Ga direct naar de content

Letland in 1992: hoop, vrees en gevaren

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: februari 12 1992

Letland in 1992: hoop, vrees
en gevaren
Depolitiek onafhankelijk geworden gebieden van het voormalige Oostblok verwachten veel van de transformatie naar een markteconomie,
maar Hjken de eigen dynamiek van de in gang gezette processen nog

niet te onderkennen.
Sinds enkele maanden zijn de drie
Baltische republieken, Estland, Letland en Litouwen, internationaal erkend als zelfstandige staten. Ze zijn
nu lid van een groot aantal Internationale organisaties, waaronder de
Verenigde Naties. De verkregen zelfstandigheid maakt een einde aan de
decennialange economische en culturele onderdrukking door het Sovjetsysteem1. De zelfstandigheid heeft
echter ook haar keerzijde. De drie
landen bevinden zich plotseling in
een totaal andere situatie dan voor
de gebeurtenissen van augustus jl.
Zij zijn kleine kwetsbare staten geworden in een wereldeconomie
waarvan zij de spelregels nog niet
kennen. Ze verwachten veel van de
transformatie richting markteconomie, maar lijken de eigen logica van
de in gang gezette processen nog
niet te onderkennen. Het zijn juist
de onvermijdelijke nevenverschijnselen van deze transformatie, zoals
een stagnerende produktie, oplopende tekorten en een enorme inflatie,
die voor een onzekere situatie zorgen. Op de iets langere termijn zijn
er echter heel andere problemen te
verwachten.
In dit artikel besteden we in het bijzonder aandacht aan de problematiek van een van de drie Baltische republieken, namelijk Letland. Aan de
hand van de ontwikkeling in dit land
zullen we toelichten waarom de verwachte produktiviteitsstijging niet
plaatsvindt, en waarom er juist sprake is van sterk toenemende tekorten
en een snel groeiende inflatie. Hierbij zal ook de rol van het Westen en
van Nederland worden belicht.

Huidige situatie
Letland is een betrekkelijk klein
land. De oppervlakte bedraagt
64.600 km , waarmee het ongeveer
tweemaal zo groot is als Nederland.
Er bestaan oeroude banden met

West-Europa via de Hanze. De diensten- en transportsectoren zijn van
oudsher zeer belangrijk. Hiertoe
heeft het bezit van drie ijsvrije havens (Riga, Ventspils en Liepaja)
aanzienlijk bijgedragen.
Het land heeft momenteel 2,7 miljoen inwoners, waarvan een derde
(915.000) in de hoofdstad Riga. Van
de huidige bevolking is 52% etnisch
Lets. (Voor 1940 was dit 77%.) Er is
een grote Russische minderheid
(34%). Verder zijn er aanzienlijke Oekrai’ense en Witrussische minderheden. In de hoofdstad Riga neemt de
Letse bevolking met ongeveer 35%
een minderheidspositie in.
Het nationaal inkomen in 1988 bedroeg 7.039 miljoen roebel. Hiervan
werd 44% verdiend in de Industrie,
26% in de landbouw, 9% in de
bouw, 8% in transport en communicatie en 6% in de handel. De Industrie is onder het Sovjetsysteem opgezet langs sectorale lijnen, zonder
oog voor de consequenties voor de
regionale structuur. Dit heeft geleid
tot een enorme verwevenheid met
de Sovjeteconomie. In 1988 produceerde Letland bij voorbeeld 31%
van de spoorwagons, 19% van de autobussen, 22% van de telefooncentrales, 58% van de telefoons, 29% van
de koelinstallaties en 22% van het
textiel in de gehele Sovjetunie. Het
land is derhalve voor zijn afzet, zolang nieuwe markten niet zijn veroverd, in hoge mate afhankelijk van
de Sovjetunie. Maar niet alleen voor
de export, ook voor de import is Letland sterk afhankelijk van de Sovjetunie: allerlei grond- en hulpstoffen
(zoals olie, aardgas, steenkool, mineralen, voedings- en genotwaren en
katoen) worden uit Rusland gei’mporteerd2.
Landbouw en Industrie kenden een
bloeiperiode tijdens het interbellum.
Een belangrijke impuls hier was de
geslaagde landhervorming van de ja-

