Ga direct naar de content

De beursindex als conjunctuurindicator?

Geplaatst als type:
Gepubliceerd om: juni 5 1991

realisatie

De beursindex als
conjunctuurindicator?
De Nederlandse economic bevindt
zich thans in een fase van conjuncturele neergang, zie figuur 1. Dit uit
zich onder andere in een tragere
ontwikkeling van de industriele
produktie, zoals weergegeven door
de realisatiereeks. De DNB-conjunctuurindicator, die thans een
voorspelling geeft tot en met augustus, geeft aan dat de conjuncturele
neergang zich voorlopig nog voortzet. De vijf componenten van de indicator, te weten de orderontvangst
en de verwachte bedrijvigheid in de
Industrie, de IFO-indicator voor
Duitsland, de reele geldhoeveelheid
en de verwachte binnenlandse omzet onder nieuwe NCM-kredietverzekeringspolissen, dragen alle aan
deze voorspelling bij.
Hoewel de koersindex van aandelen
vaak wordt beschouwd als een belangrijke voorlopende conjunctuurindicator, is deze indertijd niet als
component in de DNB-conjunctuurindicator opgenomen. De reden hiervan is dat de beursindex door de
beurscrisis van oktober 1987 als minder geschikt is gekwalificeerd. Inmiddels zijn er na de beurscrisis drie en
eenhalf jaar verlopen zodat het mogelijk is de invloed hiervan op de
voorspellende eigenschappen van
de beursindex nader te analyseren.

\ r\

3O

S1

S2

83

S*

S5

Hiertoe is de algemene CBS-koersindex van aandelen op dezelfde statistische wijze bewerkt als de huidige
vijf componenten van de DNB-conjunctuurindicator. Figuur 2 geeft het
aldus verkregen conjunctuurbeloop
van de CBS-koersindex vanaf januari
1967, samen met de feitelijke conjunctuur volgens de realisatiereeks
uit figuur 1. De koersindex is overeenkomstig de termijn waarmee
deze de afgelopen 25 jaar gemiddeld
op de conjunctuur vooruit heeft gelopen, negen maanden in de tijd vooruit geschoven opdat de omslagpunten gemiddeld samenvallen met die
van de realisatiereeks.
Uit figuur 2 blijkt dat de koersindex
de conjunctuur tot 1985 goed heeft
voorspeld, met uitzondering van de
conjunctuurcyclus 1977-1980. Het
missen van een cyclus wordt als minder ernstig beoordeeld dan het voorspellen van omslagpunten die vervolgens niet optreden. De koersdaling
in het najaar van 1987 was een voorbeeld van het laatste geval. De beurskrach werd immers, zoals achteraf
geconstateerd kon worden, niet gevolgd door een conjuncturele neergang maar juist door een opleving.
De reputatie van de beursindex als
conjunctuurindicator werd hierdoor
ernstig aangetast.

Figuur 2. CBS-koersindex algemeen als conjunctuurindicator

Om het effect van de koersval eind
1987 op de conjunctuurvoorspelling
door de koersindex nog duidelijker
te maken, wordt in figuur 2 bij wijze
van experiment ook de conjuncturele component getoond na eliminatie
van de beurskrach. Opvallend is dat
de aldus gecorrigeerde koersindex
wel goed spoort met de realisatie.
Deze exercitie laat zien dat de koersval geheel verantwoordelijk is voor

het contraire conjuncturele beloop
van de beursindex in de jaren 19861989.
Duidelijk is dat een ingrijpende gebeurtenis die zich in slechts enkele
maanden voordoet, langdurig zeer
nadelige consequenties kan hebben
voor de conjunctuurvoorspelling.
Dit onderstreept de destijds genomen beslissing om de beursindex
niet als component van de samengestelde conjunctuurindicator op te nemen. Hooguit kan aan de beursindex onder het nodige voorbehoud
aanvullende informatie worden ontleend. Momenteel zou de beursindex, conform de DNB-indicator
maar nog verder vooruit, duiden op
een voortzetting van de huidige conjuncturele neergang.

Conclusie

realisatie
koersindex ongecorrigeerd
koersindex gecorrigeerd

ESB 5-6-1991

Volgens de DNB-conjunctuurindicator tot en met augustus zet de conjuncturele neergang zich voorlopig
nog voort. Ook de ontwikkeling
van de beursindex, sinds de beurskrach van 1987 overigens beschouwd als een minder betrouwbare conjunctuurindicator, duidt
daarop.