Ga direct naar de content

Twee formaties

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: september 25 1985

Twee formaties
De Miljoenennota 1986 is een kwart
dunner dan de nota over de toestand van de
rijksfinancien die een jaar geleden uitkwam. Mooie symboliek. De overheid
treedt terug, schijnbaar over de hele linie.
Het beslag van de collectieve sector op het
nationaal inkomen is gedaald van 71,4%
in het topjaar 1983 tot 67,9% dit jaar.
Voor volgend jaar wordt een verdere vermindering van het beslag tot 67,2% geraamd. De reductie van de collectieve sector had een prijs: het kabinet-Lubbers
heeft gedurende de periode 1983-1986 in
totaal f. 35 mrd. bezuinigd. De bezuinigingsdoelstelling is voor een belangrijk
deel ingevuld door een versobering van de
sociale zekerheid en door een verschraling
van de arbeidsvoorwaarden van het overheidspersoneel (en in mindere mate van de
trendvolgers). De bezuiniging op de personeelskosten is niet gerealiseerd met volumemaatregelen (personeelsvermindering),
maar door prijsmaatregelen: de bruto salarissen zijn bevroren en per 1 januari 1984
eenmalig met 3 procent verlaagd.
Zowel in de Miljoenennota als in de Macro Economische Verkenning 1986 wordt
vastgesteld dat de noodzaak tot verdere sanering ook na 1986 onverminderd aanwezig blijft. Die constatering lijkt onbetwistbaar juist. Hooguit kan men kissebissen of
het f. 15 of 20 mrd. dient te zijn. De grote
vraag is hoe – na de omvangrijke bezuinigingen van deze kabinetsperiode — een
dergelijk bedrag kan worden gevonden. Er
zitten nog de nodige vetrandjes in de diverse begrotingshoofdstukken, maar het kost
veel moeite om langs deze weg een aantal
van de benodigde miljarden bij elkaar te
snijden. Nadat de stelselherziening van de
sociale zekerheid haar beslag heeft gekregen, zal de kwantitatieve betekenis van de
bovenminimale uitkeringen sterk zijn geslonken. Verdere bezuinigingen in deze
sfeer zullen onvermijdelijk rechtstreeks ten
koste gaan van de koopkracht van de sociale minima. En in welke mate kunnen de
arbeidsvoorwaarden van ambtenaren en
trendvolgers verder worden aangetast,
voordat de overheid haar positie als vrager
op de arbeidsmarkt heeft verspeeld?
Het gaat bij de arbeidsvoorwaarden van
ambtenaren en trendvolgers niet om een
kwantitatief probleem; bij de huidige en de
komende tien jaar te verwachten omvang
van de werkloosheid zal het wel lukken om
de bureaustoelen bezel te houden. Kwalitatief zijn voor een aantal essentiele functies
de grenzen echter al overschreden. Het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds slaagt er
met geen mogelijkheid in om voldoende
bekwame mensen te vinden die het vermogen van meer dan f. 115 mrd. moeten beheren. Er is bij de overheid verder een
schreeuwend tekort aan goede fiscalisten,
automatiseringsdeskundigen, accountants
enz. Bezuinigingen door verdere bevriezing of verlaging van de salarissen in de
collectieve sector zullen op den duur zichzelf’tenietdoen, doordat er te weinig bekwaam personeel overblijft vpor een effectieve belastingheffing en voor het voeren
van een doelmatig financieel overheidsbeheer.
ESB 2-10-1985