ren twintig waarbij de grote Duitse
adellijke landgoederen werden verdeeld. Vlak voor de tweede wereldoorlog kende Letland een levensstan-v
daard gelijk aan die van de Scandinavische landen, en veel hoger dan
die in de Sovjetunie van Stalin. De
periode 1940-’45 bracht grote verwoestingen en kostte het leven aan
honderdduizenden Letten. Hele landstreken raakten ontvolkt. Duitse leveringen (veelal in het kader van herstelbetalingen) brachten in de jaren
vijftig veel nieuwe industrie. In die
tijd werden ook meer dan een half
miljoen Russen het land binnengehaald om de nieuwe fabrieken te bemannen. De versnelde industrialisering betekende derhalve ook ‘russificering’ op grote schaal.
De Duitse machines zijn voor een
groot deel nog steeds in gebruik.
Door veroudering en achterstallig onderhoud zijn ze voor het grootste
deel niet meer economisch efficient,
en vaak zeer milieuvervuilend3.
Toch ligt de arbeidsproduktiviteit in
Letland nog altijd duidelijk boven
die in de Sovjetunie. Zo werden per
inwoner van Letland in 1989 consumptiegoederen ter waarde van 2,6
duizend roebel geproduceerd, tegen
1,2 duizend roebel in Rusland en de
Oekrai’ne.
De wijdverbreide onvrede over de
stagnatie van de economic onder het
systeem van centrale planning is ongetwijfeld de grote drijvende kracht
achter de huidige hervormingen. De
transformatie moet dan ook vooral
worden gezien als een ‘methode’ om
een einde te maken aan de bestaande schaarste-economie en om eindelijk tot de noodzakelijke produktiviteitsgroei te komen.
Het hervormingsproces is reeds begonnen in 1988 en met kracht voort1. Omdat de toekomstige staatkundige
vorm en naamgeving van de gebieden
van de vroegere Sovjetunie nog zeer onduidelijk is, hebben we de traditionele
naamgeving gehandhaafd.
2. Voor verdere gegevens, zie bij voor-

beeld De economic van Letland, Statistisch jaarboek 1988, Uitgeverij Avots,
Riga, 1989; of Economic survey of the Baltic republics, Stockholm, juni 1991. Deze
studie is verricht door een team van ex-

perts op initiatief van het Zweedse Ministerie van Buitenlandse Zaken in samenwerking met de overheden van Estland,
Letland en Litouwen.

3. ZieJ. Zaloksnis, On the environmental
situation in Riga, Paper gepresenteerd
op de studiedag Nederland en het milieu
in Centraal en Oost-Europa, van de Centrale Raad voor de Milieuhygiene, Zwolle, 14 november 1991.

gezet in 1989 en 1990. In die periode
zijn meer dan twintig belangrijke
wetten ingevoerd die een duidelijke
scheiding aanbrachten tussen staat
en economic. Grotendeels geregeld
zijn nu de eigendomsverhoudingen
en het zaken- en ondernemingsrecht. Hiernaast is hard gewerkt aan
het opzetten van de benodigde institutionele infrastructuur, zoals een
bank- en verzekeringswezen, een kapitaalmarkt en een modern belastingstelsel. Tevens is een begin gemaakt met een liberale prijspolitiek
met in principe vrije prijzen. Momenteel wordt hard gewerkt aan de
vormgeving van het economische en
monetaire beleid van de staat, inclusief de problematiek rond de eigen
munt. Vooral ten aanzien van de activiteiten van buitenlanders moet ech-

ter nog veel worden geregeld.
De hervormingen zijn gebaseerd op
het concept van prive-eigendom. In
Letland is gekozen voor privatisering
door middel van verkoop . Hierbij
gaat het vooral om het ontbinden
van de bestaande monopolies. Men
is echter begonnen met de privatisering van kleine en middelgrote ondernemingen, waarbij de eerste stap
was het toestaan van zogeheten cooperaties (‘Genossenschaften’)5.

