Ga direct naar de content

Redactioneel: Wat onderwijs waard is

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: maart 25 2015

.

161Jaargang 100 (4706) 26 maart 2015
Redactioneel ESB
Z
olang we de kwaliteit
van genoten onderwijs
niet goed genoeg kunnen
meten, zullen we aan bestuurlijke
efficiëntie moeten inboeten om
informatie over kwaliteitsbeleving
van onderop naar boven te laten
borrelen.
De bezetters van het Maagden –
huis willen dat de zachte waarde
van onderwijs zwaarder mee
wordt geteld en denken dat zelf
meebesturen de kosteloze weg
daarnaartoe is. Arthur Schram
wees op 13 maart in de Volks-
krant op de miserabele jaren van
stuurloze universiteiten waarin
studentenorganen de hakken in
het zand zetten en bestuurders
ofwel ongemotiveerd (want bezig
met wetenschap) ofwel onkundig
(want gevlucht uit de wetenschap) waren. Schrams doch –
ter Eva reageert via de krant op haar vader door te wijzen
op de uitholling van kwaliteit door de focus op massaal
onderwijs.
Rendement is in deze discussie een ongelukkige term
omdat deze het kwalitatieve deel van wat een opleiding
waard is, negeert. Rendement is een financiële term, sy –
noniem aan opbrengst en winst. Daar zit de kern van het
gevoelsmatige probleem, want als we zouden spreken
over waarde in plaats van rendement, dan zou de discussie
rondom het Maagdenhuis ineens gaan over wat het afstu –
deren in een studie als Scandinavische talen waard is. Ie –
dereen zal begrijpen dat het hier niet alleen om positieve
waarden gaat. We zijn groot geworden met de afweging
of dat ijsje jou die vijftig cent zakgeld waard is.
Het sturen op onderwijs begint bij het Rijk en eindigt in
de interactie tussen student en docent. In dat proces, van
boven naar beneden, veranderen de afweging en de be –
schikbare informatie van kwantiteit naar kwaliteit.
Bovenaan staat de minister. Zij wil Nederlanders een
goede start geven op de mondiale arbeidsmarkt. Zo veel
mogelijk afgestudeerden aan opleidingen van een zo
hoog mogelijke kwaliteit. Aan beide aspecten wordt bij
het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap –
pen hard gewerkt. Maar de minister staat ver van de col –
legezaal vandaan, en verdeelt het budget grotendeels op
basis van het afstudeerrendement van universiteit X ten
opzichte van de andere universiteiten. De kwaliteit wordt gecontroleerd door inspectie en
visitatie, maar dit instrument be

let alleen het zakken onder een
minimumkwaliteit. Het is geen
instrument dat aanzet tot een zo
hoog mogelijke kwaliteit.
Bestuurders staan iets minder ver
van de collegezaal af, maar zijn
uiteraard niet in staat de kwaliteit
van elk college zelf te beoordelen.
Een bestuurder, zoals Van Dissel
op 17 maart in het FD schreef, wil
uitstekend onderwijs en baanbre –
kend onderzoek. Dat kost geld en
noodzaakt tot meer afgestudeer –
den. Hier ligt de perverse prikkel
tot het verlagen van de lat, zodat
meer studenten eroverheen sprin –
gen. Hier ligt ook een groot deel
van de verontwaardiging van de
bezetters.
Dat gevoel is begrijpelijk, want grotere collegezalen vra –
gen om ander docentschap. Iedere docent weet dat hoe
meer studenten in de zaal, hoe langzamer en letterlijk
theatraler de lesstof moet worden gebracht om de gehele
massa mee te krijgen. Of de kwaliteit daar per se slechter
van wordt, is nog onzeker. Een ander belang dat daarbij
speelt is het realiseren van betere arbeidsmarktkansen
voor grotere aantallen studenten in de maatschappij door
een academisch diploma. Kleinschalig onderzoek is voor
een klein aantal. Zij zullen tevreden zijn over de kwali-
teit, maar alle buiten de boot gevallen studenten blijven
buiten beeld.
De student zelf denkt uiteindelijk ook in termen van kos-
ten en baten. Wat is deze studie mij waard? Pas daar waar
studenten interacteren met docenten komt de (ervaren)
kwaliteitsinformatie van de opleiding naar voren. In ter –
men van arbeidsmarktkansen, maar zeker ook in termen
van geluk. Het goede nieuws is dat we dit al jarenlang
meten. Per vak worden gedetailleerde onderwijsevalua –
ties ingevuld. Deze gaan over hoe enthousiast de docent
je maakt, hoe begrijpelijk de stof wordt uitgelegd en der –
gelijke. Het verrijken van de afstudeeraantallen met een
weging van de ervaren kwaliteit per student per vak zou
een eerste toch zeker niet onhaalbare stap kunnen zijn.
Studenten en docenten laten meedenken over wat kwali-
teit voor hen betekent en wat het hun waard is, klinkt al
een heel stuk constructiever.
Wat onderwijs waard is
SANDRA PHLIPPEN
Hoofdredacteur ESB
sandra.phlippen@economie.nl

Auteur