Ga direct naar de content

Over de toekomst valt altijd te twisten

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: mei 18 1983

E. L fieri;

Over de
toekomst valt
altijd te
twisten
Energie, te belangrijk om alleen aan de
deskundigen over te laten. Onder dit heldere motto is het Tussenrappon van de
Stuurgroep Maatschappelijke Discussie
Energiebeleid gepubliceerd. Het bevat een
schat aan informatie en kost U zeven gulden en vijftig cent.
Het kost natuurlijk heel wat meer dan
drie rijksdaalders om het te lezen. Energiebeleid is geen simpel onderwerp. Ondanks
vermijding van jargon zijn de ruim 170
bladzijden moeilijk toegankelijk voor lezers met een bescheiden opleiding, vrees
ik. Heel breed kan de discussie dus niet
worden. De Brede Maatschappelijke Discussie? Maar die is toch al lang mislukt?
We lezen toch af en toe schampere verslagen over wat lieden in lege zaaltjes? Hebben we nog wel belangstelling voor dit
unieke experiment in landbrede inspraak?
Het advies om tot deze discussie over te
gaan dateert van vijf jaar geleden 1). Zij,
die thans constateren dat het experiment
op zijn minst tegenvalt, moeten bedenken
welke argumenten destijds de doorslag gaven. Een snelle bouw van kerncentrales
leek toen nuttig. De tegenstanders gebruikten harde acties, die harde tegenacties tot
gevolg hadden. Een enigszins zindelijke
uitwisseling van argumenten en informatie
vend niet plaats. Er bestond geen informatie die voor- en tegenstanders voldoende
objectief vonden om te gebruiken. Het verwerpen van de brede maatschappelijke discussie zou zeker leiden tot escalatie van geweld, zo meenden de beslissers althans.
Liever uitstel van de beslissing tot bouw
van kerncentrales tot zou blijken dat die
nodig en voldoende ongevaarlijk waren.
Inmiddels is het energieverbruik zo snel
f gedaald dat we alle tijd hebben om van me: ning te verschillen over kernenergie. In• middels is het gehele energiebeleid onderwerp van discussie. Inmiddels hebben economische crisis en ongekende werkloosheid het energiebeleid als het discussieonderwerp bij uitstek verdrongen. Uit deze
feiten, onvolledig opgesomd, blijkt dat we
de toekomst op middellange termijn al onvoldoende kunnen beoordelen om nut en
noodzaak van het al dan niet voeren van
een brede maatschappelijke discussie goed
te kunnen schatten.
ESB 25-5-1983

Het mooie van de toekomst is nu precies
dat we haar niet kunnen kennen. We kunnen allerlei informatie verzamelen op
grond van nu bekende feiten en verwachtingen, scenario’s bedenken bij uiteenlopende veronderstellingen, maar de toekomst blijft hardnekkig onbekend. Toch
nemen we voortdurend beslissingen met
vergaande gevolgen voor de toekomst. Zijn
we nu echt niet in staat dat op een beter
gei’nformeerde wijze te doen? Natuurlijk
wel. Lees bij voorbeeld het Tussenrappon
over het energiebeleid. Indien u uw reeds
vaststaande mening over kerncentrales wilt
funderen. Het is echter aangetoond dat
mensen veel informatie weigeren op te nemen en ook dat zij slecht zijn in waarschijnlijkheidstheorie. Zij schatten risico’s
niet logisch in. Zo prefereren de meeste
mensen een grote kans op een bescheiden
winst boven een gehalveerde kans op een
dubbele winst. Maar een bijna zekere kans
op een beperkt verlies vinden zij beroerder
dan de halve kans op een dubbel verlies.
Bestaat er een heel kleine kans op een
enorm verlies, dan zijn de meesten onder
ons in staat dat risico geheel te verdringen.
Beslissen over consequenties in de toekomst vraagt om het afwegen van risico’s.
Uiteenlopende risico’s, waaraan geheel
verschillende waarden kunnen worden toegekend. Daarom is het door mij genoemde
Tussenrappon zo nuttig om toch maar te
lezen. Al heel snel blijkt dat het strijdperk
van de objectiveerbare feiten, argumenten,
redeneringen moet worden verlaten om dat
van de waarde-oordelen, van de levensbeschouwing te betreden 2). In onze zogeheten samenleving worden onze oordelen op
verschillende wijze be’mvloed. Door opvoeding, opleiding, ervaringen. En niet het
minst door de sector van de maatschappij
waarin wij werken. Douglas en Wildavsky
hebben in een boeiend boek trachten aan te
tonen dat onze oordelen ten slotte cultureel bepaald zijn 3). Zij menen dat het voor
de beoordeling van toekomstige risico’s essentieel is of je in de marktsector werkt.
binnen een grote organisatie of binnen een
kleine, niet gestructureerde actiegroep. Zij
tonen aan dat elk van die drie subculturen
eigen vooroordelen onderhoudt die noodzakelijk zijn voor het in stand houden van

die subcultuur. Actiegroepen moeten geloven in de goede mens die, zolang niet gecorrumpeerd door de technologie en macht
exploiterende grote organisaties, in staat is
goede keuzen te doen. De marktdeelnemer
fungeert slechts bij de gratie van de open
mogelijkheid toe te treden, waarna blijkt
dat de goeden succes boeken. Elke belemmering van succes is slecht. Leden van grote bureaucratieen dienen te geloven in de
ongelijkheid van mensen en krijgen stabiliteit en zekerheid aangeboden, alsmede een
grote beheersing van hun omgeving. Deze
en soortgelijke vooroordelen beheersen in
hoge mate de discussie omtrent keuzen
voor toekomstige risico’s. Mensen zijn niet
in staat veel ingewikkelde informatie te
verwerken. Zij moeten, om te kunnen kiezen, hun toevlucht wel nemen tot allerlei
vereenvoudigingstrucs.
Naast andere bronnen van vooroordelen
zijn de reeds genoemde subculturen in
onze maatschappij niet te verwaarlozen.
Wij worden dagelijks be’mvloed door de organisatie waarin we functioneren. Bovendien: in feite delegeren de meesten van
onze deze oordeelsvorming aan bureaucratieen, belangenorganisaties en actiegroepen. Intensief kennis nemen van een rapport als dat over het energiebeleid verrijkt
de lezer met het inzicht dat de uiteindelijke
keuzen voor de toekomst niet kunnen berusten op technocratische berekeningen en
ingewikkelde computermodellen. De keuzen berusten op oordelen waarin mensen
zich als totale individuen uiten. Hun emoties, ervaringen, levensbeschouwing zijn
ten slotte doorslaggevend. Over de toekomst valt derhalve altijd te twisten.

1) Adviezen fan de Voorlopige Algemene Energieraad intake de Brede Maatschappelijke Discussie, uitgebracht aan de minister van Economische Zaken, 7 juni 1978.
2) Tussenrapport, paragraaf 8.5.
3) Douglas en Wildavsky, Risk and culture. University of California Press. Berkeley. 1982.

455

Auteurs