Ga direct naar de content

Economen moeten verbreden als de markt niet alles oplost

Geplaatst als type:
Gepubliceerd om: maart 25 2024

Feitsma en Vijselaar (2023) beargumenteren in ESB dat economen schaarste als uitgangspunt moeten nemen. Dat zou dan, door markten beter te laten werken, bijdragen aan het oplossen van ‘bredere’ problemen, zoals rond duurzaamheid. Dat is echter niet afdoende: voor het sociale en ecologische domein werkt schaarste niet altijd en zijn er andere verdelingsmechanismen nodig.

In het kort

  • Voor onze welvaart gaat de ecologie vóór op de economie omdat er zonder natuur geen economie is.
  • In het sociale en ecologische domein moet niet schaarste, maar herverdeling en regeneratie als verdelingsmechanisme gelden.

Feitsma en Vijselaar (2023) beargumenteren dat de drie domeinen van welvaart, in hun definitie productiviteit, inclusiviteit en duurzaamheid, het best kunnen worden gerealiseerd door schaarste centraal te stellen.

Verdeling van schaarste is een belangrijk onderdeel van de economische wetenschap. Toch schieten Feitsma en Vijselaar te kort in hun begrip van welvaart. Want weliswaar gaat economie vooral over ­efficiënt omgaan met schaarste, waar productiviteit een consequentie van is, maar dit kan niet afzonderlijk van herverdeling en ecologische grenzen worden gezien.

Welvaart bestaat uit een economisch, een sociaal en een ecologisch domein. Inclusiviteit is slechts een deel van wat sociaal van belang is, zo zijn bijvoorbeeld weerbaarheid en een bepaalde mate van gelijkheid ook belangrijk en relevant. En het ecologische domein is breder dan duurzaamheid (wat vaak een duizenddingendoekje lijkt voor alles wat niet goed is in de huidige economie), omdat het niet alleen moet gaan over een evenwichtige relatie tussen de mens in relatie tot de natuur, maar ook over de natuur als waarde op zichzelf. Het totaal van deze drie bredere domeinen vormt, mits juist gedefinieerd, de welvaart voor huidige en toekomstige generaties.

Maar het is ook duidelijk dat er een afruil is tussen de drie domeinen. Zo kan economische welvaart ten koste gaan van ecologie als de grenzen van het ecosysteem zowel qua gebruik (grondstoffen, grond) als qua afvalbak (vervuiling en emissies) te veel worden belast. Ook kan het sociale domein bijvoorbeeld onder druk staan door ongelijke economische uitkomsten, of doordat mensen veel economische onzekerheid ervaren.

Elk domein draagt bij aan welvaart, maar wel in een rangorde: de economie heeft een fundamentele ecologische basis. Op het moment dat de ecologie te zwaar in het rood staat, stokt er veel economische activiteit. Als ecosystemen instorten of de zeespiegelstijging zo hard stijgt dat Nederland onder water staat, dan is er nog steeds wel economische activiteit, maar die zal dan alleen maar ten dienste staan van redden wat er te redden valt. Economische groei is dan duidelijk niet meer te definiëren als vooruitgang, maar als reparatie van schade aan ecosystemen, en daarmee komt de welvaart in het geding. Zonder natuur is er geen samenleving, en dus ook geen economie. Deels is dit ook wat Gaastra poneert in zijn Nieuwjaarsbijdrage (Gaastra, 2023): je moet beginnen met de ecologische ruimte en daarbinnen optimaliseren. Dit legt absolute grenzen op aan economische activiteit.

De crux van het tekortschieten van het welvaarts­begrip van Feitsma en Vijselaar zit hem wat ons betreft in de zin “Daarbij heeft VNO-NCW een visie gelanceerd die breder is, en die naast groei ook ingaat op inclusiviteit en duurzaamheid” (2023). De welvaartsdomeinen bestaan dus wat ons betreft niet ‘naast elkaar’, maar afhankelijk van elkaar, en in het geval van een ecologische overschrijding ook in een rangorde.

Schaarste als verdelingsmechanisme

Voor het economische denken is schaarste een zinnig verdelingsmechanisme, maar voor de andere domeinen niet. In tabel 1 geven we een overzicht van de drie welvaarts­domeinen en het passende verdelingsmechanisme.

