Ga direct naar de content

Column: Opleiden tegen vergrijzen

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: februari 3 2012

den. Onlangs lieten Skirbekk et al. (2012) zien dat er grote verschillen in lee ijdsgroep-speci eke direct re- call scores bestaan tussen de landen van Noord-Europa, Midden-Europa, Zuid-Europa, de Verenigde Staten, China, Mexico en India. Deze scores meten hoeveel woorden iemand zich kan herinneren uit een lijst van tien hardop voorgelezen woorden. Het is een maat voor de capaciteit van het kortetermijngeheugen, die bepalend is voor talloze uitkomsten, zoals het risico op het ontwikkelen van demen- tie. Terwijl cognitie in alle landen met de lee ijd afneemt, functioneren ou- deren in de Verenigde Staten en lan- den in Noord- en Midden-Europa op een aanzienlijk hoger niveau dan in Zuid-Europa, China, Mexico en India. op oudere lee ijd positief beïnvloe- ESB Column Opleiden tegen vergrijzen e toename van de onderwijs, het cognitieve vermogen gemiddelde lee ijd met ongeveer tien weken per jaar is Dmede het gevolg van een stijgende levensverwach- ting. Grotendeels gaat het hierbij om een toename in het aantal ge- zonde levensjaren (CBS StatLine). De meesten van ons zijn blij met het vooruitzicht op een langer leven in goede gezondheid. Toch wordt deze demogra sche ontwikkeling in open- bare debatten en beleidsdiscussies vaak als probleem beschouwd. Een THOMAS DOHMEN groeiend aantal oudere mensen kwa- ?H?o?o?g?l?e?r?a?a?r? ?a?a?n? ?d?e? ?U?n?i?v?e?r?s?i?t?e?i?t? ?M?a?a?s?t?r?i?c?h?t? li ceren we als ‘vergrijzing’, maar dit ?e?n? ?d?i?r?e?c?t?e?u?r? ?v?a?n? ?h?e?t? ?R?e?s?e?a?r?c?h?c?e?n?t?r?u?m? ?v?o?o?r? impliceert ook dat de potentiële be- ?O?n?d?e?r?w?i?j?s? ?e?n? ?A?r?b?e?i?d?s?m?a?r?k?t roepsbevolking ten opzichte van de niet-werkende ouderen steeds meer afneemt. Deze ontwikkeling gee aanleiding tot discussies over de houdbaarheid van pensi- oenregelingen in onze verzorgingsstaat. Het uitstellen van Omdat cognitief functioneren een van de beste voorspel- de pensioenlee ijd en het stimuleren van arbeidsparticipatie lers van individuele productiviteit is, zal de duur van de periode lijken voor de hand liggende beleidsmaatregelen om de grijze waarin individuen hoge cognitieve prestaties kunnen behouden druk beheersbaar te houden. Echter, aan lee ijd gerelateerde van invloed zijn op de periode waarin zij actief op de arbeids- achteruitgang in lichamelijke en geestelijke gezondheid kan de markt kunnen blijven. De last van de vergrijzing komt dus niet e ectiviteit van dergelijk beleid beperken. Er zijn empirische goed tot uiting door traditionele a ankelijkheidsratio’s zoals de aanwijzingen dat ouder worden gepaard gaat met een afname ‘grijze druk’. Volgens de voor cognitie gecorrigeerde, a ankelijk- van cognitieve vaardigheden, zoals het verwerken van nieuwe heidsratio van Skirbekk et al. (2012), waarin oudere mensen met informatie en van de capaciteit van het werkgeheugen. Tege- goede cognitieve functies deel uitmaken van de noemer en niet lijkertijd is het belang van cognitieve vaardigheden op de ar- van de teller, is de druk van de vergrijzing niet per se het grootst beidsmarkt de laatste decennia sterk