Ga direct naar de content

Jrg. 12, editie 617

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: oktober 26 1927

20 OCTOBER 1027

AUTEURSRECHT VOORBEHOUDEN.

Eco

nomisch~

Stati*stische

Benchten

ALGEMEEN WEEKBLAD VOOR HANDEL, NIJVERHEID, FINANCIËN EN VERKEER

ORGAAN VOOR DE MEDEDEELINGEN VAN DE CENTRALE COMMISSIE VOOR DE RIJNVAART

UITGAVE VAN HET INSTITUUT VOOR ECONOMISCHE GESCHRIFTEN

12E
JAARGANG

WOENSDAG 26 OCTOBER 1927

No. 617

INHOUD.

Blz.
Mededeelingen van de Centr. Commissie voor de Rijnvaart 938
DE SAMENSTELLING VAN DEN INDISCHEN VOLESRAAD III
(Slot) door
Prof. Di. E. Moresco ………………940
Handel en Bedrijf van Nederland in de eerste negen
maanden van
1927
door
W. G.
H. van der Zweep.. .. 943
De wereldproductie van Petroleum in het jaar
1927
door
Dr. W. Mautner ……………………….946
De Vergadering van de Vereeniging voor de Staathuis-houdkunde en de Statistiek door
Dr. W. L. Valk…. 950
BUITENLANDSOHE MEDEWERKING:
De beweegredenen voor de jongste Discontoverhoo-
ging in Duitachiand door
Dr. Konrad Mellerow’icz 952
AANTEEKENINGEN:
De verhooging van de rentetarieven door de Neder-
landsche Bank ……………………………
954
STATISTIEKEN EN OVERZIcHTEN …………….
954-960
Geidkoersen.

1
Bankstaten.

1
Goederenhandel.
Wisselkoersen.

1
Effectenbeurzen. 1 Verkeerswezen.

iNSTITUUT VOOR ECONOMiSCHE GESCHRIFTEN.
Algemeen Secretaris: Mr. Q. J. Ter pstra.

ECONOMJSCII.STATISTISCIIE BER1C 1/TEN.
COMMISSIE VAN ADViES.
Prof Mr. D. van. Blom; J. van liasselt; Jhr. Mr. L. 11. van Lennep; Mr. K. P. van der Maidcle;
Prof.
Dr. E. Moresco;
Mr. Dr. L. F. R. Regout; Dr. E. van lVelderen Baron
Iien.qcrs; Prof. Mr. E. R. Ribbius; Jan ,Schilthuis; Mr.
Q. J. Terp.stra, Prof. Mr. F. de Vric8.
Gedelegeerd lid:
Prof.
Mr. Dr. G. JIJ. Verrjn Stuurt.
Redacteur.Bec’retaris: S. Posthuma.

Secretariaat: Pieter de lloochweg 122, Rotterdmn.
Telefoon Nr. 3000. Postrekening 8403.

Abonnein.en.tsprijs voor het weekblad franco p. p. in
Nederland
f
20,—. Buitenland en Koloniën
f
23,— per
jaar. Losse nummers 50 cents. Leden en donateurs van het Instituut ontvangen het weekblad gratis.
De verdere publicaties van het Instituut uitgaande ont.
vangen de abonné’s, leden en donateurs kosteloos, voor zee-
ver daaromtrent niet anders wordt beslist.
Aangeteekende stukken: Bijkantoor Ruigeplaatweg.

24
OCTOBER
1927.

De goidmarkt was deze week weder zeer vast. Een
belangrijke ontspanning kan men, in aanmerking ne-

ine.ud ‘den naderen’den November termijn, moeilijk ver-
wachten; dat echter üiot aanbod van gold reeds nu nog
verder zou inkrimpen, had men over het algemeen
iiiet verwacht. Particulier disconto steeg tot boven
het banktarief. Voor 4
°
/
i6
pOt. was echter niet zonder
cenigo moeite te plaatsen, en verschillende geldgevers
wilden allen voor 4% pOt. opnemen. De prolongatie-
iento noteerde 4% â 4Y pOt. en call-gel’d steeg Woens-
(lag tot 5 pOt. Aan het einde der week kwam er voor
caligeld iets meer aanbod.

* *
*

l)c biniteulandscho uitzottingen van De Nederland-

sche Bank geven een niet onbelangrijken teruggang
te zien. De post binnenlan’dsche wissels ‘daalde van

f
:157,3 millioen tot t 156,2 millioen. De beleeningen
b]ijken met
f
15,2 millioen te zijn verminderd. Het
renteloos voorschot aan het Rijk liep met
t
1,1 mii-
lioen terug.

De goudvoorraad der Bank bleef vrijwel op dezelfde
hoogte. Het zilver nam met
f
300.000,— toe. De post
papier op het ‘buitenland klom met
f 5,1
millioen,

terwijl de diverse rekeningen op ‘de actiefzijde der

balans een stijging van t 18,4 millioen te zien geven.

Blijkbaar heeft de Bank dus in de afgeloopen week een aanzienlijk bedrag aan bui’tenlan’dsche valuta’s
aangekocht.

De biljetten-circulatie daalde van
f
814,1 millioen tot
f
806,1 milli’oen. De rekening-courant-saldi ver

toonen een vermeerdering van
f
13,6 millioen. Hot be-
schilobaar metaalsaldo verminderde met
f
900.000,—.
Het dekkings’percentage becli-aagt nagenoeg 49.

* *
*

De wisselmarkt onderging niet veel• verandering;
de handel was vrij levendig. Dollars liepen nog iets

terug, ‘daarentegen waren Poiiden tegelijkertijd iets
vaster 2,48%-2,48%, 12,10Y2-12,10%. De overige
wissels volgden bijna allen de beweging van den Dol-

larkoers. Alleen Marken ‘maakten een uitzondering.

Zeer vast geopend steeg de ‘koers tot 59,43 op Woens-
dag. Donderdag was ‘de ‘stemming echter geheel ge-
keerd, naar men zegt door aankoopen van den agent
der Da’wesregeling, en werd voor 59,34 afgedaan. Van
•de ‘speculatieve wissels was alleen Madrid in vrij sterke
hewgi’n’g 42,55-42,90, 42,12 %-42,R0. Oslo schom-
melde tussheu 65,20 en 65,50, terwijl )filaan vrijwel
zonder verandering ‘de ‘geheele wek voor 13,59 wer(l
veihnndeld.
* *
*

Bij de inschrijving op Scha’tkistpapier is ingeschro-
ven voor totaal
f
80.814.000,—; toegewezen werden
t
3.680.000,— drie-maands promessen ii.
f
988,90;
f
8.670.000,— zes-maands promessen â
t
977,65 en
t 46.922.000,— jaarbiljetten â
f 1002,10,
gevende een
rendement van ongeveer
45/,
4Iio
en
413
/i0
pOt.

Londen, 24 October 1921.
D0 toestand in de geidmarkt was verleden weok be-

slist veel ruimer dan in de Vorige weken het geval is
geweest, zoodat okin de eerste helft van de week
geld gemakkelijk was en de ,,oveimight moneys” tot
3Y4 1)0t. en lager terugliepen. Disconto, hoewel onveranderd in de n.oteoring vaic
4
°
/
16
voor 3-maands bankaceepten, had een zwakkere
tendenz onder den invloed van de verruiming in de
geidmarkt. lIet schijnt, ‘dat de Bank van Engeland

enkele posten wissels aangeboden heeft om te voor-
komen, dat disconto hier Jager genoteerd zoude worden.

De discontomarkt volgt met aandacht ‘den toestand op cle geidmarkt te Berlijn. De actie van ‘de Reiehs-

bank om haar koopprijs van goed op het minimum
terug te brengen maakte hier een goeden indruk, daar
‘de vrees
t
, dat de dru’k te Berlijn een minder gewensch-

ten invloed in Londen zou kunnen teweegbrengen,
daardoor verminderde. Blijkbaar is de actie van de
R.eichshank dus alleen op het ‘binnenland gericht en
niet om goud uit het buitenland aan te trekken.

938

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

26 October 1927

MEDEDEELINGEN VAN
DE
CENTRALE COMMISSIE

VOOR DE RIJNVAART.

ONTWERP-OVEREENKOMST, ENKELE KWESTIES
HET PRIVAATRECHT BETREFFENDE.
TEKST, OPGESTELD DOOR HET COMTITE IN DE”
ZITTING VAN 10 MAART 1927.

HOOFDSTUK 1.

Van de inschrij’ving.

Artikel 1..

De contracteerende Staten verplichten zich, overeenkomstig
hunne wetgeving openbre registers voor de inschrijving van
binnenvaartuigen aan te leggen.
De inschrijving der vaartuigen moet tën minste aangeven:
10
de plaats van inschrijving;
2° de letters en het nummer van inschrijving;
30
de naam of de zinspreuk van het vaartuig;
4
°
het materiaal, waaruit het yaartuig gehoud is;
5° het maximum laadvermogen of de waterverplaatsing,
volgens den meetbrief en tevens het nummer van den meet-
brief;
6
°
de naam, voornamen, het beroep en de woonplaats yan
den eigenaar. Artikel 2.

De wetgeving van eiken contracteerenden Staat bepaalt,
welke vaartuigen in zjjn openbare registers moeten of kunnen
worden ingeschreven en onder welke voorwaarden.
Elk der contracteerende Staten verplicht zich dQ noodige
maatregelen te nemen, opdat een vaartuig giet gelijktijdig
in twee bureau’s ingeschreven kan worden.

Atikel
3.

Elk vaartuig, waarop het voorafgaande artikel van toe-
passing
is
1),
moet ingeschreven worden. De verplichting om het
vaartuig te doen inschrijven, rust op den eigenaar van het
vaartuig.
Als het vaartuig aan dè voorwaarden van ininhi-ijving, vast-
gesteld. door de wetgeving van een enkelen contracteerenden Staat. vol doet, iioet het vaartuig op het bevoegde bureau van
dien. Staat ingeschreven worden.
Als het vaartuig aan de voorwaarden van inschrijving ,vast-
gesteld door de wetgeving van twee of meer contractê’erende
Staten voldoet, kan het vaartuig slechts ‘op het bevoegde
bureau van een dezer Staten ingeschreven worden. In dat geval
kan de eigenaar kiezen in welk land hij het vaartuig wil laten
inschrijven.

Artikel 4.

Als wijzigingen in de in het register vermelde gegeveis
plaats vinden of indien het vaartuig vergaat of onklaar geraakt,
moet daarvan een verklaring worden afgelegd op het bureau
•van inschrijving. De wet van het land van inschrijving be-
paalt, voor zooveel noodig, op wie. de verplichting rust deze
verklaring af te leggen.

Artikel 5.

Elk bureau van inschrijving heeft een doorloopende lijst van
nummers voorafgegaan door meerdere initialen van den Staat,
aangegeven door de bevoegde overheid.
De eerste van, deze letters is de beginletter van den naam van
den Staat, waar de inscirjving is geschied, te weten: B voor België, D voor Duitschiand, F voor Frankrijk, 1 voor Italië,
N voor Nederlami, C.H. voor Zwitserland.
Elke Regeering vervaardigt een lijst, waarop de andere
initialen zijn aangegeven. .
Deze lijst, evenals alle antiere wijzigingen, welke er later
op aangebracht worden, moet aan de andere contracteerende
Staten medegedeeld worden.

Artikel 6.

De vaartuigen moeten voorzien zijn, zoowel van de initiaJén
van het bureau, waar de inschrijving heeft plaats gehad, als
van hun insc}.frijvingsnummer.

Artikel 7.

De naam of de zinspreuk van elk vaartuig, evenals de plaats
van inschrijving moet worden aangegeven op den achtersteven
van het vaartuig. De letters en de nummers worden aan eiken
kant van den voorsteven van ht vaartuig aangebracht. -Een
en ander moet op een duidelijk leesbare wijze worden aange-
bracht en wel in letters, welke
!ninstens
8 cM. hoog en 12 mM.
dik – zijn. .

i) DiV ontwerp is overeenkomstig den tekst, voorgesteld dooi’
het redactie-comité met uitzondering van het cursief gedrukte,
dat aanvullingen of wijzigingen zijn, welke het Comité in
voltallige zitting in den tekst heeft aangebracht.

Artikel 8.

liet is verboden de namen, letters en nummers op dc vaar-
tuLgen op eenigerlei wijze uit te wisschen, te wijzigen, onher.
kenbaar temaken, te bedekken of te verbergen.

Artikel 9.

Indien een vaartuig is ingeschreven in een van de contrac-
teerende Staten kan het niet in een anderen Staat ingeschreven
worden, zonder dat in den eersten Staat de
inschrijving
1)

ongedaan gemaakt is.
De inschrijving in den tweeden Staat zal slechts geldig zijn
vanaf den dag, dat de inschrijving in den eersten Staat
oh-
gedaan gemaakt is.
Het bureau van inschrijving van den eersten Staat moet,
zoodra de inschrijving ongedaan gemaakt is, het bureau van
den tweeden Staat er mede in kennis stellen, onder mede-
deeling vanhet tijdstip waarop dit geschied is. Het certificaat
van de voorafgaande inschrijving wordt bij deze gelegenheid
ingetrokken.
Onder voorbehoud van cle bepalingen van artilcel
17, kan het bureau van:inschrijving van den eersten Staat zich niet ver-
zetten tegen het doorhalen van de inschrijving, dan onder toe-
passing van uitzonderingsm aatlegelen van algerneenen aard,
voorgeschreven door de wetgeving van dien Staat. Echter
kail het ongedaan maken der inschrijving niet geweigerd wor-
den als het vaartuig niet meer aan de voorwaarden van in-
schrijving van genoemden Staat voldoet.

Artikel 10.

De kapitein van eik vaartuig moet een certificaat van in-
schrijving, uitgereikt door de bevoegde overheid en aan het hoofd waarvan de naam van het bureau van inscip-ijving is
vermeld, bij zich’ hebben. –
Dit certificaat moet ten minste de in artikel 1 aangegeven
gegeëens bevatten;’de verdere wijzigingen der gegevens, welke’
zijn aangegeven; moeten vermeld worden in de gevallen,
vermeld in artikel 4.
Het oorspronkelijke certificaat kan vervangen worden door
een door de bevoegde overheden te verstrekken duplicaat.

Artikel 11.
Zijn bevoegd voor het instellen van een
vervolging
en het
nemen van.’ strafmaatregelen:
1° wat betreft de overtredingen van artikel
3,
de overheden
van de plaats of plaatsen, waar de eigenaar het vaartuig
volgens dat artikel moet of kan laten inschrijven;
,2
0
wat betreft de overtredingen van artikel 4, de overheid
van de.’plaats der inschrijving;
30
wat betreft de overtredingen van de artikelen 6, 7, 8 en
10 de overheid van de plaats waarde overtreding is vastgesteld.
In de gevallen genoemd onder.1° en 2° en als de overtreding
vastgesteld is in een anderen contracteerenden Staat, moet de
overheid van dezen Staat de noodige maatregelen nemen om
de vervolging en de bestraffing door de bevoegde overheid,
overeenkomstig de bepalingen der genoemde nummers, te
verzekeren.
Artikel 42.

De verplichting voorzien bij artikel
3
heéft geen betrek-king op:

.
1° pleiziervaartuigen;
2° vaartuigen met een waterverplaatsing van minder dan 20 met, ton hij de grootste inzinking toegelaten volgens de
reglementen’ op de verschillende waterwegen, welke het schip
zal bevaren;

3° in aanbouw zijnde vaartuigen;
4° de vaartuigen, welke nog niet in een contracteerenden
Staat ingeschreven zijn en welke zich begeven van het land, waar ze gebouwd of aangekocht zijn, naar het land, waar zij
ingeschreven moeten worden.
Zoodra één der hierboven aangeduide vaartuigen ingeschreven
is, worden de bepalingen van deze overeenkomst van toepassing.

HOOFDSTUK II.

Van het eigendom en het vruchtgebruik.
Artikel 13.
De verkrijging onder de levenden van het eigendomsrecht
op een vaartuig wordt door de wetgeving van den contrac-
teerenden Staat, waar het vaartuig ingeschreven is, geregeld.
:[n geen enkel opzicht wordt fgeweken van de steeds ge.
volgde regels in de contracteerende Staten wat betreft de wet,
toepasselijk op de verkrjgingen bij overlijden. Echter kan de
wet van het land van inschrijvieg voorzien dat het eigendom,
verkregen door de erfgenamen en legatarissen, om er zich
tegenover derden op te kunnen beroepen, in de openbare
registers aangeduid in artikel 1, ingeschreven moet wörden.

Artikel 14.
De bepalingen van het voorgaande artikel zijn toepaseljk
op het vruchtgebruik.

.

26 October 1927

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

939

HOOFDSTUK III.

Van de
II
ypotheek.

Artikel 15.

De hypotheken, volgens de wettelijke voorschriften van
den contracteorenden Staat, waar het vaartuig is ingeschreven,
gevestigd en ingeschreven in de openbare registers van dien
Staat, aangeduid in artikel ], zijn geldig en worden geëerbiedigd
in alle overige contractecrende Staten.

Artikel 16.

De hypotheken, aangeduid in het vorige artikel, hebben in
alle contracteerende Staten dezelfde rechtsgevolgcn, in geval
van verkoop, als in het land van inschrijving.
Als echter de procedure van zuivering of eenig ander daar.
mede gelijk te stellen rechtsgevolg niet in het land, waar het
vaartuig zich bevindt, kan plaats hebben, omdat de wetgeving
van dat land een en ander niet geregeld heeft, worden de inge.
schreven rechten niet gedelgd, zoolang deze procedure niet
volgens de wetteij kc voorschriften in een der contracteerende
Staten is geregeld.

Artikel 17.
De inschrijving van een vaartuig bezwaard met hypotheken, kan niet zonder toestemming der overige hypothecaire schuld-
eischers van de registers van een contracteerenden Staat op de registers van een anderen Staat worden overgedragen, in
geval van toestemming worden de hypothecaire inschrijvingen op ambtelijke wijze op de registers van het land van de nieuwe
inschrijving overgebracht. De rechtsgevolgen zijn dan onder.
worpen aan de wet van dat land.

HOOFDSTUK IV.

Van den gedwongen gerechteljken verkoop.

Artikel .18.

In geval van inbeslagneming van een vaartuig, ingeschreven
in een der contracteerende Staten, wordt de procedure geregeld
door de wet van de plaats, waar een en ander plaats heeft.
De inbeslagneming wordt binnen vijf dagen betcekend aan de
overheid van de plaats van inschrijving, belast met het houden
der registers, waarin de hypotheken worden ingeschreven.
De overheid geeft er kennis van aan de ingeschreven schuld-
eischers.
Artikel 19.

Elke gedwongen verkoop wordt, op straffe van n.ietigver-
klaning, minstens een maand voor de openbare veiling, aan de
overheid genoemd in voorgaand artikel, beteekend. Deze stelt
er de hypothecaire schuldeischers mee in kennis.
i)e gedwongen verkoop heeft plaats overeenkomstig de wet
van de plaats van verkoop; zij draagt het eigendom over en
doet de ingeschreven hypotheken teniet, niettegenstaande
eventueel afwijkende bepalingen van de wet van het land van
inschrijving. Artikel 20.

De prijs van toewijzing wordt, overeenkomstig de regels
van procedure van de wet van de plaats van inbeslagneming,
aan de schuldeischers verdeeld, rekening houdend met den
rang, die hen overeenkomstig de regels van de overeenkomst
toekomt.
Artikel 21.

De overheid van het land van inschrijving moet overgaan tot
het doorhalen der hypotheken, op vertoon van een expeditie
van de akte van toewijzing.

HOOFDSTUK V.

Van de Voorrechten

Artikel 22.

J)e navolgende inschulden kunnen voorrecht geven boven een hypotheek op een binnenvaartuig: 10
de gerechtskosten, de bijzondere en openbare belastingen,
verschuldigd, ten gevolge van het varen van het vaartuig,
de bewakings- en bewaringskosten;
2° de gage van den kapitein en het scheepsvolk vanaf de
laatste aanmonstering maar ten hoogste voor een tijdstip van
zes maanden;
3° de schadevergoedingen voor redding en huipverleening;
4° de schadevergoedingen verschuldigd aan een ander
vaartuig, aan zijn lading, aan zijn scheepsvolk of aan zijn
passagiers, ten gevolge van een aanvaring of eenig ander
ongeluk veroorzaakt door een navigatiefout van het vaartuig.

Artikel 23.

De inschulden, betrekking hebbende op eenzelfde reis, zijn
bevoorrecht volgens de in artikel 22 opgesomde volgorde. De inschulden, gerangschikt onder hetzelfde nummer, zijn

dncurrent en worden, ingeval van ontoereikendheid van den
1*ijs, naar evenredigheid voldaan.
De inschulden onder
30
wonden bij voorkeur betaald in de
omgekeerde volgorde van de data, waarop
zij
ontstaan
zijn.
De inschulden, op eenzelfde gebeurtenis betrekking hebbend,
worden geacht, van denzeifden datum te zijn.

Artikel 24.

De bevoorrechte inschulden van de laatste reis hebben de
voorkeur boven die van de voorafgaande reizen.
De inschulden echter, welke het gevolg
zijn
van een enkel
aanmonsteringscontraet, (lat betrekking heeft op verschillende
reizen, komen allen in denzeifden rang met de inschulden der
laatste reis.
Artikel 25.

De bevoorreehte inschulden vervolgen het vaartuig in welke
handen het zich ook bevinde.

Artikel 26.

De voorrechten op het vaartuig gaan teniet, behalve in de
andere gevallen voorzien door de nationale wetten,
bij
het
afloopen van den termijn van een jaar, te beginnen hij de
opeischbaarheid van de inschuld.
Echter, onder de gevallen van het tenietgaan, voorzien door
de nationale wetten, vernietigt de verkoop de voorrechten
alleen dan als zij is vergezeld van de formaliteiten van open.
baarheid, voorzien bij artikel 19.
De termjjn loopt, wat betreft de voorrechten, die een waar-lorg vormen voor de bonen voor hulp en redding, te beginnen
bij den dag waarop de handelingen een einde hebben genomen
en wat betreft het voorrecht dat een waarborg geeft voor de
schadevergoeding wegens aanvaring en voor de overige schade-
vergoedingen, bedoeld in No. 4 van art. 22, te beginnen bj
den dag waarop de schade is veroorzaakt. De gronden van de opschorting en de onderbreking van de
bovenomschreven termijnen worden bepaald door de wet, geldend voor de rechtbank bij welke de zaak aanhangig is
gemaakt.
Artikel 27.

Behalve wat is voorzien door de overeenkomst, zijn de voor-
rechten vastgesteld door 11e voorgaande bepalingen aan geen
enkele formaliteit, noch aan eenige bijzondere bewijsregelen,
onderhevig.
Artikel 28.

De voorgaande bepalingen zijn van toepassing op vaartuigen
geëxploiteerd door een reeder, niet-eigenaar of door een hoofd-
bevraehter, behalve wanneer blijkt, dat het eigendom dooi: een ongeoorloofde daad aan don eigenaar onttrokken is en wanneer
bovendien de sehuldeischer te kwader trouw is.

Artikel 29.

De bepalingen van Hoofdstuk V worden in eiken eontrac-teerenden Staat toegepast, als het bezwaarde vaartuig in een
contracteerenden Staat wordt ingeschreven.
ALGEMEENE BEPALINGEN.

Toe te voegen aan de overeenkomst.

Artikel A.

Deze Overeenkomst is niet van toepassing op: 10
oorlogsvaartuigen;
2° vaartuigen toebehoorende aan een openbare adinini-
str,tie en niet voor een handelsdoe] gebruikt wordende.

Artikel B.

De Staten, wier tegenwoord ige wetgeving niet van dien aard
is, dat de uitvoering van deze overeenkomst kan worden ver-
zekerd, zullen de daartoe noodige maatregelen treffen en straf-
bepalingen uitvaardigen.

Artikel C.
Met het oog op de toepassing van deze overeenkomst zijn
de rechtbanken, de inschrijvingsbureau’s en de administratieve
en iechterlijk bevoegde overheid der eontracteerende Staten
bevoegd om rechtstreeks onderling briefwisseling te voeren.

Artikel D.
De contracteerende Staten verplichten zich om eikander
onderling de wettelijke of reglementaire maatregelen, welke
door ieder van ijen ‘zullen genomen worden ten einde de uit.
voering van deze overeenkomst te verzekeren,
benevens de lijst
der autoriteiten, belast met het houden der registers, voorzien bij
deze overeenkomst,
mede te deden.

Artikel E.
Geen van de artikelen van deze overeenkomst mag op zoo-
danige wijze uitgelegd worden, dat daardoor verplichtingen
worden opgelegd of rechten worden voorbehouden, welke
onvereenigbaar zijn met het stelsel der internationale water-
wegen.

90′

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

26October1927

Artikel F.

GESCHILLEN.

(voorbehouden)

SLOTPROTOCOL.

ad
artikel 2, alinea 2.

Het is wel te verstaan, dat het bepaalde in alinea 2 van ar:
tikel 2 geen belemmering mag vormen voor het aanleggen van
centrale registers, waarin de inschrijvingen plaats hebben.

ad artikel 12, alinea 2.

De contracteerende Staten behouden zich het recht voor om op het oogenblik van onderteekening van deze overeenkomst te ver-
klaren, dat zij op hun grondgebied niet de toepassing van een
andere dan de nationale wet, wat betreft het eigendom, het vrucht-
gebruik, de hypotheken en den gedwongen verkoop van in aanbouw
zijnde vaartuigen, zullen erkennen. De contracteerende Staten,
welke een dergelijke verklaring niet afleggen, kunnen in hunne
betrekkingen met de Staten, welke een dergelijke verklaring wel
afgelegd hebben, daarvan gebruik maken.

ad artikelen 13 en 15.

Het is wel te verstaan, dat de bepalingen van artikel 13,
ahnea 2 en van artikel 15 geen belemmering vormen tot het
houden van verschiliende registers voor de inschrijving en de
openbaarheid der rechten, op voorwaarde dat er overeenstem-
ming is tussehen deze verschillende registers.

ad artikel 15.

Onder hypotheken in den zin dezer overeenkomst verstaat
men eveneens de pandrechten ingeschreven op ingeschreven
vaartuigen, evenals ….

ONTWERP-OVEREENKOMST BETREFFENDE DE
AANVARING.

Tekst aangenomen in eerste lezing.

Artikel 1.

De contracteerende Staten verplichten zich om in hunne
nationale wetgeving de navolgende bepalingen, betreffende
de vergoedingen, verschuldigd ter zake van schaden toege-
bracht aan schepen en aan zaken bf personen, die zich aan
boord bevonden, op te nemen.

Artikel 2.

Wanneer de aanvaring is toe te schrijven aan toeval, wanneer
ze veroorzaakt is door overmacht, of wanneer twijfel rijst
omtrent de oorzaken der aanvaring, wordt de schade gedragen
door hen aan xvie ze is opgekomen.
Deze bepaling blijft toepasselijk ook in geval de schepen
of én daarvan tijdens het ongeval voor anker liggen.

Artikel 3.

Indien de aanvaring is veroorzaakt door de schuld van én
der schepen, komt de vergoeding der schaden ten lastc van
het schip dat de fout heeft begaan. –

Artikel 4.
lii geval van schuld van wederzijde is de aansprakelijkheid
van elk der schepen evem-ecig aan het gewicht der wederzijds
begane fouten; wanneer evenwel die verhouding, uit de om
standigheden niet kan worden afgeleid, of wanneer de fouten
tegen elknnder schijnen op te wegen, wordt de aansprakelijk-
heid gelijkelijk gëdeeld.
De schade toegebracht aan schepen, hetzij aan hunne la-
dingen, hetzij aan bagage of andere goederen der bemanningen,
passagiers of andere personen die zich aan boord bevinden,
worden in hovengemelde verhouding gedragen door de schepen
welker schuld ze heeft veroorzaakt., zonder hoofdelijkheid ten
aanzien van derden.
De schuldige schepen zijn hoofdelijk aansprakelijk ten aan-
zien van derden voor schaden, veroorzaakt door dood of ver
:

wonding, behoudens recht van verhaal voor dat, hetwelk een
grooter deel betaald heeft dan het, overeenkomstig het eerste
lid van, dit artikel, dragen moet. Aan de nationale wetgovingen wordt overgelaten, voor wat
dit verhaal betreft, de draagwijdtc en de gevolgen vast te
stellen van de contractueele of wettelijke bepalingen die de
aansprakelijkheid der rceders bpperken ten aanzien van de
zich aan boord bevindende personen.

