Ga direct naar de content

Leeg begin

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: januari 13 1982

prof. Van Dam

begin

De dialoog tussen de arme en de rijke
landen heeft zich in de afgelopen twintig
jaar op een geconcentreerde wijze, achtereenvolgens in verschillende organisaties, voltrokken. In zo’n epicentrum
van het Noord-Zuidconflict vond conceptualisering van de relatie tussen de
arme en de rijke landen plaats, werden
onderhandelingen gevoerd en werd gepoogd om tot afspraken te komen.
In het begin van de jaren zestig lag het
zwaartepunt in de Economische en Sociale Raad van de VN (ECOSOC). Deze
Raad bestaat uit enkele vaste leden – met
name van de grote mogendheden – plus
een aantal leden van lidstaten die bij
toerbeurt worden gekozen. De belangrijkste bijeenkomst van de Raad vindt
jaarlijks plaats te Geneve. In de jaren
rond 1960 waren die bijeenkomsten
hoogtpunten van het filosoferen over en
het vorm geven aan het ontwikkelingsvraagstuk.
Toch waren de ontwikkelingslanden
niet tevreden met de gang van zaken.
Die ontevredenheid richtte zich met
name tegen de naar hun oordeel onvoldoende wijze waarop hun belangen op
commercieel terrein werden behartigd.
Zo vonden en vinden de onderhandelingen over handelsvraagstukken plaats
in het kader van de GATT (Algemene
Overeenkomst inzake Handel en Tarieven) en in deze organisatie is de invloed
van de ontwikkelingslanden beperkt. Dit
vloeit voort uit de procedures van het
GATT, die weging inhouden naar de omvang van de handel van de lidstaten.
Voor de ontwikkelingslanden was en is
die omvang relatief klein, vooral voor
eindprodukten.
In 1964 werd op aandringen van de
ontwikkelingslanden de UNCTAD (VNConferentie voor Handel en Ontwikkeling) opgericht. In de UNCTAD trachtten zij, in het bijzonder voor hun grondstoffenexport, een betere positie te
krijgen. In feite verschoof het accent van
de Noord-Zuiddialoog daarmee van de
ECOSOC naar de UNCTAD. Dit werd
bevorderd doordat de discussie in de
UNCTAD een steeds breder karakter
kreeg. Overigens waren de resultaten gering: de rijke landen waren niet bereid
zaken te doen in een organisatie waarin
de ontwikkelingslanden zich van een
permanente stemmenmeerderheid hadden verzekerd.
Het doodlopen van de UNCTAD
deed het zwaartepunt in 1969 verschuiven naar het voorbereiden van de VNstrategie voor het tweede ontwikkelingsdecennium. Deze strategic betrof het
hele scala van Noord-Zuidbetrekkingen.
ESB 13-1-1982

De formulering ervan vond plaats in een
periode van onbekommerde welvaart in
de westelijke landen en bereidheid om
aan een oplossing van hetarmoedevraagstuk in de derde wereld mee te werken.
In een samenspel tussen het secretariaat
van de VN, een commissie van onafhankelijke deskundigen en een commissie
van regeringsvertegenwoordigers werden teksten geformuleerd die in vele opzichten baanbrekend waren voor de
vormgeving van de Noord-Zuidbetrekkingen.
In het verlengde van de strategic werden in 1974 en 1975 speciale zittingen gehouden van de VN die aan de strategic in
tweeerlei opzicht uitwerkinggaven. Inde
eerste plaats werd door deze speciale zittingen een start gemaakt met een nadere
volkenrechtelijke invulling van de strategic. Deze invulling kreeg de vorm van
charters en codes. Op deze weg zijn aanzienlijke vorderingen gemaakt, hoewel
er nog veel losse einden zijn die op. afhechting wachten.
In de tweede plaats werd een programma voor een Nieuwe Internationale Economische Orde (NIEO) geformuleerd,
dat uit praktische maatregelen bestond
voor de verwerkelijking van de strategic.
Pogingen om dit programma tot realisatie te brengen hebben weinig resultaat
opgeleverd. Enerzijds was het programma te ambitieus gesteld, anderzijds keerde het getij in de wereldeconomie en
waren de rijke landen in steeds mindere
mate bereid om concessies te doen.
In 1975 werd een nieuwe poging gedaan om tot onderhandeling te komen.
Daartoe werd de Conferentie voor Internationale Economische Samenwerking
(CIES) bijeengeroepen. Deze conferentie vond plaats buiten het kader van de
VN, had een gelimiteerd aantal deelnemers en was crop gericht om voor een
beperkt aantal gebieden (zoals energie,
handel en monetaire zaken) tot een onderling samenhangend afsprakenpakket
te geraken. Dit laatste bleek moeilijk,

temeer omdat het westen en de belangrijkste OPEC-landen in feite geen afspraken voor de energiemarkt wilden,
waarmee een van de hoekstenen van de
CIES wegviel. Twee jaar duurden de besprekingen, het resultaat was nihil.
In 1977 ontstond er druk om de
Noord-Zuiddialoog terug te brengen
naar de VN en werd daartoe te New York
een Commitee of the Whole (COW) opgericht. Deze COW werd een debacle.
De willekeurige keuze van de in de COW
behandelde onderwerpen en de onduidelijke relatie ten opzichte van de gespecialiseerde organisaties van de VN, zoals het
Internationale Monetaire Fonds (IMF)
en de GATT, maakten vorderingen in
de COW onmogelijk Twee jaren werd
er vergaderd zonder dat enig substantieel
resultaat werd bereikt.
In 1979 werd er opnieuw een poging
gedaan om in het kader van de VN onderhandelingen te beginnen. Het zou een
,,New Round of Global Negotiations”
(NRGN) moeten worden die zich speciaal zou moeten richten op de vraagstukken van energie, handel, hulp en monetaire problemen. Het kenmerk van de
onderhandelingen zou moeten zijn dat
alle lidstaten van de VN eraan zouden
mogen deelnemen, dat de formule ,,one
country, one vote” zou gelden en dat
voor de vier genoemde terreinen een
„package deal” zou worden gevonden.
Aan de voorbereiding van de NRGN is
twee jaar gesleuteld, maar de conferentie
is nooit van start gegaan. De grote westelijke landen zijn niet bereid om vraagstukken die thuis horen in het IMF en
de GATT – waar zij een positie hebben
naar rato van hun macht op de betreffende terreinen – in New York te bespreken onder een NRGN-formule. Vooral
de VS voelen er niets voor, maar ook de
andere westelijke landen zullen, als puntje bij paaltje mocht komen, ongetwijfeld
hun melk optrekken.
De jaren 1975-1981 hebben met CIES,
COW en NRGN niets opgeleverd. Voor
1982 liggen er geen plannen meer op tafel
om tot onderhandelen te komen, afgezien van de continue besprekingen in organisaties als GATT en IMF. Een leeg
begin dus voor het nieuwe jaar.

31

Auteur