merciele koers (van momenteel 1,8
roebel voor 1 dollar). 80% van de inkomsten houden de handelaars dus
zelf, en dat deel mag vrij verhandeld
worden. De koers op de vrije markt
bedraagt momenteel zo’n negentig
roebel voor een dollar! Er wordt dan
ook vaak veel moeite gedaan om de
nodige licenties (het bos behoort
aan de staat) te bemachtigen. Het
komt voor dat ze worden verkregen
door het betalen van smeergeld aan
de betrokken (vaak lagere) ambtenaar; bedragen van 10.000 roebel
worden genoemd (d.w.z. negentig
dollar). Hierbij dient men te bedenken dat een gemiddeld maandsalaris
500 roebel bedraagt.
Net als in de eerste, onzekere periode wordt de behaalde winst in de
huidige situatie vrijwel nooit produktief aangewend. Investeringen in de
bosbouw bij voorbeeld komen niet
of nauwelijks voor. Er zijn inmiddels
enige joint-ventures met Zweedse be-

drijven gestart; de Zweden brengen

Het loont de moeite om hierbij eens
naar een specifieke sector te kijken,

dan vooral modern gereedschap in
(bij voorbeeld de zagen) en een distributienetwerk. Het resultaat is echter veelal dat het hout, de enige echte grondstof van het land, voor een
luttel bedrag het land verlaat.
Een gevolg van het huidige systeem
is ook dat de handelaren grotendeels de valutahandel in handen hebben. Dit heeft dramatische gevolgen
voor de produktiebedrijven. Een representatief voorbeeld is de situatie
bij de chocoladefabriek Laima. Om
cacao te kunnen importeren moet zij
nu dollars kopen tegen de genoemde vrije koers. De gevolgen zijn voorspelbaar. De bonbons wordt onbetaalbaar en verdwijnt volledig uit het
dagelijkse consumptiepakket: een
doos bonbons kost nu honderd roebel.
De introductie van de vrije prijzen
betekende een vrijwel onmiddellijke
verdubbeling van het prijsniveau.
Vele diensten worden nu verricht tegen vrije prijzen. Uitzonderingen
hierop vormen, uit sociale overwegingen, huren en bepaalde voorzieningen. De prijzen van goederen en
diensten uit de Sovjetunie zijn echter, noodgedwongen, wel verhoogd.
Zo zijn de prijzen van elektriciteit,

de houthandel. Het gaat hierbij om

gas en benzine meer dan verdub-

de export van een primaire grondstof, ruw onbewerkt hout, met nauwelijks enige toegevoegde waarde.
Dergelijk hout wordt aan het Westen
geleverd tegen harde valuta. Van de
opbrengst moet volgens de huidige

beld, en die van hout en bouwmateriaal verveelvoudigd (een baksteen
kost nu een roebel!). Arbeidslonen
in de industrie bedragen nu zo’n 500
tot 1.000 roebel, en liggen daarmee
duidelijk boven het gemiddelde.
De inflatie heeft tot onvermijdelijk
gevolg dat niemand meer spaart en

Toenemende tekorten
Aanvankelijk zorgde de onzekere politieke situatie (de klok zou immers
kunnen worden teruggedraaid) er
voor dat in vele sectoren het streven
naar een snelle winst voorrang
kreeg. De afgelopen periode is daarom nauwelijks produktief ge’mvesteerd. Gemaakte winsten werden

vaak besteed aan statusrijke consumptieartikelen zoals buitenlandse

auto’s. Nu de eerste onzekere periode voorbij is worden vele coopera-

ties geherstructureerd tot naamloze
vennootschappen. Een groot structu-

red probleem evenwel is dat de handelssectoren, vooral die met het buitenland, op het ogenblik veel
winstgevender zijn dan de typische
produktiesectoren. Dit heeft grote

gevolgen voor de rest van de economic.

riGhtlijnen 20% verkocht worden aan
de staat tegen een zogeheten com-

ESB 12-2-1992

dat eenieder zijn geld zo gauw mogelijk weer uitgeeft. Hierbij komt dat
de lege markt binnen de nieuwe,
open grenzen haar eigen logica
kent. Dagelijks komen duizenden
Russen, vaak in het bezit van zeer
veel roebels, het land binnen om zoveel mogelijk op te kopen. Er is een
dermate groot vraagoverschot in de
Sovjetunie (maar ook in de andere
omringende landen zoals Polen) dat
alles daar afgezet kan worden tegen
(vaak veel) hogere prijzen. Het gevolg hiervan is dat alles wordt uitgevoerd en de eigen (Letse) markt leeg
blijft. In dit kader moet men ook het
besluit zien om reizen naar Polen
aan restricties te onderwerpen .

