Ga direct naar de content

Is er een quintaire sector?

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: december 7 1983

Ingezonden

Is er een
quintaire sector?
PROF. DR. J. BUURSINK

In ESB van 2 november 1983 hebben
Huppes en De Groot een pleidooi gehouden
om her en der in de economic opererende milieuvriendelijke bedrijven ,,met een collectieve overwaarde” te groeperen tot wat zij
noemen de ,,quintaire sector” 1). Ik wil het in
deze beschouwing niet hebben over de groeipotenties van deze, overigens nogal vaag
aangeduide, activiteiten (glasrecycling, concierges, haute couture e.a.), maar over hun
presentatie als de quintaire sector. We hadden al een primaire, een secundaire, een tertiaire en een kwartaire sector. Waarom dus
niet ook nog eens een quintaire sector — en
wellicht binnenkort een sextaire sector? En
ook daar voorbij zijn er nog genoeg rangtelwoorden die op een sector te plakken zijn. De
vraag is op grond van welke ratio sectoren
kunnen worden onderscheiden. De tweede
vraag is dan wat de beste benaming voor zo’n
sector is.
Om met het laatste te beginnen, in het algemeen moeten we ons bij het toekennen van
benamingen aan nog onbenoemde verschijnselen ervan vergewissen dat de term intussen
niet reeds voor iets anders wordt gebruikt.
Want dat leidt onherroepelijk tot misverstanden. Een van de zwakke punten van sociale
wetenschappen is nog steeds het meerduidige karakter van veel begrippen. De term
,,quintaire sector” is daar een goed voorbeeld
van. De ,,vijfde sector” is, voorzoverbekend,
het eerst genoemd door de Amerikaanse sociologen M. Foote en P. Halt in 1953. Zij
spraken van een quinaire sector, waarmede
zij doelden op wetenschappelijk onderzoek,
onderwijs, medische zorg, vakbonden, supranationale organisaties, vrijetijdsbesteding
(volgens Coppieters en Goossens 2)). De
term sloeg niet aan. In 1974 deed de Amerikaanse geograaf R. R. Boyce een nieuwe poging 3). Met de ,,quintaire sector” bedoelde
hij de vraagsector, de huishoudenssector, die
consumeert wat aan goederen en diensten is
voortgebracht door de primaire, de secundaire, de tertiaire en de kwartaire sectoren. In
1982 gooide Peter Daniels de dienstensector
uiteen in een tertiaire, een kwartaire en een
quintaire sector, waarbij hij de laatste liet bestaan uit onderwijs, bestuur, gezondheidszorg, recreatie en research 4).
Er zullen misschien nog wel meer auteurs
zijn die een vijfde sector in de economic hebben onderscheiden. Uit de gegeven voorbeelden komt naar voren dat zij niet allemaal
precies hetzelfde bedoelen. Men kan zich
daarom afvragen wat we er in descriptief-

analytisch opzicht mee opschieten om: a.
iiberhaupt een vijfde sector te onderscheiden, en b. een term te gebruiken die heel verschillende betekenissen krijgt. Daarbij komt
nog dat we al moeite genoeg hebben met de
kwartaire sector, omdat dat begrip ook allesbehalve eenduidig is. Een babylonische
spraakverwarring is niet geheel denkbeeldig.
Termen als quintaire en kwartaire sector
kunnen alleen als begrip dienen, d.w.z. begrip bijbrengen als ze op eenduidige wijze
worden gebruikt om een afzonderbare categorie van producerende activiteiten aan te
duiden. Die afzonderbare activiteiten moeten dan iets eigens hebben, waardoor ze zich
principieel onderscheiden van andere clusters van activiteiten. Een algemeen aanvaarde classificatieregel is voorts dat een indeling in klassen (bij voorbeeld sectoren)
moet zijn gebaseerd op hetzelfde criterium.
Het kan met andere woorden uit oogpunt van
logica niet worden geaccepteerd dat klassen
1, 2 en 3 worden onderscheiden volgens criterium a, klasse 4 volgens een geheel ander
criterium b en klasse 5 volgens weer een ander criterium c. Het laatste nu gebeurt wel in
het artikel van Huppes en De Groot en in het
merendeel van de Nederlandse beschouwingen over de kwartaire sector.
We hebben het lange tijd gedaan met alleen een primaire, een secundaire en een tertiaire sector. Het waren de economen Alien
Fisher 5) en Colin Clark 6) die deze begrippen hebben gesmeed. Primair stond voor
voortbrenging van agrarische en minerale
produkten, dus goederen die aan de natuur
werden onttrokken. Ondergingen ze een
stoffelijke behandeling en verwerking door
handbewerking of langs mechanische weg,
dan waren het industriele produkten: de secundaire sector. Tertiair was vervolgens de
rest: de verhandeling, verplaatsing en overige diensrverlening. In dit eenvoudige maar

