Ga direct naar de content

De omslag op de betalingsbalans

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: juni 24 1981

Geld- en kapitaalmarkt

De omslag op de betalingsbalans
DRS. J. N. A. SPECKER*

Inleiding

Het goederenverkeer

De lopende rekening van de betalingsbalans op transactiebasis vertoonde in
het eerste kwartaal een fors positief
saldo in het goederenverkeer (f. 1,5 mrd.)
en een klein tekort in het onzichtbare
verkeer (f. 0,1 mrd.). Een dermategroot
overschot op de lopende rekening heeft
zich sinds 1976 niet meer voorgedaan.
Reden om nader in te gaan op ontwikkelingen die tot deze verbetering hebben
geleid, te meer daar het persbericht van
het Ministerie van Financien m.b.t. de
betalingsbalans over deze omslag uiterst
summiere informatie verschaft. Uit genoemd persbericht valt de volgende opstelling voor de lopende rekening te
destilleren (zie label 1).

Hanteren we tevens de door het
Ministerie van Financien verstrekte
oorspronkelijke cijfers m.b.t. de handelsbalans dan resulteert ten opzichte
van het eerste kwartaal 1980 een verbetering van ruim f. 1,9 mrd. Een analyse
van de ontwikkelingen in het goederenverkeer in vergelijking met voornoemde
periode is mogelijk door gebruik te
maken van cijfers van het CBS m.b.t.
de buitenlandse handel (zie label 2).
Opvallend is de zeer scherpe daling
van het invoervolume. Bij deze onlwikkeling hebben hel lage niveau van economische bedrijvigheid en de in 1980 hoog
opgelopen voorraden een belangrijke rol
gespeeld. Het verloop van de te onder-

Tabel 1. Lopende rekening op transactiebasis in mrd. gld. a)
Eerste kwartaal 1980

Vierde kwartaal 1980
-0,7
-1,2

-0,4
-0,7

1.5
-0,1

0,1

0,1
-0.6
-0,2
Totaal

Eerste kwartaal 1981

0,5
-0,6
0

-0.6
-0.7

– 1,9

-…

1.4

a) Gecorrigeerd voor het seizoen.

Tabel 2. Volume- en prijsontwikkeling van de in- en uitvoer in het eerste kwartaal
1981
Procentuele mutaties ten opzichte van het eerste kwartaal 1980
volume

— grondstoffen en halffabrikaten .

-15,5
11

volume

prijs
15
16,5

— onbewerkte agrarische produkten

O

prijs

1
1

9,5
46,5

RS

-15

16.5

chemische produkten ….

18,5
– 4

26
3,5
6,5

a) Deze post bevat o.a. de vaste en vloeibare brandstoffen. Ruwe aardolie vatt onder de post grondstoffen en halffabrikaten.
Bron: CBS, Statistisch bulletin. 37e jaargang, no. 45, Indexcijfers van de buitenlandse handel.

Tabel 3. In- en uitvoer per goederensoort in mrd. gld.
Invoer (cif-basis)

Uitvoer (fob-basis)

scheiden invoercomponenten wijst crop
dat invoerintensieve bestedingscategorieen, zoals de particuliere consumptie
en de bedrijfsinvesteringen, een fors
negatief effect hebben uitgeoefend. Aanwijzingen hiervoor zijn de zeer sombere
ontwikkeling van de geldomzetten in de
detailhandel en de algemeen verwachte
afname van de investeringen in 1981 1).
De scherpte van de daling is daarnaast
waarschijnlijk in belangrijke mate veroorzaakt door een proces van voorraadinlering. De ontwikkeling van de daarloe relevante invoercomponenten alsmede de grote olievoorraden in 1980
en de beoordeling van de voorraden
grondstoffen en/ of halffabrikaten door
de industrie wijzen hier althans op. Het
uitvoervolume vertoonde eveneens een
daling, zij het gematigd in het licht van
de zeer krachlige buitenlandse vraag in
het eerste kwartaal van 1980 en de nu
heersende recessieve tendenties bij onze
belangrijkste handelspartners. Als belangrijkste ontwikkelingen gelden hier
de terugval van de export van aardolieprodukten en de op peil gebleven uitvoer van aardgas.
Tegengesteld aan de ontwikkelingen
in de volumesfeer waren de prijsbewegingen. Er is sprake geweest van een
omvangrijk ruilvoetverlies, hetgeen
vooral is te wijten aan de depreciatie
van de gulden t.o.v. de dollar, alsmede,
in mindere mate, aan de depreciatie t.o.v.
het pond sterling. Een belangrijk deel
van onze invoer is namelijk in dollars
en ook wel in ponden geprijsd, waardoor
een krachtig stuwende werking werd
uitgeoefend op het prijspeil van de invoer. Die valutaire prijsbeweging werkte
direct door in de uitvoerprijzen van
aardolieprodukten, maar niet in de uitvoerprijzen van ons aardgas. In de huidige exportcontracten is immers sprake
van een naijlingsperiode. De explosieve
prijsstijging bij de export van aardgas
is dan ook te danken aan de gestegen
olieprijs in 1980 en de door Spierenburg
bereikte gunstige herziening van de prijsclausules in de exportcontracten 2). De
waardevermeerdering van de aardgasexport is daardoor zeer aanzienlijk geweest (zie label 3).
Uit label 3 blijkl dal het uitvoersaldo van aardgas in hel eersle kwartaal van dit jaar bijna f. 4 mrd. bedroeg. Aanzienljk meer dan de f. 2,7
*De auteur is medewerker van het Economisch Bureau van de AMRO Bank. Het artikel is geschreven a litre personnel.
1) De geldomzetten in de detailhandel daalden in het eerste kwartaal van 1981 met 2%
ten opzichte van het eerste kwartaal van 1980.
In het eerste kwartaal van 1980 werd nog een
stijging van 5% geregistreerd.

