Ga direct naar de content

Zuid-Holland in de Randstad

Geplaatst als type:
Gepubliceerd om: december 14 2007

De economie in de Noordvleugel van de Randstad groeit
sneller dan in de Zuidvleugel. Hierbij valt op dat Zuid-Holland
zich in Nederland steeds minder onderscheidt als een
grootstedelijke economie. De vraag is of een ruimtelijk economische strategie op Randstadniveau dit tij zou kunnen keren.

S

tatistische analyses uit de Economische
Monitor Zuid-Holland 2006 en 2007
geven aan dat Zuid-Holland zich in
Nederland steeds minder onderscheidt als
grootstedelijke economie (Louter, 2006 en 2007).
De door het Ruimtelijk Planbureau geconstateerde
mogelijkheid dat de regio Amsterdam zich ontwikkelt
tot onbetwiste metropool van Nederland lijkt hiermee een waarschijnlijke ontwikkeling te worden. In
dit artikel wordt een poging gedaan de gevolgen van
deze ontwikkelingen voor Zuid-Holland te evalueren
en een beleidsmatig antwoord hierop te vinden.

Metropoolvorming Amsterdam

Asje van Dijk
en Joop Buunk
Gedeputeerde en senior beleidsmedewerker Economische Zaken bij de provincie
Zuid-Holland

Het Ruimtelijk Planbureau (2006) signaleert:
“Amsterdam neemt een bijzondere positie in binnen
de Randstad. Het stadsgewest werkt, meer nog dan
de andere grote steden, als een magneet. Vanuit alle
delen van de Randstad worden relaties gericht op
Amsterdam steeds sterker. Misschien is deze regio
zich, na ruim een eeuw, opnieuw aan het ontwikkelen tot de onbetwiste metropool van Nederland.â€
Manshanden en Merk (2007) merken op: “Het is
gebleken dat de Randstad binnen Nederland sneller
groeit dan de rest van Nederland; en dan gaat het
om de Noordvleugel.†Zij voegen hieraan toe: “vooral
de commerciële dienstensector blijft achter in de
Zuidvleugel†en “de groei van kansrijke sectoren
blijft in de Zuidvleugel achterâ€. Om te vervolgen:
“het vestigingsklimaat geeft in de Zuidvleugel per
saldo weinig verschil met overig Nederlandâ€.
De vraag is nu of deze trends nadelig zijn voor een
duurzame ontwikkeling van de Zuid-Hollandse economie. In vergelijking met Nederland in zijn geheel
scoort de Zuid-Hollandse economie al jaren goed.
Figuur 1 laat zien dat het aandeel van Zuid-Holland
in de toegevoegde waarde van Nederland totaal
onveranderlijk 22 procent is gebleven in de periode
1977–2006. Alleen de groei van de werkgelegenheid
bleef achter bij de groei van de werkgelegenheid in
Nederland totaal. Het aandeel in het aantal arbeidsplaatsen in Nederland in zijn geheel is gedaald van
23 naar 22 procent. Hier doet de invloed van de
Rijnmondeconomie zich gelden, waar arbeidsbesparende investeringen in de haven en het verdwijnen

van de scheepsbouw tot relatief weinig groei van het
aantal arbeidsplaatsen heeft geleid, maar de groei
van de toegevoegde waarde niet heeft ondergedaan
voor die in Nederland.
De achterblijvende groei van de werkgelegenheid
heeft in Zuid-Holland niet geleid tot relatief veel
werkloosheid. Wel is het pendelsaldo in Zuid-Holland
van positief naar licht negatief omgeslagen. Vooral de
pendel vanuit Zuid-Holland richting Noord-Holland
is sterk toegenomen. In Rijnmond heeft de achterblijvende groei van het aantal arbeidsplaatsen geleid
tot een sterke groei van de uitgaande pendel en een
grote werkloosheid met name onder laagopgeleiden.
De achterstand van Zuid-Holland op Noord-Holland
en Utrecht is wat arbeidsplaatsen en toegevoegde
waarde per duizend inwoners betreft vrij groot (zie
figuur 2). Dit komt vooral door een grotere arbeidsparticipatie van de 15- tot 64-jarigen in de provincie
Noord-Holland en Utrecht. De arbeidsproductiviteit
was begin deze eeuw in de Zuidvleugel even groot als
in de Noordvleugel. Daarna neemt de Noordvleugel
een kleine voorsprong. De aanwezigheid van metropofiguur 1

