Ga direct naar de content

Vakbeweging en politiek

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: februari 27 1985

Au Courant

Vakbeweging en politiek
A.F. VAN ZWEEDEN

Maatschappelijk organisaties zoals de
vakbeweging, die tot nu toe gewend waren
zich als pressiegroepen te gedragen en zich
met hun verlangens en protesten tot de
overheid te wenden, hebben het moeilijk.
Zij moeten zich trachten aan te passen aan
een ontwikkeling die een heel andere richting uitgaat. De overheid trekt zich terug
uit taken en verantwoordelijkheden die
vroeger gemakkelijk op haar werden afgeschoven. Er moet meer worden overgelaten aan de burgers zelf.
Tegen de achtergrond van deze maatschappelijke ontwikkeling moet de vakbeweging trachten een nieuwe koers uit te
stippelen. Ze kan er niet meer op rekenen
dat haar verlangens gehonoreerd worden
door coalities aan te gaan met een haar al
dan niet welgezinde regering. Dat hierdoor
spanningen en wrijvingen kunnen ontstaan
tussen vakbeweging en politiek blijkt overduidelijk uit de verstoorde relatie tussen
CNV en CDA. De onvrede onder het vakbondskader met het kabinetsbeleid uitte
zich in een initiatief van een groep CNVers om een nieuwe christelijke arbeiderspartij op te richten. Het uit zich ook in
het opzeggen van het lidmaatschap van de
zo nauw verwante politieke partij door
CNV-ers.
In het sociaal-politieke programma In
actie voor morgen, dat het CNV al vast
heeft gelanceerd om de verkiezingsprogramma’s van de politieke partijen voor te
zijn, is een belangwekkend hoofdstuk gewijd aan de relatie tussen vakbeweging en
politiek. Het christelijk vakverbond zegt
daarin dat de politiek in de achter ons liggende periode onvoldoende naar de vakbeweging heeft geluisterd. Het CNV ziet in de
ontwikkelingen een gevaar voor onze parlementaire democratic. Het parlementaire
systeem wordt naar zijn mening van binnen uit in gevaar gebracht. Het vakverbond constateert dat er nauwelijks sprake
is van dualisme tussen het parlement en het
kabinet. ,,Stringente regeerakkoorden
binden de meerderheid van het parlement
met handen en voeten. Door het gemis aan
tegenspel, dat daardoor in ons systeem
ontstaat, groeit er een scheiding tussen de
regeerders en degenen die geregeerd worden. Automatisch vloeit hieruit voort een
kloof tussen burgers en maatschappelijke
organisaties enerzijds en de politiek
anderzijds”.
Het CNV acht het evenwicht in ons democratisch stelsel in gevaar gebracht, en
ESB 27-2-1985