toegenomen. Zo bezien in landen met een chronologisch oudere lee ijdsopbouw. zou een afname van cognitieve vaardigheden tijdens de levens- Een hoger opleidingsniveau is geassocieerd met betere loop het probleem van de vergrijzing nog versterken. cognitieve vaardigheden op oudere lee ijd en leidt tot een lan- Echter, er zijn redenen om optimistisch te blijven. Ten gere gezonde levensverwachting. Het verschil in de gezonde eerste is er bij sommige dimensies van cognitie, zoals proce- levensverwachting tussen personen met een hbo of universitair durele kennis die nodig is om routinetaken uit te voeren, geen diploma en vmbo’ers is meer dan tien jaar. Een laag opleidings- sprake van achteruitgang. Bovendien kunnen opgedane ken- niveau is een risicofactor voor de ziekte van Alzheimer. Om- nis en ervaring cognitieve achteruitgang compenseren. Een dat jongere beter opgeleide cohorten in Nederland geleidelijk groot aantal studies verwerpt dan ook de hypothese dat de de oudere minder goed opgeleide cohorten vervangen, zal de arbeidsproductiviteit systematisch afneemt met de lee ijd. arbeidsproductiviteit systematisch afneemt met de lee ijd. grijze druk wat minder sterk uitpakken dan door velen wordt grijze druk wat minder sterk uitpakken dan door velen wordt grijze druk wat minder sterk uitpakken dan door velen wordt Achteruitgang van bepaalde cognitieve vaardigheden kan een Achteruitgang van bepaalde cognitieve vaardigheden kan een Achteruitgang van bepaalde cognitieve vaardigheden kan een Achteruitgang van bepaalde cognitieve vaardigheden kan een Achteruitgang van bepaalde cognitieve vaardigheden kan een Achteruitgang van bepaalde cognitieve vaardigheden kan een Achteruitgang van bepaalde cognitieve vaardigheden kan een Achteruitgang van bepaalde cognitieve vaardigheden kan een Achteruitgang van bepaalde cognitieve vaardigheden kan een verwacht. Naast optimisme bieden deze inzichten ook een be-verwacht. Naast optimisme bieden deze inzichten ook een be-verwacht. Naast optimisme bieden deze inzichten ook een be-verwacht. Naast optimisme bieden deze inzichten ook een be-verwacht. Naast optimisme bieden deze inzichten ook een be-verwacht. Naast optimisme bieden deze inzichten ook een be-verwacht. Naast optimisme bieden deze inzichten ook een be-verwacht. Naast optimisme bieden deze inzichten ook een be-verwacht. Naast optimisme bieden deze inzichten ook een be-verwacht. Naast optimisme bieden deze inzichten ook een be- punt van zorg zijn in sommige functies of beroepen, terwijl een punt van zorg zijn in sommige functies of beroepen, terwijl een punt van zorg zijn in sommige functies of beroepen, terwijl een punt van zorg zijn in sommige functies of beroepen, terwijl een punt van zorg zijn in sommige functies of beroepen, terwijl een punt van zorg zijn in sommige functies of beroepen, terwijl een punt van zorg zijn in sommige functies of beroepen, terwijl een punt van zorg zijn in sommige functies of beroepen, terwijl een punt van zorg zijn in sommige functies of beroepen, terwijl een punt van zorg zijn in sommige functies of beroepen, terwijl een punt van zorg zijn in sommige functies of beroepen, terwijl een punt van zorg zijn in sommige functies