uren in 1982. Een berekening waarbij de
begrotingssterkte wordt uitgedrukt in formatie-uren leert dat de doelstelling van het
2%-beleid tussen 1982 en 1986 slechts voor
34% wordt gerealiseerd 2). De voornaamste oorzaak is dat het kabinet enkele belangrijke inbreuken op dit beleid heeft gesanctioneerd, met name door een forse
personeelsuitbreiding bij Justitie (rechterlijke macht en politic) en bij Financien (belastirigdfenst) toe te staan. De handhaving
van ,,law an’d order” en de herbezetting na
arbeidstijdverkorting hebben het 2%-beleid de das omgedaan.
In hogere zin is het 2%-beleid een voiledig fiasco geworden. Onduidelijk is waarom de spelregels van het stringente begrotingsbeleid (nou ja, stringent …) niet zijn
uitgebreid van guldens tot mensen. Het
was heel goed denkbaar geweest gewenste
personeelsintensiveringen bij bepaalde
voorzieningen te compenseren door extra
reducties van de personeelsformatie bij andere voorzieningen. Dat is echter niet geIs een forse afslanking van het topzware beurd. Bureaucraten in Den Haag zagen
bureaucratische apparaat van de centrale niet graag aan de poten onder hun eigen
overheid echter wel haalbaar? De ervarin- stoelen.
gen van de afgelopen jaren stemmen voorDe signalen nemen inmiddels toe dat poalsnog weinig hoopvol. Je hoort er niet zo- litici in Den Haag een daadwerkelijk voluveel meer over; daarom is het nuttig eraan mebeleid willen voeren bij met name het
te herinneren dat het zittende kabinet ook rijkspersoneel 3). Het lijkt van belang
al heeft geprobeerd om tijdens de periode daarbij geen ponds-pondsgewijze reduc1983-1986 het ambtenarenbestand met 2% ties toe te passen, maar bij de politieke
per jaar uit te dunnen. Het overzicht van de besluitvorming uitdrukkelijk rekening te
begrotingssterkte van het burgerlijk rijks- houden met ontwikkelingen in het gebruik
personeel in achtereenvolgende Miljoenen- van door de kwartaire sector geproduceernota’s biedt een aardige toets op het succes de diensten. Als de Deltawerken klaar zijn,
van de 2%-operatie tot nu toe. Een verge- hebben we minder ingenieurs bij Verkeer
lijking van deze overzichten leert dat de to- en Waterstaat nodig. Dat is betrekkelijk
tale begrotingssterkte tijdens de kabinets- eenvoudig in te zien. Maar hoeveel politici
rit niet is afgenomen, maar juist verder is realiseren zich dat een doling van het aantoegenomen en wel met 7.450 formatie- tal leerlingen in het basisonderwijs met 15
plaatseh 1). Een deel van deze groei dient a 20% (in de periode 1975-1983) gepaard
voor een zuivere vergelijking buiten be- ging met een uitbreiding van het onderwijschouwing te blijven. Het gaat om 2.350 zend personeel met 5%? 4). En wie beseft
voormalige gemeenteambtenaren van. dat het personeel van het Directoraat-GeVleeskeuringsdiensten en de Keurings- neraal Basisonderwijs van het Ministerie
dienst van waren, die zijn overgeheveld van Onderwijs en Wetenschappen in die
naar Landbouw respectievelijk WVC. Bij zelfde periode groeide met 150% ? De kabide formatievergelijking is nog een andere netsformatie in 1986 biedt politici een uitfactor van belang. Op de ministeries werkt gelezen kans de personeelsformaties van de
nogal wat ,,grijs personeel”, dat niet in de rijksoverheid fundamenteel te heroverweofficiele formatie is opgenomen. Dat het gen. Hopelijk wordt die kans niet verniet om kruimelgevallen gaat, bleek bij de prutst.
herhuisvesting van WVC, die momenteel
in voile gang is. Bij de kamerindeling
C.A. de Kam
kwam het bestaan van liefst 300 ,,grijswerkers” aan het licht. De afgelopen jaren is
bij verschillende ministeries de werkplek
van in totaal 950 personen ,,gewit” door 1) De begrotingssterkte groeide van 170.600
deze alsnog in de formatie op te nemen. Er (1982) tot 178.050 (1986); vergelijk Miljoenenvalt over te twisten of de betrokken forma- nota 1982, biz. 210 en Miljoenennota 1986, biz.
142.
tieplaatsen als groei moeten worden aange2) Ik heb 170.600 plaatsen van 40 uur (6,824
merkt, of niet. Ik zal ze buiten beschoumln. formatie-uren) eerst verminderd met 7,8%
wing laten. Voor de periode 1983-1986
(0,532 mln. uren). Dit geeft 6,292 mln. uren in
resteert dan een accres van (7.450 minus 1986, bij volledig succes van de 2%-operatie. Dit
correspondeert met 165.572 plaatsen van 38 uur;
2.350 minus 950) 4.150 formatieplaatsen
in werkelijkheid telt de formatie 174.750 plaat(0,6% groei per jaar).
Is het 2%-beleid voor het burgerlijk sen (van 38 uur). Het verschil bedraagt 9.178
rijkspersoneel dus mislukt? Die netelige plaatsen (van 38 uur) of 0,349 mln. uren. De
vraag kan pas na aanvullende becijferin- doelstelling is dus gerealiseerd voor (0,532 —
0,349)/0,532 x 100% = 34%.
gen worden beantwoord, omdat de meet- 3) Zie b.v. Ed H.T.M. Nijpels, Superoperatie:
eenheid – een formatieplaats – geduren- de lange mars door de overheidsinstellingen,
de de kabinetsperiode niet gelijk bleef. NRC Handelsblad, 31 augustus 1985.
Door de arbeidstijdverkorting in de jaren
4) Sociaal en Cultureel Planbureau, Trendrap1983-1985 (met in totaal 5%) telt een for- port kwartaire sector, 1983-1990, Den Haag,
matieplaats in 1986 slechts 38 uren tegen 40 1984, biz. 48.
971

Auteur