eerste kwartaal

eerste kwartaal

1980
0,15

8,6
3,55
3,0

1981

eerste kwartaal
1980

eerste kwartaal
1981

0,5
9,0
3,45
2,6

2,85
5,75
6,35
2,65

4,45

a) Cijfers voor ijzer en staal, non-ferrometalen en metaalwaren worden niet afzonderlijk vermeld.
Bron: CBS, Slalistisch bulletin. 37e jaargang, no. 45, In- en uitvoer per goederensoort.

ESB 1-7-1981

5,85
6,2
2,45

2) Naast aanpassing van de naijlingsperiode
is de basispnjs verhoogd en het indexatiepercentage opgetrokken van gemiddeld ca.
80 naar 95. Deze resultaten zullen zijn
bereikt na een overgangsperiode die loopt
tot oktober 1981. De eerste effecten van de
Spierenburgresultaten traden op vanaf 1 juli
1980. Zie de brief van de minister van Economische Zaken, kamerstuk 16400, hoofdstuk XII, nr. 10.
635

Tabel 4. Geograflsche spreiding van de in- en uitvoer in net eerste kwartaal 1981
Invoer
procentuele mutaties
procentueel aandeel
t.o.v. eerste kwartaal
1980
0
– 3

100
61.4
51,2

EG ……………..

6,4
10,3
21,1
3,1
8.7

— Belgie en Luxemburg
– B.R.D. ………..
VK …………..
6,1
13,8
9,9
18,4

– 4
– 10
– 9
– 6
– 5
+12
– 9
+14
+13
+ 8

Uitvoer
procentueel aandeel
procentuele mutaties
t.o.v. eerste kwartaal
1980
100
+ 6
82,7
+ 4
72,9
+ 5
11,1
+11
14,7
+ 1
30,7
2,2
7.7
4.1
4,2
2,4
6,6

+ 8
+ 4
+ 1
+ 8
+18
+19
+14

— Nabije en Midden11,3
2,4

– 2
+57

1,6
0,4

+29
– 7

Australia en overige ge0,3

-30

0,4

+ 7

Bron: CBS, Stalistisch bulletin. 37ejaargang, no. 49. In- en uitvoer per land.

mrd. in het eerste kwartaal van 1980.

king met de concurrenten, gering deel

Bij andere energiedragers en energie-

van de totale uitvoer uitmaakt (1980:
5,5%). De invoer van ruwe aardolie uit

intensieve produkten ondergingen de
respectievelijke uitvoersaldi slechts geringe veranderingen. Een zeer belangrijk
deel van de verbetering in het goederen-

het Midden-Oosten moet scherp zijn
teruggelopen. De invoer uit de EG is in
vergelijking met de totale invoerontwik-

verkeer is derhalve toe te schrijven aan

keling sterker gedaald, hetgeen naast ge-

de vergrote bijdrage van het aardgas 3).
Deze situatie zal zich continueren in
1981, aangezien de exportprijs van aardgas is gekoppeld aan de raffinageprijs
van laagzwavelige stookolie. De prijs van
dit produkt heeft onder invloed van de
recente dollarappreciatie een belangrijke
stijging ondergaan en, gelet op de aan-

noemde factoren voornamelijk is toe te
schrijven aan de forse invoerstijging uit
Oost-Europa (+52%) en valutaire bewegingen.

als gevolg van per saldo hogere uitgaven ‘
aan research e.d. De huidige economische malaise kan op deze post een althans
voor de betalingsbalans gunstige invloed
hebben gehad.