of beroepen, terwijl een punt van zorg zijn in sommige functies of beroepen, terwijl een punt van zorg zijn in sommige functies of beroepen, terwijl een punt van zorg zijn in sommige functies of beroepen, terwijl een langrijkste boodschap, namelijk dat het opleiden van de jonge langrijkste boodschap, namelijk dat het opleiden van de jonge langrijkste boodschap, namelijk dat het opleiden van de jonge langrijkste boodschap, namelijk dat het opleiden van de jonge langrijkste boodschap, namelijk dat het opleiden van de jonge langrijkste boodschap, namelijk dat het opleiden van de jonge langrijkste boodschap, namelijk dat het opleiden van de jonge langrijkste boodschap, namelijk dat het opleiden van de jonge langrijkste boodschap, namelijk dat het opleiden van de jonge langrijkste boodschap, namelijk dat het opleiden van de jonge langrijkste boodschap, namelijk dat het opleiden van de jonge langrijkste boodschap, namelijk dat het opleiden van de jonge langrijkste boodschap, namelijk dat het opleiden van de jonge langrijkste boodschap, namelijk dat het opleiden van de jonge langrijkste boodschap, namelijk dat het opleiden van de jonge vergrijzend personeelsbestand in andere functies waarin pres-vergrijzend personeelsbestand in andere functies waarin pres-vergrijzend personeelsbestand in andere functies waarin pres-vergrijzend personeelsbestand in andere functies waarin pres-vergrijzend personeelsbestand in andere functies waarin pres-vergrijzend personeelsbestand in andere functies waarin pres-vergrijzend personeelsbestand in andere functies waarin pres-vergrijzend personeelsbestand in andere functies waarin pres-vergrijzend personeelsbestand in andere functies waarin pres-vergrijzend personeelsbestand in andere functies waarin pres-vergrijzend personeelsbestand in andere functies waarin pres-vergrijzend personeelsbestand in andere functies waarin pres-vergrijzend personeelsbestand in andere functies waarin pres-vergrijzend personeelsbestand in andere functies waarin pres-vergrijzend personeelsbestand in andere functies waarin pres-vergrijzend personeelsbestand in andere functies waarin pres-vergrijzend personeelsbestand in andere functies waarin pres- cohorten van groot belang is voor chronologisch vergrijzende cohorten van groot belang is voor chronologisch vergrijzende cohorten van groot belang is voor chronologisch vergrijzende cohorten van groot belang is voor chronologisch vergrijzende cohorten van groot belang is voor chronologisch vergrijzende cohorten van groot belang is voor chronologisch vergrijzende cohorten van groot belang is voor chronologisch vergrijzende cohorten van groot belang is voor chronologisch vergrijzende cohorten van groot belang is voor chronologisch vergrijzende cohorten van groot belang is voor chronologisch vergrijzende cohorten van groot belang is voor chronologisch vergrijzende cohorten van groot belang is voor chronologisch vergrijzende cohorten van groot belang is voor chronologisch vergrijzende tatie sterker van kennis en ervaring a angt juist de producti-tatie sterker van kennis en ervaring a angt juist de producti-tatie sterker van kennis en ervaring a angt juist de producti-tatie sterker van kennis