maken op de beschikbare financiele ruimte en daarvan ook
meer zouden krijgen, omdat zij ge-

zien zouden worden als betere investeringskansen. Die vrees is in de laatste paar jaar uiteraard aanzienlijk
toegenomen door veranderingen in

Oost-Europa, de kosten van de Golf-

steeds meer extern kapitaal is nodig
voor een steeds lager investeringsni-

oorlog en het herstelprogramma dat

veau.

uitgevoerd. Hiertegenover staat het
Vredesdividend’, dat beschikbaar

Als gevolg hiervan is Afrika nu rela-

tief het zwaarst met schuld beladen
continent. Afrika ten zuiden van de
Sahara heeft S 160 miljard schuld.
Dat lijkt laag in verhouding tot de La-

tijnsamerikaanse schuld van S 430
miljard, maar het is relatief veel omdat het bnp in Afrika ten zuiden van
de Sahara minder dan 17% is van dat
in Latijns-Amerika. Geprogrammeerde aflossing en rente in 1989 was
meer dan 50% van de export.

Het zal geen verbazing wekken dat
commerciele leningen aan Afrika
scherp omlaag gingen in de jaren
tachtig. Bruto vielen die terug van

S 4 miljard in 1980 tot minder dan de
helft hiervan in 1988. Ook de directe
buitenlandse investeringen gingen
belangrijk omlaag en er trad een grote kapitaalvlucht op, van naar schatting S 30 miljard 2 . Het totaalbeeld is
er een van ‘geen vertrouwen’.

Al deze cijfermatige informatie dient
met het nodige wantrouwen te wor-

den benaderd. We weten met zekerheid dat er zich veel aan registratie
onttrekt. Produktie en onderlinge
handel bij voorbeeld kunnen best
dubbel zo groot zijn als wordt geregistreerd. We weten echter niet hoeveel de werkelijkheid verschilt van
wat in cijfers wordt vastgelegd.
Desalniettemin staat vast dat Afrika
er niet rooskleurig voor staat. Er be-

nu in Koeweit en Irak moet worden
moet komen door het verminderen
van de wapenwedloop, maar daar
weet de politick ook nog vele andere bestemmingen voor te vinden.

Africa’ (GCA) op te zetten. Geen
nieuw instituut, maar een politieke
coalitie, gevormd ten behoud en ter
versterking van overeenstemming

over de belangrijke problemen die
de ontwikkeling van Afrika hinderen.
De eerste beleidsmatig gerichte bijeenkomst werd gehouden in maart

van dit jaar met deelneming van uit-

erop wees dat Afrika een ‘global coalition’ nodig heeft om de aandacht

de eerste technische bijeenkomst
van 2 tot 6 September 1991, werd gesproken over de explosieve bevol-

voor Afrika vast te houden en te zorgen dat het noodzakelijke externe
hulp zou blijven ontvangen. Het
idee van de Wereldbank behelsde
dat er een “forum” zou worden gevormd waarin Afrikaanse leiders
(niet alleen uit de publieke sector,
maar ook uit het bedrijfsleven, beroepsorganisaties, academische wereld en niet-gouvernementele organisaties (ngo’s) elkaar zouden
ontmoeten met hun belangrijkste
partners, de (inter)nationale regeringshulporganisaties en Internationale ngo’s, om tot overeenstemming
te komen over de algemene strategic
voor de ontwikkeling van Afrika.
Deze overeenstemming zou dan de
basis moeten vormen voor het ont-

werp van ontwikkelingsprogramma’s voor individuele landen. De
coalitie zou overeenstemming moeten zien te bereiken over de aanpak

van de in het Wereldbank-rapport
geidentificeerde prioriteiten: versterking van binnenlandse bestuurs-

ESB 13-11-1991

niet-Afrikaanse persoonlijkheden
zou moeten worden voortgezet met
als doel pogingen te versterken gericht op de economische en sociale
vooruitgang in Afrika ten zuiden van
de Sahara. Steun werd betuigd aan
het idee een ‘Global Coalition for

De Wereldbank was de eerste die in
1989, in het rapport Sub-Saharan
Africa, from crisis to sustainable
growth, a long term perspective study

heid in Afrika een produktie- en consumptieniveau te bereiken dat aan
de mensen aldaar een menswaardig
leven toe zal staan. Voor verbetering
is intern goed beleid en extern hulp
nodig. Van het eerste is in de voorbije dertig jaar van onafhankelijkheid te weinig te zien geweest, van

steeds minder dan zij nodig achtten.
Bovendien gaan zij nu twijfelen aan
de haalbaarheid van voortgang en
groei van de buitenlandse financiele
hulp. Enerzijds omdat zij begrijpen