De inkomensoverdrachten en de primaire inkomens

Het negatieve saldo van de inkomensoverdrachten (f. 0,6 mrd.) bleef ongewijzigd, hetgeen meevalt. Algemeen
wordt immers in verband met de oplossing van de z.g. Britse ,,lusten- en lastenproblematiek” in het kader van de EGlandbouwfinanciering en de financiele

gevolgen van de toetreding van Griekenland tot de EG een verdere verslechtering
van deze post verwacht. Voorts is het
niet aannemelijk dat de in Nederland
werkzame buitenlandse werknemers de
overmakingen naar hun moederland
onder invloed van de reele inkomensdaling aanzienlijk zullen terugschroeven.
De gunstige uitkomst bij het saldo pri-

maire inkomens zal vooral betrekking
gehad hebben op de onder deze inkomens begrepen omvangrijke kapitaalopbrengsten.
De per saldo aan het buitenland be-

taalde coupons en dividenden zullen
Het dienstenverkeer

passing van de naijlingsperiode in de

De verbetering in het dienstenverkeer

exportcontracten van 11 naar 5 maanden, zullen de eventueel nog optredende
valutaire schommelingen van de dollar
nauwelijks nog effect kunnen uitoefenen
op de exportprijs van aardgas in 1981
4). Overigens moeten we bij dit alles
bedenken dat de exportprijs van aardgas
in de loop van 1980 sterk is gestegen
(ca. 40% t.o.v. 1979). Interessant is te-

met f. 0,4 mrd. had voornamelijk betrekking op de per saldo lagere uitgaven
in het reisverkeer en hogere ontvangsten
uit hoofde van technische dienstverlening en uitvoering van werken in het

buitenland. De ontvangsten in het reisverkeer beliepen in 1980 f. 3,3 mrd. en
gaven daarmee voor het eerst sinds jaren

weer een stijging te zien. Deze beweging

vens om na te gaan of zich in het geo-

kan zich onder invloed van valutaire

grafische patroon van de in- en uitvoer

bewegingen in het eerste kwartaal van dit

nog opvallende wijzigingen hebben voor-

geven,- vooral als gevolg van de in de
afgelopen jaren zeer omvangrijke verkopen van Nederlandse obligaties aan

het buitenland. Volgens het jaarverslag
van De Nederlandsche Bank zou in 1980
naar ruwe schatting 30% van de uitstaande obligaties in buitenlands bezit zijn. In
dit verband is de forse teruggang van de
verkopen van Nederlandse obligaties
aan-het buitenland in het eerste kwartaal
opvallen, te meer daar de staat in deze
periode zeer actief op de kapitaalmarkt

jaar hebben doorgezet. De uitgaven ste-

gedaan (zie label 4).

een verdere stijging te zien hebben ge-

gen in 1980 tot maar liefst f. 9,2 mrd.

De recessieve economische ontwikke-

en gaven ondanks de daling van de reele

ling bij onze voornaamste handelspartners heeft ertoe geleid dat de export

inkomens een verdergaande volumestijging te zien. Dit zou crop kunnen

zich wat minder op de traditionele af-

wijzen dat de consument zijn buiten-

zetmarkten heeft gericht. Daarnaast
hebben uiteraard concurrentievoordelen
uit hoofde van depreciatie van de gulden

landse vakantie hoog in het vaandel
voert. De reele inkomensdaling in 1981
zal evenwel aanzienlijk groter zijn dan

op bepaalde markten een rol gespeeld.
Dit geldt evenwel niet voor het Verenigd
Koninkrijk en Japan. De economische
malaise in het Verenigd Koninkrijk zal

die in 1980 waarmee, gelet op een mogelijke vertraagde mentaliteitsaanpassing

haar stempel op de export naar dat land
hebben gedrukt, terwijl de toegankelijk-

heid van de Japanse binnenlandse markt,
zoals bekend, te wensen overlaat. De
toename van de invoer uit het VK is
geheel te wijten aan de forse appreciatie
van het pond sterling. Daarentegen is

de export van Japan naar ons land gelet
op de appreciatie van de yen weer zeer

indrukwekkend. Verheugend ten slotte is
de sterk vergrote export naar de OPEClanden in het Midden-Oosten, te meer

daar de afzet naar de olieproducerende
landen voor Nederland een, in vergelij636

in 1981, een kentering zou kunnen optreden in de groei van het uitgaande reisverkeer. Zo verwacht het Nationaal
Bureau voor Toerisme een stabilisatie

van het aantal vakanties in het buitenland en een toename van het aantal
vakanties in Nederland.
Het aandeel van de OPEC in de ontvangsten voor uitvoering van werken
in het buitenland bedraagt ca. 60%. In
combinatie met de appreciatie van de
dollar zullen de ontvangsten uit dezen
hoofde zijn toegenomen. Het positieve
saldo m.b.t. de post technische dienst-