en ervaring a angt juist de producti-tatie sterker van kennis en ervaring a angt juist de producti-tatie sterker van kennis en ervaring a angt juist de producti-tatie sterker van kennis en ervaring a angt juist de producti-tatie sterker van kennis en ervaring a angt juist de producti-tatie sterker van kennis en ervaring a angt juist de producti-tatie sterker van kennis en ervaring a angt juist de producti-tatie sterker van kennis en ervaring a angt juist de producti-tatie sterker van kennis en ervaring a angt juist de producti-tatie sterker van kennis en ervaring a angt juist de producti-tatie sterker van kennis en ervaring a angt juist de producti-tatie sterker van kennis en ervaring a angt juist de producti-tatie sterker van kennis en ervaring a angt juist de producti-tatie sterker van kennis en ervaring a angt juist de producti- populaties.populaties.populaties.populaties.populaties.populaties.populaties.populaties.populaties.populaties.populaties.populaties. viteit kan verhogen. Ten tweede zijn er aanwijzingen dat het viteit kan verhogen. Ten tweede zijn er aanwijzingen dat het viteit kan verhogen. Ten tweede zijn er aanwijzingen dat het viteit kan verhogen. Ten tweede zijn er aanwijzingen dat het viteit kan verhogen. Ten tweede zijn er aanwijzingen dat het viteit kan verhogen. Ten tweede zijn er aanwijzingen dat het viteit kan verhogen. Ten tweede zijn er aanwijzingen dat het viteit kan verhogen. Ten tweede zijn er aanwijzingen dat het viteit kan verhogen. Ten tweede zijn er aanwijzingen dat het viteit kan verhogen. Ten tweede zijn er aanwijzingen dat het viteit kan verhogen. Ten tweede zijn er aanwijzingen dat het proces van cognitieve achteruitgang door cognitieve training proces van cognitieve achteruitgang door cognitieve training proces van cognitieve achteruitgang door cognitieve training proces van cognitieve achteruitgang door cognitieve training proces van cognitieve achteruitgang door cognitieve training proces van cognitieve achteruitgang door cognitieve training proces van cognitieve achteruitgang door cognitieve training proces van cognitieve achteruitgang door cognitieve training proces van cognitieve achteruitgang door cognitieve training proces van cognitieve achteruitgang door cognitieve training proces van cognitieve achteruitgang door cognitieve training proces van cognitieve achteruitgang door cognitieve training proces van cognitieve achteruitgang door cognitieve training LITERATUURLITERATUURLITERATUURLITERATUURLITERATUURLITERATUURLITERATUURLITERATUURLITERATUUR vertraagd kan worden en dat hersenstructuren vormbaar zijn vertraagd kan worden en dat hersenstructuren vormbaar zijn vertraagd kan worden en dat hersenstructuren vormbaar zijn vertraagd kan worden en dat hersenstructuren vormbaar zijn vertraagd kan worden en dat hersenstructuren vormbaar zijn vertraagd kan worden en dat hersenstructuren vormbaar zijn vertraagd kan worden en dat hersenstructuren vormbaar zijn vertraagd kan worden en dat hersenstructuren vormbaar zijn vertraagd kan worden en dat hersenstructuren vormbaar zijn vertraagd kan worden en dat hersenstructuren vormbaar zijn vertraagd kan worden en dat hersenstructuren vormbaar zijn vertraagd