Ontwikkeling toegevoegde waarde, arbeids­
volume en inwoners, regionaal 1977-2006

Bron: CBS, bewerking Bureau Louter

ESB

14 december 2007

759

binnenland

Zuid-Holland in de Randstad

litane clusters van activiteiten is bepalend voor de vraag of grootstedelijke regio’s
zich kunnen ontwikkelen tot metropolen (grootstedelijke regio’s met voldoende
internationale uitstraling). Regio Randstad (2004) heeft de volgende metropolitane clusters van activiteiten onderscheiden: regisserende, creatieve en logistieke
activiteiten. Tot de regieactiviteiten behoren het bank- en verzekeringswezen en
hoofdkantoren. Tot de creatieve diensten zijn gerekend computersoftwarediensten,
media en reclame- en economische adviesbureaus. Logistieke activiteiten bestaan
uit handelsbemiddeling, vervoer en diensten ten behoeve van vervoer. Van de
totale werkgelegenheid in Nederland is 22 procent in Zuid-Holland gelokaliseerd.
Het deel van de Nederlandse metropolitane clusters dat in Zuid-Holland is gevestigd is minder dan 22 procent en is dus ondervertegenwoordigd in deze provincie
(zie figuur 3). Het aandeel van Zuid-Holland in de regieactiviteiten van Nederland
is zelfs van twintig procent in 1996 gedaald naar zeventien procent in 2006. Dit
betekent dat Zuid-Holland marktaandeel verliest in de belangrijkste groeisectoren
van de Randstedelijke economie.
Hetzelfde beeld valt waar te nemen met het aandeel financiële en zakelijke dienstverlening in de Zuid-Hollandse economie in vergelijking met het
Nederlands gemiddelde. Was in 1993 nog sprake van een duidelijke oververtegenwoordiging, met een locatiecoëfficiënt van 1,12, momenteel is deze gedaald
tot een locatiecoëfficiënt van slechts 1,06. De oorzaak is een jarenlang achterblijvende groei van de zakelijke dienstverlening. Culturele verschillen, zoals
arbeidsethos, creativiteit, stedelijk milieu en imago lijken een belangrijke rol te
spelen (NEI, Zandvoort, 2000).
Gegevens over het vertrek van bedrijven sinds 1977 uit Rijnmond suggereren dat
de magneetwerking van de regio Amsterdam en de Noordvleugel sinds 1990 te
merken is. In de afgelopen dertig jaar is de omvang van het vertrek uit Rijnmond
van zakelijke dienstverlening gerekend in arbeidsplaatsen per jaar ongeveer
vervijfvoudigd en gaat een steeds groter deel (na 2001 circa 32 procent) naar
de Noordvleugel van de Randstad (bron: bedrijvenregisters Zuid-Holland). Op de
top tien van aankomstgemeenten stond begin jaren negentig Amsterdam op de
eerste plaats en Utrecht op de derde (Provincie Zuid-Holland, 1993). Na aftrek
van de immigratie betekent dit een netto verlies van elfduizend arbeidsplaatsen
in de zakelijke dienstverlening in Rijnmond sinds 1990 (ruim vijftien procent van
de zakelijke dienstverlening in 1990).
De relatief snelle groei van de Noordvleugel heeft weinig negatieve effecten
gehad op de groei van de Zuid-Hollandse economie. Het meeste zorgen baart
de economische structuur die steeds minder een grootstedelijk karakter krijgt in
vergelijking met Nederland totaal.

landscapes and iii) the duplication of certain economic sectors.â€
Bedacht moet worden dat zelfs wanneer de
Randstad meer als een metropool gaat functioneren dit de trendmatige snelle groei van de regio
Amsterdam slechts marginaal zal afleiden naar
andere delen van de Randstad. De uitspraak van
Sir Peter Hall: “One of the conclusions is that the
Randstad is not as polycentric as we thought, because Amsterdam is becoming increasingly dominant. Paradoxically, London, that appears to be more
monocentric, actually operates in a more polycentric
way.†spreekt boekdelen (Weerman et al., 2006).