Artikel 5.

])e in de voorgaande artikelen vastgestelde aansprakelijkheid
blijft bestaan ingeval de aanvaring is veroorzaakt door de
schuld van een loods, ook al is het gebruik van dezen ver1licht.
Artikel 6.

De rechtsvordering tot vergoeding van schaden ten gevolge
van aanvaring geleden is niet afhankelijk van eenig protest
of eenige andere bijzondere formaliteit.

Met betrekking tot aahsprakelijkheid voor aanvaring bestaan
geen wettelijke vermoedens omtrent schuld.

Artkel 7..

De echtsvorderingen tot schadevergoeding evenals de
vorderingen tot verhaal, toegelaten bij het derde lid van artikel
4 verj aren in één jaar.
De termijn loopt voor de ïechtsvrderingen tot schadever-
goeding vanaf den dag van het voorval; voor de vorderingen
tot verhaal loopt de termijn van den dag der betaling af.
De gronden voor schorsing en stuiting’ dezer verjaringen
worden bepaald door de wet van het gerecht, voor hetwelk de
vordering wordt aangebracht.
De hooge verdragsluitende partijen behouden zich het recht
voor als opschortingsgrond voor de hierboyen gestelde ter-
mijnen in hare wetgevingen op te nemen het feit, dat op het
schip, welks schuld wordt beweerd, niet is kunnen worden
beslag gelegd binnen de territoriale wateren van den Staat, in
welken de eischer zijn woonplaats of den hoofdzetel zijner
onderneming heeft.
Artikel 8.

Na eene aanvaring is de kapitein van ieder der in aanvaring geweest zijnde schepen gehouden om, voor zooverré hij zulks
kan doen zonder ernstig gevaar voor zijn schip, zijne bemanning
en zijne passagiers, hulp te verleenen aan het andere schip en
deszelfs bemanning en passagiers.
Hij is, evenzeer binnen de grenzen van het mogelijke, ge-
houden om aan het andere schip op te geven den naam van
zijn eigen schip en de haven waar het thuis behoort, alsmede de
plaatsen vanwaar het komt en waarheen het gaat..
De reeder is ter zake van de enkele overtreding der voor-
gaande bepalingen niet verantwoordelijk.

Artikel 0.
De hooge verdragsluitende partijen, welker wetgeving tegen
overtredingen van het voorgaand artikel geen straf bedreigt,
verbinden zich om cie maatregelen, noodig tot het straffen van
zulke overtredingen, te nemen of aan hare wetgevende lichamen
voor te stellen.
De hooge verdragsluitende partijen zullen zoodra mogelijk
elkander mededeeling doen van de wetten en reglementen,
welke ter uitvoering van vorenstaand voorschrift in hare
Staten. reeds gemaakt mochten zijn of alsnog gemaakt mochten
worden.
Artikel 10.

Onder voorbehoud van wat later mocht worden overeenge-komen, maken de bepalingen van dit verdrag geen inbreuk op
de regelen omtrent de beperking der aansprakelijkheid (Ier
reeders gelijk die thans in ieder land gelden, noch ook op dc verplichtingen uit de vervoerovereenkomst of welke, andere
overeenkomsten ook voortvloeiende.

Ai-tikel 11.

Dit verdrag is mede van toepassing op dc vergoeding van
schaden, die, hetzij door het uitvoeren of nalaten van een
manoeuvi-e, hetzij door niet-naleving der reglementen, een
schip heeft toegebracht, zoowel aan een ander schip als aan de
zich aan boord daarvan bevindende zaken of personen, zelfs
dan als er geen aanvaring had plaat’s gevonden.

Artikel 12.

In den zin van deze overeenkomst worden vlotten gelijk-
gesteld met schepen.

DE SAMENSTELLING VAN DEN

INDISCHEN VOLKSRAAD.

III
(Slot).

In het vorige artikel is eraan herinnerd, ‘dat de
Volkaraad, toen de wet op de staats’inrichting in ibe
hauclelin g ‘kwam, krachtens den algemeenen ‘maatre-

gol van 11 October 1920
i)
buiten den voorzitter
ho-

stond uit 48 leden, waarvan 20 Inlanders. Do overige
leden waren niet verdr in ‘groepen onderscheiddri;

de Minister die ‘de wet van 1916 verdedigde en uit-
voerde, had, bewu’st of onbewust, aanvaard de natio-
rialistisehe :in.deeling in ,,sini” en ,,sana”, iniieemsch

en uit.heomseh, tot welke laatste groep Nederlanders

en Frarrsohen, Ohineezen en Arabieren, zonder onder-
scheicl (mibs Nederlandseli onderdaan) werden ge-

rèkend.

1)
End. Staatsbi. 776. In liet vorig artikel is hij vergissing
aiuige.haald 4e alg. maatregel ‘ van 24 Maart 1921 (md.
Staatsbi. 309).

26 October 1927

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

941

.Uet min isterieel ontwerp, (lat h 1925 in behande-

iiiig kwam, bedoelde te geven: aan ‘de .l,nheemschen

30, aan de Nederlanders 25, aan de Ijitheemschen 5,

van de 60 ‘zøtels
2)•
Het voorstel wilde dus aan de drie

groepen 50,
412/3
en 813 percent der zetels geven;

de Volksraad bestond op dat oogenbli.k uit 20 in-

lander, 25 Europeanen en 3 Ohineezen, derhalve

onderscheidenlijk 41I3, 52’112 en 6/4 percent. Ofschoon

‘de ‘grenslij non der nieuwe groepeering eenigszins van

die der oude verschilden en men dus niet kan zeggen,

dat de Neclerlandsc’he groep van ruim 52 tot beneden

42 percent werd teruggebracht, was de praktische be-
teekenis van ‘het voorstel ongetwijfeld, dat de Neder-
landsche invloed in vrij belangrijke mate werd ver-

minderd.

J)aartegen ging het verzet dat tot het amendement-]?eber leidde, weiks aan neming de cijfers bracht op:
25 Inheemschon, 30 Nederlanders, – 41213 en 50 per-

cent. Voor de Ïnheemschen derhalve hetzelfde per-

centage dat aan ‘de ,,Ïnlanders” der oude regeling toe-

kwam, voor de Nederlanders iets minder dan het in

den Volksraad van 1921 en ’24 aan de Europeanen

toegewenene.

Met nadruk moet nogmaals op deze
cijfers
gewezen

worden, omdat nog bij’ velen de irdruk bestaat, dat het

ain. -Faber niet enkel de door de •Regeerin.g nieuw

voorgestelde, maar ook de tot dusver feitelijk be-
staande verhoudingen ten nadeele van de inheemsche
groep heeft gewijzigd. Die ten eenen male onjuiste
indruk, ook ‘blijkend uit het feit dat men de thans

aanhangige wijziging wel aanduidt als strekkende tot
,,herstel’ van do door ‘het am.-Fber verstoorde ver-
houdingen, is gewekt door de in het vorig artikel
besproken Regeerin gsniededeeling.

Geheel ten onrechte duidde de Memorie van Ant-

woord aan de Eerste Kamer de door de Tweede
Kamer genomen beslissing dan ook aan als een ,,ver-
‘mindéring van den invloed van het inheemsche ele-
mont” en evenzeer ten onrechte aanvaardde een der
leden (Mr. Slingenherg) deze aanduiding om daarop

•de bewering te gronden, dat de wet dientengevolge
tot een ,,hoon jegens do inheemsche bevolking” was
geworden. Inderdaad was er niet alleen geen sprake
van vermindering van inheemschen invloed, maar de bepaling, dat de gekozen inheemscho leden voortaan

niet meer door alle (in meerderheid Europeesche)
leden do.r locale raden, doch enkel door ‘de inheemscho
leden dier raden zouden worden aangewezen, maakte,
dat ‘de wet in werkelijkheid een vermeerdering van
inheemschen iirvloed beteekende.
Wat de Tweede Kamer deed, was niets anders dan:

weigeren om, tegelijk met een belangrijke uivbreiding der ibevoegdlioid van ‘den V•olksraad, een nieuwe re-
geling van zijn samenstelling te aanvaarden, die noch
in Indië, noch in Nederland ‘met eenig behoorlijk
argument verdedigd was, en zelfs nauwelijks, en dan
nog uitsluitend met eenige niet toepasselijke cijfers
en een onjuiste verwijzing naar de Grondwetaher-
zi ening, was toegelicht.
:hi de Tweede Kamer (waar sociaal- en vrijzinnig-
democraten op dat oogenblik systematisch zwegen) is
weinig over de zaak gezegd, in de Eerste iets meer,
maar ook daar is geen werkelijk debat gevoerd; blijk-

baar stond ‘de beslissing toen reeds vast. De toelich-
ting tot het am. F’eber luidde: ,,Naar het oordeel van de ‘ondergeteckenden brengt de leidende positie van
Nederland mede, dat deze ‘wet een Nederlandsche
meerderheid in den Volk’sraa’d verzekert”. Terloops
.worde opgemerkt, dat het
cijfer
van minstens 30 Ne-
derlanders volstrekt geen meerderheid ,,verzkert”; immers als de voorzitter geen Nederlander is (‘wat
mogelijk is) is er geen Nederlandsche meerderheid.

2) De ‘tekst
sprak
van ,,’ten minste 25″ en ,,ten ‘hoogste
5′
voor de beide Jaatste groepen, omdat er wellicht geen
5
Uitheemsehèn te vinden aouden zijn. Gemakshalve houd
ik
mij aan de eerstgenoemde cijfers, die ook in de prak-
tijk
gehandhaafd ‘zijn.

Manr ‘do toelichting en ook de mondelinge verdedi-

ging van het ‘amendement gaf in elk geval duidelijk

blijk van het besef, dat er een zeker verband behoort

te ‘bestaan tusschen de positie van Nederland in indië

en het aantal Nederlanders in den Volksraad en hier-

op ‘komt het aan. Is zulk een verband noodig? Ik
meen van wel.

Wanneer de leiding van de ‘openbare zaken en die

van het wetenschappelijk en ‘bedrijfsleven, zooals thans

het ‘geval is, voor het overgroote deel in handen van

Nederlanders is, zood’at de verdiensten en gebreken

van die leiding in hoofdzaak aan de NederlaxidsciLe

groep moeten worden toegerekend, en wanneer dan

de taak om kritiek op het regeerbelei’d te oefenen, be-

grootingen en regelingen mede vast te stellen, wordt

opgedragen aan een lichaam, waarin •de niet-NodeN

land’sche groepen de meerderheid hebben, dan ontstaat

een tegenstellin’g, die ‘aan de samenwerking tusschen
vertegenw’oordigend lichaam en Regeering onover.ko-

melij’ke hin’derpalen in den weg moet leggen.

Die samenwerking wordt onder alle omstandighe-
den reeds bedreigd door het verschil in oorsprong

tusschen Regeering en vertegenwoordiging. Kan on-

der parlementaire instellingen elk conflict zijn oplos-

sing vinden doordat beide van geljken oorsprong
zijn, ‘beide in laatsten aanleg wortelen in den volks-
wil, zoodat een ‘beroep op de kiezers eiken strijd op

regel’ma’ti’ge wijze kan heslechten, – onder de werking

van instellingen als in Ned.-Indië en gelijksoortige
landen bestaan, ontbreekt zulk een uitweg: de verte-
genwoordiging komt, ‘deels door indirecte verkiezingen,

deels ‘door benoeming, voort uit de groepen waarin
zich politieke meeningen zijn gaan vormen, – de

Regeering daarentegen ontleent haar gezag aan be-
noeming door de Kr’oon, d.w.z. aan het vertrouwen
cl oor het rnoedei-lan’dsohe Parlement in ‘de moederland-

.sohe Regeerin.g gesteld. Conflicten ‘brengen dit ver-
schil in oorsprong telkens tot uiting; de Indische

staatsregeling draagt de beslissing op aan de Kroon
(voor wetgeving) of ‘aan Staten Generaal en Kroon
te ‘ramen (voor begrootingsza’ken). Maar het is ‘duide-
lijk, ‘dat ‘het inroepen van dië beslissing uitzondering
moet blijven, wil men ‘de goede werking der vertegeil-
woordigende instellingen, in welker onwikkeling

voorshands ‘de eenige hoop op groei van zelfbestuitr
ligt, niet in gevaar ‘brengen. Wanneer in vraagstuk-

ken van groote ‘principieele beteekenis, bijv. de open-
deur politiek jegens het ‘buitenland, vrijhandel of lie-
‘scherming, munteenheid met Nederland, schoolsisb-
si’dieering, – in den Volksraad een ‘bepaalde overtui-

ging tot uiting komt, dan is het gewensc’ht, dat de
Regeering die als i-ichtsnoer kan aanvaarden en niet

haar veto of ‘beroep op de Kroon moet aanwenden om
maatregelen, die zij verkeerd ‘acht, tegen te houden,

of maatregelen, ‘die zij’ noodig acht, door te zetten.
Immer’s ‘het gaat dan niet om een enkele strjdvraag,
die met één ‘beslissing van ‘de baan is, – het verschil
van inzicht ‘komt telkens weer op en moet telkens
weer met het exceptioneele middel van veto of beroep
worden beslecht.

Nu kan men uiteraard niet ‘hopen, en ‘behoeft men

ook niet te hopen, dat de Volksraad op ‘den duur in

al die vraagstukken de tot dusver gevolgde gedrags-
lijnen zal goedkeuren en al wat van Regeeringswege
wordt voorgestel’d zal aanvaarden. M’aar het zou au-
derzijds noodlottig zijn,
als
de eischen van continuï-
teit en gelei’delijkheid uit het oog werden verloren

en de meerderheid van ‘den Vol.ksraad op al dergelijke
punten on’vet-wijl’d een geheel nieuwe ‘gedragslijn ging

eischen. En dit zal naar ‘alle waarschijnlijkheid ge-
beuren, als die ‘meerderheid voortkomt uit de groep, die nog weinig of geen leiders van ‘bedrjfs- of open-
baar leven ‘heeft opgeleverd. In de Nederlandsche

groep ‘kan de ‘kritiek niet. licht ‘zoo geheel en al nega-
tief worden, in de inheemsche is het gevaar daartoe
veel ‘grooter, ook al ‘blijven daarin steeds eenige regen-

ten of oud-regenten zitting ‘houden, die geleerd heb-

942

S

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

26 October 1927′

ben, gezag en verantwoordelijkheid te dragen. En heb-

ben de inheemsc’he leden de meerderheid, dan vor’dm

zij niet enkel door den aandrang •van radicale natie-

.nalisten aangezet, maar door hun machtspositie als

het ware gedwongen, zich op elk punt. ‘tegenover het

bestaande en historisch gewordene te istellen, de door

de mogelijkheden gestelde grenzen te miskennen en

conflicten te scheppen.

Dat gevaar vermindert in dezelfde mate als het in-

heemsche aandeel in het positieve werk grooter wordt.

Of dat spoedig ‘ook in wetenschap, handel en bedrijf

het geval ‘zal zijn, is niet te zeggen, maar er
zijn
wel

aanwijzingen, ‘dat in de meeste am’bten, die tot dusver

uitsluitend of voor .het meeren’deel door Nederlanders

werden bezet, I’nlande’rs een steeds groeiend aantal

plaatsen zullen innemen, zoodat zij ook meer ambtelijk

gezag en verafftwoordelijkheid zullen gaan dragen.

Dëze ontwikkeling aal gepaard gaan met ‘de verdere

uitvoering van decentralisatie en bestuursheiworning,

‘die een deel ‘der o’verhei’dstaa’k in ‘handen van meeren-

‘deels inheemsc’he colleges zullen leggen. Beide facto-

ren zullen de tegenstelling tusscheu het ‘kritische, in-heemsche, eenerzijde, ‘het ‘positieve, Nederlandsche,

anderzijds, verzachten en samenwerking der beide ele-

menten in ‘den Volksraad ‘bevorderen.

Voorzichtigheid is in deze te meer noodig omdat

niemand nog met eenige waarschijnlijkheid ‘kan voor-

spellen, wat de praktische uitwerking van ‘de nieuwe

regelingen zal zijn. Met ‘de ervaring omtrent de wet

van 1916 voor oogen, laat het zich denken, ‘dat ‘zij: op

een wijze worden toegepast, die den Volksraad (en

zijn emanatie, het College van Gedelegeerden) prak-
tisoh een ongeveer gelijke mate van invloed •geeft als

aan een parlement, zoodat het ‘geheele bestuur in den

geest en naar de uitspraken van den Volkisraad ge-
voerd ‘wordt, de departementsleider’s enkel een zekere

mate van technisch gezag behouden, doch niet duur-

zaam ‘buiten de door het college aangegeven richtlij’-

nen kunnen gaan, tenzijî dan in za’ken van z66 prin-

cipieelen aard, dat de G. G. ‘bereid is daarvoor van zijn

recht van veto en van beroep op ‘de Kroon gebi-uik te
maken. Het kan ook anders loopen. Maar hoe het oo’k

loopt, het zal eenige Volksraadpe’rioden duren eer

‘men
weet
wat de praktische bo’teekenis ‘der nieuwe

staatsregeling is. Daarom dient men eenige van die

‘perioden te laten Voorbijgaan eer een nieuwe herzie-
-ning in overweging wordt. ‘genomen. Ik zou zeggen:
op zijn vroegst aan den derden Vol’ksraad van het
nieuwe regime vrage men advies over noodig geble-

‘ken rwijzigingen. Dé eerste moet ‘het nieuwe ‘stelsel
voor het eerst in ‘toepassing brengen en zal zich’daar-

mee
bij
welslagen verdienstelijk genoeg ‘hebben ge-
maakt; ‘de tweede zal ‘d’an een traditie Vinden waarop

hij kan voortbou’wen, maar die nog te jong is om in
al haar gevolgen te worden beoordeeld. Als men dus
na een tiental jaren de organisatie zelve opnieuw aan
‘de orde stelt, zal men waarlijk niet te laat komen.
Men doet d’an overigens niets anders dan wat de te-

genwoordige Minister van Koloniën in de Eerste
Kamer op 24 Juli 1926 verklaarde noodzakelijk te

achten.
Gedurende dezen eersten termijn dient de waar-
borg voor het ,,be,stendige, aan moderne eischen vol-

doende regeeringsbeleid”, mede te worden gevonden

in ‘de toekenning van de helft der zetels aan Neder-

landers.
Door den M’inister, ‘die het ontwerp-s’taatsregeling
verdedigde, is aangevoerd, dat die rwaanborg gevonden

wordt in den invloed, naast ‘den Volksraad aan het
Nederlan’dsoh gezag voorbehouden; ‘bovendien, schreef
hij, ‘het Noderlands’che element in den Volksraad zal
steeds verdeeld ‘zijn door allerlei politieke s’troomin-
‘gen, ‘die Voor een deel weinig tot steun van het Ne-
derlandsche bewind strekken.
Het eerste argument is mi. in
strijd
met ‘het uit-
zonderlijk karakter, dat de uitoefening van het recht
van veto en van beroep op de Kroon steeds moet dra-

gen, ‘wil de bedoeling ‘der regelin.g niet worden ver-
ijdeld.

De tweede opmerking is op zich, ‘zelf ongetwijfeld
juist: het moet velen eenigszins zonderling lijken,

‘dat ‘men een waarborg zoekt voor con’tinuïteit bij een

groep wtarv’an sociaal-democraten en lieden die in

verwante richting denken, deel uitmaken. Zij wien

het uitsluitend’ of in het bijzonder te doen is om een

billijke ‘behandeling van de Europeesche ondernemers

en het in hun zaken belegd kapitaal, ‘kunnen inder-

daad van zulke Volksraad-leden niet veel goeds ver-

wachten. Het. gaat echter om iets’ van veel ruimer

strekking, ‘het gaat om het behoud van den Neder-

lan’d’schen geest in de landsoverheden, d.’w.z. de be-
ginselen van ‘heersc:happij der wet, onpartijdige recht-

spraak, ambtelijke eerlijkheid, verstandelij’ke, lichame-

lijke en maatschappelijke ‘opvoeding, toepassing van

de resultaten der wetenschap op de landbouw- en

andere ‘bedrijven, kortom het gaat om een waar’borg,

dat het ‘bestuur in hooger en lager geledin;g gericht

blijft

op verhooging van ‘welvaart’ en persoonlijke
vrij’-
hoid. D,t vormt, het Nederlandsche element in het

Indisch bestuur en voor de verdediging’ dam-van be-

hoort in den Voiksraad’ een ‘kern aanwezig te zijn,
die ongetwijfeld nu ieeds te allen
tijde
een aantal In-
landsche leden zal omvatten, maar die toch alleen ver-

zekerd’ is door een sterke groep Nederlanders. Zijn

er nu onder de Nederla.ndsche leden sommigen, di

aan deze roepin.g ontrouw worden omdat ‘zij de duur-
zame belangen van Nederland en Indië, en desnoods

zelfs de ‘belangen der ‘groep, waarvoor zij zeggen o’p te

komen, achterstelien bijl het voordeel va neen propa-
gandistisch nuttige leuze; dan zou ‘dit eer een motief

zijn ‘om de groep der Nederlanders nôg tal.rij’ker te

maken, ‘dan om het tegenovergestelde te doen.
Dat ‘de thans ‘bestaan’de verhouding vermoedelijk

voldoende is om te veelvuldige botsing en stoornis

te voorkomen, is alleen ‘daaraan ‘toe te ‘schrijven, ‘dat

men mag vertrouwen dat zoowel de groep der Inheem-

schen als die der Uitheemschen steed’s een aantal
leden zal tellen, die weigeren zich op sleeptouw te

laten nemen door ‘de Nederlanders waarop de Minis-
ter doelde.

Leiden ‘de vorenstaande ‘beschouwingen tot de slot-
som, dat de Tweede Kamer
indertijd
terecht de ‘door
‘den Minister van Koloniën voorgestelde wijziging in
de ‘samenstelling van den Vol’ksraad heeft verworpen,
thans dient te worden nagegaan, of de ge’rolgen ‘dier
beslissing inderdaad ‘zoo ,,bedenkelijk” zijn ‘geweest als
de op 9 Juli jl. door den Gouverneur Generaal aan

‘den Volksraad gezonden Mem.orie van to’el’ichting
zegt, en zoo gewichtig, dat daarom een der g.roncl’sia-
gen van de nieuwe staatsregolin’g moet. worden los-
gelaten.

Tweeërlei gevolg noemt. de Memorie: 1. ‘de ‘beslis-
sing heeft ‘groote ontstemming in Indië verwekt; 2.
de G.G. moet te veel benoemingen ‘doen in de Neder-

landersgroep (15 van de 30) en te weinig in ‘de In-
‘heemsolie (5 ‘van de 25).

De ontstem’ming is veroorzaakt ‘door den indruk,
dat de wetgever ,,het alleen dan verantwoord achtte

aan den Volks-raad nieuwe bevoegdheden te schenken, indien ‘door een meerderheid van Nederlan’dsche leden

werd gewaarborgd, ‘dat de arbeid van dat College zich
niet in ‘on’gewenschte richting zou ontwikkelen”. De
ootstemming i’s begrijpelijk ,,’wanneer men zich ver-
plaatst in den gedachtengang van hen, die, overvloe-

dige bewijzen gegeven hebbende van hun geneigd-
heid tot vruchtbare ‘samenwerking met de Regeering
terecht van oordeel zijn, dat ‘het ‘bezit van het
Nederlan’dersc’ha’p noch een ‘vereischte voor, noch een
‘bewijs van die .geneigclhei’d is”. De Indische Regee-
ring ‘maakt de bezwaren ,,in algemeenen ‘zin” tot de
hare en acht tegemoetkoming daaraan ‘noodzakelijk
,,m-et het oog op den’ aard ‘dier. ‘bezwaren en in het
belang van de voor een vruchtbaar bestuur onmisbare

26 October 1927

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

943

samenwerking, op zoo ruim mogelijke schaal, met

verschillende vooraanstaande groepen der inheemsche
bevolking”.

De ontstemming waarvan de G. G. spreekt, was te
verwachten, toen cle Kamer haar beslissing nam. Ze

zou vermoedelijk geringer zijn geweest als de zaak

t do debatten was behandeld. Immers dan ware voor

ieder gebleken, dat de ‘gegevens, die de Regeering om-

trent dc werkelijke samenstelling van den toen zit-
tenden V’olksraad verschaft had en waarop zij haar

bestrijding van het amendement baseerde, onjuist of

op zijn minst ont’oepasselijk varen en zou .de indruk,

(lat men zich een :specialen waarborg wilde verschaf-

fen door die samenstelling ten nacleele van het in-

heetnsche element te wijzigen, vermeden zijn. Men had

dan begrepen dat de Regeering naast een goed over-
wogen en behoorlijk toegelicht voorstel tot uitbreiding
van de bevoegdheid van den Volisraad, tevens een

slecht overwogen en niet behoorlijk toegelicht voor-

stel voor de nieuwe samenstelling van dat college had

gedaan; dat de Kamer daarom voorloopig slechts het

eerste voorstel meende te moeten aanvaaiden, den
raad, behoudens een kleine uitbreiding van het totaal

aantal leden, wilde laten zooals hij was, en de werking

der nieuwe instellingen wilde kennen, alvorens ver-

dcre hervormingen teo’ver’wegen.Toc’h ‘zou ook bij uit-

‘oeriger behandeling teleurstelling niet zijn uitge-bleven; nu de Minister het voorstel tot groote ver-

.meerdoring van den inheemschen invloed eenmaal
had gedaan, moest cle afwijzing, hoe juist ook, grieven.

Moest dit vooruitzicht de voorstanders van het
aniendomeut-Feber tot tegenstemmen bewegen? Het
kan niet in redelijkheid worden beweerd. De onbstem-
mi tig ‘zou een tijdelijk nadeel zijn, te betreuren ou-
getwijfeld, maar door juiste voorlichting gemakkelijk

weg te nemen. Door het Regeeringsvoorstel tegen
haar overtuiging in aan te nemen zou ‘de meerderheid
der Kamer haar plicht ‘hebben verzaakt, door het groo-

tere ‘belang vali een ‘h.i. juiste regeling der nieuwe

instellingen op te offeren aan het. kleinere bèlang van
het vermijden van een tijdelijke onts’temmin’g.

Het tweede ,,bedenkeljke” gevolg, hierboven ver-
meld, heeft met de zaak eigenlijk in het geheel niet ‘te

maken. Als de verhouding tussehen ‘de aantallen ver-
kozen en benoemde leden ‘der Regee’rin’g verkeerd
voorkomt, kar ‘dat aanleiding geven tot voorstellen
om die verhouding te wijzigen, maar niet om de to-
talen in eik der groepen Nederlanders en Inheem-
schen te veranderen. Wil men over meer •dan 5 in-
heemsche zetels beschikken voor het doen van benoe-
mingen, zonder het aantal verkozen leden dezer groep
te verminderen, dan kan men ongetwijfeld het totaal
aantal dier groep verhoogen ‘bijv. tot een 30-tal; de
bestaande getalverhouding tu’sschen de beide hoofd-

groepen dient dan echter gehandhaafd te worden

door het aantal Nederian’dsche leden te brengen op
36; heeft de Indische Regeering deugdelijke bezwaren

om daarvan meer dan 10 te benoemen, d’an late men
do overige 26 verkiezen. Dat alles is waarlijk eenvou-
dig genoeg.

Als de beslissing van 1925 ‘dan juist was en als van

de twee ,,bodertkehie gevolgen” het eene niet beden-k&lijk en het andere geen gevolg der beslissing was,
dan zal de Kamer, mocht het voorstel haar bereiken,
ciet anders kunnen doen ‘dan haar ‘beslissing ‘hand-
haven.

