Ga direct naar de content

Promotiebespreking: Timo Verlaat

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: juni 16 2022
Timo Verlaat verdedigt zijn dissertatie aan de Universiteit Utrecht op 17 juni

In Nederland kunnen burgers bij werkloosheid een beroep doen op publieke inkomensondersteuning zoals de Werkloosheidswet of de bijstand. Een voortdurende discussie in de samenleving en onder beleidsmakers draait om de vraag hoe dergelijke stelsels zó kunnen worden vormgegeven dat ze enerzijds inkomenszekerheid bieden en anderzijds uitkeringsgerechtigden activeren om werk te zoeken. Mijn proefschrift bestaat uit een drietal empirische studies waarbij ik deze afruil tussen inkomenszekerheid en activatie onderzoek.

Een van deze studies is een veldexperiment met de bijstand in Utrecht. In dit experiment werden drie verschillende interventies getest: (1) een ontheffing van de sollicitatie- en re-integratieplicht, (2) een intensievere één-op-één-begeleiding, en (3) een hogere en langere vrijlating van inkomsten naast de uitkering.

Uit mijn analyse blijkt dat een ontheffing van verplichtingen gedurende het experiment niet leidde tot minder uitstroom naar werk ten opzichte van de uitgangssituatie. Tegen het einde van het experiment – dat rond anderhalf jaar duurde – waren er positieve effecten op uitstroom: in de ontheffingsgroep had rond vijftien procent inkomsten boven de bijstandsnorm, ten opzichte van acht procent in de vergelijkingsgroep. Deelnemers zonder verplichtingen werkten ook vaker onder een vast contract. Het zou kunnen dat deelnemers met een ontheffing anders naar werk hebben gezocht – mogelijk intrinsiek gemotiveerd – en hierdoor na enige tijd meer succes hadden. Maar ook de anticipatie om terug te keren naar het reguliere regime met de bijbehorende verplichtingen zou een rol kunnen hebben gespeeld.

De andere twee behandelingen, de intensievere begeleiding en de ruimere inkomstenvrijlating, zorgden tijdelijk voor meer uitstroom. Deze uitstroom ging vooral naar deeltijdbanen. Net als in de reguliere situatie vonden deelnemers vooral werk met een tijdelijk contract. Beide interventies lijken – zoals vormgegeven in het experiment – dus vooral veelbelovend als het doel is om het werken naast de uitkering te stimuleren.

De resultaten lijken te suggereren dat er in Nederland ruimte is om de verplichtingen van uitkeringsgerechtigden te versoepelen, zonder dat dit ten koste gaat van activatie. Het experiment in Utrecht kende echter ook enige beperkingen, waaronder een beperkt aantal deelnemers. Bovendien zijn de resultaten mogelijk contextafhankelijk. In mijn proefschrift pleit ik daarom ook voor meer onderzoek, bijvoorbeeld in andere uitkeringsregimes en met minder gelijktijdige interventies.

Auteur