Een beleidsmatig antwoord
Het antwoord op de ontwikkeling richting een metropool Amsterdam is voor Zuid-Holland intensivering
van het bestaande beleid naar een kenniseconomie
met meer hoogwaardige diensten. Zuid-Holland
beschikt over genoeg activa om hierin succesvol te
kunnen zijn.
Aan de Nederlandse comparatieve voordelen liggen (Ottens, 2001) de Rotterdamse haven en een
fijnmazig netwerk van geïntegreerde bedrijven, zoals
in het Westland, ten grondslag. Den Haag als internationale stad, Stad van vrede, recht en veiligheid
en de kenniscorridor van Leiden tot Rotterdam (het
grootste gebied met onderzoek en ontwikkeling van
de Randstad) huisvest hoogwaardige clusters als het
biomedische cluster en het water- en deltacluster.
Het OESO-advies voor de Randstad om sneller over
figuur 2

Ontwikkeling toegevoegde waarde, regionaal 1998-2006

Metropoolvorming Randstad
Onder een strategie op Randstadniveau wordt agglomeratievorming verstaan
met de inzet op een toenemende verwevenheid tussen de grootstedelijke vestigingsmilieus in de Randstad om tot grotere marktintegratie, meer benutting van
schaalvoordelen en meer diversiteit te komen.
Randstadvorming heeft duidelijk een aantal grote voordelen; de haalbaarheid
wordt echter betwijfeld. De kansen op het realiseren van agglomeratievoordelen worden door het VROM en het Ruimtelijk Planbureau niet hoog ingeschat.
VROM (2007) stelt: “De massa van de Randstad als geheel is indrukwekkend,
maar deze is te verspreid om als één samenhangend stedelijk milieu te kunnen
functioneren met bijhorende agglomeratievoordelen.†Deze uitspraak gaat nog
verder dan dat de Randstad als los zand aan elkaar hangt (Oort et al., 2007).
Ook volgens de OECD is er momenteel geen sprake van een agglomeratie op
Randstadniveau omdat de interacties tussen de vleugels daarvoor te gering zijn.
De OECD is echter wel van mening dat door een ander beleid deze agglomeratievoordelen wel geoogst kunnen worden. De OECD (2007) merkt hierover op: “One
of the ways to improve economic performance is to use the unique characteristics
of the area better. Its morphology as a polycentric metropolitan area gives the
Randstad as a whole, the opportunity to benefit from the proximity of its different
cities and their natural landscapes. These opportunities are currently underused,
principally due to i) the difficulties of traveling around easily within the Randstad,
ii) the lack of high quality housing which takes advantage of the nearby natural

760

ESB

14 december 2007

Bron: CBS, bewerking Bureau Louter

te schakelen van een strategie gericht op volume
naar een gericht op toegevoegde waarde, lijkt vooral
op te gaan voor de Zuidvleugel. Een aantal economische clusters, zoals de glastuinbouw en het transport, krijgen in de Zuidvleugel te maken met gebrek
aan fysieke ruimte en een strenger milieubeleid. De
groei moet daarom meer in hoogwaardige diensten
en opkomende clusters, zoals het biomedische en
deltacluster, gezocht worden. Het ministerie van
Economische Zaken (2004) indiceerde dat in de
Zuidvleugel de productiestructuur versterkt kan
worden door productie en diensten meer op elkaar
te laten aansluiten. De komst van de HSL biedt
bijvoorbeeld een goede aanleiding tot ontwikkeling
van het stationsgebied in Rotterdam. Interessante
doelgroepen voor het kantooraanbod zijn vooral
zakelijke dienstverlening die aansluit bij de (inter)
nationale oriëntatie van Rotterdam (het petrochemische en logistieke cluster) en nationale (productie-)
hoofdkantoren. De komst van snelle treinen van
Rotterdam naar Duitsland en een sterk ontwikkeld
zakenvliegveld Rotterdam Airport dragen hier ook
aan bij. Volgens Ecorys (2007) kan het realiseren
van een zakenvliegveld Rotterdam Airport al leiden
tot zo’n twee- à drieduizend extra arbeidsplaatsen.
Aandacht voor culturele en arbeidsmarktfactoren
hoort hier ook bij.
Het bevorderen van een meer samenhangende ruimtelijke economische ontwikkeling van de Randstad
heeft een aantal belangrijke voordelen, mits van
realistische ambities wordt uitgegaan en compara-