Tenzij …. men ‘de redeneering aanvaardt, die mon-
deling nogal eens valt ‘te vernemen, maar zelden in
het openbaar wordt geuit, en die op het volgende
neerkomt: het voorstel is verkeerd, ‘maar nu het een-maal gedaan is, zou verwerping een z66, onaangena-
men indruk maken, dat we ‘maar over de ‘bezwaren
moeten heenstappen. De Minister had, getrouw aan
zijn eigen, openlijk uitgesproken inzichten, den aan-

val der Indische Regeering op de staatsregeling en de
openbaarmaking van haar ‘voor-ontwerp tot wijziging

moeten voorkomen, maar nu de Minister dit niet

heeft gedaan en nu ‘de zaak opnieuw t’ot een strijd-

vraag gemaakt ‘is, doet men beter, nieuwe ‘ontstem-

ming te voorkomen door ‘zich bij’ ‘de wijziging neer te
leggen. Zij moge slecht zijn, het zou n’og slechter

zijn, de leiders der iriheemsohe ‘bevolking door een

daad, die als een blijk van wantrouwen kan worden
voorgesteld, van ons te vervreemden.

1-Jet ‘zal wel niet noodig zijn, uitvoerig uiteen te

zetten, waarom ‘deze houding verwerpelijk zou zijn,

ook al zou inderdaad gevaar voor ernstige outstem-

ming bestaan. Dit laatste betwijfel ik. Men doet den

inheemschen leden van ‘den Volksraad en den leiders
van de ontwikkelden onder ‘de inheemsehe bevolking
iii het algemeen ‘onrecht ‘door te on’derstellen, dat zij

geen juist besef van de verhoudingen ‘hebben. Zij’ we-

ten zeer ‘goed, dat indien men voor den ‘eersten tijd
geen niet-Nederlandsche meerderheid wil, dit niet
voortspruit uit onderschatting van hun
iv4jividi.teele
eigenschappen, maar uit een juiste waardee’ring van de

maatschappelijke beteekenis en de politieke ontwikke-
ling van de
groep
waaruit zij voortkomen, en uit de
overweging, dat ‘de overgang van den ouden toestand,

waarin het beslissend gezag
geheel
in handen van Ne-
derlanders (Parlement, Minister, Gouverneur-Gene-
raal en Raad van Ned. Indië) berustte, naar den

nieu.wen, waarin aan ‘den Volksraad een belangrijk

aan deel in dat gezag toekomt, de ‘blijkens alle ervaring
onontbeerlijke ge]eidelj’kheid ‘zou missen, wanneer in

dien Voiksraad ‘do Nederlandsche invloed thans tot
vijf twaalf’clen ‘beperkt zou worden.

De Tweede Kamer kan zonder vrees ‘haar plicht

doen. E. MonEsco.

HANDEL EN BEDRIJF VAN NEDERLAND IN DE

EERSTE NEGEN MAANDEN VAN 1927.

De bedrijfsioestand
in het algeneen.

Gedurende het ‘tijdperk ‘onder verslag nam ‘de waar-

de van den gezamenlij’ken in- en uitvoer, vergeleken met de ‘overeenkomstige maanden van verleden jaar,
met
f
177 ,millioen toe. Het verminderen van het ge-
wicht is ‘hoofdzakelijk het gevolg van ‘het geringere
vervoer van steenkool, ‘door ‘het eindigen van de Brit-

sche kolenstaking, en ‘van ‘den ‘beperkten aanvoer van
suiker, ‘zoodat hieraan geen ‘bizondere beteekenis voor

den han’delstoestand behoeft te worden gehecht; wel

komt er in een aantal verschijnselen gedurende de
laatste dagen een zekere wij’felin’g op ‘de internatio-
nale markt tot uitdrukking, maar de ‘tijd is nog te

kort om zich over aard en beteeke’nis ‘daarvan een oor-
deel te vormen. Het uitvallen van groote aanvoeren
van steenkool langs den Rijn ‘heeft voorts tot het da-len van de inklaringen te Lobith, van 26.682.000 ton
in Januari—Augustus 1926, tot 22.604.000 ter iii

‘cinze maanden van ‘het loopen’de jaar, geleid. Op grond
van voorloopige gegevens mag echter veilig worden

aangenomen, ‘dat het Nederlandsche Rijverkeer ove-
rigens ‘den invloed van ‘den bloei van het Duit’sc’he
zakenleven en het verbeteren van den economischen
toestand hier ‘te lande en elders, heeft ondergaan.

Het toenemen van de ha.nd’eljsomzetten komt ook in “het verkeer van onze ‘havens tot uitdrukking. Be-
rekend over de eerste acht ‘maanden, beliepen ‘de in-
klaringen van overzee in 1926 40.742.000 M
3
, tegen
41.235.000 M
3
tha.ns, terwijl het gezamenlijke goede-
renverkee’r met het ‘buitenland, zonder het verkeer
per spoor, van 59.259.000 ton tot 68.433.000 ‘ton steeg.

De overgangstoestand, in welk’en de spoorwegen zich
bevinden door ‘het toenemen van het verkeer langs
den weg en het verlagen van ‘de vrachten, ‘dat in nog
onvoldoende mate door grooter vervoer van reizigers
en goederen werd gevolgd, heeft ertoe geleid, dat
‘de opbrengst van dit ‘bedrijf beneden die van ‘het vo-

rige jaar bleef. Ook de minder groote ‘baten uit de
pos’terjlen moeten in veilbarrd ‘met do jongste verlaging
van ‘het tarief worden beoordeeld; de hoogere op-

944

ECONOMISCH-STA’fISTISCHE BERICHTEN

26 October 1927

b.iengkt van het telegraaf- en telefoonverkeer wijst

:boven’daen onmiskenbaar op het, toenemen van cle be-
‘drijvigheid. Zoo beliep het aantal intercosnmunale tele-

foongesprekken in de drie grootste steden 765.535’ïn

Auustus 1926, tegen 845.895 in Augustus ji., ter-

wijl voor de. overige ‘maanden van ‘dit jaar eveneens

•hoogere cijfers worden gemeld.

Opbrengst van Tijdperk
1926
Gulden
1

1927
Gulden

8 mnd.
110.739.000 106.881.000
Spoorwegvervoer ……….
waarvan goederen-
vervoer

……………
8
mnd.
50.426.000 47.875.000 Posterijen, telegrafie,
telefonie ……………
9
mnd.
56.743.000 56.912.000

De hoeveelheid van de, door de steenkolen’mijnen

hier te lande, voortgebrachte kool steeg van 5.521.000

ton in Januari—Augustus 1926, tot 6.026.00e ton in

hot. loopende jaar; het aantal van de in dit bedrijf

werkzame arbeiders van 31.695 tot 33.614.
Bij’ Nedérlandsohe werven stonden op 30 September

1926 43 schepen met een inhoud van 160.604 b
r
uto

R.T. op stapel tegen 33, met 163.824 bruto R.T: op
dezen dag van het loopen’de jaar. Het aantal van de

in aanbouw zijnde soheepsmachines daalde ‘van 49,

met een gezamenlijk vermogen van 108.140 P.K., tot
35, met 98.240 P.K. Het is .hie’xbi van tbelan.g, dat,

zooals uit onderstaande opgaaf iblijkt, het stijgen van

tIen op stapel staanden toi’ineninhou’d geheel voor ze-

.kening van den toegenomen aanbouw van ‘schepen van

groote afmetingen komt.

‘Grootte
vnu
de op stapel staande schepen op
30
September

1926

1927

Minder dan
2.000:
ton

19

tO

‘aui

2.000
,, tot
3.999
ton

3

1
4.000 .’

5.999 ,,

5

2

0.000

., 7.999 ,,

.

9

4

8.000. ,;

,,

9.999

,,

.3

5

10000

14.999

1 ,

4

15.000 ,,

,, 19.999 ,,

1

1

Het bedrag
v
an de ‘gezamenlijke aan’bestedingen

bleef, ‘door het verminderen van ‘de opdrachten van

woninighouwvereenigingen, iets beneden dat van
ver-

leden jaar, .maar de overige bestedingen namen toe;
clie, ten behoeve van de nijverheid, van
f
3.643.000

in de eerste negen maanden van. 1926, tot
f
4.205:590

iii het ‘tijdperk onder verslag. De onders’hadsche
aanbestedingen zijn niet in deze cijfers ‘begrepen.
Dit alles wijst, naast het uitzetten van het :han-
,d elsverkeer, op toegenomen werkgelegenheid’ voor

onze bedrijven,
w
aar
bij het bovendien als een gunstig

teeken moet worden beschouwd, dat deze verleivendi-
ging met een stijging van ‘de prijzen gepaard ging,

zoodat het indexcijfer van de groothandeisprijzen

thans aanzienlijk hooger is dan verleden jaar. De
verhouding tusschen ‘de kosten van voorbbreuging in den landbouw en ‘den prijs van de producten is ‘tege-

lijkertijd iets beter geworden.

Indexeijfer van de groot-

19261927

handeisprijzen

September September

Algemeen indexeijfer
1913 = 100

140

150
Voedingsmiddelen

1913 = 100

135

156′

Landbouwproducten
1910/’14 = 100

127

144

Al’s onmiddellijk .evolg van het uitzetten van den
gederenriiil nam ook ‘het betalin’gsuvér’keer toe en be-

somden bijroorbeeid de giro-omzetten van de Ned’er-

land’sc’h’e Bank in de eerste ‘acht maanden van 1927

f
26.321.000.00&, tegen
f
22.021.000.000 in dezè maan-

den van het voriige jaar.
De uitgesproken faillissementen onderginigen

slechts een geringe ‘daling. Volgens opgaaf van Van

der Giaaf en Co,
‘ was het aantal daarvan 2.906 in ‘de

eerste negen maanden van 1926, tegen 2.824 thans.

‘Het
is
hiermede evenwel wat men ziet en wat men

niet ziet en bij nad’er onderzoek zit er ook in deze
getallen een .grootere verbetering van ‘den bedrijfs

,

toestand, clan ‘mcii op het eerste gezicht zu ‘vermoe-
den. ‘Voor het overgroote deel betreffen zij, namelijk

faillietverilaringen van’ twee grôepen, tot welke een

aanzienlijk deel van de kleine ondernemers en be-

‘drijven behooren: die van de handelaren onder eigen

naam, welker aantal fai’llieten van 2.481 tot.2.434

daalde, en die van de kooplieden, handelende onder

een firma, van welke het ‘van 199 ‘tot 226 steeg. Het

zou belangwekken’d zijn om te onderzoeken, hoe groot

daarbij het aantal mislukte’ nieuwe wiruikels is, welke

met te ‘geringe geldmiddelen, of zonder dat daaraan

behoefte bestond, werden opgezet.

De ‘overige faillissementen waren als v’ol’gt ver-

deeld:

1926

1927

Vennootschappen-naa.mlooze …………….
138

90

-commanditnire …………
1

5
-handels

……………….
49

40

Coöperatieve vereenigiu.g ……………….
‘5

9
Vereènigingen

……………………….
3

4

Nalatenschaippen ……………………… 24

16

In de groep ‘van de ‘naamlooze vennoo’tsch’appen,

welke, voor het beoordeelen ‘van den econemischeta toe-

stand van bizondere beteekenis is, blijkt derhalve het

aantal faillissementen ‘met meer dan 34 pOt. te zijn

afgenomen’.

De lage rentestand. ‘hier te lande heeft ongetwijfeld

in ruime mate ‘ten goede ‘op den gang van de bedrijven

in.gewerkt, doch anderzij’d;s mede tot ‘het afvloeien van

‘kapitaal ‘aanleiding gegeven en het verh’o’ogen van

‘hit ‘disconto van de Nederlan’dsche Bank op 13 Oc-

tober jl. zal ten deele hierin zijn verklaring vinden.

Volgens het A’msterdamsoh Effecten’blad ‘bed roeg het

gezamenlijk ‘bedrag van de nieuwe uitgiften in de maan-

den onder verslag
f
373.563.000, tegen
f
317.290.000
in dit tijdperk van 1926, verdeeld als ,volgt:

Jaar

Binnenland

Buitenland

1926

f
160.009.000

f
151.281.000

1,927

f
12.197.000

f
271.366.000

Van de binnenlandsche uitgiften kwam in 1926

f
104.950.000 en in 1921
f
62.916.000 voor rekening

van het bedrijfsleven; doch ‘hierbij moet in aanmer-

Icing worden genomen, ‘dat verleden jaar de petroleum-

nijverheid een bedrag van
f
52.111.000 ‘opnam, zoc

dat ‘door de overige groepen tenslotte thans rond
f 10

millioen meer werd opgenomen. Door nijverheidson-dernemingen werd tot een ‘bedrag van
f
5.117.000 een

beroep op de ‘markt ‘gedaan, togen
f
9.912.000 in 1926.

Bij’ deze laatste cijifers zal de omstandigheid, dat tal

van ‘bedrijven tijlden’s – en onmiddellijk na – de
oorlogsjaren ‘hun kapitaal overmatig ‘hebben vergroot,

een
druk.ken,den
invloed hebben uitgeoefend.

Naast ‘de ‘kapitaalmarkt, is ok de fonclsenmarlct
levendig geweest. Aandeelen in binnenlandsche onder-
nemingen op ‘het gebied van bankwezen, scheepvaart

en nijverheid, waren over ‘het ‘geheel genomen vast
gestemd. De verhou’d’ingscijfers van de ‘koersen van

aanideelen ter Ams’terdamsche ‘beurze, op den grond-
slag van 1921—’25 = 100, ‘geven hiervan een ‘duide-

lijk ‘beeld; terwijl ‘dit getal in September 1926 voor
‘ban.kaa’ndeelen op 98, scheepvaartaandeelen 89 en nu-

ver’hei’dsaan’deelen 91 stond, was ‘het in ‘September ji.
tot ‘oriderscheidenlj’k 103, 116 en 107 gestegini. Voor
het gëheele tijdperk onder verslag waren deze ver
h’oudingscij’fers voor de nijverheijdsfon’dsen ‘afzon’der- lijk:

1

Mnd.
1926 1927
1
Mnd.
1926 1927
1
Mnd.
1926 1927

Jan.

95
94

April 93

104
Juli

91

102

‘ebr.
97 , 101

Mei

91

103 Aug.

91

103

Maart
96

105

Juni

91

102
Sept.

91

107

Hieruit blijkt wel, .dat de nijverheid in het algemeen

haar deel in ‘de verbetering van den toestand niet
heeft gemist, ‘hetgeen uiteraard niet wil zeggen, dat

‘ook op ‘dit ‘gebied geen zwakke plekken zitten. De
koersen van de afzonderlijke niyverhei’clsforudsen wij’-
zen dit maar al te duidelijk ‘uit. Van de 114 aa’n’deelen

26 October
P
1927

ECONOMTSCH-STATISTISCHE BERICHTEN

945
Â

van nijiverheidsnndernomin’gon hier te lande, bij welke

de Officiënle Prijscou.rant van den laatsten beursdag
in Septemher ji. een koers vermeldt, stonden er 48

beneden pan, waarvan: 11 on’deimemingen op het ge-

bied van de chemische nijverheid, 5 fabrieken van me-

taahvaren, 4 machinefabrieken, 4 fabrioken van ge-

no’tmi’d’delen, 3 scheepswrorven, 3 text.ielfabrieken, 3

fabrieken van oliën en vetten, 2 fabrieken van voe-

dingsmiddelen, 2 rubberfabrieken, 2 meubelfabrieken,

2 glas- en aa.rdewerkfabnieken, 2 fabrieken van bouw-

materialen en v’oorbs van de fabrieken op het gebied

van do electro-techniek, ‘kleeding, kunstmest, leder-

bewerkIng en vervoermid’delen eik één.

Bij ‘de voorgaande opsomming moet rekening er-

mclie worden gehouden, dat ‘sommige belangrijke be-

drijfsg.roepen, in ‘verband met haar organisatievorm,
slechts zwak ter beurze vertegenwoordigd zijn, van een
aantal – ten deele noodlijdende – fondsen geen koers

is opgenomen en in voel gevallen het afschrijven van

een aanzienlijk deel van het kapitaal tot hot verhoo-

gen van dcii koers heeft geleid. Maar bovendien blijkt hieruit niets omtrent de oorzaken van den lagen koers,
met name niet aangaande ‘de gewichtige vraag, of

moeilijkheden op het ‘stuk van de or.gandsatie, ‘dan wel

bezwaren ‘hij ‘den binnen- of ‘buitenlan’dschen afzet,
hieraan ten grondslag liggen. Kennisneminig van de

namen van de betrokiken ondernemingen doet aan-

gaande de laatstgenoemde oorzaak nogal eens ‘twijfel
rijzen.
Met ‘de toegenomen werkgelegenheid ‘kwam er

eenige verbetering op de arbeidsmarkt; ‘doch het aan-

zienlijk verminderen van de werkzaamheden in het
cliamaiitvak maakt, dat ‘di.t slechts ten ‘dccie in de al-
gemeene werkloosheidsc’fers ‘tot uitdrukking komt.
1-Tet aantal werkloose leden van ‘door de overheid
gesteunde weridoosheidakassen was in de laatste

week van Augustus van ‘7,4 pOt. van het aantal
leden in 1926, tot 6,6 pOt. ‘thans ‘gedaald. Het

laatsthekende in’dexcijfer van de werkloosheid, weer-
‘gevende het aantal werkloosheidsdagen in pOt. van
‘het aantal dagen, ‘dat gewerkt had kunnen wor-
‘den, is •dat over Ju1i. Dit cijfer, ‘berekend voor alle

groepen te zamen, daalde van 5,7 püt. in 1926 tot
5,6 pOt. in Juli jl. Ten aanzien van ‘de nijverheid

afzonderlijk blijikt er van een daling voor de groepen
drukkerij, steen kolenmijn en, metaalbedrijf, textielnij’-

verheid en de bereiding van v’oed.ings- en gcn’otmi’dde-
leu. Deze daling strekt zich over het geheele loopendo

jaar uit, enkele afwijkingen gedurekde de eerste
maanden uitgezonderd. Voor de overige nij’verhei’ds-
groepen is het stijgen of dalen van het indcxcijfer
d.oar + of – aangegeven, terwijl het cijfer ‘voor Tu’li
jl. in ‘de betreffende kolom is opgenomen.

Bedrijfsgroepen

Jan.
Febr.
Mrt.
Apr.
Mei
Juni
Juli
Aardewerknijverh.

+ +
+


+
(12)
Diamantbewerking
+
+
+ +
+
+(32,2)
Bouwbedrijf

•…

+
+
+
+
+ +
(7,4)
Houtbewerking


+

+
+
+
+
(7
Kleedingbedrijf
. . –


.4-
.4..
+

7,7)
Lederbewerking..

+ +
+
+
+ +
(8,7)

Gedurende ‘de laatste werkweek van Juli ‘bedroeg
het aantal werkloozen in deze groepen, leden van’
kassen en andere, voor zoovor ‘dit in de statistiek tot
ii itdrukki’ng komt: aar’dewerknijverheid 71, diamant-

bewerking 2284, bouwbedrijf 4330, houtbewerking
$21, kleedingbedrijf 568 en lederbewerki’ng 446. Ge-
gevens omtrent ‘de vraag, of ‘deze aantallen inderdaad
met de werkelijkheid overeenstemmen, werden niet openbaar ‘gemaa’kt. In ieder ‘geval blijkt echter, dat

do ‘belangrijkste toeneming van de werkiooshei,d het
•diarnn’ntvak ‘betreft, dat in é&n enkele stad ii samen-
getrokken en waarbij ‘men de oorzaak bezwaarlijk zal
kunnen zoeken in het feit, dat aan deze nijverheid
de weg naar ‘de ‘vreemde markt wordt ‘helemmerd. Dit
laatste gelcl.t al evenmin voor ‘het ‘bouwbedrijf, dat
de ‘gevolgen van ‘het verminderen van ‘den vereeni-
gins’houw ondervindt. Het ,kleedingbednijf bestaat

‘oor een ‘aanzienlijik del uit ‘kleine ondernemingen,
welke voor de binnenlandsc’he behoefte werken, ter-

‘wijl overigens de ibedrijfstoestand zeer uitoenloopt en

het algemeene beeld van den uitvoer niet onbev’redi-
gend is, hetgeen evenzeer voor den uitvoer van ieder
en lederfabrikaten ‘kan worden gezegd.

Het is ‘goed om ‘deze dingen in het oog te houden,
omdat ‘de nadruk, met wolken in ‘deze dagen op den

ongunstigen toestand van bepaalde ondernemingen

wordt gewezen, door ‘het zwijgen van hen, wier .be-

drijven in betere. omstandigheden verkeeren, den in-
druk zou kunnen geven, dat
ds
Nederlandsche nijiver-
hei’d – en mitsdien
het
Nederlaodsche volkabestaan
– in een noodstand verkeeren, welke met ,,ur’gentic”

voorziening vereischt. Ui’t ‘de cijfer’s van ‘de ‘handels-
statistiek zal nog ‘het een en ander kunnen worden

afgeleid omtrent ‘den gang van zaken ‘bij den uitvoer;
maar uit het voorgaande blijkt, dat de sombere

opvattingen van de pleit’bezorgers van onze cce-

iio’mische onmacht geen steun vinden in ‘de algemeene

statistische gegevens aangaande onze volk’shuishou-
ding en hun zij hierbij; het woord van de Frankfurter
Zeitung ter overweging aanhevolen: Freilich können

soiche Prognosen auch suggestiv wi ken, und ‘Rüc,k-

sc.hliige, clie hei verstitudiger Kapital un’d Konjunk-

turpolitik diirchaiijs ver’mei’dbar waren, künst,i’ic’h her-
heiführen, i’n’dem sie Handel un’d Industrie ‘den Mut

nehmen – auc’h zu v.orsichti’gen Dispositionen und
vertretbaren Investierungen.

De gezamenlijke in- en uiti’oer.

Gedurende ‘het tijdperk onder verslag ‘bomde de
invoer 21.575 millioen KG. ter waarde van
f
1.876
millioen; de uitvoer ‘beliep 10.500 millioen KG. ter
waarde van
f
1.403 millioen. Voor de eerste ‘drie kwar-
talen van ieder van ‘de jaren 1922—’27 ‘blijken ‘deze

cijfer’s uit ‘het volgende overzicht, waarbij bovendien
h’et aandeel van den in- en uitvoer ten honderd.van
de gezamenlijke ‘han’dels’heweging is vermeld:

Gewicht in millioen ton
1
Waarde in millioen gulden
Jaar
Invoer luitvoeri voer
1
voer
1
Invoer lUitvoeri voer
1
voer

1922
14,2
4,7 75
25
1.505

905
62
38
1923
13,9
6,0
70
30
1.465 923
61
39
1924
16,2
6,9
70
30
1.709
1.192
59
41,
1925
18,7
8,8
68
32
1.797 1.355
57 43
1926
21,2
11,4
65
35
1.831 1.271
59
41
1927
21,6
10,5
67
33
1.876
‘1.403
57 43

Gewicht en waarde van den invoer waren thans
hooger dan in eenig van de •overeenkomstige negen-

maandelij’ksche tijdperken sedert 1922. Dit geldt even-

eens voor de waarde van ‘den uitvoer, maar het ge-
wicht daarvan was thans lager ‘dan verleden jaar, het-geen in het ‘bizonder aan den minder ‘grooten uitvoer
van steenkool, als gevolg van het eindigen van de
Britsche kolenstaking, moet wmden toegeschreven.
Uit een vergelijking van de uitkomsten van de ge-

lij:knamige maanden van de laatste twee jaren volgt,
‘dat thans het gewicht van den invoer gedurende het
le kwartaal, alsmede in Juni en Aug. hooger was, doe’h

in ‘de overige maanden ibeneden den omvang van 1926
bleef. Afwisselend was ‘hiervan het lagere gewicht
van den invoer van pyniet, ijzer- en zinkerts, steen-
kool, steen, chilisalpeter, themasfosfaat, staafij’zer,
ijzerdraad, eenige graansoorten, oh ehou’dende’gr ond-
stoffen, veekoek, ‘koffie, ‘suiker, zout en spiritus, een
belangrijke oorzaak.

Do reed’s vermelde daling van ‘den uitvoer van
‘steenkool en voorts, onder meer, ‘die van meel, rijst en

‘suiker, gaven een lager gewicht van ‘den uitvoer in hot
derde kwartaal van ‘hef, loopende jaai en, tea dccle,
ook in Juni, nadat de eerste vijf maanden zich boven
het peil van 1926 hadden ‘bewogen.
De waarde van den invoer, zoowel al’s van den uit-
voer, was steeds hooger ‘dan verleden jaar, met uit-
zondering slechts van den invoer in Januari en Fe-

946

ECONOMISCH-STA1ISTISCHE BERICHTEN

26 October 1927

bruari, doordat. toen de lagere

waarde van •de inge-

voerde oliehoudende grondstoffen, katoen en suiker;

niet .clbor ‘hoogere cijfers van andere posten werd goed

gemaakt.
Uit .deze korte samenvatting blijkt, dat het ‘toenemen
van de waarde van de handelsbeweging feitelijk mt
een uitzetting van het verkeer gepaard ging, zoodat

de hogere wraade niet geheel uit het aantrekken

van de prijzen kan worden veridaard. Ook het stijge

van de omzetten in ‘de eerste drie maanden van het

loopende jaar, terwijl de opwaartsohe beweging van de

prijrzen eerst in Maart—Aprit doorzet,te, wijst in ‘die

richting.
De handelsbalans..

• Het toenemen van het gewicht ‘van het invoerover’

schot van 9.870 millioen KG. in JanuariSeptember

1926 tot 11.015 millioen KG. in het loopende jaar, ‘be-

hoef t ia het voorgaande geen nadere verklaring. On-

danks het toenemen van ‘de haildelsbeweging bleef de

voistrékte waarde van het invoeroverchot beneden

dit overschot in 1922—’24 en 1926;. het overschot,, dat

iii de volgende tabel voor 1925 staat aangegeven, is vermoedelijk te laag, doordat er op een kantoor van

•de invoerrechten achterstand bij liet inzenden van ge-

gevens was ontstaan. Evenals uit de verhou’dingscij
;

‘feis van den in- en uitvoer in den vorigen staat, blijkt
ook hieruit, dat de handelsbalans aanzienlijk minder

passief is geworden.

In- of uitvoerov’erschot van den gezamenlijken in- en uitvoei
ên van de groote goederengroepen, uitgedrukt in millioen
gulden
(+ =
uitvoeroverschot, – = invoeroverschot).


‘Januari—September
Goederengroepen
19231
19241 1925

119
2
6 11927

L

Levende dieren +
36

+
36

+
24
+
4
+1,95
1
+
13
Voedingsm.-onbew.

1)
—132
—115—
76
—121’—
79
,,

-fabrik.
+
1)

+
90+179+205+175+196
Grondst.-dierlijke

31

33
+
47


– 43
,,

-plantaard.
—202
—211
—216
—255
—257
_225

30.

,,

-minerale..
—137
_125
—156
—154
_135
–151

4.

Fabrikaten n.a.g…
—283
—198
—215
—161
_222
—220

6.

Andere

goederen,
(voorname!, bloem.
bollen, bloemen en

+
19
+
19

+
28+
43
.4- 364-37
planten)

………

Invoeroverseh. geheele
handelsbeweging

….
—600
541
—517
_442
—560
—472
1)
Onbekend.