kan worden en dat hersenstructuren vormbaar zijn vertraagd kan worden en dat hersenstructuren vormbaar zijn vertraagd kan worden en dat hersenstructuren vormbaar zijn Skirbekk, V., E. Loichinger en D. Weber (2012) Variation in cognitive functi-Skirbekk, V., E. Loichinger en D. Weber (2012)Skirbekk, V., E. Loichinger en D. Weber (2012)Skirbekk, V., E. Loichinger en D. Weber (2012)Skirbekk, V., E. Loichinger en D. Weber (2012)Skirbekk, V., E. Loichinger en D. Weber (2012)Skirbekk, V., E. Loichinger en D. Weber (2012)Skirbekk, V., E. Loichinger en D. Weber (2012)Skirbekk, V., E. Loichinger en D. Weber (2012)Skirbekk, V., E. Loichinger en D. Weber (2012)Skirbekk, V., E. Loichinger en D. Weber (2012)Skirbekk, V., E. Loichinger en D. Weber (2012)Skirbekk, V., E. Loichinger en D. Weber (2012)Skirbekk, V., E. Loichinger en D. Weber (2012)Skirbekk, V., E. Loichinger en D. Weber (2012) (Woollett en Maguire, 2011). ?o?n?i?n?g? ?a?s? ?a? ?r?e??? ?n?e?d? ?a?p?p?r?o?a?c?h? ?t?o? ?c?o?m?p?a?r?i?n?g? ?a?g?e?i?n?g? ?a?c?r?o?s?s? ?c?o?u?n?t?r?i?e?s. Publicatie ?o?n?i?n?g? ?a?s? ?a? ?r?e??? ?n?e?d? ?a?p?p?r?o?a?c?h? ?t?o? ?c?o?m?p?a?r?i?n?g? ?a?g?e?i?n?g? ?a?c?r?o?s?s? ?c?o?u?n?t?r?i?e?s?o?n?i?n?g? ?a?s? ?a? ?r?e??? ?n?e?d? ?a?p?p?r?o?a?c?h? ?t?o? ?c?o?m?p?a?r?i?n?g? ?a?g?e?i?n?g? ?a?c?r?o?s?s? ?c?o?u?n?t?r?i?e?s?o?n?i?n?g? ?a?s? ?a? ?r?e??? ?n?e?d? ?a?p?p?r?o?a?c?h? ?t?o? ?c?o?m?p?a?r?i?n?g? ?a?g?e?i?n?g? ?a?c?r?o?s?s? ?c?o?u?n?t?r?i?e?s?o?n?i?n?g? ?a?s? ?a? ?r?e??? ?n?e?d? ?a?p?p?r?o?a?c?h? ?t?o? ?c?o?m?p?a?r?i?n?g? ?a?g?e?i?n?g? ?a?c?r?o?s?s? ?c?o?u?n?t?r?i?e?s?o?n?i?n?g? ?a?s? ?a? ?r?e??? ?n?e?d? ?a?p?p?r?o?a?c?h? ?t?o? ?c?o?m?p?a?r?i?n?g? ?a?g?e?i?n?g? ?a?c?r?o?s?s? ?c?o?u?n?t?r?i?e?s?o?n?i?n?g? ?a?s? ?a? ?r?e??? ?n?e?d? ?a?p?p?r?o?a?c?h? ?t?o? ?c?o?m?p?a?r?i?n?g? ?a?g?e?i?n?g? ?a?c?r?o?s?s? ?c?o?u?n?t?r?i?e?s?o?n?i?n?g? ?a?s? ?a? ?r?e??? ?n?e?d? ?a?p?p?r?o?a?c?h? ?t?o? ?c?o?m?p?a?r?i?n?g? ?a?g?e?i?n?g? ?a?c?r?o?s?s? ?c?o?u?n?t?r?i?e?s?o?n?i?n?g? ?a?s? ?a? ?r?e??? ?n?e?d? ?a?p?p?r?o?a?c?h? ?t?o? ?c?o?m?p?a?r?i?n?g? ?a?g?e?i?n?g? ?a?c?r?o?s?s? ?c?o?u?n?t?r?i?e?s?o?n?i?n?g? ?a?s? ?a? ?r?e??? ?n?e?d? ?a?p?p?r?o?a?c?h? ?t?o? ?c?o?m?p?a?r?i?n?g? ?a?g?e?i?n?g? ?a?c?r?o?s?s? ?c?o?u?n?t?r?i?e?s?o?n?i?n?g? ?a?s? ?a? ?r?e??? ?n?e?d? ?a?p?p?r?o?a?c?h? ?t?o? ?c?o?m?p?a?r?i?n?g? ?a?g?e?i?n?g? ?a?c?r?o?s?s? ?c?o?u?n?t?r?i?e?s?o?n?i?n?g? ?a?s? ?a? ?r?e??? ?n?e?d? ?a?p?p?r?o?a?c?h? ?t?o? ?c?o?m?p?a?r?i?n?g? ?a?g?e?i?n?g? ?a?c?r?o?s?s? ?c?o?u?n?t?r?i?e?s?o?n?i?n?g? ?a?s? ?a? ?r?e??? ?n?e?d? ?a?p?p?r?o?a?c?h? ?t?o? ?c?o?m?p?a?r?i?n?g? ?a?g?e?i?n?g? ?a?c?r?o?s?s? ?c?o?u?n?t?r?i?e?s?o?n?i?n?g? ?a?s? ?a? ?r?e??? ?n?e?d? ?a?p?p?r?o?a?c?h? ?t?o? ?c?o?m?p?a?r?i?n?g? ?a?g?e?i?n?g? ?a?c?r?o?s?s? ?c?o?u?n?t?r?i?e?s?o?n?i?n?g? ?a?s? ?a? ?r?e??? ?n?e?d? ?a?p?p?r?o?a?c?h? ?t?o? ?c?o?m?p?a?r?i?n?g? ?a?g?e?i?n?g? ?a?c?r?o?s?s? ?c?o?u?n?t?r?i?e?s?o?n?i?n?g? ?a?s? ?a? ?r?e??? ?n?e?d? ?a?p?p?r?o?a?c?h? ?t?o? ?c?o?m?p?a?r?i?n?g? ?a?g?e?i?n?g? ?a?c?r?o?s?s? ?c?o?u?n?t?r?i?e?s De derde en misschien de belangrijkste reden voor op-De derde en misschien de belangrijkste reden voor op-De derde en misschien de belangrijkste reden voor op-De derde en misschien de belangrijkste reden voor op-De