verlening e.d. gaf in 1980 een daling te
zien van f. 0,6 mrd. tot f. 0,2 mrd., vooral

opereerde 5). We moeten daarbij evenwel

3) Die vergrote bijdrage kan overigens niet

geheel gelijk worden gesteld aan f. 1,3 mrd.
De goedereninvoer wordt in de betalingsbalans tegen fob-waarde opgenomen en op de
in- en uitvoerwaarde die in de handelsstatistiek vermeld staan worden voorts diverse
correcties aangebracht.
4) De gemiddelde inkoopwaarde van stookolie bedroeg in het derde kwartaal van 1980
f. 380 per ton en in het eerste kwartaal van
dit jaar f. 520 per ton. Sindsdien zal de gemiddelde inkoopwaarde van stookolie nog
verder zijn gestegen, hetgeen yalt af te leiden

uit het feit dat de nieuwe maximumprijs voor
stookolie met ingang van 16 juni jl. f. 575,80
per ton bedraagt. Hoewel de precieze prijsclausules van de aardgascontracten geheim
zijn, valt uit de eerder genoemde brief van
de minister van Economische Zaken, alsmede
uit een eerder verschenen persbericht van dit
ministerie over deze materie (23 januari 1979,
nr. 27) af te leiden dat de aanpassing van de
exportprijs van aardgas plaatsvindt op basis
van de prijsontwikkeling van stookolie in
guldens.
5) De verkopen van Nederlandse obligaties
aan het buitenland beliepen f. 485 mln. tegenover f. 923 mln. in het vierde kwartaal van
1980. Het beroep van het rijk op de openbare
markt (stortingen) bedroeg resp. f. 1.326 mln.
en f. 2.128 mln.

bedenken dat er een ,,time lag” optreedt
tussen de inschrijving en storting m.b.t.
de staatsleningen. Zo werd bij voorbeeld
de recordinschrijving op de staatslening
van maart jl. ten bedrage van f. 2,5 mrd.

eerst in april gestort.
De uit het buitenland ontvangen
winsttransfers kunnen als gevolg van
de valutaontwikkelingen zijn toegenomen, terwijl de winstovermakingen
naar buitenlandse concernmaatschappijen de invloed van de verminderde bedrijfswinsten zullen hebben ondergaan.
Belangrijk is ten slotte het feit dat
het netto buitenlands passief, althans
volgens de betalingsbalansregistratie,
in het eerste kwartaal met f. 1,2 mrd. is
afgenomen 6), hetgeen de netto rentelasten van het particuliere bankwezen

zal hebben verminderd. Naast de omvang van het netto buitenlands passief
is ook de samenstelling ervan van belang.
Uit de opbouw van het netto buitenlands
passief van eind vorig jaar blijkt dat de

schulden in de ponden- en de dollarsfeer
zetelden. De sindsdien opgetreden verkleining van het rente-ecart met de VS
en het VK zullen een positieve en de
valutabeweging een negatieve invloed op
de daarbij in het geding zijnde rentelasten hebben uitgeoefend.

Conclusie

Het saldo op de lopende rekening
van de betalingsbalans heeft ondanks
een omvangrijk ruilvoetverlies voor het
eerst sinds jaren weer een fors overschot
vertoond. Die omslag is vooral te danken

aan een sterk verbeterde uitkomst in het
goederenverkeer, waarbij naast de vergrote bijdrage van de aardgasexport

vooral de scherpe daling van het invoervolume een grote rol speelde. De buitenlandse afzet is als gevolg van de recessie
in West-Europa teruggelopen, terwijl de
consumptieve bestedingen in ons land
de invloed hebben ondervonden van het
door de regering opgevoerde beleid ge-

richt op inkomensmatiging en het terugdringen van de overheidsuitgaven. Er is

dan ook sprake geweest van een gedrukt
conjunctureel klimaat waarin de pro-

duktie niet gedijt, een proces van voorraadintering wordt geinitieerd en de investeringslust wordt afgeremd. Kortom,
de binnen- en buitenlandse bestedingsbeperking heeft zijn uitwerking op de
invoerzijde van de Nederlandse economic niet gemist. Het positieve saldo op de
lopende rekening is dan ook niet zozeer
het resultaat van een structurele verbetering van onze exportpositie alswel
het gevolg van onze aardgasrijkdom en
een conjunctureel neergaande beweging.
J. N. A. Specker
6) Volgens De balans van de geldscheppende

instellingen van het CBS bedroeg de yermindering van het netto buitenlands passief zelfs
f. 3,2 mrd.

ESB 1-7-1981

Auteur