1) G. Huppes en W. T. de Groot, De quintaire sector, ESB, 2 november 1983.
2) P. Coppieters en M. Goossens, De tertiaire sector, Brussel, 1973.
3) R. R. Boyce, The bases of economic geography,
New York, 1974.
4) P. Daniels, Service industries: growth and location, Cambridge, 1982.
5) A. G. B. Fisher, The dash of progress and security, Londen, 1935.
6) C. Clark, The conditions of economic progress,
Londen, 1940.

aansprekende classificatieschema, zat een

tertiaire en kwartaire activiteiten, of—als dat

1. verzorgende diensten, gericht op veran-

chronologisch aspect. De indeling volgt de

niet het geval is, maar we zien toch reden om

fasering in het produktieproces op de voet:

een bepaalde groepering te maken — dan be-

eerst grondstoffenproduktie, dan industriele
produktie en ten slotte dienstverlening met

denken we een andere naam, die geen misverstanden kan opwekken.

dering of verbetering van de fysieke plaats
of conditie van objecten, zoals verkopen,
vervoeren, verzekeren, haarknippen, medisch behandelen enz.;

betrekking tot het geproduceerde (handel en

De constatering dat er zoveel verschil-

2. besturende diensten, gericht op efficient

verkeer). Het indeUngscriterium t.a.v. de drie
sectoren was dus de aard van de produktie.
Het chronologische karakter spreekt voorts
nog uit de achtereenvolgens over deze sectoren verschuivende werkgelegenheid, die
steeds meer in de tertiaire of dienstensector

lende betekenissen worden toegekend aan

functioneren van grote commerciele en

zowel de kwartaire als de quintaire sector

overheidsorganisaties zoals administre-

doet de vraag rijzen of deze termen nog wel te
gebruiken zijn als begrip. Zij lijken immers
meer te versluieren dan op te helderen. Recent hebben Gershuny en Miles zelfs de ge-

ren, beheren, beleid voeren, belasting
heffen, veiligheid handhaven enz.;
3. zuivere diensten, gericht op overdracht
van kennis en informatie zoals adviseren,

terechtkwam (de z.g. doorschuivingsthe-

hele indeling in primair, secundair, tertiair en

orie).

kwartair als verouderd ter zijde geschoven,

onderwijzen, voorlichten, rechtspreken,
onderzoeken, schrijven, vermaken enz.

In de driedeling van Fisher en Clark was de

omdat de verwevenheid van economische

dienstensector een zeer heterogene en brede
restcategorie, waarin naast goederendistridienstverlening voorkwamen. Deze nogal

activiteiten steeds meer over de grenzen van
de traditionele sectoren been grijpt 9). In het
rapport Amsterdam Computerstadvfordt gewezen op het steeds meer in elkaar schuiven

onbevredigende situatie was aanleiding om

van de computerindustrie en de computer-

dergelijke indelingen ook kunnen zijn, deze

te gaan zoeken naar een mogelijkheid de
dienstensector nader te differentieren. Met
het oog daarop stelde Jean Gottmann in
1961 voor kwartaire activiteiten te onder-

dienstverlening 10). Ook om deze reden lijkt
me er veel voor te zeggen om te stoppen met
de trits primair, secundair enz. ter aanduiding van economische sectoren. Als er secto-

exercities hebben als zodanig slechts een beperkt inzicht biedend vermogen. Meer dan
met een opdeling in sectoren zijn we gebaat
met een groter inzicht in de verwevenheid

scheiden, doelend op onder meer research,

ren moeten worden onderscheiden — en

van economische activiteiten over de gren-

bestuur, onderwijs, transacties. Zijn voorstel
sloeg aan, al had hij de kwartaire sector niet
erg scherp gedemarkeerd (in feite wees hij
meer de kwartaire beroepen aan). Anderen

waarom niet — dan verdient het de voorkeur

zen van de sectoren been.

buerende activiteiten ook allerlei vormen van

Uit de gegeven voorbeelden blijkt, dat het

onderscheid tussen commerciele en nietcommerciele dienstverlening hier dwars

doorheen gaat. Hoe gefundeerd overigens

daaraan een benaming toe te kennen die zonder misverstanden duidelijk maakt op basis

I. Buursink

Internationale literatuur het begrip kwartaire

van welk criterium de toedeling van activiteiten geschiedt. Willen we bij voorbeeld de activiteiten die door de overheid worden gefi-

sector ingeburgerd als aanduiding van ,,in-

nancierd als sector beschouwen, noem deze

formation processing enterprises” 7). Het esactiviteiten is dan dat de eerste bestaan uit
dienstverlening aan een materieel object dat

dan de budgetsector, ter onderscheiding van
de marktsector. Gaat het om de aard van het
geproduceerde, dan onderscheiden we de
dienstensector en de goederensector. Willen

verplaatst of verzorgd moet worden, bij voor-

8) Eindrapport Stuurgroep Dienstensector, Den

we de heterogene dienstensector opsplitsen

Haag, maart 1983.