Reeds eerdei-.was er gelegenheid de atndacht erop

te vestigen, dat de ‘beteekenis van het invoeroversohot’
en de veranderingen daarin zich niet zonder hulp van

een balans van het buitenlandsche betalingsverkeer,
laten vaststellen en werd, met het oog hierop, het
samenstellen van zulk een overzicht vooi oos land be-
pleit. Behalve aan de zoogenaamde onzichtbare in- en

uit•vôeteu, moet ‘bij het ibeoordeelen van de ‘han’dels
balans ook aandacht worden ‘geschonken aan hei feit,
dat een gunstige ‘bedrij’fstoestand de strekking ‘heeft
om het invoeroverschot te doenstijgen, terwijl dit

oveïuchot geneigd zal ‘zijn’ te dalen, wanneer de eco’

n omische toestand ged ruk t is.
In ‘het eerste geval leidt ‘de bedrijvigheid in de nij-,
verheid tot grootere aanvoeren van grondstoffen en
halffabrikaten, ‘het peil van d0
prijzen en, de vraag

in het ‘binnenland nopen de ondernemers ‘minder dan
anders tot uitvoer en kunnen zelfs gere-ede goederen”
uit het buitenland aanlo-k-ken: het invoerover-schot

stijgt. Bij’ het ken’teremi ‘van het getij’ ‘stokt daaren

?
teken de binnen’lan’d-sche afzet, zooclat’ ‘de fabrikanten,
meer dan -voorhee, plaatsing voor hun goederen in

het buitenland ‘moeten zoeken, de aankoop van grond-
stoffen gaat minder vlot en ‘het ‘krappe.r ‘worden van
het krd’iet zal ‘deze iv’erkingen versterken: het in-

voeroverschot neemt af.
Het antwoord op de vraag, of deze theoretische
niogelij:kheden werkelijkheid zullen worden, of vol-
doende krachtig zullen dorzetten; om’ teen’s-tfreverrde

w

er
kin
,g
en
te overvleugelen, kan slechts door ‘de prak-

tijk van het economische leven worden gegeven. Ook

hier ligt evenwel het ‘heden in het verleden en spoort
de ervaring in een aantal gevallen gedurende de laat-

ste jaren tot -groote ‘voorzichtigheid bij het beoordee-.

len van ‘het in’voeroverschot aan. Daarbij’ zal er een

onderscheid dienen te worden gemaakt tuaschen de

eigenlijke u.i’bvoernij’ver,hei’d en die, ‘welke ‘bizonderlij’k

van het binnenland afhankelijk is, nog afgezien van de

beteekenis ‘van invloeden als die, welke hun oorsprong

op het gebied van -de ‘bedrjfs’hui:shou’ding vinden, hij-

voorbeeld loon, arbeidsduur en ontwikkeling van de

• techniek. Maar waarom het hier gaat is, da’t noch het
afnemen, noch het
stijgen
van ‘het invoerovetschot op

ziéh-zelf een gunstig df ongunstig verschijnsel is. Dat

hangt geheel van ‘de bijom’stan’digheden af, welke

slechts voor een deel in ‘de handeisstatistiek tot uit-

drukking ‘komen en overigen’s onvolledig bekend zijn.

Toch zijn er wl een aantal punten, in welke -het
onderzoek steun -kan vinden. Voor zoover deze buiten

het gehièd van ‘d’e statistiek van -den in- en uitvoer val-

len werd daarvan in de schets van ‘den bedrij-fstoestan-d

een overzicht gegeven; en ‘nu is ‘het van zoo groote be-

teekenie, dat vrijwel niets ‘daarbij erop wijst, dat het

afnemen ‘van het invocroverschot gedurende liet tijd-

perk’ on’dei verslag, hét gevolg ‘zou zijn van ongunsti-

ger geworden economische veihoudingen hier te lande.
In het volgend nummer zal een poging worden e-

claan om te ‘onderzoeken, ‘hoe het in dit opzicht met

‘de uitkdnist.en van -de handeisstatistiek zelf staat,

vaarto aTan -de voorgaande statistiek van -het, invoer-
overschot,’ een overzicht van de handelsbeweging naar

‘de internationale goederengroepen zal ‘worden toege-

voegd.
V. D.
Z.
‘(Wordt vervolgd).

DE WERELDPRODUCTIE VAN PETROLEUM
IN HET JAAR 1927.

Proeve eener raming.

Bijna-
vijf tien Milliard barrels

(nauwkeurig

14.506,11 Millioen) heeft in -de ieven -decenniön
(1857-1926), welke ‘sedert ‘den aanvang eener •stati-

tische berichtgeving omtrent de petroleumproduc-
tie zij’!ï verstreken en in de ongeveer ‘even gr-oote
tijdsriiimte, sedert men van een
petroleumindustrie

‘kan, ‘de aarde aan ruwe -olie opgeleverd.
Ntenoeg 6&jieneenkwart Milhai-d barrels (nauwkeu-
rig 1.234.68 Millioen) of ongeveer een twaalfde -van -deze r&duet-ie ‘heeft, volgens onze ramingen, alleen

‘dé’ojibreh-gst in -het één-e jaar 1921 bedi-agen. Zij over-

treft daarmede ‘die van het vorige jnar, welke met
1.095.93 Millioen barrels tot dusverre de hoogs’te in
-de geschiedenis der pettoleumindustrie was geweest,
niet 138,15 Milli-oe-n ibarrels, of niet rond een achtste.

Wil men zich de beteekenis -dezer cijfers duidelij-
ker voor oogen stellen, -dan ‘moge er wellicht aan

wo:bn herinnerd, dat de productie -van -het jaar 121
alleen grooter is dan ‘de totale hoeveelheid, -welke de
wereld in de eerste vier -decennia (1857–1896) aan pe-

troleum heeft ‘voortgebr’acht (1.214.96 Mill. barrels)!

Alleen’ de
toename –
der productie van 1926 op 1927

kom t vrij

wel ‘overeen -niet- de geheel e wereldproduc tin
van ‘h’et’jaar 1900- (1.49.13 Milli-oen barrels) of met

de productie vad de ‘bel-de grootste producenten na
de’ Vereenigde ‘Staten, Rusland en Mexico, in het
loopende jaei (geraamd op 134 Millioen ‘barrels-), of

ten •sl&tte, zij blijft niet zeer veel -ten achter biji de

intale productie van Nederlandsc-h-I-n-d ië gedurende
-dé eersté -zeveaT jaren nâ den’ oorlog. –

Al’vor’en-s -‘
nu
op ‘de -details der ‘verandering in ‘de

producti’e geduren’de het laatste jaar wotdt ingegaan,

vr-dieht- het ‘wel aanbeveling, een terugblik te wer-
pen op- de daaraan voorafgaande ‘ja-ren. De eerste -der

‘volgende tabellen, welke de
wereldproducii
aan pe-

tr-oieu-m
van jaar
tot jaar
en
VOO?’
alle
landen
over
het tijdvak 1857-1926 -aangeeft, biedt daartöe mogé-

lijkheïd. ‘ ”’

26 October 1927

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

947

;

Qe,c’flt
0_
o

rco

Rg
;o

rl~
L8I


(o

I

N
spu’s
lLïOi
C)

°°R 2
;
ir

D
1

co r

oc3

—’—O
t-
4ijiOOA

e

eiccsr,

o—ci
—g

r-c’i

c5
z)

LIpUL’

II

II

II

1

11111

1

III

III

1

iiii

11111

(‘1

C)C)

C’ICNC’IC’I
aipuy

1

liii

1

III

11111

1111

11111.1111

1′

11111

liii

1

II

1111

II’III

1
U
0
1
0
3

1

i

1

1

1

1

1

1

1

11111

11111

1

1

1

1.1

1

1

1

1

I

t

1

1

1

1

1

1

t

t

1

t

t

t

t

t

t

t

1

t

t
-MOjS

II

11111

11111

11111

III

t

11111

11111

II

II

11111

tilt

11111

1
)jUid

nzHHIHHII1iiHiHIHHIHHtIlIHIiIIIIItjHIHtII
DuaA

(oLIJo

t

ti

til

111111

11111

titillilt

Ilil
)JM

P!zJad
oo

t
.
——c’

1

t

1

1

L

1

1

1

1

t

Ii

1

1

1

1

1

1

1

t

1

1

1

i

11111

1

1

1

1

iii

1
c1
2
——

pop
i

1

1
.HIIIiIHHIHIltIIIIIHHlItitIIIiit
00
IUIJ
J

‘T
I
S

I–cO

cSlIS-

cm

0
oxw

C)IS-I

z
t

1

t

1

t

t

11111

1

1

1

1

1

1

1

1

1

.1

1

t

1

1

1

1

1

1.

g
rD


njgd

1
.


PN

ii

:i

Ii

11111

liii

t

1111

II

III

t
_
0
0
0.



0
liii

11111

111.11

11111

t


_ct,c’1

I’-C’
g.
—-

11111

til
I
S-

0
t’s
t


oUIJo1

tOtI)O

‘O

1O)CtC’)

I’O)OtO

m–‘-
1

t

11111

III
uUduî

—tOc’)Ctc’)
lift

liii
UIOd

‘i’t

•tti

itrI

wn
S.

O’tO
N”.NQtS-

——————
puulsna t

—q

q

S
cm
c’i
S

It)
tt)0000 Ott)Q)O C’)ILt)C t
Q

tIC)It)
It)Ot

00
OC’)

IIt)It)

tt)

dt—
(‘1cOO) tt)C)
t’pt111U3

gj

tt)tOI-N

t-Nt’

NC)

cSIt)IcsIIÇ’I
St2


ODM
?

— —
!tijI

CSItC
WIS-
Li
ua
l
,
CI’I

CI

I

1′. t’) CI

CI —

01
IS-

‘UIJA

cc’1
OOtt)IS-t’) Cl

505CI

0)).

!U

,,It)It) IflIt)I’ID
-awao

1’I


S-

woo

0

t’)’St) I0ISC)O

.C’I

<22
ISCICl

.-.ClICt)It) ICt’01C)O

C’ICSIt)

9
,
999
200

948

ECONOMISCH-STATÏSTISCHE BERICHTEN

26
October 1927

Deze opstelling geeft een cijfermartig, doch naar

wij willen hopoi, fliet vervelend beeld van de ont-

wikkeliug in verschillend opzicht der •petroieurnin-,

dustrie. De buitengemeen sterk stijgende productie

der Vereenigde ‘Staten, welke sedert een kwarteeuw

met s’teeds t:oenemende hoeveelheden de eerste plaats

innemen onder de petroleum ‘produceerende landen

– in de negentiger jaren der vorig’e en in de aller-
eerste van deze eeuw was die eereplaats’ enkele malen

aan Rusland ten ‘deel gevallen -, laat’ zich hieruit

oven ‘gemakkelijk •aflezen als de stijging en daling

‘bij’ Mexico, •de teruggang en de hernieuwde stij:g.ing

van de R’ussisnhe ‘productie, de na een schitterende

stijging ‘stabiele productie van Perzië en de met

sprongen toenemende van Venezuela.

De in deze laatste regels in enkele woorden aan-
gegeven
on.twiklcelingslijn der productie van de lan-
den afzonderlijk
hchft zich – en daarmede komen
wij weder te
r
ug op het jaar 1927 – tijdens dit jaar

in de meeste landen sterk geaccentueerd. Dit is van
toepassing op de toename der
Amerilcaansc/se
pro-
ductie, welke leidde tot ‘de ‘bekende overproducrtie,

clie een ‘der voornaamste leidende personen in de pe-

tr.oleumindusrtrikensehertsto als ,,de ‘kwaad’aardig-

s’te ziekte, welke •deze industrie heeft doorgemaakt”;
‘dat geldt van de daling in
Mexico,
welk land in ‘het
loopen’de jaar wel niet veel meer zal hebben gepro-

duceerd dan fwee derden der- op’bren’gst van 1926, of

‘slechts een derde van die in het jaar der hoogste

productie (1921); dit kan eveneene worden verklaard
aangaande
Venezuela,
dat in het laatste jaar niet
veel minder heeft geproduceerd .dan in alle vroegere

jaren tezamen, sedert in dit land petroleum wordt ge-
wonnen; evenzeer Jieeft het betrekking op
Columbia,
welks preductieverdubbeling reeds ten vorigen jare

werd voorspeld, en ook op
Roemenië,
welks productie
verder steeg en voor 1927 mag worden gesteld op

nagenoeg het dubbele van die in het gunstigste jaar
v66r den oorlog. De, gezmenlijke toename der p
ro
‘:

ductie in Venezuela en in Roemenië co’mpenseei’t on-
geveer den teruggang in Mexico. Wat ibetreft de Vei–

eenigde Staten en Rusland, dat de productie van

1913 reeds heeft .overschreden, maar nog ‘ten ‘achter

blijft hij zijn productie van de eerste jaren dezer-
eeuw, wat verder betreft de stijging der productit

in Oolumbia, deze komen tezamen
bijmna
nau’wkeuri’g’
met de productievermeerdenin’g overeen, die het loo- –
pende jaar in vergelijking met 1926 toonde. De meeste

andere pr:oduceeren,de landen vertoonen nagenoeg sta

biele cijfers; een daling kan met groote mate van waar-
schijnlijkheid behalve in Mexico slechts in
B’ritsch-
Indië
en in
Polen
worden verwacht. In Polen is (leze
betrekkelijk groot.

Dit alles bijeen rechtvaardigt weder de uitspraak

des Presidenten van het Amerioan Petroleum Insti-
tute, dat do overproduct.ie niet de Vereenigde Staten

uitsluitend betreft, doch een gebeurtenis kan worden
genoemd van
internationale
beteekenis.
Uit ‘de hierboven ‘vermelde toe- en afnamèn vloeien
ook andere ‘belangrijke
veranderingen
voort in de
volgorde der londen
afzonderlijk als producenten; de
Yereenigde Staten lwin,dhaven
zich niet ‘slechts on-bedreigd op do eerste plaats, maar ‘hebben daaren-

boven hun ‘aandeel in ‘de wereld’productie zelfs van
70,3 tot 72,5 püt. weten op to voeren.
Rusland
heeft
met 5,8 tegen 5,7 pOt. Mexico van de tweede plaats

verdrongen, en indien wij slechts afgaan op de pro-

ductiecijfers der laatste maanden zou zelfs
Mexico
door Venezuela, wel’k land gerekend naar ‘de cijfers

voor het geheele jaar zeer dicht op hot eerste volgt,
en het volgende jaar minstens aanspraak zal maken

op de derde plaats onder de producenten, op de vierde

plaats worden teru’ggedrdn.ge’n. Mexico’s aandeel ver-

minderde van 8,3 tot 5,1 pOt., nadat ‘dit land in 1921

bijna een vierde van ‘de wereldproductie’ had opge-
leverd en
Venezuela
destijds 0,2 pOt.! Venezuela
hoeft zijn aandeel van 3,4 pOt. in het jaar 1926 tot

4,9 pOt. in 1927 ‘kunnen verhoogen. Het aandeel van
Perzië,
dat op de vijfde plaats komt, is van 3,3 tot

2,9 pOt. teruggogaan; niet wegens een absolute
ver-
mindering in de productie, doch omdat de .op.breugst

aldaar stabiel gehouden wordt Het aandeel van Roe-

menië in de wereldproductie is met 2,1 pOt. ongewij-
zigd gebleven; m.a.w. de toename der ‘productie in
dit land was voldoende om in weerwil van de groote

stijging ‘der ‘wereldpro’ductie een relatieve verminde’-

ring van zijfl aandeel te verhinderen. Daarentegen

is het aandeel van Nederlandsch-Indië
van 1;9 tot
1,7 pOt. ‘gedaald, om ‘dezelfde reden als ‘bij Perz.ië

het geval is. Hierbij’ dient te worden opgemerkt, dtt

hij de ramingen, voor zoover ‘deze niet zijn gebaseerd

op ‘cle bekend gemaakte produc’tiecijfers ‘der afzonder-
lijke landen en maatschappijen, ‘maar voor zoover men
zich, ibij
,
-gebrek aan publicatie door ‘die ondernemin-
gen ‘en landen, met andere gegevens moet behelpen,
in ‘het afgeloopen jaar een ‘bijzonder element van on-

De Wereldproductie van Petroleum in
1928
(definitieve cijfers) en van
1927
(schattingen) in vaten.

1926
1927
1927 1927
Land
Vaten

01
Vaten

0
/0
Meer

Minder

770.874.000
70,3
895.000.000
72,5
124.126.000


890.000.000
62.941.000
5,7
‘71.000.000
5,8
8.059.000

70.000.000 90.421.000
8,3
63.000.000
5,1

27.421.000
63.000.000

Vereenigde Staten

………….
Rusland

…………………..

37.381.000
3,4
.
f60.000.000
4,9
22.619.000

60.000.000
Mexico ……………………

35.842.000
3′,3
36.000.000
2,9
158.000

36.000.000

Venezuela

………………..

Roemenië ………………..
23.292.000
2,1′
26.000.000
2,1
2.708.000

28.000.000
20.817.000
1,9
.
21.000.000
1,7
183.000

20.000.000
Columbia …………………
. 0.782.000
0,6
13.800.000
1,1
7.356.000

14.000.000
Peru …………………….

..

1,0
11.200.000
0,9
418.000

11.000.000 7.947.000
0,7
8.500.000
0,7
553.000

8.000.000

Perzië

……………………

8.270.000
0,8
.. 8.000.000
0,7

270.000 8.000.000 5.278.000
0,5
5.400.000
0,4
122.000

5.400.000 5.844.000
0,5 ‘
5.250.000
0,4

594.000 5.900.000 4.942.000
0,5
5.000.000
0,4
58.000

5.000.000 1.557.000
0,1
1,700.000
0,1
143.000

.
1.700.000

Nederlandsch-Indjë

…………

Egypte …….. . ………….
1.181.000
0,1
1.250.000
0,1
69.000

1.150.000

.6.444.000

653.000 700.000
.

700.000

Argentinië ………………..

Trinidad ………………….

478.000

..

520.000
500.000

Britsch-Indië ………………

Polen

…………………….

365.000
,
510.000
.
500.000

Serawak

………………….

214.000
02
410.000
0,2
459.000
320.000

Japan en Formosa …………

Sachalin

(Russ.)…………..

..

181.000

200.000

Duitschland

………………
Frankrijk

………………..
Canada

…………………..
Ecuador

………………….

150.000
150.000
150.000
45.000
1

90.000
180.000

Ozecho-Slowakije

…………..

35.000

Italië

……………………
Andere landen …………….

Totaal

……………..
1.095.934.000
100,0
1.234.680.000
100,0
167.031.000 28.285.000
,
1.229.500.000

4. 138.746.000

Rusland
Roemenië
Polen
Duitschia
Frankrijl

Euro

Nederl.-Ii
Britsch.Ii
Perzië
Japan en
Serawak –
Azië,

Vereenigc
Mexico
Canada

Noor

Peru . . –
Trinidad Argentin
Venezueli
Columbia

Centr. en Zuid.Amer.

Amerika …………….

Afrika (Egypte)

Diverse kleine producentei
in alle wereiddeelen

Totaal …………..

S)
minder dan
1
12
0
10

Aandeel van de verschillende landen ep” wereiddeelen in de wereldproductievan petroleum (in
0
1
0
).

l856-1921)

1921 1922 1923 1924 1925 1926

1856-1926
1

1927
Landen

Millioenen

o

0

0

0

0

0

0

Millioenen

o”1
Millioenen
Vaten

0

Io

10

/0

Io

/0

°

Vaten

0

Vaten

1904.0

21.8

3.8

4.1

3.8

4.5

4.9

5.7

2168.58

15.0

71.00

– 165.4

1.9

1.1

1.1

1.1

1.3

1.6

2.1

247.85

1.7

26.00

169.2

1.9

0.7

0.6

0.6

0.5

0.5

202.41

1.4

5.25

nd …………..
15.4

0.2

5)

5)

5)

5)

0.1

0.1

17.90

0.1

0.70

– …………….1.1

5)

)

)

)

5)

5)

5)

3.70

)

0.52

pa

2255.1

25.8

5.6

6.0

5.5

8.4

6.9

8.4

2640.44
TiT

103.47

idië …………..
219.7

2.5

2.2

1.9

1.9

2.0

2.0

1.9

335.92

2.3

21.00

adië…………..
123.5

1.4

1.1

1.0

0.8

0.8

0.8

0.8

174.00

1.2

8.00

51.0

0.6

. 2.2

2.6

2.8

3.2

3.3

3.3

221.97

1.5

36.00

Formosa

41.7

0.5

0.3

0.2

0.2

0.2

0.1

0.1

52.86

0.4

1.70

4.1

5)

0.2

0.3

0.4

0.4

0.4

0.5

25.70

0.2

5.00

440.0

5.0

6.0

6.1

6.2

6.6

6.7

6.6

810.45

5.6

71.70
21.2

d-Amerika …….
..
5991.3

68.5

87.0

86.2

86.6

84.3

82.4

78.6 10.874.21

74.7

958.51

29.9

0.3

0.5

0.6

0.6

0.8

0.9

1.0

72.43

0.5

– 11.20

11.3

0.1

0.3

0.3

0.3

0.4

0.4

0.5

32.93

0.2

5.40

ië ……………..
7.2

0.1

0.2

0.3

0.3

0.4

0.6

0.7

34.64

0.2

8.50

1.3

5)

0.2

0.3

0.4

0.9

2.0

3.4

75.14

0.5

60.00

s

)

S)

5)

S)

0.1

0.6

8.64

0.1

13.80

S)

S)

S)

11

26.26

0.2

0.51

ij

te Staten

64.9

5429.9

62.1

61.7

536.5

6.1

25.3

24.9

0.3

‘S)

6041.0

89.1

88.2

87.8

88.2

7.1

0.1

0.2

0.1

0.1

1.7

8744.9 1

100.0

S)

5)

•)

)

3.68

S)

0.86

0.1

100.0 100.0 100.0 100.0 14.566.71 100.0

1234.68 100.0

.

S)

5)

71.9

70.5

71.7
14.7

13.8

10.8

2.5
86.8

0.1
3.9

86.3

0.1

70.3
8.3

84.8 11.097.99

76.2

1057.41

85.6

0.1

14.17
1

0_.11

1.25

0.1

9440.55

64.8

895.00

1407.40

9.7

03.00

1.7
0.7
2.9
0; 1
0.4

5.8

72.5
5.1
– S)

0
/0

5.8 2.1
0.4

0.1

0.9
0.4
0.7 4.9
1.1

1
26 October 1927

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

949

zeicerheid is gkomen: do Amerikaan’soho overprodue-

tie, welke het der oone maatschappij wensc,helij’k kan

doen schijnen, met buitengewone energie to produ-
ceeren, teiiwij’l do andero het juist oordeelt, in haat’

afze’tgebed den oliestroom niet nog sterker te ver-

meerderen.
Het aandeel van
Colunibia in
de weroldproductie

steeg van 0.6 tot 1.1 pOt.; nïet betrekking tot
Argen.-

irië
mag men wel een verderen vooruitgang in de

absolute cijferis, maar geen vergrooting van het rela-

tievo aandeel veronderstellen.:
Britsch-Ind’ië
zal waar-

schij:nlijk in verband met de onmogelijkheid de op-
brengat der velden aldaar nog te vorgrooten een te-

ruggang van 0,8 tot
0,1
pOt. te zien ‘geven; bij

Trinadad
en
Serctwalc
zullen denkelijk de productie-

cijfers niet aanmerkelijk veranderd zijn, terwijl bij

Polcn
de teruggang grooter is. Vermeldenswaard is

nog, voor zoover de kleine producenten betreft, de te
verwachten toename der productie van het oude pe-

treleumland
Ctsnacla
en die van het nieuwe land

Ecuador.
1)

– Deze wijzigigen hebben tengevolge, -dat het
aen-

deel vwn Europa
in de weroldproductie in weerwil

van de sterke toename ‘bij zijn beide voornaamste

producenten slechts onveranderd ‘bleef op 8,4 pOt.;

‘dat van
Azië is
teruggeloopert van 6,6 tot 5,8 pOt.,

torwijt ‘dat van
Noord-Am,erilca,
daar •de productie

van Mexico relatief sterker daalde dan die van de Ver-
eenigdo Staten trots overpro’d’uctie ‘steeg, slechts
11,6

tegen 18,6 pOt. ibedroeg. Deze relatieve teruggang

bijl een absolute toename wordt evenwel meer dan op-

geheven ‘dooi’ do stijging van
Zuid-Anierika,
dat zijn

aandeel van 6,2 tot 8,0 pOt. kon vhoogen en daar-
mede Europa (8,4 pOt.) nagenoeg heeft ingehaald.

Amerika in ‘zijn geheel produceerde zes zevendén van
cle we.reldophi’engst (85,6 pOt). Een gedetailleerd
overzicht en ook een vergelijking met de vroegere

jaren woede in ‘de onderstaande tabel gegeven.

1)
Met dc productie van
Irak
werd, omdat zij voorloopig
ondanks het aanboren van eengroeten sptdter, nog niet

van
coavïn’eroieele
bebeekenis is, geen rekening gehouden.

Vraagt men nu naar de
oorzaken
dezer verande-

ringen in de productie, dan kunnen zeer in het k&rt

cle volgende worden ‘genoemd: bij ‘de
Vereen.sgde

.,Staten
de ontdekking van
rijke
olievindplaatsen voor-
al in OklaJioma, waar het Seminoleveld. ‘in de eerste

veertien maanden van zij’n ibestaan 90 Millioen barrels

produceerde, waar echter •bovendien in het bijzonder

ook Oalifornië en Texas hoo.ge
en record-productie-

cij’feis te zien gaven. Eerst veel te laat, en onder in-

vloed van de ‘bedreiging, dat de Regeerin’g de indu-

strie, welke hae moeilijkheden zelf niet. ‘meester kon

worden – ‘het zij toegegeven, dat. ‘daaraan ernstige

beletselen in den weg stonden,. die hun oorzaak

vonden in de wetgeving, maar bovenal in de gezind-

heid ‘der meeste producenten,, ‘welke bepaald w&rdt

slechts door het sterkst sprekende, eigenbelang, zonder

rekening te ‘houden met de toekomst en de belangen
van het algemeen – onder hr beschermende, maar

daarom nog geenszins welkome vle’ugolen zou nemen,

is men het eens geworden mtrent een productiebe-

perking i’n hot Seminolegdbied en in het bijzonder
ook in het Littie Ri.verveld en ten slotte in een der
districten van Texas, Ytesveld, PesosOoiinty. De

maatregelen van den Wetgever zijn niettemin door

Staatssecretaris
Dr. Wor1,
tevens Voorzitter van den

Federal Oil Oonservation Board, reeds ‘met ‘stellig-
hei’d aangekondigd; een
aanwijzing,
ongeveer een
jaar geleden gegevén door Handelesecretaris
Hoover
is ‘door de industrie niet naar behooren ter harte ge-
nemen; opvolging ervan ‘had het ,,gevaar” van iugrj’-
pen door den Wetgever, dat overigens in verband

met moeilijkheden, voortvloeiende uit de Oonstitutie,
a
l
s
niet
direct
voor de deur staande kan worden be-
schouwd, ‘kunnen bezweren.

• In
Mexico
heeft de politiek ‘der Regeering den Ame-
ri.kaarischen maatschappijen aanleiding tot nieuwe
protesten gegeven, waarbij de Koninklijke-Shell-groep,

di.e zieh eerst bijl die wetgeving had neergelegd, zich’
later aansloot. Daarna kwam het tot inkrimping of
opgeving van bedrijven en tot veidlere vermindering

dier productie. Het is ongetwijfeld waar, ‘dat de strijd

950

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

26 October 1927

tegen deze wetgeving een zeer voorname rol bij’ den

achteruitgang der productie speelt, hoewel ook andere

factoren hierin moeten medespreken. Hoe zou men

anders moeten verklaren, dat ná de afkondiging der

zoo krachtig bestreden Oonstitutie van 1911 met haar

beroemde Artikel 21, dat, destijds veel. radicaler werd

opgevat dan ingevolge verscheidene aanvullende be-

palingen thans het geval is, de productie recordcijfers

bereikte?

Venezuela
biedt evenwel onder de huidige omstan-

digheden bonen-der productiemogelijkheden; vandaar

de trek uit ‘Mexico en naar Venezuela. De eerste

plaats wordt daar evenals tevien ‘verreweg ingeno-

men door cle K•oninklijke-Shell-gvoep.

1rislancf
werkt ‘met inspanning van alle krachten

aan de vergrooting van zijne productie, aan de moder-

niseering zijner industrie. Forceering ‘van den uitvoer

is, om anders slechts moeilijk of in het geheel niet

verkrijgbare middelen te eriangen, een noodzakelijk-

heid, die – afgezien nog van de teleurstellingen, welke

de tot in 1927 voortgezette onderhandelingen door

den leider van ‘het ,,Eenhei’dsfrowt” met de Sovjets

den voormannen van ‘dit front hebben bereid en van

•de hulp, welke de .Sovjetu hij’ twee groote Amerikaan-

sche maatsch’appijen vonden – tot een, in vele gebie’-

den ‘der Oude Wereld nog verborgen, in andere tot een

openlijken petroleumstrijd aanleiding gaf, waardoor

de op zichzelf als gevolg van de overproduc-tie reeds

onbevredigende ‘marktpositie der meeste producten

nog ongunstiger werd gemaakt.

