Ga direct naar de content

Herscholing waarschijnlijk voor velen te hoog gegrepen

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: februari 6 2020

■ Mark Levels (ROA, Universiteit Maastricht)

Als gevolg van ontwikkelingen op het gebied van kunstmatige intelligentie en robottechnologie zal de arbeidsmarkt de komende jaren veranderen. Door slimme automatisering zullen sommige banen verdwijnen en nieuwe banen ontstaan. Verschillende scenariostudies doen vermoeden dat automatisering van werk ertoe zal leiden dat de vraag naar vaardigheden de komende jaren sterk zal veranderen. Daarbij wordt doorgaans aangenomen dat de vraag naar werknemers met goede reken-, wiskunde- en computervaardigheden sterk zal toenemen. Als deze verwachtingen kloppen, zal het voor de slagkracht van de economie hoogstwaarschijnlijk noodzakelijk zijn om een aanzienlijk deel van de beroepsbevolking bij of om te scholen.

Dat daarover niet te lichtvaardig gedacht moet worden, moge blijken uit figuur 1. De figuur is gebaseerd op Nederlandse gegevens uit het Survey of Adult Skills (OESO, 2013). Het bevat een gestileerde weergave van de gecijferdheid van Nederlanders van 16 tot 65 jaar, verdeeld naar opleidingsniveau. Een minimale gecijferdheid is noodzakelijk voor het leren van de in de toekomst gevraagde ingewikkelder reken- en wiskundevaardigheid.

We zien een aanzienlijke spreiding. Links van de linker zwarte stippellijn bevinden zich mensen wier algehele gecijferdheidsniveau volgens de OESO zo laag is, dat ze hooguit de meest eenvoudige berekeningen kunnen maken. Uit de Nederlandse PIAAC-gegevens uit 2013 blijkt dat het gaat om 8,4 procent van de volwassen Nederlanders. Nog eens 23,5 procent van de bevolking bevindt zich links van de rechter stippellijn en heeft een iets hoger, maar nog steeds vrij basaal niveau. Het ligt in de rede dat deze mensen niet of nauwelijks in staat zullen blijken de in toenemende mate gevraagde complexere mathematische of ict-vaardigheden te leren. Dat maakt hen wellicht kwetsbaar op de arbeidsmarkt van morgen. Het gaat hier dus over bijna eenderde van de Nederlandse volwassenen, waaronder ook hogeropgeleiden.

Auteur

1 reactie

  1. J. de Vries
    3 jaren geleden

    Als docent in het voortgezet onderwijs (docent economie havo vwo bovenbouw) herken ik het geschetste beeld. Mijn vraag is vervolgens echter: hoe kunnen we dit verbeteren. Als de markt (volgens dit artikel) een wiskundige basis verlangt om te kunnen omscholen, waarom zit er in het primair en voortgezet onderwijs dan zo weinig wiskunde, en zoveel kunst, cultuur en taal?

    Kortom: is onze huidige verdeling van alpha en beta vakken wenselijk, of zou een omslag beter zijn?