beeld een industrieel produkt, een mcnselijk
lichaam of een gebouw. De tertiaire sector
bestaat dus uit object verzorgende dienstverlening. Kwartaire activiteiten daarentegen

in meer homogene subsectoren, dan is een
driedeling denkbaar. Het toedelingscriterium kan dan zijn de betrokkenheid van fysieke objecten in het dienstverleningsproces.

omvatten de produktie van zuivere diensten,

Aldus zijn te onderscheiden:

9) J. Gershuny en I. Miles, The new service economy. The transformation of employment in industrial societies, Londen, 1983.
10) Amsterdam computerstad, Bureau economisch onderzoek gemeente Amsterdam, September 1983.

werkten zijn idee wat verder uit en zo is in de

sentiele verschil tussen tertiaire en kwartaire

7) R. Abler, J. S. Adams en P. Gould, Spatial organization, The geographer’s view of the world, En-

glewood Cliffs N J, 1977 en; P. Dicken en P. Lloyd,
Location in space. A theoretical approach to economic geography, New York, 1977.

in de vormen van kennis, adviezen, informatie, beleid e.d., die hooguit materieel worden

verpakt in rapporten e.d..
In Nederland is het de laatste jaren evenwel meer en meer gebruikelijk geworden om

onder kwartaire sector de diensten te rekenen waarvan de allocatie van arbeidskrachten en overige produktiemiddelen via het
budgetmechanisme plaatsvindt 8). Het is een

specifiek Nederlandse interpretatie die men
in het buitenland nog niet heeft overgenomen. In deze zin is dit begrip niet vergelijk-

baar met het Internationale begrip nquaternary sector”. Het bezwaar van de Nederlandse interpretatie is niet alleen dat het begrip hier te lande een afwijkende betekenis
heeft, maar ook dat de Nederlandse interpretatie niet beantwoordt aan de elementaire
classificatieregel waarvan hierboven sprake
was. limners, de toedeling aan primair, secundair en tertiair berust op de aard van het
geproduceerde; dat geldt ook nog voor de internationale toedeling aan quaternary”.
Maar in Nederland is voor toedeling aan
kwartair opeens overgestapt naar een geheel
andere grondslag, namelijk de wijze van financiering.
In het artikel van Huppes en De Groot
wordt nu ten aanzien van de quintaire sector
nog weer een ander toedelingscriterium gesuggereerd. Van tweeen een: quintair slaat
op economische activiteiten die logisch afzonderbaar zijn van primaire, secundaire,
ESB 14-12-1983

rium en stellen dat bedrijven ook deelsvooi
de markt, deels betaald door de overheid

Naschrift

De Nederlandse terminologie met betrekking tot sectoren waarvan wij in ons artikel
zijn uitgegaan, is gebaseerd op twee indelingscriteria. Het eerste, waaraan ruwweg de
oude driedeling grondstof-bewerking-handel ten grondslag ligt, heeft vagelijk een tijdorde in zich. Het tweede criterium betreft de
financieringsbron: de markt of het overheidsbudget. Hoewel drie maal twee zes is
ontstaan er slechts vier sectoren door drie
cellen tot een samen te voegen. Dat is een niet
ongebruikelijke procedure bij begripsvorming, gericht op de praktische en daarmee
samenhangende theoretische bruikbaarheid
van begrippen. Wij verlaten de scherpe tweedeling van het tweede, Nederlandse, criteBe-

Onttrekking

Marktfinanciering

werking

Handel,
diensten

primair

secundair

tertiair

Gemengde
financiering

quintair

Overheidsfinanciering

kwartair

kunnen produceren. Het resultaat wordt

weergegeven in nevenstaande figuur.
Deze particle betaling door de overheid

dient, op welvaartstheoretische gronden, alleen plaats te vinden als tegenprestatie voor
de bijdrage aan een collectief goed. Bovendien hebben wij aannemelijk gemaakt dat de
overheid – los van voorwaardenscheppend
beleid en bij gegeven omvang van het overheidsbudget – in de marktsector noch in de
kwartaire sector, maar wel in de quintaire een
direct positief werkgelegenheidseffect kan en

mag realiseren. Dat is een praktische overweging die bij begripsvorming zeker een rol mag
spelen.
Een theoretisch verantwoorde claim op de
term quintair hebben wij natuurlijk niet. Alleen wanneer een groter (economen)publiek

de welvaartstheoretische en werkgelegenheidspraktische achtergrond van voldoende

belang vindt, zal de term een geaccepteerd
begrip worden. Wij hopen dat van harte.
G. Huppes
W. T. de Groot

1169

Auteur