Structurele problemen
Tot dusverre hebben we het gehad

over wat men een typische overgangsproblematiek zou kunnen noemen. Structured liggen er evenwel
ook zeer grote problemen, die op de
middellange termijn het lot van Letland zullen bepalen. Het gaat hier
om de sterk verouderde industriele
produktiecapaciteit en om de verwe-

venheid met de Sovjetunie. Beide
zijn nauw met elkaar verbonden, en
een direct gevolg van het systeem
van centrale planning. Schattingen
van het Letse Ministerie van Economische Zaken wijzen uit dat slechts
10 tot 15% van de industrie aan de
westerse kwaliteitsnormen voldoet.
Dit betekent dat westerse markten
buiten bereik zijn. Het betekent ook
dat Rusland behouden dient te blijven als afzetmarkt. Hier ligt het

wellicht grootste probleem voor de
nabije toekomst. Niemand kan inschatten hoe de economische betrekkingen met dit land zich zullen ontwikkelen.

4. Politick is dit niet onomstreden. Het
Letse Volksfront wil bij voorbeeld (in navolging van Litouwen) aandelencertificaten uitgeven die voor iedereen verkrijgbaar zijn.
5. De term ‘cooperatie’ was politick bandig gekozen voor de startperiode. Het
ging hier namelijk niet om cooperaties in
de gebruikelijke zin. Zo konden bij voorbeeld reeds drie personen een cooperatie
oprichten, en stond het streven naar
winst centraal.
6. Hier ligt ook een belangrijk argument
voor de invoering van een eigen munt,
de Lats. Juist vanwege de enorme inflatie
in de Sovjetunie is het dringend gewenst
dat Letland een eigen monetair beleid
kan formuleren. De problemen rond de
invoering van een eigen munt zijn echter
dermate complex dat zij op deze plaats
niet behandeld kunnen worden.

Momenteel vindt de wederzijdse handel nog steeds plaats in roebels. Het
is echter beslist niet uitgesloten dat
de Russen binnenkort betaling in harde valuta zullen eisen voor hun leveringen. Als dat het geval zou zijn,
dan zullen de Letten — uiteraard —
ook hun leveringen in harde valuta
betaald willen krijgen. De onderlinge handel zal dan zeer waarschijnlijk
een forse klap krijgen, net zoals
reeds gebeurd is met de handel tussen Polen en Tsjecho-Slowakije en
de Sovjetunie. Een dergelijke ontwikkeling zou catastrofaal zijn voor Letland. De Letten hopen momenteel
dat het toch niet zo’n vaart zal lopen
omdat de Russen geen geld hebben
om westerse produkten te kopen
(en dus zouden zijn aangewezen op
de Letse produkten). De eventuele
Russische eis tot betaling in westerse
valuta van hun leveringen heeft inmiddels wel geleid tot vele calculaties rond de dan resulterende betalingsbalans .
Verovering van westerse markten
kan slechts geschieden door middel van de export van technologisch hoogwaardige produkten. Zo-

Samenwerking

Letse industrie momenteel niet
over de mogelijkheden een dergelijke produktie te realiseren. Buiten-

Gegeven deze omstandigheden, hoe
kan een land als Nederland samenwerken met Letland? Een goed voorbeeld van de mogelijkheden geeft
de in 1990 gesloten, breed opgezette
vriendschappelijke samenwerking
(jumelage) tussen de provincie Overijssel en Letland. Reeds in 1988, lang
voordat het IJzeren Gordijn verdween, zocht Overijssel naar samenwerking met een gebied in Oost-Europa. Op grond van een aantal
factoren zoals omvang, aard van de
bevolking en landschap werd uiteindelijk gekozen voor Letland.
In het kader van deze jumelage is inmiddels een groot aantal overeenkomsten gesloten, en is er sprake
van bemiddeling en coordinate op
het terrein van openbaar bestuur,
economic, energie, techniek, cultuur, landbouw, milieu, onderwijs,
sport en toerisme. De concrete projecten zijn vastgelegd in een aantal
gedetailleerde werkplannen. Hierbij
zijn contacten gelegd tussen overheden, bedrijven, organisaties en instellingen in Overijssel en Letland, en
worden plannen gemaakt voor een
provinciale vertegenwoordiging in
Riga. Contacten tussen de Universiteit Twente en de Overijsselse hogescholen met de Letse tegenhangers

landse steun en vooral buitenland-

hebben geleid tot samenwerkings-

se investeringen zullen hier de
drijvende kracht moeten zijn. In
Letland wordt voortdurend gewezen op de voor Westeuropese begrippen uiterst lage lonen, en het
redelijke opleidingsniveau van de
bevolking. Aan vraagstukken rond
de gewenste structuur van de herin-

overeenkomsten. Directe provinciale
steun werd ook geboden. Zo werd
in 1991 bemiddeld bij humanitaire
hulpverlening en werd/ 100.000 uitgetrokken voor steun aan de Letse
grafische industrie en de vrije pers.