Perzië’s
productie wordt door de aldaar ‘heerschen-
de AngloPers’ian gehouden op een hoogte, welke

strookt ‘met de afzeto’rganisatie dezer maatschappij’; ‘die

van
Roemeiiië
is toenemende. Wellicht is in de hou-

ding ten aanzien van de ‘tegen ‘de petroleum-wetgeving
opponeerende buitenlandche groepen (Koninklijke-

Shell en ‘Stapdard Oil) een kleine ontspanning inge-
treden; liet vraagstuk der schadevergoeding werd, ook

voor zo’over betreft de Astra Romana, geregeld. De

verhoogde productie heteekent overigens’ nog niet een
bloeiende toestand voor de industrie, hoewel de Re-

geering haa’met ‘betrekking tot ‘de spoorwegtarieven

en de export’belasting aan
”mei1e1ij1 tegemoet kwam,
en tenslotte een overeenkomst met betrekking -tot den

afzet :in het ‘binnenland is gesloten, die echter nog

niet de goedkeuring der Regeering heeft verkregen.
:De, ‘vergeleken met de Amerikaansche industrie,
betrekkelijk achterlij’k’e uitrusting van een ‘deel der
R’oemeensche industrie is ook een factor, d’ie ‘bij.

beoordeeling -van ‘den toestand dient in aanmer-
king ‘te worden genomen .In
Nederlardsch-In&i4,
waar een jaar ‘geleden de ‘groote raffinaderij van de
Nederlarudsohe Koloniale Petroleum Maatschappij in

bedrijf werd genomen, -zal men wel een productiever-
meerderin’g hij! deze onderneming mogen verwachten; e’venzoo bij’ de Nederlandsch-Indische Aardolie-Maat-

schappij. In -hoeverre de Koninklijke ook h’are eigen
productie uitgebreid of stabiel gehouden heeft, is ‘van
hier uit niet juist ‘te •beoordeel’en. In
C’olrumbia
werd
een tweede pijpleiding voltooid, waardoor de trans-
portcapacitei’t van 30.000 tot 50.000 barrel per dag
stijgt. De productie is geheel tin handen va-n de Start-
dard Oi 1-groep.
Peru,
eveneens overwegend domein de-
er groep, en’
A’rgentinë,,
het land met een Staats-pe-
troleumproduc-tie en -verwerking, welke de’ particuliere
industrie in beteekenis overtreft, hebben ‘hunne pro-
cluctie vermoedelijk verder geleidelijk opgevoerd. Om-
trent,
Engelsch-Indië
werd reed’s een ‘korte opmerking
gemaakt; van
SerawaJc
zijn nadere productiecijfers
niet bekend -geworden. Voor den teruggang der
Pool-
sch.e
productie zullen welliclfl, rnindpr de aard der geo-
logische formaties, -dan drie door menscirenhand
en menschenwil in het leven geroepen om’standighe-

den aansprtdcelij’k gesteld moeten worden; deze zij’ji niet
geschikt om aan te moedigen tot voldoende activitei-t
in -het boren, welke alleen hij -machte zou zijn, den
achteruitgang te compe’nseeren.

Alles samenvattende ‘kan men wel verklaren, dat

1927 een record jaar ‘moet zijrn geweest voor de pro-

‘d’uct.ie, maar juist ‘daardoor geen-szis een jaar van

recordwinsten voor -de internationale petroleumindu-
strie. Integendeel, voor ‘vele ondernemingen zal het

jaar zeer moeilijk zijn geweest, en ook ‘de grootste en
de best-geleide maatschappijen zullen wel h’arerzij’ds

een min of meer aanzienlijken tol hebben te betalen

aan ‘de tegenwoordige omstandigheden. Wanneer de

industrie echter geleerd heeft, ‘dat -samenwerking en

niet het ,,vrijo ‘spel -der nathurlijke ‘krachten”, onder-

ling overleg en niet onbegrensde concurrentie, in het

belang ‘zijn van d industrie en al -haar ver’a’kkin-

gen, -van het ‘aJgemeen zoowel als van het individu,

van -den producent zoowel als van •den verbruiker,

dan zal deze tol een leergeld ‘zijn, ‘dat niet tevergeefs

is ‘betaald.

N.S. Nadat bovenstaande schatting reeds was op-

gecteld, werden in Europa ook de cijfers bekend, die

de hee.r Valentine R. Ga.rfias van.
Doherty & Co. publiceerde. Wij, hebben deze raming

in de laatste kolom’ van, onze tweede tabel opge-

men, om zoodoen’de voor -den lezer een vergelijking
der
cijfers
mogelij’k te maken.

Dr.
WILHELM MAL’TNER.

DE VERGADERING VAN DE VEREENIGING VOOR DE

STAATHUISHOUDKUNDE EN DE STATISTIEK.

Op de vergadering ‘van -de Ver’eeniging voor de
Staat’hu i shoud-kande en ‘de Statistiek, welke dezer

dagen te Rotterdam plaats vond, was aan de orde ge-

steld ‘de ‘behandeling van 4e prae-a’dvie’zen van de hee-
ren Prof. Ir. T. P. de V’ooys, Prof. Mr. F. de Vries

en Dr. Ir. Th. van -der Waerden over de vraag: Kan

verbindendverklarin.g van ‘co]lectieve arbeidsovereen-
komsten, ook tegenover arbeiders en werkgevers, die
aan de ttstandkoming ‘van zo’odanige overeenkomst

niet, zelf of door hunne ‘vertegenwoordigers ‘hebben
‘medegewerkt, worden aanvaard? zoo ja, op welke

gronden, en aan welke voorwaarden zou, alvorens tot
-deze verbin’dendver’klaring wordt besloten, moeten zijn

voldaan?

De twee eerstgenoemde prae-ad-viseurs waren -to-t, de

conclusie gekomen, da-t verbin’dendverklar’ing moest
worden ‘verworpen, terwijl let -derde prae-a’dvies een
bevestigend antwoord op ‘de -gestelde vraag gaf.

Naar aanleiding van deze prae-a-d’viezen ontwikkelde
‘zich
’01)
de vergadering een omvangrijk en interes-

s-ant ‘debat, waarin de meest verschillende gezichts-
punten naar voren gebracht werden.
Daarbij
-was de
bespreking u’i’t ‘den aard der zaak -niet, bepe
r
kt tot de
verbindendverklaring; ook de collectieve verdragen

zelf werden voorwerp van discussie. En zelfs daarbij
bleef men niet staan: achter alle vragen van regeling’

van het ‘bedrijfsleven staat het fun’damenteele vraag-stuk van de ‘bete’ekenis en ‘do gevolgen van ingrijpen

in het ,,vrje spel der maatschappelijke krachten”, en het spreekt ‘dus vanzelf, ‘dat het standpunt, dat men
in ‘dezen inneemt, van ‘beteekenis is voor de ‘beoordee-
ling van elken maatregel ‘kan -dezen aard.

Het zuiver in-dividuali’sme werd’ naar ‘voren ge-
-brach-t ‘door ‘den heer van Ha-rdenbroek van Ammers-
tol,
‘die op deze gron’den de ‘bindendverklaring be-streed. Het verst in andere richting ging wel de heer
Korten/vorst,
die -met een -beroep o’p -het Christendom
‘voor vèrgaairde regeling van het bedrijfsleven pleitte.
De bespreking van ‘het collectief contract, zelf kwam
tot s-tand, doordat sommige ‘voorstanders der bindend-
verklaring deze in verband brachten met het wezen
der cao. Aldus de heer
van R/vi,jn.,
die ‘de
,
bindend
‘verklaring noodrig achtte, om te voorkomen dat de
c.a.o. na afloop niet, vernieuwd zou worden.
De -tegenstanders der bindendverklaring daarente-gen hielden dit ‘vraagstuk ‘scherp gescheiden van het
vraagstuk ‘der c’.a.o. zelf, wat wel hieruit bleek, ‘dat
zij in het algemeen voorstanders der c.a.o. waren.

26 October 1927

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

951

De voornaamste argumenten, die door
,
de vodrstan-

clers der verbi.nden’d’verkiaring naar voren gebracht

werden, waren : het uitschakelen van den loondruk der

ongeorganiseerd en, het aan vullen sier sociale wetge-
ving ‘door regelingen, welke uit het bedrijf zelf o’pko-

‘men en de ‘gedachte, dat ‘ve.rbind,endverkiaring een

‘deugdelijk middel zou zijn, om allerlei ‘veobeteringen

in den weivaart.stoestand der arbeiders door te zett’ten.
Het eerste punt werd met name door den heer
van

Rhijn
naar voren gebracht. De heer
vwa
Zvaten
achtte

het noodzakelijk, het instituut dei bin’den’dverklaarde

c.ao. als aanvulling der sociale wetgeving aan te

wenden. Het :is niet meer mogelijk, argumen’teerde

hij’, alle belangen op één centraal punt te overzien.

Daardoor is men gekomen tot ‘den wenach, het bedrijf

regelend te laten optreden onder contrôle ‘van dun Staat. In deuzelfden zin sprak de heer
Kortenho’rst,

die concludôercle: Doe het ‘zelf; dan is ‘de sociale wet-geving minder, noodig.

Wat, hete derde punt betreft, het
bewijs,
‘dat de, bin.-

•dendverklarin d,er c.a.o. een deugdelijk middel is,

om tot all erl ei gewensch te veiheteri n gen te komen,
werd, zooals de heer
de Vries
hij zijn beantwoording

der ‘debaters opmerkte, niet geleverd. Het, ibleef bij

een verzoek aan ‘de tegenstanders, om een beter middel
aan to
wijzen en ‘zelfs de ‘heer
van der ‘Waerden
gaf

niet anders dan, het, argument, dat ‘de ‘bindendverkla:

ring thans ‘de weg van ‘den minsten’ weerstand was,
om de bewuste doeleinden te ibeieiken. Van ‘deze doe!-
einden is de verheffing ‘van het loonpeil natuurlijk
de ‘belangrijkste en het spreekt i’an zelf, dat dit vraag-

buk vooral de aandacht
01)
‘zich concentreercie. Ik kom

hierop nog terug. ‘

Eenige ‘voorstanders wezen er
0]),
‘dat de ‘verhin-dendverklaring slechtá ôn.der bepaalde voorwaarden

doorgezet zou ‘moeten worden en dat ‘haar toepassing
een beperkte ‘zou zijn, zoo de heeren
van. Zanten
en

Kortenhorst.
O&k werd. naar de ervaring in het bui-
‘tenlan’d, met name ‘die in Duitischland, vetwezen en

een proefnemng hier te lande wetd geadviseerd. Over
‘do feiten ‘blek men het niet eens. De heer
vom.
der
Waerden
had in zijn ‘prac-advies op het Duitsche voor-
beeld gewezen en daaruit voor ‘de bind’en’dver’klaring

gunstige conclusies getrokken. De heer
Sioric
bestreed

dit en wees ei’ op, dat juist :in Duitschlan’cl’ een voort-
durende strijd om ‘hooger loon ontketend ‘was, waarin
men door het instituut ‘der ‘bindendverklaring telkens

de regeering trachtte te ‘betrekken. De heer
Goudri aan
wees er op, ‘dat Duitschland een protectionistisch land

is en ‘d’e economische figuur’ daardoor een andere werd,

De . voornaamste argumeiten ‘der tegenstanders
waren: ‘de schending ‘der wetten, die het arbeidsloon
regelen, de inbreuk op ‘de vrijheid ‘der ‘minderheden, die gedwongen worden en ‘het-gevaar ‘der overheer-

sching van g.roe’psbeian’gen hoven het algemeen ‘belang.

Gelijk reeds gezegd stond vooral het eerste punt in
het ‘midden van alle belangstelling. De heeren
de

Vooys en de Vries
hadden in ‘hun prae-adviezen hier-
op gewezen en hun ‘betoog vond een ‘krachtigen steun

in de uiteenzettingen van den ‘heer
Gov.d’riaan.
Deze,

‘zoowel al’s ‘de.heer
Smid,
wées op het, verschil tus-
‘schen de ‘bedrijven, die aan internationale concurren-
tie ‘blootstaan en ‘diegene, waarbij dit niet het geval

is. De heer
Smid
gaf een’ige cijfers, waarmede hij
berekende, welke de funeste ‘gevolgen zouden zijn,in-
dien men langs ‘dezen weg trachtte, het loonpeil der
landarbeiders tot een eenigszins met ‘de ]oonen voor
soortgeij’ken arbeid in an’dere bedi’ijven ove’reenko-
mende groot.hei’d op te ‘voeren. Voor de voor een locale
markt werkende bedrijven erkende de heer
Goudrican
‘de mogelijkheid eene.r”opvoering van, het loonpeil,
doch terpcht wees hij eenerzijds op het anti-sociale,
dat gelegen is in een toestand, waarbij enkele bedrij-
ven ten koste
4
van an’dere’worden bevoordeeld, ander-

zij’ds op de gevaren, welke het iosma,keu van den ‘ka-
‘bel, ‘die,sle pi’ijvorming ‘der verschillende vormen van

arbeid verbindt, heeft. De heer
Stork
wees op de eco-
nomis’che l)eteekenis van gebieden van lage bonen.
.T
arei

deze niet een voorwaarde geweest voor
liet
ont-
staan van belangrijide industrieën in ‘bepaalde deden
van ons, land?

‘i)oor ‘den. ‘heer
Ci’ucq
werd er op gewezen, hoe de
oorlogs- en ‘i’nfla’tietijd de menschen had doen leven

in een tijd van illusies, terwijl men er nu aan moest
rennen, de werkelijkheid onder oogen te zien. Klaar-

blijkelijk doelde hij’ op de heerschen’de marktver:h’ou-

dingen, waarbij: men zich van ‘hot loonpeil geen greote illusies ‘mag’rnaken.

D)eze argumenten der tegens’ta n’ders v on’d en een
stci’ke bestrijding. De ‘heer
l3ordewijlc,
hoewel erken-

nead, ‘dat de ‘tijd voor een verheffing van het loon-

peil niet gunstig was, achtte het ‘inslaan van de rich-
tinig der verbipdendverklaring een middel, om in gui:l-
stiger tijdèn tot verJiooging ‘van ‘het loon te komen, al

zou ‘meit goed ‘doen iiiet te ver in ‘deze richting te

gaan en diende men bij’ elk geval afzonderlijk de voor-
doelen en de nadeelen ‘zorgvuldig tegen elkaar af te

wegen.
De heeren
Sa,n’dberg
en
Kortenhorst
‘brachten tegen
het betoog van den ‘heer
de Vries
in ‘dien’s prae-advies
in, ‘dat er geen vrije prijsvorming zou ‘beitaan. In zijn
beantwoording wees de heer
de Vries
er op, ‘dat de
kartels en ‘trusts, zoowel als ‘de vakvereenigingen geen
eseentieele wijzigingen in de
prijsvorming
brengen.
Hoewel gee’n’szins ‘het nut der vakvereen’igingen ‘ont-
kennend, ‘zeido hij: ‘dit nut veeleer te
Ziel) in
het real i-
seeren der ‘p rjswetteu.
‘De heer
Snoecic. Henl,:e’man,s
was van meen ing, dat, toegegeven, ‘dat het loon door economische wetten be-
heerscht wordt, de verbndenclver’klari og ‘dor c.a.o. toch wel een middel kon ijn, om een ‘bestaand loon,
waimeer ‘het te laag of te ‘hoog is, op zij:n. normale
‘grootte terug te ‘brengen.

Bij’ de ‘beantwoording ‘der ‘d’ebaters merkte de beer
van der Wae’rden ‘op
dat door een voldoende soepel-
hoid in ‘de ‘toepassing en ‘uitvoering ‘der verbindend.-
‘verklaring de ‘bezwaren ‘der tegenstanders te onder-vangeii ‘wajen, althans tot een minimum te reducee-ren. Juis’t daarom had men in Duit’schla’nd distriets-
regelingen en geen landelijke regelingen toegepast,

ondanks het feit, dat ‘de organisatie landelijk iis. De
Vrije conciiri’entie zou door ‘de :bindendverkiarin

hoogstens verzwakt, niet aan ban:dlen ‘gelegd worden. Wel zou ‘de concurrentie ‘door middel’ van iiloyaie ar-
beidsvoorwaarden verdwijnen, doch ‘dit idon. moeiljk

als een nadeel ‘beschouwd worden. Daarbij wees de
heer van der Waerden er op, dat het niet zoo erg zou

zijn, als het loon iets boven het voor ‘dat oogen’blik
normale gesteld ‘zou worden. Weliswaar geeft ‘dit

‘moeilijkheden voor de ondernemers, ‘doch deze zijn
niet onoverkomelijk en zij’ ‘zijil een prikkel tot. verbe-
tering ‘van ‘organisatie en ‘ou’tillage ‘der onderneming.
InNed’erland is ook wel gebleken, ‘dat men onder der-
gelijke omstandigheden ,,inventif pas nécezs’ité” wordt.
De ‘heer
de Vries
legde bij zijn weerlegging van de
bezwaren ‘der heeren
Sa’ridb erg
en
Kortenhorst
‘den na-
‘druk op :het feit, ‘dat de ‘prijsvorming een expressié
is ‘van de fun’d amenteele functies van ons economisch
leven. He’t gaat er om, de aanwezige productiemid’de-
len zoodan ig te gebruiken en over de verschillende
takken van productie ‘te verdeelen, dat ‘de mens’che-
lijke ‘heh’oeften’bevredigin,g een ‘zoo grect mogelijke
volkomenheid ‘bereikt. Daarbij: is ‘de prijsvorming een
compas, weliswaar ‘geen ‘voimaakt compas, doch wij

hebben geen beter. En zoolang dit het geval is, heb-
‘hen wij geen aanleiding, ‘dit conipais nog onzuiverder’
te laten wijzen.
Tegenover den heer
Sivoevic Herilcenvojas,
die gewe-
zen had, op de ‘hetekenis van de binden’dverklaarde
cao. voor het handhaven van den socialen vrede
bracht’ do ‘heer
de
Vooys
‘in het ‘mid’deu, dat de cao.
juist aanleiding tot ‘groote stakingen ‘heeft gegven.
Het tweede hoofd argument ‘der tegenstanders, het

952 .

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

26 October 1927

gevaar van de overheersching der gr.oepsbelangen,
werd vooral naar voren gebracht door de heeren

Goudrio.an, Wa2ler
en
Zao2b erg.
De 1atste sprak zelfs

van een bescherming der sterken ten koste van de
.z
w
rakken. De heer
Rv,gers van Rozenburg
wees er op,

dat een ontzaglijke macht, in handen van 66n persoon

gelegd wordt, die immers moet beslissen, of de bin-dendveridaring toegepast wordt, en dat het. niet on-
mogelijk is,dat biji zulk een toestand practisch door

anderen het recht gecreëerd zou worden.
Het machtselement in de verbindendverklaring

werd aangevochten door de heeren
Stork, Rntgers

van
Rozenbv.rg, van Harrdenbroek vee’ 4mnserstol
en

Maas.
De heer
Stork wees op
de zware financieele ge-

volgen van bijv. ‘vacantieregelingen voor de onderne-

ming en vreesde, dat een dwingen tot deze en andere

verpliehtingen,-als bijv. medezeggenschap, den lust tot

het aangaan van een c.a.o. bij de ondernemers sterk

zou verminderen. Zoo zon de verbindendverklaring de

c.a.o. kunnen vermoorden. Do heer
Rutgers van
Ro-

zenburg
vreesde, dat de macht zou beslilsen, welke

rechtsopattin’g tot wet werd. De heer
van flarden-

broek van A9n
i
in.erstofr
uitte
de vrees, dat de macht zou

komen. aan hen, .die voor de financiën der oriderne-

ming niet verantwoordelijk zijn, terwij!l de heer
Maas

uitdrukkelijk de vrije binding tegenover den dwang

stelde en, evenals cle hooi-
Stork,
van .de invoering der

rverbind eudverkl arm g fun este gevolgen voor de ont-

wikkeling der c.a.o. verwachtte.

De heer
vain der Waerden
meende daarentegen, dat
de iindend:verklarjng het vrije element, dat bij de tot-

stan{koming der c.a.o. gewerkt heeft, niet te niet

doet. Het gevaar van gropsegoïsme werd door hem

erkend, •dooh hij zag hierin •geen reden, om den wet-

gever te adviseeren zich te onthouden. Tegen den

heer
Rvtgers van Rozenburg
voerde hij aan, dat bij

het tot stand komen van het recht altijd een meer-

derheid een minderheid moet dwingen.

De heer
de Vooys
bad reeds bij zijn beantwoording

der clebaters er op gewezen, hoe licht het gebeuren

kan, dat de leiding aan den rwetgever wordt ontnomen

en dan in hande van de toevaismachten van het

oogeeblik wordt gelegd.
Al les hijeengen omen mag geconcludeerd worden,

dat deze vergadering van de Ve.reeiiiging voor de
Staathiiishoudkunde en de Statistiek veel tot de ver

heldering van het inzicht in het vraagstuk der veiibin-
dendverklaring heeft bijgedragen. De meening van den

heer
Maas,
die de vergadering met een begrafenis-
plechtigheid vergelech, ±iag in zooverre als onjuist

•gokarakteniseerd worden, dat er nog een levendige be-
langstelling voor het probleem aanwezig bleek. Trou-
wens: moge het wellicht in denzelfden vorm niet te-
rugkomen de krachten, die het aan de oppervlakte

gebrach t hebben, zijn blijvend en het nras niet tovealhg,
‘dat in deze vergadering zooveel gesproken werd over
de fundamenteele vraagstukken, die
er achter
liggen.
Dr. W L.
VALK.

BUITENLANDSCHE MEDEWERKING.

DE BEWEEGREDENEN VOOR DE JONGSTE

DISCONTOVERHOOGING IN DUITSCHLAND.

Di. Korirad MeIirowicz, privaatdocent aan d
Handels,Hooesohooi te Bêrlijn, schrijft ons:
Den 4den October jl. heeft de Rijkshan’k haar dis-
conto van 6 op 7 pOt. en haar beleeningsrente van
7 op 8 pOt. verhoogd. Hoewel de maatregel in zoo-

verre .rrrassend was, dat de verhooging ineens een vol procent bedroeg en in’ tegenstelling met de ge-
woonte plaats vond, op basis van den ultimo- en niet
van een lateren, van u1tio-invloeden ontdanen bank-
staat, was het voor den nauwkenrigen opmerker reeds
sedert eenige weken duidelijk, dat een discontover-
hooging nog slechts een kwestie van tijd kon zijn,
wanneer de Rijkubank niet weder het grove middel

der credietboperking te baat wilde nemen.

De n
ioodzakelijkheid van de discontoverhooging

volgde zoowel uit den bsnkstaat als uit de beweging

van de geldkoersen op de oen markt. Onderstaande

tabel geeft de ontwikkeling van den hankstaat sedert

Januari 1927 weer: –
Deviezen Wissels, BakbiI- Dekking der Bankbilj.
voor beleeningen jetten
dekking

en

in

door

door goud
Datum

Goud geschikt effecten

omloop

goud

en deviezen

31 Jan ’27 1834,6 421,0 1585,5 3409,6 53,8
O/
66,2
o/

28 Febr. ,, 1833,8 203,9 1891,2 3465,2 52,9 ,, 58,8 31 Maart,, 1851,7 203,0 2136,7 3588,7 51,6 ,, 57,3 30 April ,, 1850,2 170,6 2226,9 3676,2 50,3 ,, 55,0
31 Mei ,, 1815,6

78,6 2585,8 3719,2 48,8 ,, 50,9
30 Juni ,, 1802,6

67,1 2734,2 3815,2 47,2 ,, 49,0
31 Juli ,, 1801,0 179,1 2669,0 3928,2 45,8 ,, 50,4
31 Aug. ,, 1852,7 157,3 2820,9 3934,7 47,1 ,, 51,1
30Sept. ,, 1852,1 153,8 2991,7 4182,4 44,3 ,, 48,5

Zooals de tabel eantdot, is de bankstaat steeds

ongunstiger geworden. De post binneniandische vis-

sels, beleeningen en effecten is sedert het begin

van het jaar bijna verdubbeld. De biljettencirculatie

toont een record;
terwijl
het dekkingspercentage den

laagsten stand sedert de oprichting van de nieuwe
Rijksbank in October 1924 aanwijst. Rekent men de

Rentenbankscheine, waarvoor de banic, zooals bekend

is, geen dekking houdt, hij de Rijksbankhiljetten, dan

verlcrijgt men een dekkingspercentage (Rijksbankbil-

•jetten plus Rentenbankscheine gedekt door goud plus
deviezen als gouddekking geldende) op 30 September

van slechts 38,8 pOt. Dat de voorraad aan goud en

deviezen van zie Rijksiutni bij deze buitengewone cre-

dietexpansie in den laatsten tijd gehandhaafd Icon

worden, ligt, uitsluitend hieraan, dat de passiviteit

van den Duitachen buitenlandsohen handel, die enge-

twijfeid mede aan deze credietexpansie is te wijten,

door het binnenvioeien van buitenlandech kapitaal en
niet met behulp van de goud- en deviezenreserve der

Rijikobank wordt vereffeud.
Wat de rente op de open markt betreft, deze staat

sedert meer dan drie maanden boven het disconto

der Rijkabank, zooals de volgende tabel aantoont:

Particulier
disconto

Disconto
Ein maands (maandelijksch van de
wissels

gemiddelde) Rijksbank
Januari

4,62
°Io

4,20
0/
o

5,28
0/

Februari – . –

. 4,35

4,22 ,,

5,0
11
Maart

4,86 ,,

4,59 ,,

5,0
April

4,86 ,,

4,59 ,,

5,0
Mei ———–4,99 ,,

4,90 ,,

5,0
11
Juni

5,76 ,,

5,39 ,,

5,75,,
Juli ……….

6,18 ,,

5,90 ,,

6,0
Augustus – . . .

6,09

5,82 ,,

6,0
September ….

6
1
19

5,90 ,,

6,0

Alleen de koers voor &tn maands wissels weerspie-
gelt den werkelijken ‘toestand van de- geldmarkt, ter-
wijl dit voor den kors van hetaiiculiei- disconto
niet het getal is. Deze laatste wordt door de Rijks-
bank, die in opdracht van pchliekreohteljke licha-

men zoo nu en dan groote bedragen aan particuliere
disconto’s koopt, volkomen gecontroleerd. Wanneer
dus de bovenstaande statistiek een particulier dis-
conto aanwijst, dat lager is dan het bankdisconto, doet
dat aan de bewering dât de rente op de open markt
hooger is dan het bankdisoonto, niets af. Op zichzelf

beschouwd is het
na
t
uur
lijk een anomalie, wanneer
de koers voor één maand’s wissels, die over het lge-

meen discontabel rdsselm-ateriaal
.
‘vertegenwoordigen,

hooger is dan de discontovoet van de Rijtks’bank-, zoo-
als dit reeds sedert maanden het geval is. Deze ano-

malie wordt slechts hierdoor verklaard, dat vele wis-
seldiscontanten, wegens dreigende benadering van de
hun toegestane discontolimiet hij’ de Rijlcsba.nk, liever
van de open markt dan van de Rijksbank gebruik
maken, ofschoon het eerste be1argrijk kostbaardei- is.
Ook schijnt de Rij’ksbank er tot zekere hoogte toe

te zijn overgegaan het ten aankoop aangeboden wis-
selmateriaal strenger dan tot dusver te schiften en
ihet dus niet door den discontovoet doch door verhoog-

26 October
1927

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

953

(le oIs(heJt nut butrelddng tot ‘de kwaliteit te weren.

