Ga direct naar de content

Bemiddelen van de kern is een harde noot om te kraken

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: april 14 1999

Bemiddelen van de kern is een harde noot om te kraken
Aute ur(s ):
Sol, E. (auteur)
Senior-onderzoeker Hugo Sinzheimer Instituut.
Ve rs che ne n in:
ESB, 84e jaargang, nr. 4201, pagina D34, 29 april 1999 (datum)
Rubrie k :
Dossier Zoeken is vinden
Tre fw oord(e n):

Dit artikel is een reactie op P. van Diepen, De ‘harde kern’: niet willers, niet kunners en kopschuwen, ESB-dossier, 29 april
1999, blz. D31-D35.
Typologisering kan gemakkelijk leiden tot karikaturen. Ook van Diepen lijkt hieraan niet helemaal te ontkomen met zijn uitspraak
dat economen financiële prikkels centraal stellen en sociologen culturele. Het is van hieruit slechts een kleine stap sociologen te
kwalificeren als mensen die werkzoekenden zien als slachtoffer van structuren en economen als mensen die werkzoekenden zelf
verantwoordelijk stellen voor hun situatie. Maar de grotere aandacht voor institutionele factoren laat juist zien dat er geen sprake is
van of-of maar dat gedrag ’embedded social action’ is. Deze inbedding van gedrag heeft tot gevolg dat in het arbeidsmarktbeleid
onderkend wordt dat het enkel werken met financiële prikkels averechtse effecten kan opleveren.
De indeling van het gedrag van werklozen in niet-willen en niet-kunnen sluit aan bij de discussie naar de bemiddelbaarheid van
werkzoekenden. Bemiddelbaarheid is een begrip waarmee arbeidsvoorzieningsorganisaties al lange tijd worstelen. Het begrip is sedert
het begin van deze eeuw geëvolueerd van een simpele dichotomie (werkzoekenden en niet-werkzoekenden) naar complexe
categoriseringen die op grond van een groot aantal criteria duidelijkheid proberen te brengen in de vraag welke instrumenten, hulp of
zorg vereist zijn om verschillende groepen werkzoekenden terug te leiden naar arbeid. Internationaal zijn in deze ontwikkeling drie trends
waar te nemen 1:
1. de introductie van de mate van bemiddelbaarheid als een voorwaarde voor handelen. Het doel veranderde in de jaren dertig van het
scheiden van de niet-werkzamen in inzetbare en niet-inzetbare krachten naar het aanbrengen van graden van bemiddelbaarheid. Door
gradaties aan te brengen wordt het mogelijk de bemiddelbaarheid van bepaalde groepen te verbeteren;
2. het expliciet maken van de interactieve dimensies van bemiddelbaarheid: niet enkel het arbeidsaanbod maar de interactie tussen
werkgevers, werkenden, werkzoekenden en bemiddelingsorganisaties staat centraal;
3. de introductie van dynamische dimensies: van individuele kenmerken naar individuele trajecten en van regulier statisch werk naar
transities in, op en uit de arbeidsmarkt.
Het moderne concept bemiddelbaarheid omvat elementen uit alle drie onderscheiden trends. De dynamische dimensie wijst op de
noodzaak van activering in de vorm van maatwerk, waarbij het uit te zetten traject nauwgezet aansluit bij karakter en gedrag van de
werkzoekende; en op het dynamische karakter van het plannen en bewaken van de keten van dienstverlening. De interactieve dimensie
wijst inhoudelijk op bemiddeling waarbij alle betrokken arbeidsmarktactoren en instituties worden gemobiliseerd. Operationeel gezien
duidt de interactieve dimensie op de ontwikkeling van een intake en van preventieve progamma’s voor bemiddeling in een vroeg stadium,
aangepast aan specifieke groepen op de arbeidsmarkt. In de Verenigde Staten is in de jaren negentig een methodiek ontwikkeld
(‘profiling’) die beoogt te voorzien in een vroege identificatie en verwijzing naar dienstverlening voor moeilijk bemiddelbare groepen.
Profiling kan zowel op formele als informele wijze plaatsvinden. Bij formele profiling maakt men gebruik van een statistisch
computermodel, dat op basis van enkele kenmerken van de werkloze diens uitstroomkans berekent en op basis hiervan de meest
kansarmen selecteert. Bij informele profiling wordt de kansinschatting geheel aan het subjectieve oordeel van specialisten overgelaten.
In Nederland heet de gebruikte methodiek fasering. Van iedere werkloze wordt bij registratie de ‘afstand tot de arbeidsmarkt’ ingeschat
met behulp van een landelijk meetinstrument, de Kansmeter. Iedereen wordt al naar gelang de afstand tot de arbeidsmarkt ingedeeld in
fasen één tot vier.
Met name voor langdurig werklozen is een combinatie van elementen van alle drie de trends van groot belang. Zij zijn meer dan anderen
aangewezen op een brede benadering met instrumenten, zorg en hulp zowel interactief als dynamisch. Voor integratie van de harde kern
is het nodig alle middelen uit de kast te trekken.
In dit licht schiet de door Van Diepen voorgestelde totaalbenadering die een combinatie van elementen van niet-willen en niet-kunnen
omvat tekort. De combinatie van het toepassen van financiële prikkels (sancties) en het opheffen van belemmeringen in de
randvoorwaardelijke sfeer die een ongestoorde toeleiding naar werk moet garanderen benadert de langdurig werkloze te veel als
geïsoleerd individu. Of anders gezegd de voorgestelde totaalbenadering is nagenoeg geheel aanbodgericht. Dit bevreemdt daar Van
Diepen immers zelf al met het onderscheiden van een categorie ‘kopschuwen’ (als reactie op eerdere negatieve ervaringen met
bemiddelingsinstanties of werkgevers) een relatie met de vraagkant legt. De voorgestane uitbreiding van het in te zetten instrumentarium

is toegespitst op de individuele werkloze, los van de bredere sociaal-economische omgeving. Daarmee verwaarloost hij het interactieve
element van de bemiddelbaarheid. Interactief betekent hier bijvoorbeeld een grotere betrokkenheid van werkgevers en sectoren bij de
methodiekontwikkeling.

ESB-Dossier: Zoeken is vinden
Inleiding
A. Troost, Arbeidsvoorziening en het vliegwiel van verandering
Trends
P. de Beer, De arbeidsmarkt van de toekomst
Theorie
J.J.M. Theeuwes, Gezocht: luizebaan
J.W.M. Mevissen, Van arbeidsvoorziening tot arbeidsmarktintermediairs
Bemiddelingsmarkt
J. de Koning, Markt en overheid
J.H.F. Junggeburt, De kracht van private partijen
SUWI
W.J. Dercksen en H. van den Hende, Werk en inkomen met hulp van de onzichtbare hand
A.C. Glebbeek, De onzichtbare sloot
R. van der Veen, Het trilemma van sociaal beleid
A. van Bochove, Publieke deel nieuwe structuur wordt geen blijvertje
Bemiddeling
P. van Diepen, De ‘harde’ kern’: niet willers, niet kunners en kopschuwen
E. Sol, Bemiddelen van de kern is een harde noot om te kraken
Epiloog
H.A. Keuzenkamp, Ruimte voor bemiddeling

1 B.Gazier, Employability, European Commission-DG V, Parijs, 1998

Copyright © 1999 – 2003 Economisch Statistische Berichten (www.economie.nl)

Auteur