als we gezien hebben beschikt de

dustrialisering komt men echter
nog nauwelijks toe .
Een probleem in het gehele voormalige Oostblok (en derhalve ook
in Letland) is het gebrek aan ervaring van de beleidsmakers. De herstructurering van het land vereist
professioneel inzicht in vaak zeer
technische zaken. De buitenlandse
handel bij voorbeeld, werd binnen
het Sovjetsysteem afgehandeld

indruk gegeven van de gigantische
problemen waarmee een klein land
als Letland geconfronteerd wordt.

We hebben gezien dat, op zich, de

nen op het Planbureau in Riga. Nu

moeten alle vraagstukken ten aan-

groot succes zijn als de Russische

zien van beleid en organisatie, zoals de vormgeving van het economische en monetaire beleid, de
methodische en statistische onderbouwing hiervan, en de organisatie
op de verschillende niveaus tegelijk worden aangepakt. Vaak blijken bij de besluitvorming dan politieke overwegingen het te winnen
van economische.

markt behouden zou blijven, en als
een regeling gevonden zou worden
voor de Russische leveringen van
grond- en hulpstoffen. De vooruitzichten hierop zijn evenwel niet gunstig. Verovering van de westerse
markten is vooralsnog niet haalbaar.
Toch heerst er op het ogenblik een
merkwaardig soort windstilte: de harde internationale concurrence is nog

• •n I
• I B Mii ;
iiH

enige goede voorbeelden te noemen. We spreken dan maar liever
niet over het genante nationale beleid inzake de vestiging van ambassades en andere vertegenwoordigin-

gen.
A.E. Steenge
G. Vaskis

Slotbeschouwing
Mogelijk heeft het bovenstaande een

privatisering de produktie in het
land niet verhoogt omdat het momenteel veel lucratiever is om in de
(tussen-) handel, en dan vooral in de
import-exportsfeer, bezig te zijn.
Hierdoor nemen de tekorten slechts
toe en dreigt een explosieve inflatie.
Op de korte termijn zou het al een

door een kleine staf van vier perso-

niet gekomen. Massale ontslagen zoals in andere Oosteuropese landen
zijn nog niet voorgekomen. Misschien is dit alleen een faseverschil,
omdat deze landen eerder werden
geconfronteerd met de internationale concurrentie. Misschien ook is dit
een van de redenen dat Letland, anders dan vrijwel alle omringende landen, nauwelijks etnische spanningen
kent tussen de verschillende bevolkingsdelen.
Voor de middellange en lange termijn geldt voor Letland precies hetzelfde als voor alle overige vroegere
centraal geleide landen. Nodig is eigenlijk een door westerse landen of
westerse organisaties opgezet langetermijnplan met een garantie van betaalbare energie en grondstoffen,
hulp bij het opzetten van een nieuw
produktieapparaat en verbetering
van de landbouw, en openstelling
van de westerse markten. We hebben het dan nog niet eens over zaken als de opbouw van de benodigde human capital en het aanpakken
van de milieuproblemen. Een dergelijke, aan het Marshall-plan herinnerende opzet zit er structured niet in.
In deze omstandigheden zijn lokale
of regionale initiatieven van groot
belang. Wat ons land betreft zijn er

A.E. Steenge is hoogleraar Algemene
Economic aan de Faculteit der Bestuurskunde, Universiteit Twente, Enschede.
G. Vaskis is hoogleraar Internationale
Economische Betrekkingen aan de Universiteit van Letland, Riga.

7. Zie Modris Smulders, Who owes whom?
Mutual economic accounts between Latvia and the USSR, 1940-1990, Riga, 1990.
Deze studie is tot stand gekomen met
steun van de Letse regering.

8. De Amerikaan Porter bij voorbeeld
heeft er in zijn recente boek The competitiveness of nations nog eens duidelijk op
gewezen dat lage lonen niet geschikt zijn
om als ‘trekker’ te fungeren voor een
evenwichtige ontwikkeling. Hiervoor zijn
geheel andere factoren nodig, zoals een
op elkaar afgestemd netwerk van sectoren, een stuwende binnenlandse vraag en
een goede economische orde.

Auteurs