Een kunstmatig •goedkooper worden van het crediet,
zooals door het laag houden van het Rijks’baukdis-
conto tot stand kwam, kon niet langer gehandhaafd worden, wilde men niet gevaar loopen een credie’t-

inflatie in het leven te roepen.
Het was dus voor ‘de Rijkabank uie’t. zeer moeilijk,

haar maatregel op grond van haar bankataat en van

de ontwikkeling van de rente op de open markt te
motiveeren. Wanneer men de Rijkabank een verwijt

wil maken over ‘haar discontoverhooging, dan k’an het

slechts dit zijn, dat ‘zij het disconto niet reeds vroeger

verhoogde. Want op ‘grond van haar banks’taat en van

cle ontwikkeling van den rentevoet zou een verho’o-

ging reeds einde Juli gerechtvaardigd geweest zijn.

Voor het feit, dat
zij
het
destijds niet ‘gedaan ‘heeft,

zijn echter zeker verzachtende omstandigheden aan te
voeren. Aan den eenen ‘kant was de toestand einde

Juli nog niet met zekerheid te zeggen, of, na de op-

vist nog niet, welke toestanden zich op de intern a’tio-

nale geidmarkt zouden voordoen, in het
‘bijzonder
of

do Federal Reserve tbanken haar disconto zouden ver-

lagen en welke uitwerking een eventueele verlaging

0
1
)
‘de Duitsche geld’markten zou hebben. Ook was in
Juli nog niet ‘met zekerheid te zeggen, of, na de op-

heffing van het feitelijk embargo op buitenlandsche
leeningen, de opnieuw bii’inenstroomende leeningen
de geld’markt zouden verruimen. Eerst in Augustus
en September bleek meer •en meer, dat ‘de aanhou-
dende passiviteit van den .bult’enlau’dschen handel de uit hoofde van leeningen birinenstroomende deviezen

volkomen absorbeerde, voordat zij, een verruimenden
invloed op de goidmarkt konden uitoefenen. Hierbij

kwam, dat de t&estand van de conjunctuur juist einde
Juli, in verband ‘met ‘de publicaties van eenige Ka-
mei’s van Koophandel, eenigszins sceptisch werd be-oordeeld. De Rij’kabank wilde daarom waarschijnlijk
een toch reeds op’handen ‘zijnden omslag va’n de con-

junctuur door een discontoverhooging niet nog ver-

haasten, ‘zooals zij over het algemeen sterk met ‘den
toesbând van do conjunctuur rekening houdt. Wan-
neer een disconloverhooging niet reeds eerder plaats
vond, kan dit verder in verband staan met de om-
standigheid, dat de Rijksbank de uitwerking van haar

discontopolitiek niet ten onrechte eenigszins scep-
tisch beoordeelt. Wij komen nog nader op dit punt.

terug.
Wat nu de oorzaak van het sterke beroep op de
Rijksbank en van de verhooging van ‘den rentevoet
op cie open markt betreft, deze is aan den eenen kant
en wel in hoofdzaak in den buiten’gewonen voorspoed

op economisch gebied te zoeken, verder ‘wordt zij ‘dooi
het seizoen beinvioecl.
Het is bekend, dat Duitschland zich tegenwoordig
in een stadium van hoogconjunctuur bevindt. Het
aantal werkloozen daalt voortdurend (Juni 1927
541.000, September 355.000). De productiecijfers wij-
zen overal een record aan, evenals het postchèque-en giro-verkeer. De insolventie blijft op het laagste
punt sedert de stabilisatie en •de wisselprotesten zijn
in verhouding tot den sterk ‘gestegen wisselomloop
buitengewoon gering, terwijl de
prijzen
eenigazins

stijgen. Dat deze opleving met een sterke credietvraag
en ‘met stijgende geidkoensen ‘gepaard gaat, ligt voor •de hand. Ja, het is zeker aan geen twijfel onderhevig,
.dat ‘de opleving van de conjunctuur door sterke uit-
breiding van de crediethoevoelhei’d – een vergroo-
ting, die zoowel uit binnenlandsche als uit buiten-
landscihe bronnen vloeit – eerst
mogelijk
geworden
is. Wilde de Rijksbank niet langer een ongezonde
stijging van ‘de conjunctuur in ‘de hand werken, dan
mocht zij niet langer •de rente op de open markt

onderbieden.
Bij
den tegenwoordigen stand van de
Duitsche conjunctuur moest zij er veeleer op bedacht
zijn, weder een verschil met de koersen op de open

markt te verkrijgen.
De Rijksbank heeft haar maatregel niet, wat geheel

en al op zijn plaats zou geweest zijn, uit’ conjunctuur-
politieko overwegingen gemotiveerd, doch, zooals ver-

meld, slechts op grond van de toenemende belasting
.’an haar ibankstaat. Met zekerheid kan echter aange-

nomen worden, dat haar maatregel niet in de laatste
doch ‘wel in de eerste plaats getroffen werd met ‘de
bedoeling de conjunctuur te beteugelen en voor ex-

cessen te behoeden; voornamelijk schijnt zij een ver-

dere
prijsstijging
te willen verhinderen.

Op de stijging
van den rentevoet en de toenemende

belasting van de Rijkabank had echter niet alleen de

conjunctuur, doch ook het seizoen invloed. Do land-

bouw stelt in den regel in het najaar vrij sterke

credieteischen ten ibehoeve van de financiering van

den oogst en de klein- en groothandel beginnen reeds

einde September voorbereidingen voor Kerstmis te
treffen, wat eveneens een sterker ‘beroep op de geld-
markt tengevolge heeft. Het is dus geen toeval, dat

de discontoverhoogingen ‘der Rijksbank reeds voor den

oorlog voornamelijk in de maanden September tot

November vielen.

Ofschoon nlles ten gunste van een ‘discentover-
hooging sprak, is de directie Van de Rijkabank er

slechts schoorvoetend toe overgegaan. Niet, zooals

veelal vermoed word, omdat daardoor de rentelasten

voor ‘sommige
bedrijfstakken,
speciaal voor ‘Uen land-
bouw,
bijna
ondrageljk werden, doch omdat zij

vreesde, dat een discontoverhoogi’ng opnieuw buiten-iandsc’h kapitaal, iii ‘het bijzonder met korten looptijd,
zou doen binnenvloeien, waardoor de toch reeds nauw

ljks drageljke schuld op korten termijn aan hot bui-

tenland, die op 2 milliard Rijksmark kan worden

aangenomen, opnieuw zou stijgen en waardoor boven-
dien de werking van het disconto min of meer werd

uitgeschakeld. In Duitschl’and is thans het gevaar voor
den volgenden cirkelgang buitengewoon groot: dis-
contoverhooging, daardoor vergroote aantrekking van
buitenlandsch kapitaal, daardoor verhoogde binnen-
landsche circulatie, daardoor prijsstijging en grooter

gevaar voor conjunctuur-excessen, daardoor noodzake-
ljicheid van verdere ‘discontover’hoogingen.

De Rijksba.n.k kan dus enkel dan door haai dis-

con’topolitiek werkelijken invloed op •de conjunctuur
uitoefenen, wanneer tengevolge van de discontover-
hooging nieuw buitenlandsch geld niet in belangrijke
mate binnenvloeit. Is dit echter wel het geval, dan

blijft de werking van de ‘discontoverhooging in hoofd-
zaak zuiver psychologisch. Want dan worden de bui-

teulandsche gelden, voorzoover zij niet tot betaling

van hot inrvoeroverschot en voor •hersteidoelein’den
worden aangewend,
‘bij
de Rijksbank in biljetten om-

gezet. De Rijksbank heeft in laatste instantie niet

de mogelijkheid deviezen te weigeren, daar deze dan
in het buitenland in ‘goud zouden kunnen worden om-
gezet, dat zij ten allen tijde moet accepteeren. De in-

ruili’ng van buitenlan’dsch tegen Duitsch geld betee-
kent ec’hter, dat niet de Rijksbank doch het verkeer
zelf den omvang der circulatie en daarmede den om-
vaag van ‘het crediet bepaalt. De politiek der Rijks-
bank is in dit opzicht zeer aan banden gelegd. Waar-
schijnlijk was ‘het di’t gezichtspant, dat de Rijksbank
tot haar afwachtende houding aanleiding gaf. Het
gevaar van het binnenstroomen van buitenlandsche
eredieten zou de Rijkabank ongetwijfeld hebben kun-

nen ontgaan, als zij het disconto niet had verhoogd,
doch credietrestricties ‘had doorgevoerd, zooals in
1924. Dit zou natuurlijk een nieuw dwangbeheer ten
opzichte van het crediet der circulatiebank beteekend hebben en dit schijnt de Rijksbank met ‘recht zoolang
mogelijk te willen yermijden. Dat de Rijksbank bij

een discontovoe’t van 6 pOt. niet tot credietbeperkin-
gen overging, kan ook hiermede samenhangen, dat

tusschen de Rijksbank en de particuliere banken een
zekere overeenstemming is bereikt omtrent de acebp-
tatie ‘van buitenlandsche gelden op korten termijn.
De door het reiïteverschil ontstane prikkel tot het
opnemen van buitenlandsch geld wordt op deze wijze

954

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

26 October 1927

door een soort reguleering van rhoogerhand sterk ver-

lamd. De Rijksbank heeft er dus voorloopig de voOr-

keur aan gegeven, niet de Rijkebankeredieten te con-
tingenteeren, doch de buit.enianclsche credieten. Hdt

resultaat ‘van deze politiek moet worden afgewacht.

In dit verband is een verdere maatregel van de

Rijksbank van belang. Terwijl de Rijlcsban’k vroeger
‘de uit het ibuitenland binnenvloeieu.de deviezen van

•dn Duitsehen geldnemer overnam, verwijst zij de

geldnemera den laatsten tijd naar de .deviezenmarkt.

Het gevolg hiervan is, dat de deviezeni oersen gedaald

zijn en dat zoodoende het. opnemen van buitenland-

sche gelden op korten termijn zeer beperkt, wordt.

Want hij, die buitenland sch crediet op korten termijn

aanneemt, ontvangt, als hij het bedrag in Rijkamark
omzet,
‘bij lage devie’zenkoersen een kleiner bedrag

aan Rijksmark dan ‘bij ‘hoogeve. Daar hij niet ‘weet
of de Rijksbank de deviezenkoersen zal vevlioogen

door plotseling weder als kooper op te treden en hem

daardoor dwingen bij de terugbetaling dor leening

een grooter bedrag aan marken te betalen, waardoor
in bepaalde gevallen de rentemarge tusschen ‘binnen-

en buitenland opgeheven wordt, werkt deze politiek

heperkend op het opnemen van buiteulandsoh geld.

AANTEEKENINGEN.

De verhooging van de rentetarieven door de
Nederlandsche Bank.

Rectificatie.

In den titel van de aanteekeiing in het vorige

nummer is een storende fout geslopen. Zooals overi-

gens reeds terstond uit (ten inhoud van het artikel

kon blijken, bc’hoorde het opschrift te luiden: De
verhooging
– en
niet de
verlaging

van de rente-
ta ii oven {l oor ‘de Ned erlan dsche Bank.
Voorts leze men in de eerste tabel op pag. 929

(ie regel le kolom) 9 Augustus 1926 i. p. v. 4 Augus-

tus 1926.

ONTVANGEN:

Stenographisch, Verslag van het Ch,ung Hwa Co’ngres,

gehouden te Se’,naraxn,g, 17 en 18 April 1927,

Pekalengan, z.j.; Stoomdrukk. Tan Poen Hoey.

Handboeleje voor den Deli Plajater,
‘door R. Fruin en
T. Volker. Maart, 1927; Deli Planters Vereeni-
ging.

Studies in Economic History: The collected Papers
of George Unwin, Professor of Economie History
in the University of Manchester,
edited by R.
H. Tawney, Reader in Economie History in the
University of London, sometime fellow of Balliol
College, Orford. London, 1927; Macmillan and
Co., Ltd.

Harmony between Labor and Capital; an Essay on
the
Welf are of Nations,
by Oscar Newfong. New
York and London, 1927; G. P. Putmann’s Sons.
Het Nederlan4sche Hyptheekbanlcwezen.,
door C. D.
van Vliet, Dir. der Holl. ilyp. Bank. Overdruk uit

,,Nederlan.d, het Continentale Centrum van Han-del, Scheepvaart en Financiën”. Rotterdam, 1927-
28; Nederlandsch-Engelsche Uitgevers-Mij.

De Verantwoordelijicheici der Ondernemïing,
door M.
J. H. Cobbenhagen. Proefschrift. Roermond,
1927; J. J. Romen & Zonen.

Gedenicboele, uitgegeven bij gelegenheid van, het vijf-

jarig bestaan der Rijksiand bou,wproef stations,
1927,
uitgegeven door de directie van den land-bouw. ‘s-Gravenhage, 1927; Algemeene Lands-
drukkerij.

De Ans,sterda.msche Makelacirdij,
door C. D. van Vliet,
Directeur der Hol.landjsc’he Hypotheekbank. Over-
druk uit het Gedenkboek ‘der Makelaarsvereeni-

ging te Amsterdam, uitgegeven ter gelegenheid
van het vijftig-jarig bestaan dier Vereeniging op
1 J’uli 1927. Amsterdam, 1927; Drukkerij Mer-
curius.

STATISTIEKEN EN OVERZICHTEN.
N.B.

beteekent: Cijfers nog niet ontvangen.

GELDKOERSEN.

BANKDISCONTO’S.
Nedisc. Wissels.
4413 Oct.’27
Zwits. Nat. Bk.
3422
Oct.’25
el. Binn. Eif.
5
13 Oct.’27
N.Bk.v.Denem.
5
23Juni’27
Orsch. in R.C.
6
13 Oct.’27
ZweedscheRbk
4
21 Apr.’27
Javasche Bank….
4
14Juli’26
Bank v.Noorw.
4426 Oct. ’26
Bank van Engeland
4421 Apr.’27
Bk. v. Tsj echo-
Duitsche Rijksbank 7
5 Oct.’27
slowakije ..
5
8Mrt.
’27
Bank v. Frankrijk.
5
14Apr.’27
N.Bk.v.O’rijk.
6424Aug.’27
Belgische Nat.Bnk.
5
22Juni’27
N.Bk.v.Hong.
6
25Aug.’26
Fed. Res. Bank N.Y.
34 4Aug.’27
Bank v. Italië.
7
17Juni’25
Bank van Spanje…
5
23Mrt.’23
Z.-Afr.Res.bnk
6
108ept.’27

OPEN MARKT.

1927 1926 1925
1914

22 0
C
17122
10115
318
18123 19124
20124
.
Oct.
Oct. Oct.
Oct.
Oct.
Juli

Amslerdam
Partic.disc.
41I
3
_91
16

4
116
-9
116
3
1
134
3
18
3116-18
2
3
14-
7
18
3
1
18-116
3
1
101
Prolong.
431
4

411
4
5
31124114
31214
2112-3
314-4
21/
4314

Londen
Daggeld ..
231311
231
4
-331
4

35
3411
35
211
4
_4
181
4
-2
Partic. disc.
4116
4I1e
4116
4
/16

18
411116_314
14’116
2114_314
Berlijn
DageId ..
5-7
5-9
68
1
1
6314-9
3-5 7-9
1
12

Partic.disc.
30-55
d..
. 6
7
1
6
3
I4-I8
6
1
/3-
3
14
6-5/s
43(4I8
7
1
1

56-90
d..
.
6/
6
3
14
-7
18
611
3314

6-5/s
4113519
7-
1
18
2
1
/8
1
12
Waren-
wechsel.
711
4

7318
I87
1
I4
6
1
14-714
5’18-
1
12
8
3
14-9
Aleu, York’)
Cali money
311
3
_314

311
3
_411
4

4_31
4

4_31
4

4_3/
4

4_31
4

131
4
21/
3

Partic.disc.
1

3318

1
3318

1
331
4
31
5

3114
4

11
3
5
18

11

1)
Calls money-koers van
21
Oct. en daaraan voorafgaande weken
tjm
Vrijdag.

WISSELKOERSEN.

KOERSEN IN NEDERLAND.

a
D ta
New
Londen
Berlijn
Parijs
Brussel
Bafavia
York””)
)
*)
*,)
•)
1)

18
Oct.

1927
2.4811/
16

12.1071,
59.41 9.76
34.63
9971,

19

,,

1927
2.48
9
/
12.10%
59.41
9.754 34.614
997e,
20

,,

1927
2.4891
12.10
7
18
59.344
9.76
34.604
918
21

,,

1927 2.488/
5

12.10%
59.34 9.754
34.60
9/8
22

,,

1927

1
2.10}*
59.344
9.754
34.604
9971,
24

,,

1927
2.48
1210h’
59.33
9.754
34.594
997/
8

Laagste d.w.1)
2.48
5
1
12.09%
69.28 9.74
34.58
99%
Hoogste d.wl)
2.48
1
ij
le

12.11%
59.43 9.77 34.66
100
17
Oct.

1927
2.4891,
12.107/
8

59.36 9.764
34.62
9971
8

10

,,

1927
2.49%
12.1371
59.45 9.784
34.72
100
Muntpariteit
2.48%
12.10%
59.26
48.-
34.59
100

Data
Zwit-
serland
Weenen
Praat
Boeka-
1
Milaan Madrid

18
Oct.

1927
47.97
35.10
7.37
1.53
13.594
42.424
19

,,

1927
47.95
35.10
7.37
1.524 13.584 42.59
20

,,

1927
47.95
35.10
7.37
1.524 13.584
42.90
21

,,

1927
47.95
35.10
7.37 1.524
13.584
42.76
22

,,

1927
47.95
35.07x
7.37
1.524


24

,,

1927
47.94
35.10
7.364
1.524
13.58
42.684
Laagsted.w.
1
)
47.90
35.05
7.35
1.50
13.57
42.35
Hoogsted.wl)
47.99 35.15
7.39
1.55
13.60
42.90
17
Oct.

1927
47.95
35.10
7.374
1.55
13.584
42.77k
10

,,

1927
48.07%
35.20
7.40
1.55
13.62
43.55 Muntpariteit
48.- 35.-
)
48.-
48.-
48.-

Data
Stock-
holm Kopen-
hagen”)
Oslo”)
J

!el

for!’)
Buenos-
Airesl)
Mon-
treal’)

18
Oct.

1927
67.-
66.074
1

65.45
6.27
1065/,
2.48%
19

,,

1927
66.974
66.65 65.25
6.274
10671
8

2.4871
8

20

,,

1927
66.974 66.674 65.40 6.274
10651
8

2.4871,
21

,,

1927
66.974
66.65
65.45
6.27
10611
8

2.487/,
22

,,

1927
66.974
66.65
65.524
6.27
1063/
8

2.4871, 24

,,

1927
66.95
66.65
65.474
6.26
106%
2.48%
Laagsted.w.1)
66.90
66.574
65.10
6.25
106
2.48%
Hoogste d.wl)
67.024
66.70
85.55
6.29
106%
2.49
17
Oct.

1927
66.974
66.65
65.474
6.274
10671
8

2.48%
10

,,

1927
67.15
66.824
65.774
6.29
106%
2.4951,
untpariteit
66.67
66.67
64.67
6.264
10571
3

2.48%
)
Noteering te Amsterdam.
‘)
Noteering te Rotterdam.
8) Particuliere opgave.
2)
Wettelijk gestabiliseerd tusschen
7.534j5
en
7.21
1
12.
In het eerste nummer van iedere maand komt een overzicht voor van een aantal niet wekelijks opgenomen wisselkoersen.

26 October 1927

ECONOMISCH-STA

KOERSEN TE NEW YORK. (Cable).

D a a
Londen
($ per £)
Parijs
($ P. lOOfr.)
Berlijn
($ P. 100 Mk.)
Amsterdam
($ P. 100 gid.)

18 Oct.

1927
4,87I1
3,92%
23,90
40,21ij
19

,,

1927
4,873/
je

3,92
51
8

23,90
40,24

20

,,

1927
4,37%
3,92%
23,88
40,24

21

,,

1927
4,8731
3,925/
23,88
40,24%

22

,,

1927
4,87’/
9

3,92%
23,88%
40,24

24

,,

1927
4,87
1
18
3,9221
5

23,87% 40,25%

25 Oct.

19261
4,84%
3.07
23,77
39,99
£eluntpariteit..
1

4,8687
19,30
23,81%
4031
15

KOERSEN TE LONDEN.

Plaatsen en

INoteerings-I
Landen
eenheden
8
Oct.
1927
15
Oct.
1
1927

ILaagstelHoogstel
17(22
Oct.
1927

1
22
Oct.
1927

Alexandrië. .
Piast. p.
9771
9751
j5

97
,
4 Athene

.. ..
Dr. p. £
367
368%
364 369
366
Bangkok …
Sh.p.tical
111031
8

1/10%
11101
1110%
111034
Budapest . ..
Pen. p. £
27.821
27.851
27.83 27.88
27.85
B. Aires’). ..
d. p. $
47 9
47i5/
4727/
82
4731!
132
4755!
184
Calcutta . . . .
Sh. p. rup.
1
l
51′
3
1
1
563
!64

1
/
5
“/
116
115
31
18
2

Constantin..
Piast.p.
917h
917h
910 930
917%
Hongkong ..
Sh. p. $
1’11
3
°
1
1’11’
1
1
116/
6

21031
21011
33

111031

1/10°

Wig

‘1
’10’
li
l/lO
1/10
Lissabon
1)
. .
d. per Esc.
2
7
1
271,6

2
13
1
32

2161
33

271,

Mexico . ….
d. per $
24
24 23
25 24
Montevideo’)
d. per $
49I
5
1
50
497/
9

50%
50%
Montreal’)
..
$ per £

.

. per Mii.
486H
4.86
4.866/
9

4.865/ 8
4 86
T
g
v

Kobe

…….Sh.p.yen

R.d.Janeiro’)

..

529!
32
1
515116
529
132
581132
559,64
Shanghai
..
.
Sh. p. tael
216H
96
3
1
2/6
217k
2(651
s

Singapore. ..
id. p. $
2’3°
1
91349!
-!

164
2/323/
82
2327′
1

33
2/349/
Valparaiso
‘).
$ p.
39.40
39.39 39.38
39.40 39.40
Warschau ..
Zi. p. £
43%
43%
43 44
43%
1)
Telegrafisch transfert.
2)
90 dg.

ZILVERPRIJS
GOUDPRIJS
8)

Londen’)
N.Yorkl)
Londen
17 Oct.
1927..

251s1
56%
17 Oct.
1927.
84/1134
18

,,
1927..

25651
j5

5634
18

,,
1927
84110i
19

,,
1927..

25231
16

563/
19

,,
1927
84111
20

,,
1927..

25
2
5/
i6

5634
20

,,
192″ ….
84/11
21

,,
1927.. 25%
56
1
1
9

21

,,
1927
84111%
22

,,
1927..

257/
8

568/
5

22

,,
1927
84111%

23 Oct.
1926.. 24%
52i1
23 Oct.
1926
84111%

20 Juli
1914..

241I/
54i/
20 Juli
1914
84111
t)
In pence p.oz.stand.
2)
Forelgn silver In tc. p.oz.fine.
3)
in sh.
p.oz.fine

STAND VAN
‘s RIJKS KAS.
De Minister van Financiën maakt bekend:

Vorderingen.

1

15 Oct. 1927 1 22 Oct. 1927

Saldo bi) de Nederlandsche Bank

/


Saldo b. d. Bank voor Ned. Gemeenten
f
787.597,77
,,

705.701,88
Voorschotten op ultimo Sept. 1927 aan
de gem. op voor haar door de Rijks-
administratie te heffen gemeentelijke
Inkomstenbelasting en opcenten op
de Rijksinkomsten belasting ……..
,,
42.018.016,74
,,

42.018.016,74
..
7.468.908,35
,,

7.638.122,92
Kasvord.we. credletverst.a(h.buitenl
,,121.946.535,11
,,125.444.861,49
Daggeldleeningen tegen onderpand
van Staatsschuldbrieven

Voorschotten aan de koloniën…………

Saldo der postrekeningen van Rijks-
16.029.089,11
,,

21.116.704,12
comptabelen

……………………
Vordering op het Staatsbedrijf der P.,
T.

en

T.
3
)…………………………..
Id. op andere Staatsbedrijven 2)
,,

3.005.348,03

,,

3.385.348,03

Verplichtingen.

Voorschot door de Nederi. Bank….
1
11.345.935,38

1

8.469.035,59
Schatkistbiljetten in omloop’) ……..
63.196.000,-
,, 63.196 000,-

Waarvan direct bij de Ned. Bank..,,

34.040.000,-
32.040.000,-

Zilverbons in omloop …………….
,,

12.340.634,50
Schuld a. d. Bank v. Ned.Gemeenten 2).

..

Schatkistpromessen in omloop ……..

Id. a. h. Alg. Burg. Pensioenfonds’) ..,,
3.898.541,74
,,

2.916.602,16
Id. a. h. Staatsbedrijf d. P., T. en T.
2)..

..12.265.046,-

28.661.386,20
,,

31.521.140,94
Id. aan andere Staatsbedrijven’) ……
,,

1.160.000,-
Id. aan diverse Instellingen
2)

……….
…1.160.000,-
6.056.601,93
,,

5.911.271,17
Waarvan / 12.056.000 vervallende op 1 Juli 1929.
In rekg.-crt. met ‘s Rijks Schatkist.
NEDERLANDSCH-INDISCHE VLOTTENDE
SCHULD.

1 is Oct. 1927

1 22 Oct. 1927

Vorderingen:
f
3.098.000,-
8.408.000,-
/ 2.896.000,-
,, 15.797.000,-

Verplichtingen:

Saldo bij ‘s Rijks kas ……………..

Voorschot uit ‘s Rijks kas aan N.-lndië

Saldo bij de Javasche Bank ………….

Voorschot Javasche Bank aan N.-lndië
Schatkistpromessen in omloop …………
Muntbiljetten in omloop ……………
Schuld aan het Ned.-lnd. Muntfonds..


400.000,-
0.000.000,-
»

1.996.000,-


,,

400.000.-
29.892.000,-
,,

1.996.000,–
Idem aan de Ned.-lnd. Postspaarbank.
,,

1.246.000,-
,,

1.311.000,-

SCHE BERICHTEN

955

NEDERLANDSCHE BANK.
Verkorte Balans op 24 October
1927.

Activa.
Binnen!. Wis-( Hfdbk. t 130.140.944,87
se1s,Prom., Bijbnk.

11.351.366,20
enz. in disc.

Ag.sch. ,,

14.664.486,16

f
156.156.797,23
Papier o. h. Buiteni. in disconto. …

Idem eigen portef. .

111.914.311,-
Af :Verkocht maar voor
de bk. nogniet afgel.


111.914.311,-
Beleeningen

Hfdbk.
f

46.975.066 13
ncl. vrsch.
in rek.-:rt.

Bijbnk.

7.806.948,13
Ag.sch. ,,

71.998.550,86
op

f
126.780.565,12

Op Effecten.. . … …

f

119.934.365,12
OpGoederenenSpec.

6.846.200,-
126.780.565,12
Voorschotten a. h. Rijk …..
7.897.503,40
7elunt en Muntmateriaal
Munt, Goud … ….
f

67.859.225,-
Muntmat., Goud .. ,, 318.265.808,51

f
386.125.033,51
Munt, Zilver, enz. • ,,

27.598.257,82
Muntmat., Zilver..


11
413.723.291,33
Belegging
1
1

kapitaal, reserves en pen.
sioenfonds

……………………,,
23.706.453,52
Gebouwen en Meub. der Bank

,,
5.000.000,-
Diverse rekeningen ……………

,,
52.168.026,82

Passiva.

f
897.346.948,42

Kapitaal …………..

………….

f
20.000.000,-
Reservefonda ……
,,
7.027.840,39
Bijzondere reserve ……………….,,
8.000.000,-
Pensioenfonds

………………….

..
4.704.196,41
Bankbiljetten in omloop …………..

..
806.680.315,-
Bankassignatiën in omloop………….
190.288,32
Rek.-Cour.j Het Rijk
f


saldo’s:

Anderen,,

41.059.325,36
41.059.325,36
Diverse rekeningen ………….. ..