tieve voordelen leidend zijn. Overheidsinvesteringen moeten zich richten op het
afleiden van de druk op de regio Amsterdam. Hierbij zal bij voorkeur aansluiting gezocht moeten worden op de polycentrische structuur van de Randstad.
Onproductieve concurrentie van overheidsinvesteringen moet in ieder geval
vermeden worden. Vrije vestigingsplaatskeuze van bedrijven is een voorwaarde.
De voordelen van een samenhangende ruimtelijk economische ontwikkeling
zijn dat de metropool Amsterdam meer massa krijgt en er door afstemming en
samenwerking meer schaalvoordelen en draagvlak voor gespecialiseerde voorzieningen gecreëerd kan worden. Een gecoördineerde aanpak van toplocaties is hier
een voorbeeld van. Bijkomend voordeel is een minder snelle groei van de pendelstromen richting regio Amsterdam.

Conclusie
De Zuid-Hollandse economie ontwikkelt zich in vergelijking met het Nederlands
gemiddelde goed ondanks de snellere groei van de Noordvleugel van de
Randstad. Een punt van aandacht is wel dat het aandeel hoogwaardige diensten
zich steeds minder onderscheidt van het Nederlands gemiddelde. De ZuidHollandse economie heeft voldoende activa om van deze provincie een concurrerende innovatieve en duurzame topregio te maken. Een gezamenlijke ruimtelijk
economische Randstadstrategie zal op de lange termijn een betere internationale
concurrentiepositie en een minder onevenwichtige Randstad bevorderen.
Uitgangspunt van deze strategie moeten de comparatieve voordelen van de
deelregio’s van de Randstad zijn. Elke regio heeft dan meer kans de regie- en
creatieve activiteiten vast te houden respectievelijk te ontwikkelen die bij de
economische clusters en voorzieningen horen waarin de regio is gespecialiseerd.
Benutting van de mogelijkheden die de polycentrische Randstad biedt voor recreatie, natuur, landbouw en een grote diversiteit aan woonmogelijkheden, is een
onlosmakelijk onderdeel van deze strategie. De ontwikkeling van de Randstad
moet niet alleen gericht zijn op het uitbuiten van kansen maar ook op het oplossen van de sociale problematiek door het scheppen van opportuniteiten.
Coördinatie op Randstadniveau moet improductieve concurrentie van overheidsinvesteringen voorkomen. Realistische ambities zijn hierbij een voorwaarde.

figuur 3

Ontwikkeling metropolitane clusters
Literatuur
Ecorys, Stratagem Group BV (2007) Economische effecten en
perspectief van regionale en kleine luchtvaart in Zuid-Holland. Den
Haag: Provincie Zuid-Holland.
Louter, P. (2006) Economische Monitor Zuid-Holland 2006. Den
Haag: Provincie Zuid-Holland.
Louter, P. (2007) Economische Monitor Zuid-Holland 2007.
Verkiezingsspecial. Den Haag: Provincie Zuid-Holland.
Manshanden, W. en O. Merk (2007) De Randstad als groeimetropool. ESB 92 (4518), 555–557.
Ministerie van Economische Zaken (2004) Pieken in de Delta.
Gebiedsgerichte economische perspectieven. Den Haag: Ministerie
van Economische Zaken.
VROM en Verkeer en Waterstaat (2007) Randstad 2040 –
Startnotitie – Naar een duurzame en concurrerende Europese
topregio. Den Haag: Sdu Uitgevers.
NEI, Zandvoort (2000) Kiezen voor innovativiteit en kwaliteit. Den
Haag: Provincie Zuid-Holland.
OECD (2007) Territorial Reviews. Randstad Holland, Netherlands.
Parijs: OECD.
Oort, F. van, M. Burger, O. Raspe en J. Ritsema van Eck (2007)
De Randstad hangt als los zand aaneen. ESB, 92 (4510),
292–295.
Ottens, D. (2001) Sterke sectoren in Nederland. ESB, 86 (4302),
296–298.
Regio Randstad (2004) Economische Strategie Randstad. Utrecht:
Regio Randstad.
Ruimtelijk Planbureau (2006) Vele steden maken nog geen
Randstad. Rotterdam: NAi Uitgevers.
Weerman, E., H. Karssenberg en M. Reede (2006) Statement
for Strong cities, Reurba² project, Den Haag: Provincie Zuid-

Bron: LISA, bewerking Bureau Louter

Holland.

ESB

14 december 2007

761

Auteurs

Categorieën