mers het erover eens dat de ‘dialoog
van Maastricht’ tussen Afrikaanse en

Global coalition

staat grote twijfel over de mogelijk-

het laatste kregen de Afrikanen

“Beyond adjustment”. Aan het slot
van die conferentie waren de deelne-

sluitend Afrikanen om te preciseren

wat nu eigenlijk de vraagzijde wil
met de ontwikkeling van Afrika. Op

kingsgroei in Afrika, de eisen die dit
stelt aan de toeneming van de voedselproduktie, en de momenteel desastreuze consequenties die beide ont-

wikkelingen hebben voor het milieu.
Op 9 en 10 September 1991 vond in
Parijs de inaugurele vergadering
plaats van het Advisory Committee
van de GCA ter bespreking van mandaat en opzet van de GCA en ter
vastlegging van de prioriteiten voor

de werkzaamheden in de komende
twaalf maanden. Aan deze conferentie namen delegaties deel uit Botswana, Burkina Faso, Kameroen, Ivoor-

kust, Ghana, Mozambique, Nigeria,
Senegal, Tanzania, Oeganda, en Zimbabwe, terwijl ook Zambia was vertegenwoordigd. Uit de geindustrialiseerde wereld namen delegaties
deel van Canada, Frankrijk, Duitsland, Italic, Noorwegen en Nederland, Japan, Portugal, de VS, Groot-

Brittanie, de Sovjetunie en Zweden
en de Europese Gemeenschap.

kwaliteiten, bevolkingspolitiek,

Naast de VN, waren er vertegenwoor-

voedselvoorziening (voedselzeker-

digers van UNCTAD, UNFPA (het VN

heid), milieubeschermingen regiona-

le integratie en samenwerking. De
coalitie zou ook financiele stromen
in deze programma’s kunnen leiden

en programma’s volgen op de staat
van hun uitvoering. Kortom, coalitie-

vorming als uitdrukking van her-

2. Volgens het weekblad Jeune Afrique,
nr. 1605, 2/8 oktober 1991, bedraagt alleen al het in Zwitserland geplaatste persoonlijke fortuin van Moboetoe, het
staatshoofd van Zaire, $ 9 miljard dollar.

nieuwde bereidheid samen te wer-

Het bedrag van $ 30 miljard voor de totale kapitaalvlucht lijkt in dit licht gezien

ken voor een betere toekomst.

aan de lage kant.

1139

Bevolkingsprogramma), de Wereldbank, het Internationale Monetaire

economische hervormingsprogram-

ma’s die vele Afrikaanse landen on-

Voor wat het bedrijfsleven betreft

Fonds, de Organisatie van Afrikaanse Eenheid, de Afrikaanse Ontwikkelingsbank en de VN Economische
Commissie voor Afrika.

dergaan om daaruit lering te trekken, negatieve gevolgen beter op te
vangen en positieve effecten te maximaliseren.
Afgesproken is tevens dat de activiteiten gericht op integratie van de

wordt nu gewerkt aan een gedragscode, de ‘business practice monitor’.
Alleen die bedrijven die bereid zijn
deze gedragscode te aanvaarden en
hun bedrijfsvoering in Afrika eraan
aan te passen zullen nog in aanmer-

Afrikaanse markt en versterkte regio-

king komen voor contracten die in

Opvallend was ook de aanwezigheid in deze bijeenkomst van ‘waarnemers’ uit de OESO, de ‘Parliamentarians for global action’, het South

Centre en het ngo-EG Liaison Comite. Daarmee werd erkend dat de

Gedragscode voor bedrijven

nale samenwerking zullen worden

het kader van ontwikkelingsbegrotin-

voortgezet met aanvaarding van de

gen worden aangegaan. De gedragscode is onder andere bedoeld ter be-

GCA de niet-gouvernementele wereld nodig heeft, sterker nog dat blijvende ontwikkeling in Afrika niet bereikt kan worden als die alleen
gebaseerd is op de samenwerking
en de initiatieven van regeerders.

door de EG aangeboden hulp. De
EG financier! en coordineert een programma van studies en vervolgens
activiteiten, beide uit te voeren in
nauwe samenwerking met de Afrikaanse Ontwikkelingsbank, de Organisatie voor Afrikaanse Eenheid en
de Economische Commissie voor

die corruptie uitbaten voor hun eigen belang in Afrika, terwijl te weinig wordt gekeken naar degenen die
corrupt gedrag mogelijk maken door

Bestuurskwaliteit

Afrika van de VN. Het uiteindelijk

geld aan te bieden.