,,
9.684.982,94

f
897.346.948,42

Beschikbaar metaalsaldo …..

f
243.680.785,04
Op de basis van
1/

metaaldekking

,,
74.094.799,30
Minder bedrag aan bankbiljetten in om-
loop dan waartoe de Bank gerechtigd is. ,,
1.218.403.925,-

Voornaamste posten in duizenden
guldens.

Goud
Andere
Beschikb.
Dek-
Data
Circulo (ie
opeischb.
Metaal-
kings
Munt
1
Muntmat.
schulden
saldo
perc.

24 Oct.
’27
67.859
318.266 806.680
41.250
243.681
49
17

,,
’27 67.864 318.266
814.098 27.802
244.589
49
10
’27 67.870
318.266
324.265
37.623
240.322
48
3
’27
67.881
318.266 845.658
39.634
235.911
47
26 Sept.
’27
67.898 318.275 796.026
35.311
247.388
50
19

,,
’27 67.944
318.274
797.416
33.181 147.229
50

25 Oct.
’26 62.445
356.290 833.642
34.370
271.700
51

25 Juli
’14
65.703 96.410
1 310.4371
6.198
1 43.521
1
)
1

54

To!aal
Schatkist-
,
ee-

e
Papier
Diverse
Data
bedrag
idisconto’s
1

promessen
n ng
op
het
reke-
rechtstreeks

buitenl.
nin gen
2)

24 Oct.
1927
156.157

126.781
111.914 52.168
17

,,
1927
157.325

141.959
106.825
33.774
10
1927
156.231

137.514
125.351
34.880
3
1927
171.402
6.000
134.243 135.413
36.253
26 Sept.
1927
144.799

128.561
126.840
36.655
19

,,
1927
139.451

127.936
131.917 36.551

25 Oct.
1926
65.335
14.500
127.303 194.428
58.336

25 Juli
19141
67.947
14.300
61.686 20.188
509 1) Op de basis van als metaaldekking.
2)
Sluitpost activa.
CURAÇAOSCHE BANK.
Voornaamste posten in duizenden guldens.

Data
Metaal
Circu-
latie
conto’s
1
Dis-

Isa’iotten
Voor-
aan de
kolonie

iverse
1
D
reke-
1
ningenlnïngeni

Diverse
re ke-

1 September1927
2.066 2.625
149
66
1.859 1.061
1 Augustus 1927
1.996
2.605
153
42
1.919
1.075
1 Juli

1927 1.947
2.671
152
14
1.854
881
1 Juni

1927
1.857
2.406
140
43
1.658
867
1 Mei

1927
1.769
2.473
150
48
1.825 856
l April

1927
1.657
2.495
146 32
1.775
648

1 September19261
1.344
2.147
61
48
1.358
230
1) Sluitpost der activa. 2) Sluitpost der passiva.

956

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

26 October 1927

JAVASCHE BANK.

Voornaamste posten in duizenden guldens. De samengetrok-
ken cijfers der laatste wdcen zijn telegrafisch ontvangen.

Andere
Beschlkb.

Data

Goud

Zilver

Cïrculatie opeischb. metaal-
schulden
saldo

22 Oct. 1927

2O.900

320.900

83.300 120.060
15

1927

200.600

324.700

70.600 120.340 –
8

1927

201.600

323.300

84.300 120.080

17Sept.1927 183.953

18.057′ 325.984

71.948 122.736
10

1927 183.762

18.673 326.855

68.867 123.666
3

.1927 183.817

19.382. 325.293

74.834 123.564
27 Aug.1927 184.281

19.395 325.273

69.309 128.414

.23 Oct. 1926 198.705

28.379 333.104

72.274 146.491
24 ,, 1925 143.456

42.352 336.772

56.948 107.665

25Juli1914 22.057

31.907 110.172

12.634

4.8429

Wissels,

.

Dek-

,-, ,,

Dis-

buiten

Belee-

iverse

kings-

a a

conto’s

N.-Ind.

ningen

re e-
1

percen
betaaib.

ningen

tage

22 Oct. 1927

. 1Ï4T400

50
15

1927

184.700

50
8

1927

187.600

49

17Sept.1927 ï749 25.344 121.754

38.397

51
10

1927 13.209 25.215 115.193

42.613

51
3

1927 13.015 26.441 115.048

45.078

51
27Aug.1927 12.959 27.327 109.864

41.588

52

23 Oct. 1926 12.270 25.084 103.309

43.594

56
24 . ,, 1925

17.637

28.933

98.711

60.117

47

25Juli1914

7.259

6;395

47.934

2.228

44
‘) Sluitpost activa.
2)
BasiB
2
1 metaaldekking.

BANK VAN ENGELAND.
Voornaamste posten, onder bijvoeging der Currency
Notes,
in duizenden pouden sterling.

Data

.
Metaal
Circulati,
Currency_Notes
.
Bedrag
1
Ban kbil/.
1
Gov. Sec.

19 Oct.

1927
151.214
135.539
294.309
56.250
244.809
12

1927
151.007
136.272
297.086
56.250
247.518
1927
151.179
136.989
297.673
56.250
248.252
28 Sept. 1927
151.092
136.505
294.798 56.250 245.424
21

1927
150.456
135.629
293.783
56.250 244.076
14

1927
151.060 136.102
295.193
56.250
245.706

20 Oct.

1926
154.096
138.712
288.705
56.250
237.934
22 Juli

1914
40.164
l

29.317

1

1

Data
Gov.
Other
Public
Other
Dek-

.
Sec. Sec.
Depos. Depos.
p”r

19 Oct. ’27
47.550
56.177
22.097 99.381
35.425
292/
25

12

’27
52.930
53.560
21.830
101.505
34.485
28
5

,,

’27
57.845 56.728 20.993 109.864
33.939
2515
28Sept.’27
56.310
50.935
25.696 97.538
34.337
27
7
/
8

21

,,

’27 56.490
49.800
21.894
100.644
34.577
28.(
14

,,

’27
51.254
44.164
11.730 100.112
34.707
31

20 Oct.’26
35.325 72.772 20.202 105.344
35.134
28
22 Juli ’14
11.005
33.633
13.736
1
42.185 29.297
52
‘) vernouaing tusscnen içeserve en ueposIts.

BANK VAN FRANKRIJK.
Voornaamste posten in millioenen franos.

Waarvan
1
Te goed
Wis
aarv.
-Belee
Data
Goud
in het
Zilver’
in het
sets


het
O’ng’
n

n
buitenl.’)
buitenl. iteni.

20Oct. ’27
5.545
1.864
343
55
1.412
7
1.668
13

’27
5.546
1.864
343
54
1.339
8
1.690
6

’27
5.546 1.864
343
54-
1.205
8
1.662
29Sept.’27
5.546
1.864
343
58
1.920
6
1.647
22

,,

’27
5.546
1.864
343
56.
1.242
7
1.658

21 Oct. ’26
5.549 1.864
339
80
4.673
15
2.214

23 Juli’14
4.104

640

1.541
8
769

Bult.gew.
t
Schat-
Diver-
1
Rekg. Courant
Data
voorsch.
1
kist bil- sen
3)
Circulatie
Parti-
Staat
ajd. Staat
jJettenl)
cuneren

20Oct.’27
24.950
5.821
24.219
.55.004
10.582
24
13

’27
25.200
5.820
24.526 55.404
10.697
66
6

,,

’27
25.400
5.811
24.758 55.887
10.443
19
19Sept.’27
24.400
5.806
23.733
54.156
10.434
5
12

,,

’27
24.400
5.805
23.795
.
53.773
10.675
17

11Oct.’26
36.150
5.493
5.009
54.988
3.251
33

13Juli
1
141
– –
-.
5.912
943
401
‘) waarvan oescnioaar
40.7
millioen. ‘) In uisconto genomen wegens
voorsch. v. d. Staat aan buitenl. regeeringen.
5)
Sluitpost activa.

DUITSCHE .RIJKSBANK.
.Voornaamste posten in millioenen Reichsmark.

Daarvan
Deviezen
Andere
Da t’
Goud
bij bui-
als goud-
wissels Belee-
tenl. circ. dekking
en
-ningen
banken
1)

geldende
cheques

15 Oct.

1927
1.851,6
60,5
161,7
.432,2
94,9
7

,,.

1927
1.851,9
66,5
155,9
2603,2
64,1
30 Sept. 1927
1.852,1 66,5 153,8
2.745,7
153,8
23

,,

1927
1.852,2
66,5 153,0
2235,7
35,8
15

,,

1927
1.852,4
66,5
151,8
2.290,4
.-

64,2
15 Oct.

1926
1.652,6
185,6
446,1
1.293;3

‘35,0
30 Juli

1914
1.356,9


750,9
50,2

Data
Effec-
Diverse
Circu-
Rekg.
Diverse
ten
Actival)
latie
Cr1.
Passiva

15 Oct.

1927
92,1
544,6-
3.792,6
689,7
411,5
7

,,

1927
92,2
537,0
4.004,1 610,8
398,6
30 Sept. 1927
92,3
495,1
4.182,4
629,7.
385,1
23

,,

1927
92,3
533,3 3.547,6
688,3
405,4
15

,,

1927
92,3
528,7
3.642,0
668,0
404,2
15
Oct.

1926
91,3
655,8
2.971,7
737,8
235,2
30 Juli

1914
330,8
200,4
1.890,9
944,-
40,0
‘1
unuelast. •,, w.o. tçentenoanlcscnel,,e
14, 1
lJct.;
.jU, 27,
I
Sept.
27
15 Oct. ’26,
resp.
92; 73; 53; 103; 91; 205
miii.

NATIONALE BANK VAN BELGIË.

Voornaamste posten in millioenen Belgas.

Data

Goud
8,7
Rekg. Crt.

0

1927


0o-
0
-cz

0

90 Oct.
683
457
42
507
33
400
1.991
28
68
13

,,
675
464
41
502
39
400
2.011
8
70
6

,,
675 459
41
484
52
400
2.006
9
64
29 Sept.
674
466
41
505
38
400 1.996
.
29 67
22

,,
667 465
41
503
35
400
1.963
23
94
-) ian ue scnatKlst geceaeera.

VEREENIGDE STATEN VAN NOORD-AMERIKA.

FEDERAL RESERVE BANKS. Voornaamste posten in millioenen dollars.

Goudvoorraad
Wettig
.

Wissels

Data
betaal-
middel,
Totaal
Dekking
In her-
disc. v. d.
In de
o pen
bedrag
F. R. Notes
Zilver
ete.
member
markt
banks
gekocht

5 Oct. ’27
2.965,8
1.607,6
136,8
462,5
262,2
28Sept.’27
2.988,9
1.678,5
137,4
430,3
242,1
21

,,

1
27
2.994,2
1.712,9
139,4
414,6
218,7
14

,,

’27 2.983,7
1.718
1

8
140,4
375,3
226,7
7

,,

’27
2.989,7
1.622,8
135,5
449,5
197,3
31Aug.’27
2.997,9 1.676,9
147,8
400,5
185,1

6Oct.’26
2.813,4
1.446,1 128,7
1

623,6

1
273,3

Belegd
Notes
Totaal
.
Gestort
1

Goud-
1

Dek-
Algem.
Dek-
Data
in
u. s.
Gov.Sec.
in circu-
°
Kapitaall
kings- kings-
latie
perc.’)
perc.
2
)

5 Oct. ’27
504,9
1.717,0
2.426,3
1314
71;5
74,9
28Sept.’27
494,4
1.705,8
2.389,8
131,0
73,0
.
76,3
21

,,

’27 483,5 1.700,5
2.362,7
130,9
73,7
77,1
14,,

’27 499,6
1.707,6
2.367,5
130,7
73,2
76,7
7

,,

’27 499,5
1.720,7
2.367,8
130,7
73,1
76,4
31Aug.’27
472,8

.1.676,4
2.341,3
130,7 74,6 78,3
6 Oct. ‘261
306,3 1.731,0
2.259,8
123,9
70,4
73,7
-, v c
iiuuuiiig wisien guuuvoorraau tegenover opeiscnoare scnuiuen:
F. R. Notes en netto deposito.
2)
Verhouding totalen voorraad munt-
materiaal en wettig betaalmiddel tegenover idem.

PARTICULIERE BANKEN AANGESLOTEN BIJ HET
FED. RES. STELSEL. Voornaamste posten in millioBnen dollars.

Data Aantal
banken
conto’s
en
beleen.

1

Beleg-
t
gingen
t
F.
P.
banks

1.723

I.bde
time
Totaal
sito’s

Waarvan

deposits

28Sept.’27
660
14.942
6.042 .19.915
6.332
21

’27
660.
14.892
6.040
1.705
19.863 6.292
14

,-,

’27
660

1

4.847
5.939
.
1.705
19.840
6.287
7

’27
660 14.672 5.921 11.704
19.591 6.271
31Aug.’27
661
14.697
5.927
1.697
19.646 6.256

19Sept.’26
694
14.395
5.634
1.668

1
1.8.939
5.67.4
.n.an net eina- van ieuer KwarLaai worat een overzlcnt
gegeven van enkele niet wekelijks opgenomen bankstaten.

26 October 1927

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

957

EFFECTENBEURZEN.

Amsterdam, 24 October 1927.

Vrijwel alle fondsenniarkten van eenige beteekenis heb-
ben in (le achter ons liggende berichtsweek blijk gegeven
van een ongeanirneerde houding. Nergens is deze echter
krachtiger tot uiting gekomen dan aan de beurs van
13e r lijn. Hier hebben dan ook allerlei factoren sanien-
gewerkt om het koerspeil van de meeste fondsen te druk-
ken. in de eerste plaats was de houding, van de geidmarkt
zoodanig, dat mcii rekening heeft gehouden met hoogere
geldkoersen en mt keling van zaken aan het einde van de loopeude maand.
Vervolgens heeft de staking in ‘het bruinkoolgebied er toe bijgedragen ‘cle markt ongunstig te stemmen, ondanks het
feit, dat door middel van arbitrage uiteprank is gedaan.
Ten slotte waren er nog allerlei factoren van gewiehtïgen aard. De meldingen uit het buitenland hebben in het licht
gesteld, dat de Duitsohe leeningen niet moer het goede
onthaal vinden, waarop men enkele maanden geleden vrijwel
regelmatig heef t kunnen rekenen. Ook de pogingen, welke
den agent-generaal voor de .herstelbetalingen worden toege-
schreven, teneinde besparingen in de huishondiug van den staat te verkrijgen, hebben er toe bijgedragen omvangrijke
verkoopoiders in het leven te roepen, waartegenover slccht onvoldoende vraag kon worden gesteld.
Ook te Londen is de markt niet meer zoo opgewekt
geweest, als korten tijd ‘geleden. Voornamelijk hebben ver-
k.00pen in industrieele aandeelen de aandacht getrokken,
omdat dergelijke fondsen juist de grootste koer.sstijging
hebben geboekt gedurende de achter ons liggende weken.
Overigens heeft gehad. De beleggingsafdeeling is in beslag genomen door
enkele nieuw’e u.itgiften, waarvan de leeningen ten laste
van Zuid-Afrika en Pollen iets achteruit ‘zijn geloopen, ter-
wijl de Braziliaaneclie leening met een ‘klein agio kon wor-
den verhandeld.
De markt te New York heeft meer koersverliezen dan
koerswinsten te zien gegeven. Over het algemeen heerschte
de meening, .dat de verwachte bloei van de nijverheid voor
vindt. Op deze wijze is bij den be1roepshandel een gevoel
van pessimisme ontstaan, dat verkooporders in de hand
heeft gewerlot. De situatie is nog eenigszins verzwakt door
de technische gesteldheid van de markt, waar slechts weinig
baisse-posities worden aangetroffen. De beleggin.gsma.rkt is
echter opgewekt gebleven, in verband met cle ruime geld-
markt; men verwacht, dat in dit opzicht voorloopig geen
wijziging van beteekenis haar intrede zal doen.
Ook de markt te P a r ijs heedt ‘veel van haar levendig-heid ingeboet. Dc omvangrijke aanikoopen, welke enkele
weken geleden op te merken zijn geweest, zijn in de achter
ons liggende herticlitsperiode niet voorgekomen. Hoewel een
rugeeringscrisia niet wordt verwacht, houdt cle benis toch
rekening met de mogelijkheid hiervan.
T e n o n z c ti t is het algemeene beeld van de fondsen-
markt niet sterk afgeweken van dat van het buitenland.
Ook hier hebben koersverliezen in iie meeste gevallen de
()verhituIdl gehad, mede iii de afdeeling voor
belcpgiivgsfond-

sen.
In hoofdzaak heeft dit in verband gestaan met de hoc-
gere noteering voor prolongatie en voor particulier disconto.
Ci pCI. Ned. Werk. Schuld: 105%, 105%; 4% pCt Ned.
Werk Schuld 1917: 9913/1(1, 995%, 99%, 99%
;
4% pCt.

Noil.-Inclië 1926: 5 pCt. Mexico £ 100
–1000 (Afg)
:
9%, 91/, 9%; S pCt. Sao Paulo 1921: 105,

05%-, 105%.
De afdeeliiigen, waar de verschillende aandeelen worden
verhandeld, hebben veel sterker den indruk ‘an een vol-
,4tIekt oitgeaitiinecrde houding gewekt, al waren er clan ook
bela igrijke oiideriiiigc verschillen. Voornamelijk is de ‘druk
voelbaar geworden in cle markt voor
suilccraccnd.eelcn

en
.itier’aii in de eerste plaats bij aandeelen H.V.A. Tevoren
wal-en hier trou:wens de belangrijkste kioersverbeteringen vooi-gekoiiteit, zoodat een krachtige reactie in ‘de gegeven
omstandigheden niet anders dan natuurlijk kan worden ge-
itoemd. In liet bijzonder op den laatsten dag van de he-
richtswcek zijli (le koersverliezen omvangrijk geworden. De
tioteeting voor prolongatie heeft toen clan ook het hoogste
tot nu toe in 1927 bereikte punt behaald, zoodat de vrees
i’ooi

een verdere verstijving van de geklniarkt grootér is
geworden. In verhouding hebben de overige suikeraandeelen
niet zulke groote schommelingen, aangetoond, doch het al-
gemeene koerspeil is ook hier lager geworden. Cultuur
Mij. (Ier Vorstenlanden: 183, 180%, 178; Ha.nclelsvereeni-
ging msterdam: 845%, 831, 815%, 818%, 805; Javasche
Cultuur Mij: 438, 422%, 417%, 408; Ealibagor: 449, 445, 439, 430; Marco: 295, 285,
283%;
Moormaun: 444, 439;

Ned.-Ind. Suiker Unie: 315, 310, 303, 297; Poerworedjo:
130%, 128, 127%, 125% ; Sïndanglaoet: 486, 488, 485, 475;
Suiker Cultuur Mij. : 32834, 324%, 318; Tjepper: 815, 809,
799; Watoetoelis Poppoh: 925, 933, 930, 900.

Rubberaandeelen
hebben iets meer weerstand getoond, in
verband met de verwachting, dat men in Br’itsch-Indië tot
een andere tapwijze van de boomen zal overgaan, zoodat
ondanks het ook voor de ‘komende drie maanden enge-wij-zigd gebleven stelsel-Stevenson, een lagei uitvoercijfer be-
reikt zou kunnen worden. Ook de berichten omtrent een
afneming van den voorraad te Londen hebben steun ver-
schaft. De tendens van de markt was echter zoodanig, dat
van een belangrijke verbetering geen sprake kon zijn.
Am-
sterdam Rubber: 295,
293%,
2887/, 291
5
/8; Deli Batavia:

249%,
248,
238%, 237%; Hessa Rubber: 429, 428%, 420,
421; Indische Rubber: 365, 371,
360%,
358; Kendeng Lem-
1)0e: 414, 407, 410, 402, 404
1
/2; Kali Telepak:
326%,,
330,
320, 318; Ned-Ind. Rubber & Koffie: 343, 340, 336; Ver-
eenigde Majanglanden: 357, 346, 344%, 341; R’da.m Tapa-
noeli: 153
1
/2, 154, 149, 147; Serbacijadi: 292, 293%, 286%,
292, 290; Sumatra Caoutchouc: 265%, 261%, 260; Suma-
tra Rubber: 295, 300
1
/2, 285,
281%,
286; Ver. md. Cultuur
Ondern.: 192, 195%, 184, 188; Interoontinental Rubber:
12%, 11%, 11
15
/
16
.
De afdeeling voor
to.bsksaccndeelen
heeft zich bij de reeds
gereleveercle stemming aangesloten. Het is echter niet tot
gi

ooten handel gekomen en het aanbod, dat beperkt is ge-
bleven, heeft slechts tot kleine koersverliezen aanleiding
gegeven. Arendsburg: 674%, 670%, 660, 659; Besoeki
Tabak Mij. -. 539, 533, 531; Deli Batavia: 539%, 533, 523,
510; Deli Mij.: 481, 472%, 468%, 46i/s; Ngoepit:
4
79%,
462 (ex dividend),
453%,
444; Senembah: 496, 490%, 482%,
474%.:
Oostkust:
256%, 257%, 253, 250.

Petroleumaandeelen
hebben zich op den achtergrond be-
‘mogen. Aandeelen Koninklijke varieer4en slechts in ge-
ringe mate. Hiertegenover stond eenige vraag voor Boe-
meensche soorten, met name Steaua Romana, in verband
met cle ‘betere berichten uit de Roemeensche petroleumfu.
dustrie. Dordtsche Petr. md. Mij.: 327%, 325%, 323%,
322; Kon. NecI. Petroleum Mij.: 35O
3
/s, 347%, 344
3
/8, 346%,
344
3
/8; Perlak Petroleum: 81
3
/8, 807/
g
,
78%;
Peudawa:
17%, 17?/
8
, 17, 17
1
/8; M.arl•and Oil: 33
5
/8,
32%, 33%.
De afdeeling vOor
industriecle aandeelen
heeft ‘eveneens
koersverliezen te zien gegeven. Vooral in aancleelen Philips
was het aanbod nogal groet, doch ook kunstzijdesoorten,
aandeelen Zweecische Lucifer Mij., ed. waren ruim aangebo-
den. Aandeelen Jurgens hebben zich ‘tamelijk goed kunnen
handhaven. Centrale Suiker Mij.: 124, 123%, 122%; Hol-
landsuhe Kunstzijde md. 147%, 146, 142%, 145%, 143;
Jur.gens:
239%,
2423/8,
239%;
Maekubee:
119
0
1, 1
1
5%,
112, 113%; Ned. Gist- & Spiritusfabriek: 419
1
/2,
406%,
400,
410; NecI. Kunstzijdefabriek: 394%, 387, 378, 388, 381%;
Philips Gloeilampen: 527,
514%,
503, 497; Zweedsehe Lii-eifer Mij.: 357%, 362%, 353, 350%.

&-heepvaai-toa’ncieelen
hadden gedurende het grootste deel
van de week een rustig verloop, doch tegen het slot is ook
hier de lustelooze stemming merkbaar geworden. Holland-
Amerika Lijn: 84, 83,
81%;
Java-China-Japan Lijn: 135%,
134, 132
3
/8,
131; Kon. Ned. Stoomboot Mij.: 103, 102%,
101%, 100%; Ned. Scheepvaart ‘Unie: 199%, 196%, 195,
191; Nievelt Goudriaan: 135%, 133%, 130
5
/8;
Stoomv. Mij.
Nederland: 201,
200%,
200, 198%.
])e afdeeling voor
mijivaaacdcelen is
stil gebleven, doch
met een neiging tot reactie. Alg. Exploratie Mij.: 62%,
61%, 60; Billiton le Rubriek: 905, 910, 909; Boeton Mijn-
bouw Mij.: 157%, 150%, 152, 149; MUller & Co.’s Mijnbouw
Mij.: 72%, 71; Redjang Lebong: 143%, 146%, 144%,
143
1
/2; Singkep Tin Mij.: 450, 462, 456, 445, 455.

Aandeelen in
bmvkinstellingea
waren lichtelijk aangebo-
den, in vrband met de houding van de beleggingsmarkt.
Amsterdamsche ]3nnk: 178%, 177%, 176%, 176%; Roll.
Bank v. Zuid-Amerika:
70%,
70%, 70%; Incasso Bank:
127, 126%; Javasche Bank: 346%,
345%;
Koloniale Bank:
289%, 283%, 276%, 273%; Necl.-Ind. Handelsbank: 184%,
180, 177; Ned. Handel Mij. C. v. A.: 178, 175%, 173, 1707/
8
;
R’clamsche ]3ankver: 96%, 95%, 95; Twentsche Bank: 146.
De
ilmerikaanu.whc efdeeling
was onregelmatig, doch de
meeste koersen ziju op eecu lager niveau gekomen. Amen-
can Water Works: 620, 610, 615, 610; Auaeouda Copper:
96%, 95, 94
1
/, 93
9
1;
Studebaker: 55%, 53
1
/8,
527/
8
;
United States Steel Corp.: 143
11
/, 145%, 140%, 138%;
Atchisoll Topeca: 188%’, 1S87/, 188%; Baltimore & Ohio:
121, 118%, 117
13
/
io
; Ene: 67
5
/s, 68%, 66%, 64, 62%; New York Ontario & Western:
397/,
38%,
37191;
St. Louis &
San Prancisco:
112%’
(ex div.), 113%, 110; ‘Union Pacif ie:
188
3
/8,
186, 184
3
/8,
183%; Wabash Rw.: 69%, 7411, 715/.

Data

1 Tarwe 1 Maïs 1 Haver
1
Dec.
1

Dec.
t
Dec.

22 Oct.’27
12251
8

8381
8

4551,
15

.,

1
27
13071
8

8571
8

46y
4

22 Oct.
1
26
145
7 8,V
4

443.
22Oct.’25
14131
8

71
8

39
22 Oct.’24
147k
l061
52
20Juli’14
82
568/
8

363<

t)
per October.

958

ECONOMISCH-STATiSTISCHE BERICHTEN

26
October 1927

GOEDERENHANDEL.

GRANEN.

