Ga direct naar de content

Je geld of je leven

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: februari 12 1997

Je geld of je leven
Aute ur(s ):
Damme, E.E.C. van (auteur)
CentER, Katholieke Universiteit Brab ant.
Ve rs che ne n in:
ESB, 82e jaargang, nr. 4093, pagina 123, 12 februari 1997 (datum)
Rubrie k :
Column
Tre fw oord(e n):
speltheorie, marktw erking, regulering

Nee, dit stukje gaat niet over industriebeleid. Het gaat ook niet over de tweede Maasvlakte of over de vraag of de opbrengst van de DCS
1800-veiling gebruikt moet worden om de basisscholen van meer computers te voorzien. Het gaat over de vierde en vijfde mogelijke
vorm van marktfalen, over de rol van de overheid als informatieverschaffer en haar eventuele taak om burgers tegen zichzelf te
beschermen.
In Albanië, het Europese land dat het laatst van het communistische juk bevrijd werd en dat met een inkomen van $ 690 per hoofd per
jaar het armste land van Europa is, dreigt de regering-Berisha te vallen. De directe reden: beleggingsfondsen die gebaseerd waren op het
piramidesysteem en die een maandelijks rendement van zes à tien procent beloofden, konden niet langer aan hun verplichtingen voldoen
zodat vele inleggers hun gehele bezit verloren (mijn krant sprak van een vernietiging van spaartegoeden ter grootte van één derde van
het nationale inkomen, maar dat moet een misverstand zijn: het is immers een nulsomspel!). De Albanese bevolking kwam in opstand
omdat de regering niet genoeg bescherming geboden had. Had de overheid meer moeten doen?
Net als in andere voormalige communistische landen behoorden piramidefondsen in Albanië tot de eerste verschijnselen van een
primitief kapitalisme. Net als in de andere transitielanden zag de regering slechts een minimale taak voor zichzelf weggelegd en trad zij niet
op. Vlak nadat de Albanese minister van buitenlandse zaken een pak rammel van demonstranten gekregen had, verklaarde hij nog: ”Dit
soort verschijnselen zijn gewoon in een vrije markteconomie. De regering wilde niet de portemonnee van de burger controleren. We
hebben de economische vrijheid van onze burgers gerespecteerd en de informele markt als een privé activiteit beschouwd” 1.
Piramidespelen zijn spelen waarbij de deelnemers die lang genoeg meedraaien een uitkering krijgen die wordt opgebracht door de andere
spelers. Ze zijn in het Westen inderdaad wijdverbreid. Een pensioensysteem dat op het omslagstelsel gebaseerd is, zoals onze AOW, is
als piramidespel te bestempelen: de huidige werkenden betalen de 65-plussers en het is nog maar de vraag of zij hun inleg ooit terug zien.
Ook de effectenbeurs is tot op zekere hoogte als een piramidespel te beschouwen: als de zeepbel barst betalen diegenen die te laat
instapten het gelag. Naast deze spelen die door overheid georganiseerd of gereguleerd worden kennen we ook privé-initiatief,
bijvoorbeeld in Nederland het uitgekiende Coin Liberté. Bij dit spel krijgt iedere deelnemer een uitkering als er na hem nog een bepaald
aantal deelnemers inschrijft. Bij Coin Liberté is de inleg f. 600,-. In het meest ongunstige geval speelt de deelnemer quitte als na hem nog
31 spelers instromen en maakt hij een netto winst van f. 4500,- als er na hem nog 79 mensen instromen.
In tegenstelling tot wat de Albanese minister beweert, zijn dergelijke private piramidespelen in het westen niet zo gewoon. Overheden
zien het als hun taak ze te verbieden. Begin dit jaar veroordeelde een Duitse rechtbank een organisatrice van zo’n spel tot acht jaar
gevangenstraf; de Belgische regering overweegt de spelen generiek te verbieden, en vorig jaar poogde de Nederlandse overheid, met
een beroep op de wet op de kansspelen, het bovengenoemde Coin Liberté te verbieden. De Hoge Raad oordeelde echter dat het spel een
behendigheidsspel is, en geen kansspel, en dat daarom van een verbod geen sprake kan zijn.
Waarom zou de overheid dit privé-initiatief willen verbieden? Het antwoord luidt vermoedelijk ”om zo haar monopolie op het exploiteren
van kansspelen te beschermen”. Wat is immers het alternatief? Het kan niet zijn dat de burger tegen zichzelf beschermd moet worden,
want dan zou ook de effectenbeurs verboden moeten worden en dat is het laatste dat men in een kapitalistische samenleving wil.
Bovendien geldt dat er voor de overheid een superieur instrument voorhanden is: het geven van adequate informatie. Als Coin Liberté
beschreven wordt als in het bovenstaande (in plaats van op de meer verlokkende manier als in de folders van de organisatoren) dan
wordt duidelijk dat het een erg risicovolle investering met een relatief gering rendement is. De volwassen burger kan dan zelf de juiste
conclusie trekken.
Hayek benadrukte het belang van informatie in een markteconomie en hij toonde ons dat de overheid een essentiële rol heeft bij het
verstrekken van informatie. Markten kunnen alleen goed functioneren als de informatievoorziening adequaat is. Helaas lijken overheden
zich nog onvoldoende bewust hiervan. Zo wezen de transportministers van de EU op de recente top in Amsterdam het idee van de hand
om aan het publiek bekend te maken welke luchtvaartmaatschappijen onveilig zijn. Op deze manier wordt het consumenten moeilijker
gemaakt een verstandige keuze te maken en wordt de marktwerking belemmerd.
Spelen met geld wordt verboden, maar luchtvaartmaatschappijen mogen wel spelen met leven. Is ons geld meer waard dan ons leven

1 NRC Handelsblad, 29 januari 1997.

Copyright © 1997 – 2003 Economisch Statistische Berichten ( www.economie.nl)

Auteur