Op de GCA-bijeenkomst werd zeer

doel is de Economische Gemeen-

Een tweede initiatief is gericht op

duidelijk gekozen voor het leggen

schap van Afrika te realiseren. Het

het openen van een ‘Business forum’

van de eerste prioriteit bij de verbetering van het bestuur in Afrika. Het
gaat dan om de kwaliteit van de bestuurders, maar ook om de kwaliteit
van de bestuursorganisatie en de be-

daartoe strekkend verdrag is in juli

van bedrijven met als doel ontwikke-

stuursinstellingen en de kwaliteit

jaren inspannende arbeid vereisen.

van de uitvoering van genomen besluiten. Hierbij wordt voorts niet alleen gedacht aan het openbare be-

Lange-termijnontwikkeling

1991 getekend en politick gespro-

lingen in bedrijvigheid in Afrika te
volgen en strategieen voor te stellen
die kunnen leiden tot effectiever Afrikaanse mededinging in de wereldmarkt en tot het verwerven van meer
investeringen in Afrika.

Naast integratie en samenwerking
speelt lange-termijndenken en plannen een belangrijke rol. Veel van

kerken, vakbonden, vrouwen-,

wat nu gebeurt beperkt wat in ko-

jeugd-, beroeps- en andere niet gou-

mende decennia nog nagestreefd

vernementele organisaties.
Een paar dagen eerder was al in
New York op een VN-vergadering
betoogd door de Nederlandse

kan worden en omgekeerd veel nalatigheden van nu kunnen voor de toekomst desastreuze gevolgen hebben.
UNDP, het VN Ontwikkelingspro-

woordvoerder namens de EG-landen

gramma, heeft aangeboden Afrikaan-

dat “goed bestuur en democratic wezenlijke voorwaarden zijn voor blijvende ontwikkeling” en “democratic

se landen te helpen met het ontwik-

betekent deelname door alien aan
het besluitvormingsproces, respect
voor mensenrechten, aanmoediging

zien om daarmee mee sturing te geven aan wat vandaag moet gebeuren

heidszorg en tot schoon water”. De
Parijse vergadering dacht langs soort-

kelen van toekomstgerichte plannen
die tien tot vijfentwintig jaar vooruit-

en voor morgen voorbereid moet
worden. Enkele tientallen landen
hebben dit aanbod reeds aanvaard
en aan dit initiatief zal nu verder
vorm worden gegeven.
De leiding van de GCA is ervan overtuigd dat het lange-termijndenken

Botswana (een land dat hoog scoort

en het werk aan de economische integratie nauw met elkaar verbonden
moeten worden, elkaar moeten bevruchten en alleen samen tot goede
resultaten kunnen leiden. Tevens

als het aankomt op kwaliteit van bestuur) dit onderwerp verder uitwerken. Als we bedenken dat het in twijfel trekken van de kwaliteit van het
bestuur vijf jaar geleden nog ondenkbaar geweest zou zijn, dan is er veel

moeten beide benaderingswijzen
profiteren van de inzet van de particuliere sector niet alleen voor het
vaststellen van wat wenselijk wordt
geacht, maar ook voor het plannen
van en het beslissen over de nodig

veranderd.

geachte activiteiten. Kennis en orga-

Een tweede commissie zal zich rich-

nisatorische capaciteit die in de parti-

ten op de ervaringen die Afrikaanse

culiere sector aanwezig zijn moeten

landen en regeringen hebben met de

hiervoor gemobiliseerd worden.

gelijke lijnen.

Een commissie gaat nu onder voorzitterschap van president Masire van

1140

gesproken in termen van degenen

ken is die gemeenschap dus nu
reeds een feit. De economische realisering zal naar verwachting nog vele

stuur maar aan al het leidinggeven
en organiseren, ook in bedrijven,

van lokale niet-gouvernementele
organisaties en meer steun aan het
uitbreiden van basis-onderwijs, alfabetisering, verlenging van de levensverwachting, toegang tot gezond-

perking van de wijdverspreide
corruptie. Maar al te dikwijls wordt

Slot
Te weinig aandacht is geschonken

tot nu toe aan het feit dat niet alles
wat fout gaat in Afrika toegeschreven kan worden aan fouten die Afrikanen maken. Op velerlei terrein is
de positie die Afrika inneemt in de
wereld de oorzaak van de achterstand die Afrika heeft opgelopen in
het verleden en ook de oorzaak van

de slechte vooruitzichten die nu nog
steeds bestaan voor de toekomst.
In het wereldomvattened economische systeem zijn geld- en goederenstromen, prijzen en quota, protectie
van met name agrarische produktie,
onderzoek, infrastructurele capaciteit (denk aan scheepvaart en luchtvaart, satellietcommunicatie, enzovoort) geen van alle ten gunste van
Afrika georganiseerd en geregeld. In
vele gevallen is het voor een nieuwkomer als Afrika, die bovendien start
vanuit een armoede-situatie, heel

moeilijk zo niet onmogelijk op eigen
kracht de sprong vooruit te maken.
De ‘Global Coalition for Africa’ moet
de politieke kracht leveren die Afrika helpt die sprong vooruit wel te
maken.

Michel van Hulten
De auteur is werkzaam bij het Ministerie
van Buitenland.se Zaken.

Auteur