Ga direct naar de content

‘Een bredere kijk op kwaliteit’

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: september 16 2021

De Universiteit Utrecht wil vanaf 2022 wetenschappers niet langer beoordelen op basis van de impactfactor van hun academische publicaties. In een open brief waarschuwen hoogleraren dat dit schadelijk is zowel voor de Nederlandse wetenschap als voor jonge academici. Martijn Huysmans, lid van de commissie Erkennen en Waarderen bij de UU, gaat in op de kritiek.

Martijn Huysmans: Universitair docent en lid commissie Erkennen en Waarderen van de Universiteit Utrecht

Waar gaat de Universiteit Utrecht straks wetenschappers op beoordelen?

“We willen een bredere kijk op kwaliteit ontwikkelen. Naast het kunnen publiceren in tijdschriften, zijn ook onderwijs en leiderschap namelijk van belang. Academici hebben elk jaar tientallen of soms wel honderden studenten die ze vormen op het gebied van vaardigheden voor de arbeidsmarkt, maar ook op het persoonlijke vlak. Door kwalitatief goed onderwijs te geven, kan een wetenschapper grote maatschappelijke impact hebben. Dat geldt ook voor leiderschap. Veel publicaties hebben in toptijdschriften maakt je nog niet tot een goede leidinggevende. Wij eisen straks die leiderschapskwaliteiten wel, of in ieder geval het feit dat je ze ontwikkelt. Daarnaast staan we specialisatie toe. Mensen hoeven geen expert te zijn in onderzoek én onderwijs én leiderschap én wetenschapscommunicatie, maar we willen wel al deze factoren waarderen in plaats van alleen maar de publicaties.”

Heb je een voorbeeld?

“Ik maak mijn onderzoek graag wereldkundig, maar het is niet mijn droom om in een van de topvijftijdschriften in de economie te publiceren. Ik probeer eerder na te denken over waar mijn onderzoek een verschil kan maken. Ik wist bijvoorbeeld dat het Landbouwdossier van ESB op het ministerie gelezen zou worden, dus daarvoor bood ik een stuk aan. En na publicatie werd ik inderdaad opgebeld door iemand van het ministerie die over mijn onderzoek in gesprek wilde gaan. Dat soort effect is voor mij wat telt, en ook wat we meer willen gaan waarderen.”

Maar zijn bibliometrische scores dan geen objectief criterium voor kwaliteit en relevantie?

“Dat hoop je natuurlijk wel, maar er zijn allerlei problemen. De tijdschriften willen graag spectaculaire bevindingen – het liefst die onverwacht zijn. Om dat te kunnen leveren, is er dermate veel druk dat mensen data gaan vervalsen of tot p-hacking overgaan. Dat draagt ook bij aan het gebrek aan reproductie-onderzoek dat er nu is.

Onderzoeksvragen worden daarnaast gesteld binnen de gebruikelijke empirische raamwerken die een grote kans hebben om gepubliceerd te worden. Onderzoeksvragen die hier niet makkelijk in te passen zijn, komen dan maar niet aan de orde. De prikkels zorgen er dus zeker niet voor dat het meeste maatschappelijk relevante onderzoek wordt gedaan. En dat terwijl onderzoekers van publiek geld worden betaald. Dat vind ik kwalijk.”

De critici stellen dat erkennen en waarderen zorgt voor een achterstand op het internationale toneel.

“Het is begrijpelijk dat mensen die onder dit systeem carrière hebben gemaakt, oogkleppen op hebben. We mogen er in Nederland juist trots op zijn dat we voorlopers zijn op dit gebied.

Natuurlijk komen daar onzekerheden bij kijken, en dat is vervelend. Maar is het echt vervelender dan een wereld waarin we onszelf hebben ingekapseld in een zero-sum-competitie voor zogenaamde toptijdschriften? En waar praten met beleidsmakers of bijdragen aan het publieke debat vanuit de universiteit niet of nauwelijks wordt gewaardeerd? Ik denk het niet.

In de nieuwe praktijk blijven wetenschappers vrij om zich te ontwikkelen op de manier die ze zelf willen. Ook blijft het mogelijk om, met het oog op een internationale arbeidsmarkt, in topvijfpublicaties te investeren. In Utrecht zelf maken we alleen wel de keuze dat publicaties alleen niet voldoende zijn. Ook onderwijs en leiderschap moet je serieus nemen.”

Zullen andere universiteiten nu snel volgen?

“Ja, dat denk ik wel. Een tweede open brief van de jonge wetenschappers zelf, stelt dat ze dit nieuwe systeem juist willen.”

Auteur