Ga direct naar de content

Pluspensioen

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: november 28 2008

mening
Pluspensioen
Hoewel de financiële crisis in ons land lang niet zo diep gaat als in
de Verenigde Staten zijn er hier toch ook banken met slechte leningen. Wat er allemaal in de financiële wereld gebeurt is niet meer te
overzien, blijkbaar ook niet meer door de instanties die verantwoordelijk zijn voor het toezicht erop.
Het vervelende is intussen dat iedereen ongewild deelneemt
aan dit bedrijf en er het slachtoffer van kan worden. Immers, de
pensioenvoorzieningen zijn grotendeels belegd in de vrije markt
waar het dus helemaal mis kan gaan. Alleen het AOW-deel van het
pensioen is veilig omdat het gekoppeld is aan het bnp en daar, via
het parlement, altijd zicht op is.
In de opzet van Drees zou de hele AOW uit premies betaald
worden. Maar door de vergrijzing zouden de premies nu te hoog
moeten worden; dat is politiek niet meer haalbaar. Het wordt nu
dan ook algemeen aanvaard dat een substantieel deel van de AOW
uit de algemene middelen wordt betaald.
De kredietcrisis toont aan dat de overheid niet kan volstaan met
alleen maar een formeel toezicht op de banken maar dat zij,
zeker in crisissituaties, ook financieel moet deelnemen in het
bank- en verzekeringsbedrijf. De vraag rijst dan: kan de overheid
niet, althans voor een deel, ook de gewone, niet-AOW-pensioenen,
regelen en voor haar rekening nemen? Daarmee zou voor velen een
grote onzekerheid in de pensioenvoorziening wegvallen.
In tegenstelling tot de AOW, die een overdrachtssysteem is, zou
zo’n pluspensioen een spaarsysteem moeten zijn. Deelname eraan
is vrijwillig en ook de hoogte kan men zelf kiezen door de hoogte
van de maandelijkse inleg. Hoewel men ook korter kan sparen
gaat de verdere analyse uit van een standaardsituatie met een
inleg­ eriode van veertig jaar. De pensioenperiode daarna wordt op
p
twintig jaar gesteld. Omdat dit de helft is van de spaarperiode zou,
zonder rentewerking, het maandelijkse pensioen dan het dubbele
bedragen van de maandelijkse inleg.
Maar de pluspensioenen worden betaald uit de individuele, met
rente-op-rente gekapitaliseerde inleggelden (exponentiële groei),
volgens een vaste rentevoet. Over zo’n lange spaarperiode komt het
pensioen dan veel hoger uit, bij drie procent rente niet twee maal
de inleg, maar al ruim vijf maal dat bedrag; met vier procent rente
al meer dan zeven maal.
Om geen onoverzienbare verplichtingen op zich te nemen zou de
overheid het pluspensioen kunnen beperken tot de omvang van de
huidige AOW. Voor een pluspensioen van deze hoogte (achtduizend
euro per jaar) zou bij drie procent rente de maandelijkse inleg dan
130 euro bedragen. Bij vier procent rente wordt dat honderd euro
per maand. Wanneer de werkgever, zoals gebruikelijk, twee derde
deel van dit bedrag voor zijn rekening neemt, is er over zo’n lange
spaarperiode met een beperkte inleg, ten opzichte van de AOW,
dus al sprake van een verdubbeling van het pensioen.
De financiële consequenties voor de overheid zijn als volgt in te
schatten. Bij volledige deelneming zou bij zes miljoen werkenden
de overheid, bij drie procent rente, jaarlijks tien miljard euro te
beheren krijgen. Bij vier procent wordt dat zeven miljard. Omdat
de uitkeringen pas veel later op gang komen, wordt er zo een
enorme buffer opgebouwd, van tweehonderd miljard euro. Bij de
AOW is dat niet het geval omdat voor de 65-plussers de AOW
meteen ingaat. Door het ontbreken van die buffer is het dan ook

onmogelijk om het systeem te wijzigen; immers iedereen die zijn
leven lang premie betaalt zou dan niets krijgen. De vraag is dan:
kan de overheid al dat geld absorberen en zinnig besteden om te
zijner tijd het pluspensioen te kunnen uitkeren?
Om haar diensten te kunnen aanbieden maakt de overheid, naast
belastinggeld, regelmatig gebruik van leningen op de kapitaalmarkt: de staatsschuld bedraagt een substantieel deel van het
jaarlijkse bnp. Op deze leningen wordt de marktrente, ten minste
vier procent, betaald. De aflossing en de rente moeten uit de
belastingen betaald worden. Daarmee drukt de burger om zo te
zeggen zijn waardering uit voor de overheidsdiensten. Hoewel
terugbetaling wel verzekerd is, kan de overheid om politieke
redenen de belastingen niet te hoog opschroeven. In haar diensverlening moet zij dus efficiënt, marktconform handelen, ook
met het op de kapitaalmarkt geleende geld. En zij kan dat ook;
waar zij haar diensten privatiseert wordt er vaak niet zo veel beter
gepresteerd. In plaats van via leningen op de kapitaalmarkt kan de
overheid haar kapitaalbehoefte in de toekomst dus dekken met de
premies van het pluspensioen.
Overigens, na een aantal jaren zou, net als nu bij de AOW,
niemand zich nog afvragen in hoeverre de pluspensioenen uit
premies dan wel uit de algemene middelen betaald worden.

Gerrit Bosch
Natuurkundige, gepensioneerd medewerker van Philips Research

De auteur heeft verklaard dit artikel alleen te publiceren in ESB en niet elders

te publiceren in wat voor medium dan ook. Het is wel toegestaan om het artikel voor eigen gebruik
en voor publicatie op een intranet van de werkgever van de auteur aan te wenden.

ESB

93(4548) 28 november 2008

733

Auteurs