25 October 1927.
De tar we markt was in het begin der week in Engeland
vrij levendig. Slecht weder in Canada en berichten, dat
de kwaliteit van een zeer groot gedeelte der Canadeesche
tarwe geleden heeft van -de in de laatste weken vallen
regen en sneeuw, hadden ten gevolge, dat vooral goede Canadeesche soorten met leveudige vraag in zeer vaste
stemming verkeerden, terwijl ook cle mindeie kwaliteiten
tot verhoogde prijzen ruimer rwerden gekocht. Ook Vrij
.pessimistische berichten uit Aijstralië werkten tot de vaste
houding der tarwemarkt mede, doch de zaken in andere
dan Canadeesche tarwesoorten waren niet van groeten om-
van
g
. Op het vasteland was de kooplust veel minder al-
gemeen dan in Engeland. Men had daar weinig vertrouwen
in de wat vastere luding der markt en bovendien wordt
in sommige landen, zooals spbciaal in Frankrijk, waar de
oogst ongeveer 1 midioen ton grooter is geweest dan in het
vorige jaar, een niet onbelangrijk deel der behoefte door
inlandsche tarwe voorzien. Dat men goed gedaan had, niet
al te veel waarde te hechten aan de vaste houding der
markt in Noord-Amerika, bleek reeds spoedig, toen zoowel
te Wiianipeg als te Chicago aanzienlijke prijsdalingen
plaats vonden; Beter weder in Canada, ‘waardoor met het
dorschen verdere voortgang kou worden gemaakt, zeer goed
weder voor den uitzaai der ‘wintertarve in de Vereenigde
Staten en de uitstekende ontwikkeling van de nieuwe win-
tertarwe in die streken, waar zij reeds boven den grond
staat, bebben daartoe meegewerkt, evenals de beperkte
Europeesche vraag en de omstandigheid, dat nog altijd de
aanvoeren aan de markten der Vereenigde Staten zeer groot
zijn, al hebben zij. dan ook niet meer den omvang van
eenige weken geleden. Ook kwamen uit Australië weder
berichten van regen, terwijl in Argentinië de nieuwe oogst
es- uitstekend voor., staat. Bene- algemeen ‘lustelooze houding
maakte zich spoedig van de tarwcmarkt meester, met dage-
lij’ksche prijsdaling aan de Noord-Amerikaansche markt.
Winn.ipeg en Chicago sloten heide op ‘het laagste tot nog toe
in dit seizoen voorgekomen prijspeil, terwijl van 17 tot 24
October de prijzen 6Y
2
,
1
1
74 dollarcent per 60 lbs. zijn
gedaald. Voor October-tar’we te Winnipeg bedroeg de ver-
laging zelfs 10 cent. Ook aan de tarwemarkt in Argentinië
hebben de prijzen een belangrijke ‘daling ondergaan, die
aan de termijnma.rkteu te Buenos Aires en Rosario ‘van .17
tot 24 October 45 tot 50 centavos per 100 KG. heeft be-
dragen. Sedrt :het eind van Februari varen aan de Argen-
tijnsehe termijnniarkten niet zulke lage prijzen voorgeko-
men als nu ‘het geval is.
De ondernemingsl’ust in Europa is door dit alles nog
verdei verminderd, ‘zoodat in de tweede helft der week
niet slechts op :het vasteland, doch ook in Engeland weinig
zaken werden gedaan.. De wereldverschepingen, welke weder
voor verreweg het grootste deel van Noord-Amerika af-
komstig waren, waren .grooter dan de vorige week en het

maakte nog al eenigen indruk, ‘dat de hoeveelheid, welke van
Argentinië werd afgeladen, veel grooter was dan in de
afgeloopen.weken, al was dan ook de grootste helft daarvan naar nièt-Eli±opeesclse destinaties bestemd. Zooals door de
verkoopen van Russische tarwe, ‘welke •de laatste weken
hebben plaats gevonden, wel te ver.weeh’teu viel, zijnde
verschepingeir uit Rusland grooter geweest dan tot nog
toe in dit seizoen was voorgekomen. Van overwegende be-
teekeniis qijn’.
zijt
echter sint, terwijl van den Donau de
tarweverschepi.ugen klein waren, omdat de ‘daarvoor in
West-Europa te maken prijzen zich aanzienlijk beneden (le
Roemeen’scbe parite’it bevinden. Zaken, welke gedurende de
laatste dagen naar het Europeesche vasteland tot stand
komen, betreffen vooral Canadeesche tarwe ter verscheping
van de Westkust gedurende de wintermaanden, waar de
tarw’e ‘tegenwoordig tot voordeel.iger prijzen ‘te krijgen is
dan over de Atlantische havens der Vereenigde Staten en
van Canada. ‘Het weder ‘in Eutopa is •den laatsten tijd
over’het algemeen gunstig geweest en de uitzaai van het
nieuwe wintergraan vindt onder bevredigende weersomstan-
digheden plaats.
R o
g
g e ontmoette gedurende het grootste deel dezer
week weder weinig kooplust, doek ten slotte ‘kon door ver- –
beterde belangstelling iii Duitschiand en ondanks weder
toegenomen Noord-Amerikaansche verscheipiugen dc stem-
mi’ng een verbetering ondergaan, zoodat zoowel naar Noord-
Duitschl’aind ‘als via Rotterdam op 24 October Vrij wat
hooere prij?en werden betaald dan op de fiauwste dagen
der afgeloopen week. In tegenstelling met tarwe •heeft
rogge aan de termijnmarkt te Chicago, na een flauwe markt
op 18 October, geen verdere prijsdaling ondergaan en ten,
slotte trad zelfs een herstel in. Op 24 October sloot Chicago
voor rogge
3
/8
á 1
3
dollarcent per 56 lbs. lager dan een
week te voren, terwijl die verlaging in den ‘loop der week
k ZÇ cent had ‘bedragen.
Voor P 1 a ‘t a m als zijn de prijzen ‘in den loop ‘der week
geleidelijk gedaald wegens groote verschepidgen, de con-.currentie van Zui’d-Afri’k’aa.usehe mais, dié zich vooral in
Engeland deed, gevoelen, teleurstellende vraag aan de En-
gelsche markt en vooral door de zeer flauwe markt in de
Vereenigde Staten. Op 2.2 October was zoals te Chicago
wat vaster, doch op dien datum waren de prijzen zoover
gedaald, dat: zelfs weder enkele exportzaken naar Noord-
Dnitsch] and tot stand kwamen. Op 22 October trad eenig
herstel iii, ‘doch op den 24sten ging een gedeelte daarvan
weder verloren en het slot was ongeveer 33’i dollarcent
per 56 lbs. lager dan op den 17den.
De mogelijkheid van export uit Noord-Amerika ‘heeft
niet nagelaten ‘haar druk op de Argentijnsche markt te
oefenen en op 22 October waren zoowel Buenos. Aires als
Bosario vrij wat lager. Ook 24 October was in Argentinië
‘eder een ‘zeer flauwe dag voor maïs en’ aan de Argentijn-
sche termijnmarkten is de maïsprjs van 17 tot 24 October
25 h 35 centavos per 100 EG. gedaald.
‘De oiidernemingslust is door dit alles ‘in Europa zeer

Noteeringen.

Chicago

1

Buenos Aires.

Locoprijzen te Rotterdam/Amsterdam.

1

24
Oct.

17
Oct.

1

25
Oct.
Soorten

.1921

1926
Tarwe
Maïs
ILijnzaad
Nov.
Nov.
Nov.

10,90
7,_
1
5,3 0
11,30
7,15
15,45 12,90
5,75
15,65
12,10 8,05 18,65
15,75
11,50
23,10 9,40
5,38
13,70

Tarwe (Hardwinter EI) …
3
13,10
Rogge (No. 2 Western)


1
11,40
Mais (La Plata)

……….
2

178,-
Gerst (48 lbs. malting)

..2

229,-
Haver (Canada 3)……..
1

12,60
Lijnkoeken (Noord-Amen.
kavanLaPlata.zaad)..’
13,20
Lijnzaad (La Plata) …..
8

358,_
1)
per 100 EG.
2)
per 2000
EG.

14,-

16,50 11,30

13,
17 9,-

183,-
232,- 223,-
12,70

11,75

13,30

12,45
363,- 386,-
3)
per 1960 EG.

AANVOEREN in tons van 1000 EG.

Rotterdam
Amsterdam
Totaal

Artikelen


16j22
Oct.
Sedert
Ovireenk.
16 122
Oct.
Sedert
Overeenk.
1926
1927
1
Jan.
1927
tijdvak
1926
1927
1Jan.
1927
tijdvak
1926

Tarwe …….. ……….
53.056 1.746.602
1.334.109

39.252
13.842
1.785.854
1.347.951
Rogge

………………
12.785
..
331.718 222.125
743
1.411
332.461
223.536
Boekweit .,. ………….

60
15.985
.16.884

67
1.108 16.052 17.992 15.572
1.135.308
705.627
935

.
186.760
86.718
1.322.068 792.345
Gerst

………………
‘16.713
380.381
302.044

.
548
11.699
9.614
392.080
311.658
Haver……………..
8.056
179.265 158.525
101
2.829
2.215 182.094
160.740

Mais …………………..

Lijnzaad

…………..
10.539
201.981
190.822

184.23
174.105

386.904
364.927

1.920

154.900
206.726



154,9,00
206.728
Lijnkoek

.
‘……………
4.851
.

-.91.533′-
84.603
‘1.469
35.415
20.525
126.948
105.128
Tarwemeel

…………….
Andere meelsoorten
865 9.775 12.632



9.775
12.632

26 October 1927

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

959

verminderd en aan verschillende markten van het vaste-
land werd Platamaïs beneden de Argentijusche prijzen aan-
geboden. Slechts op af lading in vrij verwijderde posities
konden de Argentijnsche verschepers, speciaal naar Duitsch-
land en België, nog eenigen omzet bereiken, maar in Ne-
(Ierland was aan het. einte der week van nieuwe Argen-
tijnsche zaken nauwelijks sprake, nadat in cle eerste helft
der week nog eenige ondernemingsiust had bestaan. In
Zuid-Afrikaansolie mais werd een stoomende lading ver-
kocht naar Denemarken, terwijl ook Noord-Duitschland
eenige iukoopen deed, maar in Engeland vindt deze mais
op liet oogenblik weinig koopers en ook in Nederland wor-
den daarin weinig zaken gedaan. Van den Donau is het
aanbod afgenomen, omdat de markt daar vast bleef en
men in West-Europa bij de flauwe stemming voor Plata-mais niet bereid was de Roemeensche prijzen te betalen.
Eerst gedurende de allerlaatste dagen is ook in Roemenië
maIs iets gemakkelijker. Van de aanzienlijke toename der Duitsche vraag, welke voort zou spruiten uit de spoedig te
verwachten verlaging van liet invoerrecht van Duitschland
voor verschillende maïssoorten als uitvloeisel van het Han-
deisverdrag met Zuid-Siavië, is tot nog toe weinig gebleken.
Voor ge r st is de stemming in deze week over het alge-
ineen slecht geweest. De geleidelijk dalende Noord-Amen-
kaansche prijzen hebben het vertrouwen in de prijzen sterk
doen verminderen en bovendien verbetering der Duitsche
vraag, welke ook in de vorige week reeds teleurstellend
was, tegengehouden. Dientengevolge is ook voor Donau-
gerst de prijs gedaald cii slechts te Hatburg is daarin de
laatste dagen verbetering ingetreden. In het overige
Duitsabland, dat zijn graan betrekt over Rotterda.m en
Antwerpen, is dat allerminst liet geval, evenmin als in
Nederland en België zelf. Uit Noord-Amerika zijn tot de
(laldilde prijzen vrij geregeld zaken gedaan, maan van groo-
ten omvang varen die ten slotte toch niet, hetgeen nog iii le hand werd gewerkt door de ook nu vder aanzien-
lijke hoeveelheden, welke van den Donau en van Noord-
Amerika zijn verscheept, al waren beide dan ook vrij wat
kleiner clan in de vorige week.
Voor h a v e r is cle verbetering der vraag, waarvan in
ons vorige bericht sprake was, weder verloren gegaan. Zoo-
wel in Duitschianci en Engeland als op liet vasteland zijn cle
prijzen voor de meeste liaversoorten weder wat gedaald en
ofschoon het aanbod van haver uit de meeste uifvoerlaucleii
slechts klein is, voldoet liet aanbod blijkbaar gemakkelijk in (le behoeften. Zaken in haver van Noord-Amerika blij-
vrii voor de meeste soorten nog vrijwel onmogelijk wegens de te hooge prijzen.

SUIKER.
De ve rseli i 11e ide suikerniarkten waren de afgeloopen week
piijshoiieiid gestemd en te fluctuaties waren gering.
In j inc r ik a hadden de noteeringen het volgend ver-
loop:
Sp. C. Oct. Dec. Jan. Mrt. Mei Juli
Slot voorafg. week ……4.71 2.89 2.90 2.92 2.82 2.90 2.98 Opening verslagweek .. 4.71 2.96 297 2.99 2.87 2.94 3.02
Slot verslagweek ……4.68 2.91 2.92 2.95 2.80 2.87 2.96
De ontvangsten in cle AtI. havens der V. S. bedroegen
(leze week 78.000 tons, de versineltingcn 56.000 bas tegen
72.000 buS iii 1926 en de voorraden 210.000 tons tegen
215.000 tons.
Cubasitiker voor
prorwpte
afseheep en andere koloniale
suiker werd verhandeld tot 2.15/16, later tot 2.718 d.c.
e. & fr. New York.
De laatste 0 ub aistatist,iek is als volgt:
1927

1926

1925
Tons

Tons

Tons
Cubaanschelroductie 18Oct

4.508.521 4.884.658 5.125.970
Weekontv. afscheephavens . 19.680 55.466 34.041
Totaal sedert 1 Jan.-15 Oct.. 3.978.847 4.413.958 4.806.473
Weekexport …………….58.680 113.924 60.042
Totale export sedert 1/1.15/10. 3.432.451 3.936.667 4.276.252
Voorraad afscheephavens .. 570.716 477.273 536.507
Voorraad Binnenland ……390.354 355.700 204.997
Licht geeft over te verschillende Europeesche ‘bietsuilter-
landen vrijwel onverdeeld gunstige berichten . Slechts in
Tsjecho-Slowakije schijnt de oogst er minder gaustig voor
te staan en achten sommige ingewijden Lidht’s raming van
1.300.000 tons wel als liet niaaimum van de tlitjnrige op-
brengst.
In E
11
ge 1 a n d verlaagden raffinadeurs deze week weder
den prijs van hun product met 6 d. De termijn.markt sloot op iets lagere noteeringen dan verleden ‘yeek: October 1927 .. Sh. 141-

Maart 1928 . . . . Sh. 15111l
December ,,

– .

,, 13111f4 Mei

,.

….

,, 16123

Aug.

,.

…. .16/6

Ook deze week bleef de markt op J a v a zeer stil en
brokkelden prijzen ongeveer
f
318 af. De laatste nominale
noteeringen waren als volgt:
Sitp. ready t/m. Dec. levering
f 15.—; Sup.
Januari/
Februari levering
f
15.123/2; No. 16 &fhooger reatly
f
14.—.
II
i e r te 1 nu cl e opende de markt aanvankelijk vast.
Geleidelijk echter werd het aanbod wat ruimer en sloot de
markt op ongeveer
f %
lagere noteeriugen: Oct. en Dec.

f
16%; Mrt.
f
17%; Mei
f
17%; Aug.
f
17%1%.
J)e omzet bedroeg deze week 500& bus,

KOFFIE.

l)e vaste stemming, welke na ccii onderbreking van
enkele dagen in de tweede helft van de vorige week wederom
was opgetreden, hield in de afgeloopeu week onafgebroken
stand. Jia de laatste dagen werd de stemming zelfs zeer
wil’l’ig, als gevolg van de houding van Santos, dat zijne
prijzen toen niet meer verhoogde met halve of heele shil-
liugs per dag, doch met eenige shillings tegelijk, zoodat,
vergeleken tegen de vorige week, cle kost- en vracht-aan-
biedingen van Suntos thans ongeveer 81- hooger zijn. Parti-cuLiei’e berichten uit Brazilië schrijven, deze buitengewoon
snelle veirhoogiug toe aan cle kleine boon en heb slechte
branden 1van het grootste gedeelte der tot nu toe aldaar
beschikbaar gekomen koffies, waardoor het ontzaglijk
moeilijk is geworden om daaruit de benoodigde hoeveelheid goed beschreven partijen te voorschijn, te brengen. Van ver-
schillende zijden wordt zelfs de verwachting uitgesproken,
dat deze toestand voorloopig nog zal aanhouden en dat
dientengevolge aan een spoeclige inzakking der prijzen niet is te denken.
Rio steeg ook, hoewel niet in dezelfde mate als Sautos,
hetgeen gemakkelijk ‘te verklaren valt uit de omstandig-
heid, dat de moeilijkheden bij het zoeken naar werkelijk goed
beschreven kolf les bij deze soort niet fvoorkonien. De prijzen
der kost- en vracht-aanbiedingen ‘stegen ‘in de algeloopen
week dooreen ongeveer 23/2
ft
31-.
Nederlandsch-Indië was niet Robusta eveneens zeer vast
en cle prijzen van Pale.mbaiig Bobusta, spoedige verscheping,
stegen 234 et. Er kwamen belangrijke zaken tot stand.
In overeenstemming met een en ander bewogen zich aan
cle tei’niijiuna.rkteti •de noteeringen ook onafgebroken in
stijgende lijn en op het oogenblik van het afsluiten van
dit hiei-icht zijn the n.oteeringeii van het Santos-eontraet
3% eb, en van het Gemengd contract 2% 1 3% ct. lioogcr
dan ve rIad en week.
Iii loco kiva.men zeer belangrijke omzetten tot stand
‘bij oploopende prijzen.
Zeei

merkwaardig is eene vergelijking der verschillende
prijzen van liet oogenblik tegenover clie van een jaar ge-
leden. Zoo stond bijv. genoteerd:

op 26 Oct. “26 op 25 Oct. ’27

Santos-contract per Dec. 50 ct. 4871
8
ct. ceel per% KG.
lil:i

48%

,,

4671

,,

,,
Gemengd ,,

,, Dec. 48% ,,

,,

,,

,,

,,

klei

4451
8
,,

41(1

,,

Loeo-not. Super. Santos 61

,,
58

,,

,,

,,

Robusta

52

45

,,

Sup. Santos pronipte afl. 921-

991-

k & vr. per cwt.
Prime ,,

,,

,,

941-

1021-
Rio 7

,,

,,

731-

671-

,,

,,
Palembang Novemb.
,,

41 ct,

35Y
4
et. cif. per W KG.

Bij beschouwing van bovenstaande cijfers blijkt dus, dat
voor Saretos op proinpte verscheping uit het producbielancl
71- fi 8/- meer wordt verlangd dan verleden jaar, waarte-
genover Rio No. 7 op prompte verscheping
61-
lager staat,
terwijl de termijnmarkt voor liet Santos-eontract op liet
oogenblik dooneen ongeveer 1% et. en voor het Gemengd contract zelfs 3% i. 4
5
/
8
eb. lagere noteeringen aanwijst, de loco-noteeringen alhier fvoor Santos 3 eb. en vooi Robusta
zelfs 7 eb. lager zijn en Paleinbang Robusta op aflading
bijna 6 eb. lager genoteerd wordt. Santos koffie in het pro-
ductieland is dus alle andere waarden ver vooruitgesneld en voor liet oogenblik valt nog niet te voorzien, wanneer
en op welke wijse de ‘hierdoor ontstane groote dispairiteit
‘weder zal verdwijnen.
De prijzen van gewoon goed beschreven Superior Santos
op pi’ompte verscheping zijn thans ongeveer 98111 k 99/-
per
not.
en van dito Prime ongeveer 1011. h 1031-, terwijl
zij van Rio type New York 7 met beschrijving, prompte
verschep’iug, bedragen 661- II. 6716.
Van Robusta op af lading ‘van Nedenlandsch-Indië zijn
de prijzen in de eerste hanrd op het oogenblik:
Palembang Robusta, November-verscheping, 35% et.; Pa-
lembang Robusta December-verscheping 3534 eb.; W.I.B.
f.a.q. Robusta November-‘verscliepin.g 4434 eb., alles per

960

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

26 October 1927

]LG., cif, uitgeleverd gwicht, netto contant. De l000noteering voor Superior Santos werd wederom
vehoogcl van 56 op 58 et. per.
Y
2
K.G., terwijl die van Ro-
bustci. onveranderd 45 ct. bleef.
Dcnotceri.ugen aan cle Bo’tterdaansche termijuinarkt wa-
ren aan de ochtend-eau als volgt:

Santos-contract

Gemengd contract
basis Good

11
basis Santos Good

Dec.
1
Mrt.
1
Mei
1
Sept.,, Dec.
1
Mrt.
1
Mei
1
Sept.

25 Oct.
48
7
1
8
47
46718

43ij
42
41
1
/
8

40
18

,,
45
1
1
44
1
/s
4311

40
39
38sj
38
11

,,
45l1
44i1
4311,

39/8
385,
377/,
373 4

,,
43
3
/
4

43
4211
8


4 OV
4
39 38’1
6

37(

De slot-noteeringen te New-York van het aldaar
geldende
gemengd contract (basis Rio No. 7) waren:

Dec.
1

Maart
1

Mei
1

Sept.

24

Oct.

…….
$13,86
$13,74
$
13,60
$
13,50
17

,,
13,13
,,

13,05
,,

12,92
12,84
10

,,
,

12,80

..

,,

12,70
,,

12,53
12,44
3

Oct.

……
.

12,92
,,

12,82
,,

12,73
12,62
Rotterdam, 25 October 1927.

IJZER.

Nadat ons vorig overaichtje geschreven
verd,
is in de”
toestand van de ijzermarkt weinig verandering gekomen.
In Engeland heeft snen ide productie van C1eve1and-ijer
nog niet kunnen uitbreiden; de voorraden nemen weliswaar
af doch het gaat niet snel. Bovendien koit nog heel wat
Lnx 3 op de Sehotsche markt. Het Cleveland-ijzer heeft
zijn vorige positie aldaar nog niet kunnen terugwinnen.
ii.ei,atiet is zeer awak; men bende er rekening mede, dat
beneden de hieronder vermelde officiëele notesri.ng kan
worden algesloten; voor groote posten kan met
701-
ge-
rekend worden.
Dc prijsverlaging op de binnenlandsche markten van
Frankrijk en Duitschiland is thans ook dooi- cciie verlaging
voor de Belgische markt gevolgd.

Noteering in de week van

10116 Oct.
17123 Oct.
18124 Oct.
1927
1927
1926

Ruwijzer.
f.o. 5. fitrnace
Sh. Sh. Sh.
*Cleveland Foundry no. 1
701-
701-
12516
*

,,

,,

,,

3
67h
67X
12016
$

,,

.

,,

,,

4
661,
66
11916
*
aematite East Coast
mixed numbers
731_
721-
8716
Wagon départ Longwg
(Lot liaringen)
Frs.
Fra.
Fr,.
Moulage P. L. no. 3
420,__
420,—
600,-
Semi-phosphoreuse …
455,—
455,……
670,_

ab Werk Rhei8i1..Westfalen
Mk.
Mk. Mk.
Giessereiroheisen

no. 1
86.50
86.50
88.-
pp

3
78.—
78.—
86.-
87.50 87.50 93.50

f.o.b.Antwerpen
Sh.
5h.
Sh.

Hnmatit………………..

Gieterij ruwijzer no. 3
581-591-
581-591-
76
1
1
-.771_

Walsproducten.

t.
o. 5. Antwerpen (vrijbi.)
Sh.
Sh. Sh.

Stafijzer

….. …….
92/6-93/6
93-94
115-116
Plaatijzer 5 mM…….
.
119-120
119
125_12616
,,.

3

,.

……
.
124-125 1
124
135_136/6

* Clevelandijzer
2K
sh. -lager voor Schotland en export.

METALEN.

Loco-Noteeringen te Londen:

Data
Koper
Stan-
daard

1

Koper
Electro-
lytisch
Tin
Lood
Zink

24 Oct.

1927..
55.151-
62.12,6
267.716
20.216
26.176
17

,,

1927..
55.2,6
62.101
262.716
21.-/-
27.51..
12

,,

1927..
54/15_
62.10/-
261.1716
20.10_
27.7/6
3

,,

1927..
54._/-
61.1613 267.716
20.216
26.1216
25

Oct. 1926..
58.101-
66.15;-
310.12/6 30.101-
34.216
20 Juli 1914..
61.-,-6
145.15
1
‘-
19.-/-
21.101-

0
VERKEERSWEZEN.
.

VRACHTENMARKT.

2.4 October, 1927.

De Noord-Amerjjcaansehe graanvrachtenmarkt bleef te-letsrstelleud. De vraag, ook van de St. Lavrenee, werd niet
beter, ondanks het nadesende einde van het seizoen, en de
vrachten zijn iets lager geworden. Van Montreal cikar Aut.
verpen werd 13 cents, October en 14 cents, November, be-
taald, en 3/- per qtr. naar U.K. per October, terwijl naar
de Mkldellandsohe
Zeé
18 cents is betaald per Oetobei’ en
November. St. John (N.B.) verschafte &eehts weinig vraag
en de eenige afsluiting van deze havean is een gro:ote be-
gn Deceniher boot naii.r Aiitwerpen of Rotterdam tegen
14 cents naar het Continent. De Northern Range hevrachtte
een December boot naar Hamburg o1 Brenien oj bdsis van
15 cents, gerst. De Golf van Mexteo bleef lusteloos.
Van West-Indië was meer tv.raag naar tbnnage voor sui-
ker, daar naar Londen 150.000 tons suilcer is verkocht voor
Oct., Nov/begin Dec. .verseheping. Er werden 4 boeten be-
vracht tegen 1619 tot 17/- van Cuba naar’ U.K.fContinent. De Nosth Pacif ie was iets levendiger, doch de vrachten bleven onveranderd. Een twaalftal booten werd ibevracht,
hoofdzakelijk voor December/Jan. belading. Meerendeels
werden booten van en. 7000 ‘Louis, 10 pCt., hevracht, welke
van Vancoujver naar UK/Continent 331- bedongeil met ge-
bruikelijke volle opties. Per. Januari werd een 8200 tonner
gedanli tegen 32/6..
De markt van de La P’lata was de afgeloopen week leven-
clig, doch cle vrachten vertoonen nagenoeg geen verandering.
Voor October tonnage was niet meer dan 2016 te .beclingen,
•couh per November en December werd 211. betaald. Ver-
scheiclene bevrachtingen sve,rden gedaan vooi’ nieuwen oogst
belading met 15 en 20 Januari ligdagen, op basis van 231.
van boven La Plata ‘havens naar U.K./Continent. Een
6800 tonner ‘werd bevracht van bo,ven La Plata havens nair
UK/Continent tegen 23/- heel Februari belading.
‘De chilisalpetervrach’tenmaiikt was over het geheel kalm.
Voor vroege posities zijn geen ladingen aan de markt, maar
er was een flinke vraag voor tonnage per December en later.
Voor eerstgenoemde nl aanci werd 29/- ‘betaald ii aar Bor-
deaux/Il-lamburg range, volle Seandinavische opties, terwijl
‘voor een boot van ongeveer clezelf de grootte per Jan/Febr.
d819 is betaald. Lijnbootcn accepteerden striugs van 1000
en 2000 ‘Lens per maand, April tot December 1928, basis
Continent mci. Fransche, havens, tegen respectievelijk 24/6
en
ZSf-
nette. Er ijs reeds een flinke vraag voor het volgen-
de seizoen, Juli/December 1928, of Juii 1928 ‘tot Maart
1929. Hiervoor ‘wordt 251- in uitzicht gesteld naar Antwer-
pen/Hamburg range, optie Duinkerken 1/- extra, doch de
lijnen vragen 216 meer.
P6 Oostelijke nfdeeliugen bleven kalm en de vrachten
meestal onveranderd. Malsbevrachters ‘van Australië toon-
den neer neiging voer bevraohtingen voor den nieuwen ooget.
West-&ustraljë beivrachtte een 7500 ‘Lonner per December naar Middeiianclsdhe ZeefU.K./Continent tegen 38/9, optie
Zuid.tAlr.ika 2819. –
De vraag naar tonnage van den Donau ‘was niet groot,
doch een boot van middelmatige grootte werd bev’s’aoht naar
3 Deensche havens tegen 1816. Van de Zwarte Zee werden
2 boeten gedaan van en. 4500 ‘Lens, 10 pCt., tegen 1216,
beide met Scandinavische opties, doch nadien werd een tamelijk groote boot gedaan tegen 11/9 Continent, 1213
U.K. en 1019 M’kldellandsche Zee.
De Middellandsehe Zee was levendig doch de vrachten
bleven onveranderd. Erts ‘betaalde o.m.: Melilla/
1
Rotterdam
51- en 419, La Goii’lette/Hotterdam 4110i/s, Midcllesbro 713,
Bonn/Rotterdam 41
,
6, Boiigie/P’hiladelphia 719. Ook voor f os-
faat was een flinke vraag naar tonnage tegen 916 tot 10/-naar U.K. Sfa.x/Bordeaux betaalde 516. De vraag van (le Golf van Biscaye was iets minder, Bilbao/Rotterdam ‘be-
taalde 519, IJmuiden 6/3 en Newport 619.
De uitgaande Engelsche koleuvrachtenmarkt was iets le-
rvendiger. Van Zuid-Wales werd o.m. betaald: Stettin 616,
Rouaan 411 %, Venetië 1019, Alexancirië 101,6, Buenos Aires
131- en van de Oostikiis’t: Aarhus 516, Rouaan 311&3’f, Oran
719. Alexaudrië 1016.
De houtvranh’tenniarkt van de Oost Zee Leningrad cii
A rehangnl is zeer flauw. Van Hernësand naar Zaand a.m
werd f21 betaald, 2 Braiiesta:lfAsnsterdam f21,50, Söniis
& Borgd/’Zaandam f20, terwijl van Leningrad voor een ca. 700 stil’s, boot 4413 is gedaan. De ladingen zijn sehaarach,
en worden meestal bevracht tegen cijlers onder het oor-
spronkelijke idee der .bvrachters. De sluiting van de
scheepvaart op de hout aflaaclhavens wordt binnenkort ver-
wacht.

Auteur