Ga direct naar de content

Si j’etais roi,,,,,

Geplaatst als type:
Gepubliceerd om: mei 27 1981

Si j’etais roi
Si j’etais roi …. 1), of althans iets had in te brengen
over Nederlandse industriepolitiek, dan zou ik:
1. constateren, dat tussen 1970-1980 de werkgelegenheid in de industrie (incl. bouw) met 20% is afgenomen. Ik
zou bang zijn dat de drie nog steeds doorwerkende factoren, te weten een toenemende beroepsbevolking, een
hoge uitstoot uit de industrie en de steeds geringer wordende opvangmogelijkheden elders, de 500.000 werklozen in 1985 tot een zich zelf vervullende voorspelling
maken;
2. met afgunst kijken naar de landbouw waarin slechts
5% van de beroepsbevolking werkt tegen rond 30% in de
industrie (incl. bouw), terwijl de landbouw toch zoveel beter wordt bediend. Jaloezie, niet eens zozeer om de forse
subsidies, doch wel omdat de agrarische politick wordt gevoerd vanuit een departement dat zich nauw voelt verbonden met de landbouw en dat met deskundigheid ervoor
vecht. Een soortgelijk departement, uitsluitend voor industrie en energie, met een zelfde gespecialiseerde kennis
en niet met vele vingers in de pap zoals nu het Ministerie
van Economische Zaken, doch met een doelstelling — de
industrie uit de misere helpen —, zou mij een voorwaarde
lijken voor de opbouw van een consistent industriebeleid;
3. die minister voor de industrie gaarne voor een gedeelte ambtenaren toewensen met een behoorlijke bedrijfservaring die worden bijgestaan door een kleine adviesraad van deskundigen (een soort Raad van Commissarissen). Deze ,,Raad van Commissarissen” mag niet zozeer een representatieve functie hebben, noch te veel aan
een achterban gebonden zijn. Voor dit laatste zou het
parlement moeten zorgen;
4. beleefd verzoeken om de tientallen subsidieregelingen om te bouwen tot een overzichtelijk geheel, waarin
een ondernemer zonder hulp van een ,,subsidioloog”zijn
weg kan vinden. Deze nieuwe opzet zou zich moeten richten op slechts enkele doelstellingen, nl. voor alles bevordering van de werkgelegenheid op langere termijn en daarnaast een zekere ruimtelijke ordeningen bescherming van
het milieu;
5. de Tweede Kamer, de vakverenigingen, de ondernemers en alle leden van ondernemingsraden laten voorrekenen dat steun aan zwakke bedrijven de meest kostbare
en meest riskante vorm is van industriepolitiek. Alleen bij
drastische saneringen en een tijdelijke matiging van de
concurrentie (staal) heeft dit zin;
6. ervoor pleiten om langs de weg van fiscale, subsidieen garantieregelingen vooral datgene te stimuleren wat
een R en D-achtergrond heeft. Dit kan leiden tot eigen
,,know-how” en patenten, kortom iets wat technisch/
commercieel hoogwaardig is en mogelijk internationaal is
te gebruiken;

ESB 3-6-1981

7. de ministers van Onderwijs, Wetenschappen en Industrie vriendelijk vragen om gemeenschappelijk te bezien hoe het beroepsonderwijs beter kan worden afgestemd op het bedrijfsleven (zoals in Frankrijk), hoe de
universitaire studie praktischer kan worden gemaakt (zoals in de Angelsaksische landen), hoe het informele circuit tussen technische en economische hogescholen/faculteiten enerzijds en het bedrijfsleven anderzijds kan
worden bevorderd (zoals in Duitsland en Zwitserland), en
hoe in het algemeen in de ivoren toren van wetenschap en
research het werkgelegenheidsargument meer ingang kan
vinden;
8. crop aandringen een studie te maken van het Franse
en Amerikaanse overheidsaankoopbeleid ten einde een
mengsel daarvan zonder veel veranderingen in Nederland
in te voeren;
9. mij afvragen of er niet iets fundamenteel mis is in een
economic, waar voor de banken en verzekeringsmaatschappijen de bomen tot de hemel groeien, terwijl de industrie/bouw te lijden heeft onder slechte balansverhoudingen en een interestlast die het leeuwedeel van de bedrijfsresultaten opslokt, zodat voor het doen van investeringen weinig overblijft. Natuurlijk zou ik iets weten van
de oorzaken: de rente in het buitenland (met name de VS),
de geringe spaarzin van de bevolking (de nationale besparingen daalden van 20% in 1970 tot rond 12% in 1980), de
hoge collectieve voorzieningen, en het financieringstekort
van de staat. Maar desondanks zou ik de vraag stellen of
we voor de hoge ree’le interest, sommige fraaie pensioenvoorzieningen e.d., niet tegelijkertijd een buitensporige
prijs betalen in de vorm van hoge werkloosheid en onvoldoende woningbouw. Zou er wellicht toch van sommige
socialistische plannen om enig geld uit de ,,financie’le”
sfeer terug terug te sluizen naar de ,,reele” sfeer iets zijn te
maken?;
10. mij niet overgeven aan doemdenken, maar met enige zorg zien naar wat verschillende jonge, doch vooral ook
de oude, industrielanden doen om het bedrijfsleven meer
armslag te geven in een decennium van weinig economische groei. Thatchers maatregelen om de Engelse industrie te zuiveren van haar inefficientie zijn hard maar
voor een deel blijkbaar nodig, de aanbodsfilosofie van
Reagan en zijn ..deregulation” hebben hun goede kanten,
van de Franse logica in de industriepolitiek valt veel te leren … kortom, de concurrentiestrijd op de exportmarkten zal harder worden en voor een Nederlandse industriepolitiek is de grondslag nog maar nauwelijks gelegd.
J. E. Andriessen

1) Een bijna vergeten opera van A. Adam.

531

Auteurs