Ga direct naar de content

Economisch denken bij de VN

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: februari 20 2004

Economisch denken bij de vn
Aute ur(s ):
Emmerij, L. (auteur)
Co-directeur van het United Nations Intellectual History Project. emmerij@netzero.net
Ve rs che ne n in:
ESB, 89e jaargang, nr. 4426, pagina 75, 20 februari 2004 (datum)
Rubrie k :
Prikkel
Tre fw oord(e n):

Er bestaat tot op heden geen alomvattende geschiedenis van de Verenigde Naties (vn). Wie wil weten welke ideeën de vn naar voren
hebben geschoven, moet de archieven induiken. Wel is er nu een poging gaande een intellectuele geschiedenis van de vn te schrijven,
dat wil zeggen de geschiedenis van de ideeën die door de vn op het gebied van mensenrechten en op economisch en sociaal gebied
gedurende de afgelopen zestig jaar zijn gelanceerd.
De twee ‘Bretton Woods-organisaties’ zijn op dat gebied al ver vooruit. De Wereldbank heeft twee massale werken geproduceerd: het
eerste op zijn 25ste en het tweede op zijn 50ste verjaardag. Het Internationaal Monetair Fonds heeft reeds vier werken van een eigen
geschiedschrijver gepubliceerd om zijn plaats is de economische en financiële wereld veilig te stellen.
Het United Nations Intellectual History Project is een onafhankelijke onderneming met twee componenten. De eerste bestaat uit het
uitbrengen van een serie boeken, elk op een gebied waar de vn actief zijn, zoals internationale handel, transnationale bedrijven,
ontwikkelingstheorie en -praktijk, milieu, gender, enzovoorts. Ten minste veertien publicaties zijn voorzien, die elk de intellectuele
geschiedenis van de vn op het betreffende gebied traceren. De tweede component is ‘oral history’: een serie lange interviews met zo’n 75
personen die een rol hebben gespeeld in het lanceren (of supprimeren) van beleidsideeën in de vn1. Deze interviews worden samengevat
in één van de veertien boeken en worden ook electronisch en digitaal uitgebracht.
Het project kan worden beschouwd als een geschiedenis van het economische denken en beleid, gezien door het prisma van de vn. Nu
het project halverwege is, kunnen enkele voorbeelden worden gegeven van de resultaten tot op heden in termen van invloed op het
economisch denken en beleid.
Ten eerste valt op hoe pionierend de vn was op het terrein van internationale economische ontwikkeling gedurende de eerste 25 jaar. In
het begin van de jaren vijftig brachten de vn een drietal rapporten uit. In deze rapporten werd, naast nationale beleidssuggesties voor de
onderontwikkelde landen, een internationale strategie ontwikkeld om het beleid in de arme landen te ondersteunen. Dat is nu weliswaar
aanvaard (hoewel nauwelijks gerealiseerd), maar was vijftig jaar geleden een nieuwe geluid. Er kwam weliswaar een Marshallplan voor
Europa, maar niet voor de rest van de wereld. Toekomstige Nobelprijswinnaars, zoals W. Arthur Lewis, Theodore W. Schulz, James E.
Meade en Gunnar Myrdal, gaven hun tijd en kennis van zaken aan de commissies die deze rapporten schreven.
Ten tweede is er de Singer-Prebisch-these die de verslechtering op lange termijn van de ruilvoet ten nadele van de ontwikkelingslanden
kwantificeerde. Deze these werd omstreeks 1950 gepubliceerd. Hans Singer was een van de eerste economen die door de vn was
gerecruteerd en Raul Prebisch was in die tijd de ‘executive director’ van ecla, de regionale Latijns-Amerikaanse commissie van de vn. De
these, die het tegenovergestelde beweerde van de toen gangbare theorie van internationale handel, was lange tijd omstreden, maar is nu
algemeen aanvaard.
Ten derde is het beleid op gebieden zoals bevolking, milieu en gender zwaar ondersteund door de serie conferenties die de vn
organiseerden in de jaren zeventig, de middenjaren van de vn. Soms werden de conferenties afgeschilderd als dure ‘talking shops’, maar
men kan nu zeggen dat op de genoemde gebieden deze conferenties een doorslaggevende stoot hebben gegeven om nieuwe
beleidsideeën ingang te doen vinden.
Ten vierde is er een recenter voorbeeld waar de vn het juiste idee hadden, dat het echter niet heeft gehaald. Het gaat om het beleid dat in
1989-1990 werd voorgestaan voor de transitielanden in Midden- en Oost Europa en de vroegere Sovjetunie. De regionale Europese
commissie van de vn te Geneve, de ece, bracht gedurende de Koude Oorlog Oost en West Europa op technische gebieden rond de tafel.
De commissie kende de situatie in die landen goed en stelde een beleid in stappen voor (‘gradual approach’). De Wereldbank en het imf
vonden dat alles tegelijk moest worden veranderd (‘big bang approach’). De kennis van zaken lag bij de ece. Het geld lag bij de anderen,
die dus wonnen. Het kan niet overtuigend worden bewezen dat de eerste benadering beter was, maar de resultaten van de tweede
benadering zijn dusdanig dat het moeilijk slechter had kunnen aflopen2.
De voorlopige conclusie moet zijn dat de vn pionierend waren in hun beginperiode (internationaal economische beleid, ruilvoet),
doorslaggevend om ideeën van buiten de vn te ondersteunen in een latere periode (milieu, bevolking, gender) en de tweede viool heeft
gespeeld in de recente periode (economische beleid in transitielanden, maar ook met betrekking tot structurele aanpassing in Afrika en
Latijns Amerika).

1 Zie voor meer informatie de website van UNIHP: www.unhistory.org
2 Zie de UNIHP-publicatie: Y. Berthelot (red.), Unity and diversity in development ideas: perspectives from the regional commissions ,
Indiana University Press, Bloomington, 2004, blz. 111-120.

Copyright © 2004 Economisch Statistische Berichten (www.economie.nl)

Auteur