Ga direct naar de content

Teleurstellende cijfers

Geplaatst als type:
Gepubliceerd om: februari 12 1992

Teleurstellende
cijfers
Leken de beurzen in de eerste weken van het nieuwe jaar vol optimisme, de afgelopen weken werden de
financiele markten geconfronteerd
met voornamelijk teleurstellende berichten. Ter gelegenheid van het G7overleg publiceerde het IMF nieuwe
ramingen voor 1992. In plaats van
een groei dit jaar van 2,9% wordt nu
gerekend op 2% voor de economic
van de G7-landen. De groeiverwachting voor de VS is verlaagd van 3%
tot 2,1%; voor Japan van 3,4% naar
2,75%. Voor Europa wordt 1,5% economische groei voorzien.

Verenigde Staten
De cijfers over de ontwikkeling van
de afgelopen maanden waren weinig rooskleurig. In de VS leverde het
vierde kwartaal slechts een bescheiden groei van 0,3% op. Voor heel
1991 kwam de economische ontwikkeling daarmee uit op een achteruitgang met 0,7%. Met name tegen het
einde van het jaar viel de economische activiteit tegen. De index van
‘leading indicators’ daalde over december bij voorbeeld, evenals over
de voorgaande maand, met 0,3%. Rekening was gehouden met een positieve uitkomst. Daarnaast vielen de
bestedingen voor duurzame goederen tegen met een dating van ruim
5%. Dit hangt ongetwijfeld samen
met het gebrek aan vertrouwen bij
de consument, dat in januari overigens nog verder terugliep. Bij het bedrijfsleven Hep de orderontvangst in
december met 3,6% terug, waarmee
het niveau voor het gehele jaar 2,8%
lager uitkwam dan in het voorafgaande jaar.
In het licht van deze matige uitgangspositie mag de groei zoals deze in
de nieuwe Amerikaanse begroting
wordt geraamd optimistisch worden
genoemd. In de met de ‘State of the
Union’ door president Bush aangeboden ontwerpbegroting gaat de regering voor het lopende jaar uit van
een groei van 2,2%. Wat het begrotingstekort betreft is men minder optimistisch. Voor het op 1 oktober ingaande nieuwe boekjaar wordt een
tekort van $ 352 miljard geraamd.

Het lopende begrotingsjaar zal waarschijnlijk worden afgesloten met een
tekort van $ 400 miljard, overeenkomend met 6,7% van het bruto binnenlands produkt. Veel ruimte voor
extra economische stimulansen is
nauwelijks aanwezig. Dank zij een
bezuiniging van $ 50 miljard in de
komende vijf jaar op de defensiebegroting konden toch enkele nieuwe
initiatieven worden aangekondigd,
waaronder verlaging van de vermogenswinstbelasting van 28% naar
15% voor bezittingen die meer dan
drie jaar zijn aangehouden en versnelde afschrijving op investeringen
die dit jaar worden gedaan.

Japan
De economische ontwikkeling in Japan verloopt eveneens weinig voorspoedig. In december daalde de industriele produktie met 1,4% ten
opzichte van een jaar eerder. December was daarmee de derde achtereenvolgende maand met een teruglopende produktie. Zorgwekkend is
daarbij dat de voorraden in december een stijging vertoonden met
12,8%. De consumptieve bestedingen stegen in december nog slechts
met 1%. Over heel 1991 resulteerde
dit in een stijging van 3,9%, tegen
6,5% in 1990 en zelfs 8,6% in het
daaraan voorafgaande jaar.
Ook met de investeringen wil het
niet vlotten. Over heel 1991 stegen
de investeringen nog met circa 5%,
maar voor het komende kwartaal
verwachten de ondernemers een daling van de investeringen met bijna
3%; de eerste daling sedert 1986. Positief ontwikkelt zich de buitenlandse handel. Het overschot op de
Japanse lopende rekening verdubbelde vorig jaar tot $ 72,6 miljard,
vooral door de forse verbetering van
de handelsbalans waar de overschotten gestaag toenemen.
De Japanse financiele markten blijken vorig jaar overigens in trek te
zijn geweest bij buitenlandse investeerders. In tegenstelling tot het jaar
1990, toen het buitenland per saldo
Japanse effecten verkocht, werd vorig jaar voor $ 21 miljard aan obligaties en $ 45 miljard aan Japanse aandelen aangekocht.

