Ga direct naar de content

Kennis en dynamiek

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: september 16 1993

Kennis en dynamiek
In een internationaal concurrerende economic, waarin arbeid en kapitaal steeds mobieler worden, neemt
de speelruimte voor het voeren van een autonoom
nationaal macro-economisch beleid steeds meer af.
De rol van nationale overheden spitst zich toe op het
bieden van zo gunstig mogelijke vestigingsvoorwaarden, waardoor kapitaal en ondernemerschap worden
aangetrokken. Tot die vestigingsplaatsfactoren behoren een stabiele macro-economische omgeving, een
goed openbaar bestuur, een hoog opgeleide beroepsbevolking, een goede fysieke en sociale infrastructuur, een gunstig flscaal klimaat, goede collectieve
voorzieningen en een prettige woon- en werkomgeving.
Naarmate kennis een steeds belangrijker produktiefactor wordt en de internationale concurrentie zich
toespitst op het behalen van een technologische voorsprong, wordt de kwaliteit van de kennisinfrastructuur in het totale vestigingsplaatsprofiel steeds belangrijker. Goed onderwijs, een hoog opgeleide
beroepsbevolking, excellente onderzoeksscholen en
researchlaboratoria bepalen in toenemende mate de
positie van een land op de internationale welvaartsladder. In de Verenigde Staten hebben president
Clinton en vice-president Gore een groot technologieprogramma gelanceerd ter versterking van Amerika’s
economische groei. In Japan heeft de regering miljarden uitgetrokken om de kennisinfrastructuur fundamenteel te versterken. In Europa heeft commissievoorzitter Delors opgeroepen tot een gemeenschappelijke inspanning om niet achterop te raken in de
technologiewedloop. Hoe staat Nederland er voor?
Wat de kwaliteit van het onderwijs en het niveau
van de beroepsbevolking betreft, komt Nederland er
in internationale vergelijkingen in het algemeen niet
slecht af. Ook wordt er relatief veel in onderwijs en
onderzoek geinvesteerd. Toch zijn er zorgen. Het
Ministerie van Economische Zaken constateert dat
Nederland tempo verliest in de internationale technologiewedloop . De investeringen in R&D blijven achter bij die in landen als Duitsland, Zweden, Zwitserland en Frankrijk. Dit zou een oorzaak zijn waardoor
ons nationale inkomen per hoofd van de bevolking
al sinds het begin van de jaren zeventig is achtergebleven ten opzichte van andere EG-landen. Het Centraal Planbureau heeft al eerder gewezen op het ongunstige specialisatiepatroon van de Nederlandse
economic: te veel bulkgoederen en goederen met
een lage inkomenselasticiteit, te weinig produkten
met een hoge kennisintensiteit en toegevoegde waarde2. Dat is gevaarlijk omdat het concurreren op basis
van lage prijs en matige kwaliteit op den duur weinig
perspectief biedt. Blijkbaaf is er iets mis met de omzetting van ons kennispotentieel in toegevoegde
waarde. Nederland verspilt talent.
In deze ESB staat de vraag centraal hoe het maatschappelijke rendement van onderwijs en onderzoek
kan worden vergroot3. Uit het artikel van Kaiser,

ESB 15-9-1993

Vossensteyn en Van Vught blijkt, dat er aan de doelmatigheid van het hoger onderwijs nog veel valt te
verbeteren. Uit de bijdrage van Eelkman Rooda en
Holthof blijkt dat de technologische produktiviteit en
het commerciele rendement van R&D-inspanningen
kan worden opgevoerd. Uit de bijdrage van Bartels
blijkt dat de pogingen van de overheid om de kennisinfrastructuur te versterken en de kennistransfer te
bevorderen niet altijd even zinvol en doordacht zijn.
Uit de bijdrage van Theeuwes blijkt dat er te weinig
wordt geinvesteerd in training-on-the-job. Er valt,
met andere woorden, binnen de bestaande kaders
nog heel wat te winnen om de positie van Nederland
als kennisland te versterken en zo de nationale economic beter toe te rusten voor de internationale concurrentiestrijd.
De vraag is of dat voldoende is. De gebrekkige
omzetting van kennis in toegevoegde waarde heeft
ook dieperliggende oorzaken. Zij is te zien als onderdeel van een veel bredere Nederlandse problematiek
die ons ook op andere terreinen parten speelt. Ik bedoel het algemene gebrek aan dynamiek van de Nederlandse economic, die tot uiting komt in verstarde
beloningsverhoudingen op de arbeidsmarkt, kartelpraktijken op de goederenmarkt, een hoge mate van
inactiviteit, een gering aantal startende ondernemingen, een beperkte interesse voor technologische vernieuwing en een politick en maatschappelijk klimaat
dat het leveren van prestaties eerder ontmoedigt dan
beloont.
Wil Nederland zijn ambities op het terrein van
welvaart en werkgelegenheid blijven realiseren, dan
zal het niet alleen zijn aanwezige kennispotentieel beter moeten benutten, maar ook de voorwaarden moeten creeren voor een veel grotere maatschappelijke
dynamiek. Dat schept de beste kansen op een zo
hoog mogelijk rendement op menselijk kapitaal.
L. van der Geest

1. Zie Ministerie van Economische Zaken, Concurreren met
kennis, Beleidsvisie technologic, Sdu Uitgeverij, Den Haag,
1993.
2. Centraal Planbureau, Nederland in drievoud, Sdu Uitgeverij, Den Haag, 1992.
3. Dit was ook het centrale thema van een deze week door
het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen en Bureau
Bartels georganiseerde conferentie Onderwijs en onderzoek
als maatschappelijke investering, Scheveningen, 14 September 1993. Enkele artikelen in deze ESB zijn als inleiding op
de conferentie gepresenteerd.

Auteur