ziet de ontwikkeling als een aantasting van
de vakbeweging. Er is meer aan de hand
dan alleen een verstoorde verhouding tussen politiek en vakbeweging. Ook adviezen
van instituties als de Raad van State, de
Sociaal-Economische Raad en de Stichting
van de Arbeid hebben nauwelijks nog invloed op de politieke besluitvorming.
Het is wel merkwaardig: hoe meer de
overheid zich wil terugtrekken, des te sterker wordt haar gezag en des te minder behoeft zij zich aan te trekken van advies- en
overlegorganen, die vroeger werden beschouwd als de hoekstenen van het bestel.
Het regeerakkoord met zijn bindende karakter vervangt het maatschappelijk convenant, zoals dat in de goede oude tijd als
vanzelf voortvloeide uit de personele unies
van politiek en belangengroepen. De vakbeweging heeft het er maar moeilijk mee.
Ze kan proberen de gevolgen van overheidsbeslissingen te neutraliseren door coalities met werkgevers aan te gaan. In de
lopende onderhandelingen trachten de
vakbonden de ingrepen van de overheid in
de werknemersverzekeringen te corrigeren
door van de werkgevers aanvullende uitkeringen te eisen. De mogelijkheden om via
het cao-overleg politieke beslissingen te
ontkrachten zijn beperkt. Zo brengt de
vakbeweging haar streven naar een
36-urige werkweek in gevaar door 100%
aanvulling van het ziekengeld te eisen.
Wanneer de vakbonden de arbeidstijdverkorting straks hoog willen spelen, om acties te kunnen ondernemen tegen weigerachtige ondernemers, dan zullen zij niet te
snel moeten toehappen als werkgevers geen
moeilijkheden willen maken met het ziekengeld.
De werkgevers nemen in de onderhandelingen op het ogenblik een vrij comf ortabele positie in. Natuurlijk, aanvulling van het
ziekengeld zal hen meer geld kosten als de
uitkering wordt verlaagd tot 70% en er
premies over worden geheven. Het kabinet
heeft zelfs bepaald dat de werkgevers de
premieheffing niet behoeven te compenseren en slechts de helft (2,5%) van het verlaagde uitkeringspercentage. De vakbeweging is daardoor in een nadelige positie gemanoeuvreerd. Er is haar iets afgenomen
dat zij in de onderhandelingen moet zien
terug te krijgen. Gaan de werkgevers daar
toch op in, dan kan dat wel eens ten koste
gaan van eisen op het gebied van arbeidstijdverkorting.
In een ander opzicht hebben de werkge-

vers toch ook moeite met het kabinetsbeleid. De voorzitter van het VNO, mr.
C.J.A. van Lede, moest in zijn persconferentie van februari zelfs constateren dat de
politiek misbruik maakt van de lastenverlichting voor het bedrijfsleven door het als
pressiemiddel te gebruiken om verdergaande arbeidstijdverkorting af te dwingen. De
akkoorden in de Stichting van de Arbeid
van november 1982 en juli 1984 staan voor
de ondernemers nog steeds recht overeind,
aldus Van Lede. Ze betekenen dat rendementsherstel en herverdeling van werk
hand in hand moeten gaan.
Ook de FNV werkt aan een sociaal-politiek programma voor 1986/1990 dat zij in
mei klaar wil hebben. Het zal een stuk
moeten worden dat niet alleen een gespreksbasis biedt voor overleg met een bevriend kabinet waarin de PvdA de boventoon voert, maar ook met een coalitie van
CDA en VVD. Ook de FNV heeft immers
in de afgelopen periode moeten ervaren dat
fraai sluitende en goed klinkende alternatieve beleidsprogramma’s geen gehoor vinden bij een coalitie die andere oplossingen
voor ogen heeft. Ze heeft ook geleerd dat
de vakbeweging er in de komende kabinetsperiode niet mee kan volstaan te protesteren tegen besluiten die niet stroken
met de belangen waarvoor zij wil opkomen. Daarom kan het stuk niet zo maar
een optelsom of aaneenrijging worden van
de programma’s die in het verleden zijn opgesteld. Net als de Partij van de Arbeid
trouwens zal de FNV bepaalde sociaaleconomische dilemma’s onder ogen moeten zien wil zij daarop een antwoord kunnen vinden waarmee zij eindelijk eens resultaten kan behalen. De vakbeweging is er
intern van doordrongen dat zij haar positie
in het maatschappelijke krachtenveld voor
goed verspeelt, wanneer zij zich in de komende periode opnieuw buiten spel laat
zetten.
A.F. van Zweeden

P.S. In mijn vorige column heb ik de
heren Van Hove en Dortland onrecht gedaan. Constaterend dat hun berekeningen
van de gevolgen van de FNV-eisen ver uiteenliepen, concludeerde ik dat de cijfers
van de werkgevers over de loonkosten niet
al te betrouwbaar konden worden geacht.
De verklaring is simpel: Van Hove baseerde zijn berekeningen op een periode van
twee jaar, Dortland op een jaar.
209

Auteur