Ga direct naar de content

Soros en laissez faire

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: februari 12 1997

Soros en laissez faire
Aute ur(s ):
Keuzenkamp, H.A.
Ve rs che ne n in:
ESB, 82e jaargang, nr. 4093, pagina 121, 12 februari 1997 (datum)
Rubrie k :
Tre fw oord(e n):
normen, w aarden

Na de val van de muur viert het liberalisme hoogtij. Geregeld klinkt daartegen protest, maar zelden vanuit de mond van iemand die
nazisme en communisme aan den lijve heeft ondervonden, en het daarna ‘gemaakt’ heeft in de vrije markteconomie. Het gaat om
George Soros, filosoof, speculant en filantroop 1.
Soros was één van handelaars die het Britse pond uit het Europese wisselkoersmechanisme verdreven. Op 16 september 1992 werd hij
een miljard dollar rijker. De hele steunoperatie kostte de Britse overheid, samen met die van onder meer Duitsland en Nederland,
aanzienlijk meer – Soros was niet alleen. Hij huilt echter geen krokodilletranen om het leed dat hij de belastingbetalers heeft aangedaan.
Ook beklaagt hij zich niet over het feit dat verantwoordelijke centrale bankiers en politici trouw aan het pluche gekluisterd bleven.
Misschien moeten we hen ook wel dankbaar zijn voor de herverdeling van kapitaal, die Soros momenteel in staat stelt jaarlijks naar
verluid $ 300 mln te spenderen aan goede doelen in de voormalige communistische landen. Daarover ook gaat de kern van zijn betoog: de
noodzaak om deze landen te steunen in hun ontwikkeling naar een vrije of ‘open’ samenleving.
Het begrip ‘open society’ ontleent Soros aan Popper. Zo’n samenleving kenmerkt zich door het afwijzen van dogma’s en absolute
waarheid, en onderkent de eigen feilbaarheid. Het paradoxale is dat de open, liberale samenleving volgens Soros nu juist door het
kapitalisme bedreigd wordt. Een open samenleving heeft een culturele en institutionele fundering nodig. Ongebreideld individualisme en
laissez faire tasten deze fundering aan en maken de open samenleving kwetsbaar. In de voormalige communistische landen kan laissez
faire leiden tot chaos en ontevredenheid, zoals Albanië momenteel laat zien. Het biedt daarmee een voedingsbodem voor een nieuwe
dictatuur.
Is deze stelling voorpaginanieuws (zoals sommige kranten meenden)? Nauwelijks. Zelfs de bekende liberale econoom Hayek meent dat
weinig de liberale zaak zoveel geschaad heeft als de eenzijdige nadruk op laissez faire 2. Hayek stelt dat voor goed werkende
mededinging een zorgvuldig wettelijk raamwerk en een (beperkte, maar sterke) overheid vereist zijn. Hij wijkt hierin niet af van Smith of
Friedman.
Heeft Soros dan niets nieuws te melden? Toch wel, en hij verdient gelezen te worden. Hij betoogt dat de eerste welvaartsstelling (een
stelsel van complete markten met volledige mededinging leidt tot een Pareto-optimum) gebaseerd is op veronderstellingen die niet
opgaan. Daarbij doelt Soros niet op de bekende problemen van ontbrekende markten (zoals die voor sommige sociale verzekeringen) of
externe effecten, maar op de aanname van vastliggende technologie en preferenties. In financiële markten kunnen vraag en aanbod niet
als gegeven beschouwd worden, omdat ze van verwachtingen afhangen. Deze verwachtingen worden door de transacties beïnvloed en
beïnvloeden op hun beurt weer de transacties. Ook dit inzicht is niet helemaal nieuw: ‘reflexiviteit’ (zoals Soros het noemt) staat in de
financiële literatuur als terugkoppeling (feedback) bekend. Het vindt toepassingen in modellen die leren combineren met rationele
verwachtingen. Deze literatuur gaat onder meer in op de mogelijkheid van ‘speculatieve zeepbellen’, waar speculant Soros meer kaas van
gegeten lijkt te hebben dan menig kamergeleerde.
De toevoeging van Soros is de koppeling naar het gebied van normen, waarden en de morele fundamenten voor de markteconomie. De
terugkoppeling tussen kennis en handelen heeft een weerslag op preferenties en waarden. Als normen ontregeld zijn (zoals in de
transitielanden) dan kan laissez faire ertoe leiden dat geld het enige houvast voor waarde wordt. Succes wordt gemeten door rijkdom,
roverskapitalisme wordt moreel aanvaardbaar. Het leidt tot een explosieve samenleving.
Door de terugkoppeling van het handelen op normen, waarden en dus preferenties vervalt de Pareto-rechtvaardiging voor laissez faire.
Desondanks zijn markten volgens Soros wel degelijk aantrekkelijk. In een wereld met onzekerheid en beperkt begrip bieden ze een
doelmatig mechanisme voor het beoordelen van beslissingen en het corrigeren van fouten. Dit argument komt overigens weer sterk
overeen met het gedachtengoed van Hayek. Maar de markt heeft wel een ‘cultureel anker’ nodig. In de voormalige communistische wereld
ontbreekt dat. Sommigen menen dat dit een onvermijdelijke fase in de kapitalistische ontwikkeling is. Het westen dient zich van
inmenging te onthouden en een internationaal laissez faire betrachten. Soros heeft gelijk als hij dit aan de kaak stelt. Maar kan het westen
op moreel gebied wel wat doen?
Morele zending door de staat is nauwelijks uitvoerbaar en te verdedigen. Soros zelf doet zijn best met het subsidiëren van onderwijs,
culturele instellingen en ‘open’ media (hij heeft onder meer Radio Free Europe overgenomen en steunt her en der de vrije pers).
Regeringen kunnen een bijdrage aan leveren met bijvoorbeeld programma’s voor internationale uitwisseling. Maar belangrijker is het
openstellen van westerse markten voor die van de voormalige plan-economieën. En het laatste woord is aan Hayek (op. cit. blz. 174):
”nergens heeft de democratie goed gewerkt zonder een grote mate van plaatselijk zelfbestuur, dat door vallen en opstaan een leerschool

biedt voor het bedrijven van politiek, zowel voor de gemeenschap als voor komende leiders”. Laat vallen, laat opstaan (met soms een
steuntje) is een waardig alternatief voor laissez faire, laissez passer

1 G. Soros, The capitalist threat, Atlantic Monthly, februari 1997, blz. 45-58.
2 F.A. Hayek, The road to serfdom, Routledge, Londen, 1944/1991, blz. 13.

Copyright © 1997 – 2003 Economisch Statistische Berichten (www.economie.nl)

Auteur