Finland
Wel heel tries! was het bericht dat de
Finse economic in 1991 met maar
liefst 6,2% is gekrompen. De binnenlandse vraag viel zelfs met 8% terug.
Het inkomen per hoofd van de bevolking daalde met 4,6%. Voor het lopende jaar wordt rekening gehou-

den met een verdere daling, waarna
1993 een herstel van de groei zou
moeten laten zien. Het wegvallen
van de vraag uit de Sovjetunie vormt”
een belangrijke verklaring voor de
zeer slecht presterende economic. In
Rusland, waar door de recente prijsverhogingen de inflatie de afgelopen
maand tot circa 300% is opgelopen,
schat men dat de economische activiteit in januari met 15% is teruggelopen.

Nederland
In eigen land kwam de economische
groei in het derde kwartaal van 1991
uit op 2,5%. Bij dit cijfer dient te worden bedacht dat het de groei in vergelijking met dezelfde periode van
het voorgaande jaar betreft, waarbij
de cijfers nog steeds positief beinvloed worden door de forse groei
die vorig jaar tijdens het laatste kwartaal werd gerealiseerd. Dit neemt
niet weg dat de groeicijfers van dit
jaar een lichte maar geleidelijke stijging vertonen, en er van een recessie dus geenszins sprake is. Toch
kan ook ons land zich niet onttrekken aan de stagnatie elders. De
orderontvangst in het bedrijfsleven
leidt inmiddels tot enige somberheid. Vooral de investeringsgoederenindustrie is terughoudend. Overigens speelt dit al langer, terwijl de
investeringen in het derde kwartaal
toch een onverwachte groei lieten
zien. Ondernemingen in de sectoren
consumentenprodukten en halffabrikaten zijn licht optimistisch over het
lopende eerste kwartaal, zo blijkt uit
een CBS-onderzoek.

Valuta’s en rente
De daling van de kapitaalmarktrente
heeft in de meeste landen plaatsgemaakt voor een stabilisatie. In GrootBrittannie kon nog iets van de tarieven af, maar in het dollarblok is al
weer een maand sprake van stijgende kapitaalmarkttarieven. De daling
van de Britse kapitaalmarktrente, die
zich wel gestaag voortzette, zal verband houden met de matige economische ontwikkeling. Zo lieten zowel de Britse werkgevers als de
president van de centrale bank zich
sceptisch uit ten aanzien van de kansen op een snel herstel van de economic. Met de nog te hoge onderliggende inflatie en met de deelname
aan het EMS is de ruimte voor een
rentedaling overigens niet groot.
Van belang bij de rentedaling zou
echter ook de gewijzigde opstelling
van pensioenfondsen ten aanzien
van obligatiebeleggihgen kunnen

zijn. Per September vorig jaar maken
obligaties nog maar 8% van de portefeuilles van de pensioenfondsen uit.
In I960 bedroeg het aandeel van
obligaties nog 45%.
Een meer stabiel binnenlands prijspeil mede dank zij de Europese eenwording zou kunnen resulteren in
een aantrekkelijk ree’el rendement

op basis van de huidige kapitaalmarktrente van 9,5%. Beleggers vragen zich af of de lijn van de laatste
decennia waarin aandelen een veel
betere belegging waren dan obligaties wel naar de toekomst mag worden doorgetrokken. Inmiddels hebben de eerste beleggers de daad bij
het woord gevoegd en zijn overgegaan op een uitbreiding van hun
obligatiebelangen.
Op de valutamarkten toont het Engelse pond een vaste ondertoon.
Van tijd tot tijd herhaalde uitspraken
dat van een devaluatie van het pond
geen sprake kan zijn dragen hieraan
bij, maar met de verkiezingen voor
de deur blijft er hieromtrent de nodige onzekerheid bestaan.

Professor E.J. Bomhoff stelde in dit

verband onlangs dat groeiende verschillen in arbeidskosten tussen de
EG-landen een herschikking binnen
het EMS noodzakelijk maken1. Hij
wijst op de uiteenlopende ontwikkelingen in landen met hoge stijgingen
van de arbeidskosten, zoals het VK
en Spanje en anderzijds een land als
Frankrijk, waar de arbeidskosten gestaag dalen ten opzichte van andere
landen. Aldus ontstaat een gat dat
tot een structurele verschuiving van
concurrentieposities kan leiden.
Wisselkoersaanpassingen lijken dan
onvermijdelijk. Daarbij wordt er
overigens wel aan voorbij gegaan
dat een devaluatie door de financiele markt afgestraft zal worden met
een kapitaalvlucht die leidt tot hogere rentes, hetgeen eveneens een handicap voor een economisch herstel
zal zijn.

1. Spanningen in EMS nemen toe, Het Financieele Dagblad, 1 en 3 februari 1992,
biz. 6.

ESB 12-2-1992