derde en misschien de belangrijkste reden voor op-De derde en misschien de belangrijkste reden voor op-De derde en misschien de belangrijkste reden voor op-De derde en misschien de belangrijkste reden voor op-De derde en misschien de belangrijkste reden voor op-De derde en misschien de belangrijkste reden voor op-De derde en misschien de belangrijkste reden voor op-De derde en misschien de belangrijkste reden voor op-De derde en misschien de belangrijkste reden voor op-De derde en misschien de belangrijkste reden voor op-De derde en misschien de belangrijkste reden voor op-De derde en misschien de belangrijkste reden voor op- op www.pnas.org.op www.pnas.org.op www.pnas.org.op www.pnas.org.op www.pnas.org.op www.pnas.org.op www.pnas.org.op www.pnas.org.op www.pnas.org.op www.pnas.org. timisme is dat betere omstandigheden tijdens de kindertijd timisme is dat betere omstandigheden tijdens de kindertijd timisme is dat betere omstandigheden tijdens de kindertijd timisme is dat betere omstandigheden tijdens de kindertijd timisme is dat betere omstandigheden tijdens de kindertijd timisme is dat betere omstandigheden tijdens de kindertijd timisme is dat betere omstandigheden tijdens de kindertijd timisme is dat betere omstandigheden tijdens de kindertijd Woollett, K. en E.A. Maguire (2011) Acquiring ‘the Knowledge’ of ondon’s Woollett, K. en E.A. Maguire (2011) Acquiring ‘the Knowledge’ of ondon’s Woollett, K. en E.A. Maguire (2011) Acquiring ‘the Knowledge’ of ondon’s Woollett, K. en E.A. Maguire (2011) Acquiring ‘the Knowledge’ of ondon’s Woollett, K. en E.A. Maguire (2011) Acquiring ‘the Knowledge’ of ondon’s Woollett, K. en E.A. Maguire (2011) Acquiring ‘the Knowledge’ of ondon’s Woollett, K. en E.A. Maguire (2011) Acquiring ‘the Knowledge’ of ondon’s Woollett, K. en E.A. Maguire (2011) Acquiring ‘the Knowledge’ of ondon’s Woollett, K. en E.A. Maguire (2011) Acquiring ‘the Knowledge’ of ondon’s en adolescentie, een gezonde levensstijl, en meer en beter en adolescentie, een gezonde levensstijl, en meer en beter en adolescentie, een gezonde levensstijl, en meer en beter en adolescentie, een gezonde levensstijl, en meer en beter en adolescentie, een gezonde levensstijl, en meer en beter layout drives structural brain changes. layout drives structural brain changes. layout drives structural brain changes. Current Biology, 21(24), 2109-2114. ?D?e? ?a?u?t?e?u?r? ?h?e?e?f?t? ?v?e?r?k?l?a?a?r?d? ?d?i?t? ?a?r?t?i?k?e?l? ?a?l?l?e?e?n? ?t?e? ?p?u?b?l?i?c?e?r?e?n? ?i?n? ?E?S?B? ?e?n? ?n?i?e?t? ?e?l?d?e?r?s? ?D?e? ?a?u?t?e?u?r? ?h?e?e?f?t? ?v?e?r?k?l?a?a?r?d? ?d?i?t? ?a?r?t?i?k?e?l? ?a?l?l?e?e?n? ?t?e? ?p?u?b?l?i?c?e?r?e?n? ?i?n? ?E?S?B? ?e?n? ?n?i?e?t? ?e?l?d?e?r?s? ?t?e? ?p?u?b?l?i?c?e?r?e?n? ?i?n? ?w?a?t? ?v?o?o?r? ?m?e?d?i?u?m? ?d?a?n? ?o?o?k?.? ?H?e?t? ?i?s? ?w?e?l? ?t?o?e?g?e?s?t?a?a?n? ?o?m? ?h?e?t? ?a?r?t?i?k?e?l? ?v?o?o?r? ?e?i?g?e?n? ?g?e?b?r?u?i?k? 84 ?e?n? ?v?o?o?r? ?p?u?b?l?i?c?a?t?i?e? ?o?p? ?e?e?n? ?i?n?t?r?a?n?e?t? ?v?a?n? ?d?e? ?w?e?r?k?g?e?v?e?r? ?v?a?n? ?d?e? ?a?u?t?e?u?r? ?a?a?n? ?t?e? ?w?e?n?d?e?n?.Jaargang 97 (4628) 3 februari 2012

Auteur

  • Thomas Dohmen

    Hoogleraar aan de Universität Bonn en de Universiteit Maastricht