Voor het sociale domein hebben economen gelukkig al lang nagedacht over het passende verdelingsmechanisme. Bij (semi-)publieke goederen kan dit via collectieve besluitvorming via de overheid (bijvoorbeeld bij publieke goederen zoals defensie, zorg of onderwijs), maar het zou ook collectief privaat kunnen, zoals bij coöperaties of steward-owned bedrijven. Het relevante criterium voor deze allocatie is niet zozeer efficiëntie (als bij markten), maar of de resulterende allocatie eerlijk is. Immers, de reden voor productie van deze goederen (voortkomend uit de collectieve besluitvorming) is niet primair winstmaximalisatie. De collectieve doelstelling is het voortbrengen van het (semi-)publieke goed, dat staat op één, of het nu gelijkheid, toegankelijke zorg of goed onderwijs is. En natuurlijk gebeurt die allocatie zo efficiënt mogelijk, maar dat is secundair aan het hoofdcriterium.

Het economenrecept voor veel marktproblematiek is beprijzen en normeren, maar dit heeft tot op heden veel te weinig succes geboekt in het ecologische domein. Het ideale type van een markt kent perfecte concurrentie, symmetrische informatie, optimale prijsvorming en geen externaliteiten. Volgens Kelly en Snower (2021) voldoen markten echter steeds minder aan deze ‘onzichtbare-­handvoorwaarden’. Er zijn steeds meer monopolies, markten zijn niet transparant, prijsvorming niet optimaal en externaliteiten steeds zichtbaarder en omvangrijker.

Daarnaast is het economenrecept fundamenteel beperkt omdat externe effecten niet altijd te vertalen zijn in een prijs. Het beprijzen van broeikasgassen lukt aardig, maar voor bijvoorbeeld biodiversiteit lukt dat niet of nauwelijks. We weten bijvoorbeeld wel wat het hout van een boom waard is op de markt, maar we weten niet wat de waarde is van een boom als onderdeel van een ecosysteem. En zo weten we een heleboel onderlinge relaties in ecosystemen niet eens, laat staan dat we er een prijs op kunnen plakken. Daarmee is schaarste geen toereikend verdelingsmechanisme als het aankomt op de ecologie. Verstandiger is het om dan uit te gaan van het voorzorgsprincipe: als je niet weet hoe erg de schade is, beter niet doen (Richardson et al., 2023).

Welvaart vraagt om breder kijken

Ons antwoord op de hoofdvraag van Feitsma en Vijselaar (“Waar lopen de leerboek-formules vast in het realiseren van een samenleving die niet alleen productief is, maar ook duurzaam en inclusief?”) is dus ietwat genuanceerder dan hun antwoord. Welvaart gaat over de rangorde van doelstellingen en goed (beter!) nadenken via welk allocatiemechanisme welvaart kan worden bereikt.

Nadenken over het passende verdelingsmechanisme lijkt ons nu bij uitstek iets wat voor de brede welvaartsagenda nodig is, zoals ook de Impactagenda Economie en Bedrijfskunde (2023) agendeert. Een stellige overtuiging dat schaarste ons leidt naar een optimale welvaartsbeleving is wellicht vanuit de standaardeconomie ongeveer de hemel op aarde, maar bij het niet aanpassen van evaluatiecriteria en doelstellingen voor de sociale en ecologische domeinen van de welvaart blijft het vooral bij goede voornemens. En, zoals we weten, niet de weg naar de hemel, maar de weg naar de hel is geplaveid met goede voornemens.

Getty Images

Literatuur

Feitsma, E. en F. Vijselaar (2023) Economen kunnen verbreden zolang schaarste maar uitgangspunt blijft. ESB, 108(4828), 578–579.

Gaastra, S. (2024) Nieuwjaarsartikel: Het eeuwige tekort vraagt om keuzes. ESB, 109(4829), 6–9.

Impactagenda Economie en Bedrijfskunde (2023) De uitdagingen van transitie. Publicatie 22 september. Te vinden op www.eibe-rotterdam.nl.

Kelly, C. en D.J. Snower (2021) Capitalism recoupled. Oxford Review of ­Economic Policy, 37(4), 851–863.

Richardson, K., W. Steffen, W Lucht et al. (2023) Earth beyond six of nine planetary boundaries. Science Advances, 9(37), 1–17.

Schoenmaker, D. en H. Stegeman (2023) Can the market economy deal with sustainability? De Economist, 171(1), 25–49.

Auteurs

Categorieën

Plaats een reactie