Ga direct naar de content

Is Kok het sociale gezicht van de VVD?

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: oktober 15 1997

Is Kok het sociale gezicht van de VVD?
Aute ur(s ):
Leers, T. (auteur)
Meijdam, A.C. (auteur)
De auteurs zijn verb onden aan de vakgroep Algemene Economie van de KUB.
Ve rs che ne n in:
ESB, 82e jaargang, nr. 4128, pagina 868, 12 november 1997 (datum)
Rubrie k :
Uit de vakliteratuur
Tre fw oord(e n):
politiek, bestuur, uit, de, vakliteratuur

Een flink deel van het kiezersconglomeraat van de VVD wil Wim Kok als premier 1. Naast de persoonlijke kwaliteiten van Kok zou dit
verklaard kunnen worden uit het feit dat dit deel van de kiezers een beleid wil dat gekenmerkt kan worden als sociaal liberaal: linkser dan
het gemiddelde VVD-standpunt maar rechts van de PvdA. Bij de huidige partijstandpunten en de onderlinge machtsverhoudingen
zouden deze kiezers het best af zijn met een kieswet die ruimte biedt voor het afgeven van twee stemmen, één voor de premier en één
voor het parlement. Zij kunnen dan gebruik maken van het feit dat het beleid altijd een afspiegeling is van de samenstelling van zowel de
uitvoerende als de wetgevende macht.
Traditionele kiesmodellen in de public-choice literatuur gaan voorbij aan deze institutionele complexiteit en veronderstellen dat de
winnende partij volledig het beleid bepaalt 2. Kiezers zijn hier passieve spelers die stemmen op de partij die een beleid nastreeft dat het
dichtst in de buurt van hun eigen preferenties komt. Alesina en Rosenthal (A&R) hebben deze theorie uitgebreid naar een institutionele
structuur, waarin beleidskeuzen niet alleen afhangen van de regering c.q. de president, maar ook van de samenstelling van het parlement
3.
Hun model bevat twee partijen. Zonder controle van de wetgevende macht streven ze naar duidelijk verschillend beleid. Het ideale beleid
van iedere partij kan worden weergegeven als een punt op een ideologische links-rechts-schaal. Beide partijen laten zich slechts leiden
door ideologische motieven en niet door stemmenmaximalisatie. Kiezers kunnen stemmen voor zowel de uitvoerende als de wetgevende
macht. Kiezers links (rechts) van het ideale punt van de linkse (rechtse) partij kiezen altijd voor deze partij. Echter, kiezers die een beleid
prefereren tussen de ideale punten van beide partijen, hebben nu meer mogelijkheden. Zij kunnen via het kiezen van het parlement
trachten het beleid van de uitvoerende macht te matigen, zodat het daadwerkelijke beleid dichter hun ideaal benadert. Er is dan sprake
van strategisch kiesgedrag. In tegenstelling tot de traditionele ruimtelijke kiesmodellen hangt de keuze van een gematigde kiezer af van
zijn verwachtingen omtrent het gedrag van de overige (gematigde) kiezers.
Het A&R model is vooral toegesneden op de Amerikaanse situatie waarbij apart gestemd wordt over de president en de samenstelling
van het congres. Het levert dan ook meerdere toetsbare implicaties op die consistent zijn met het kiesgedrag in de VS. Er zijn echter ook
enige parallellen aanwezig met de Nederlandse situatie. A&R voorspellen o.a.:
» split-ticket-voting, waarbij sommige kiezers voor de ene partij stemmen als regeringspartij en voor de andere partij als
vertegenwoordiging in het parlement. Volgens het aangehaalde opinie-onderzoek zouden ook Nederlandse kiezers dit willen. Overigens
kan zo’n gedeelde keuze ook voortvloeien uit de persoonlijke populariteit van een politicus. Kok is hiervan een sprekend voorbeeld.
» Een zogenaamde verdeelde overheid, waarbij verschillende partijen de uitvoerende en de wetgevende macht beheersen. Dit
verschijnsel doet zich regelmatig voor. Zo heeft de Democratische president Clinton te maken met een door Republikeinen gedomineerd
congres. In Nederland is een verdeelde overheid niet mogelijk. We zien echter wel dat met name de VVD in het kabinet een ander gezicht
toont dan in de kamer. Dit ‘dualisme’ kan gezien worden als een vorm van verdeelde overheid binnen de Nederlandse politieke situatie.
Het kan echter ook beschouwd worden als een poging van de VVD om de conservatieve vleugel binnenboord te houden.
» Het verschijnsel mid-term electoral cycle, wat inhoudt dat de partij die de uitvoerende macht beheerst altijd stemmen verliest bij
tussentijdse verkiezingen voor de wetgevende macht ten opzichte van de voorafgaande simultane verkiezingen. Dit fenomeen beperkt
zich met name tot de VS. A&R hebben hiervoor de volgende verklaring. Tijdens de voorafgaande simultane verkiezingen is het in het
algemeen niet zeker wie er tot president wordt gekozen. Gematigde kiezers willen daarom noch een rechts- noch een linksgedomineerd
congres, omdat zij bang zijn dat er een te rechts beleid wordt gevoerd onder een rechtse president gesteund door een rechtsgedomineerd
congres en omgekeerd. Op het moment van de tussentijdse verkiezingen is de kleur van de president bekend en zullen deze gematigde
kiezers de oppositie steunen om de gematigdheid van het gevoerde beleid te bevorderen.
Het model van A&R werpt een interessant licht op de uitkomsten van bovengenoemd opinie-onderzoek. Het feit dat een deel van de
VVD-stemmers Kok als ideale premier ziet, kan betekenen dat zij een meer sociaal beleid voorstaan dan de huidige koers. Er is dus winst
te behalen voor de VVD via een verschuiving naar het midden van het politieke spectrum. Dit is een ras-politicus als Hans Wiegel niet
ontgaan. Zijn pleidooi voor een sociale, warmere uitstraling van de VVD lijkt niet zozeer ingegeven door ideologie maar meer door
ordinaire stemmenmaximalisatie of ”vingertoppengevoel over wat bij de burger leeft”, zoals hij het zelf noemt 4

1 de Volkskrant, 4 oktober 1997.
2 Deze modellen zijn vaak gebaseerd op de parabel van Hotelling die laat zien dat op een strand met twee ijsverkopers, beide hun kar in
het midden van dit strand zullen opstellen, om zoveel mogelijk potentiële klanten aan zich te binden. Zie J. van den Doel, Demokratie en
welvaartstheorie, 1975, blz. 109.
3 Econometrica, 1996, blz. 1311-1341. 4
de Volkskrant, 7 en 8 oktober 1997.

Copyright © 1997 – 2003 Economisch Statistische Berichten (www.economie.nl)

Auteur