Ga direct naar de content

Nederland in drievoud

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: juni 10 1992

Nederland in drievoud
Na Scanning the future, waarin de toekomst van de
wereldeconomie werd behandeld, heeft het Centraal Planbureau nu ook zijn toekomstverkenning
voor de Nederlandse economic uitgebracht. Onder
de titel Nederland in drievoud’worden drie scenario’s uitgewerkt die een beeld geven van hoe het de
Nederlandse economic tussen nu en het jaar 2015
zou kunnen vergaan1.
Het eerste scenario – ‘global shift’ – schetst een verschuiving van het zwaartepunt van de wereldeconomie naar de Pacific Rim: de VS, Japan en de nieuwe
dynamische Aziatische economiegn. De Europese
Gemeenschap is tegen de innovatieve kracht en de
scherpe concurrentie van deze landen niet opgewassen: het snelle terreinverlies in belangrijke industriele sectoren wordt beantwoord met protectionisme.
Het Europese integratieproces stagneert. De Nederlandse economic ondervindt hiervan veel hinder.
De problemen worden verergerd doordat ons land
nog altijd kampt met hoge werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en ziekteverzuim en daardoor hoge
collectieve lasten. Pas als het aantal werklozen en arbeidsongeschikten rond 2005 de 2 miljoen bereikt,
ontstaat een schokeffect en worden harde maatregelen genomen om de rigiditeiten te doorbreken. Op
milieugebied komt geen effectief beleid tot stand
omdat internationale coordinate ontbreekt. Kortom:
kommer en kwel op alle fronten.
Veel prettiger ziet het er allemaal uit in de wereld
van ‘balanced growth’. Dit scenario wordt gekenmerkt door krachtige internationale economische
groei en belangrijke vorderingen op weg naar een
ecologisch duurzame ontwikkeling. West-Europa en
Nederland participeren succesvol in deze ontwikkeling dank zij een betere marktwerking en krachtiger
‘incentive-structuren’ op de arbeids- en goederenmarkten. De Europese integratie zet door onder invloed van marktkrachten en beleidsconcurrentie tussen overheden. In Nederland vindt een herijking
van de verzorgingsstaat plaats waarbij de overheid
zich op kerntaken terugtrekt. Op energie-, mobiliteits- en milieugebied worden externe effecten ge’internaliseerd door middel van regulerende heffingen.
Het resultaat is krachtige groei, lage werkloosheid
en een verbetering van het milieu.
In het scenario ‘European renaissance’ is er minder
technologische dynamiek en internationale concurrentie dan in ‘global shift’ en een gunstiger economische ontwikkeling in West-Europa. Het Europese integratieproces zet door en er komt een vergaande
hervorming van de welvaartsstaat op gang, waarbij
de rol van overheden niet zozeer wordt teruggedrongen als wel een nieuwe invulling krijgt. In Nederland wordt de coordinate tussen overheid en sociale partners op het gebied van arbeidsmarkt en
verzorgingsstaat gerevitaliseerd waardoor de effectiviteit toeneemt. Daardoor is het mogelijk het functioneren van de arbeidsmarkt te verbeteren en de collectieve-lastendruk naar het Europese gemiddelde
te laten convergeren. Op milieugebied komt een gezamenlijke Europese aanpak van continentale milieuproblemen tot stand.

ESB 10-6-1992

Het Centraal Planbureau laat in het midden welk
van de scenario’s het meest realistisch is. Het doel
van de exercitie is vooral om beleidsmakers aan het
denken te zetten en hen aan te sporen op zoek te
gaan naar handvaten waarmee zij de meest gewenste toekomst wellicht een stukje dichterbij kunnen
brengen. Hoewel het CPB zelf geen openlijke adviezen geeft, zijn de beleidsaanbevelingen tussen de regels door niet moeilijk te achterhalen.
De belangrijkste factor die de economische ontwikkeling van Nederland bepaalt, is de internationale
economische ontwikkeling. Of het zwaartepunt van
de wereldeconomie naar Zuidoost-Azie verschuift,
of het wereldhandelsklimaat verslechtert, of de Europese integratie doorzet of juist niet, daar kunnen wij
maar weinig invloed op uitoefenen. Maar op andere
terreinen blijft er genoeg beleidsruimte over om de
nationale welvaart een duw in de rug of een klap in
de nek te geven.
In alle scenario’s die het CPB schetst, komt naar voren dat een verschuiving in de richting van het ‘vrije
markt’-perspectief in Nederland gewenst zou zijn.
Dit betekent sterkere financiele prikkels op de arbeidsmarkt en in de sociale zekerheid, een actiever
mededingingsbeleid, het slechten van toetredingsbarrieres tot markten, versoepeling van regelgeving,
een slagvaardiger overheid, afschaffing van prijssubsidies in de landbouw en de woningbouw en meer
financiele prikkels in het milieubeleid.
In de tweede plaats noodzaakt de relatief sterke
orientatie van de Nederlandse economic op activiteiten met zwakke groeivooruitzichten, zoals de landbouw- en voedingsmiddelensector, laagwaardige
procesindustrieen en energie, tot omvangrijke herstructureringen, om in de pas blijven met de internationale ontwikkeling.
In de derde plaats zal de sociale kaart van Nederland anders moeten worden ingekleurd. Verhoging
van de arbeidsparticipatie; vermindering van het beroep op de sociale zekerheid en daling van de collectieve-lastendruk zijn in elk van de scenario’s
noodzakelijk om de Nederlandse economic in het
rechte spoor te houden.
Ten vierde is de overlegeconomie aan een herijking
toe. Sociale consensus blijft – in sommige scenario’s
– een belangrijk instrument voor de vormgeving van
het sociaal-economische beleid, maar dan is wel
een helderder verdeling van verantwoordelijkheden
tussen overheid en sociale partners nodig zodat
noodzakelijke beslissingen niet eindeloos kunnen
worden getraineerd of geblokkeerd.
Hoe dit allemaal moet gebeuren wordt in Nederland
in drievoud niet besproken. Het Centraal Planbureau houdt ons alleen een spiegel voor. Het beeld
dat daaruit naar voren komt is duidelijk. We hebben
ons economisch lot — althans voor een belangrijk
deel – in eigen hand.
L. van der Geest
1. Centraal Planbureau, Nederland in drievoud, Een scenariostudie van de Nederlandse economic 1990-2015, SOU uitgeverij, Den Haag, 1992. De studie verschijnt in juli in boekvorm.

fuiiai^HHbiae

Auteur