Ga direct naar de content

Fusies beïnvloeden conjunctuur

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: januari 10 2003

Fusies beïnvloeden conjunctuur
Aute ur(s ):
De Nederlandsche Bank (auteur)
Deze rub riek wordt maandelijks samengesteld door Bouke Buitenkamp, Hans Pijl, Maarten van Rooij en (auteur)
Ad Stokman van De Nederlandsche Bank.A.C.J.Stokman@dnb.nl
Ve rs che ne n in:
ESB, 88e jaargang, nr. 4392, pagina 19, 10 januari 2003 (datum)
Rubrie k :
DNB-indicator
Tre fw oord(e n):
conjunctuur

Door de golf buitenlandse fusies en overnames raakt Europa gevoeliger voor economische ontwikkelingen elders, met name vanuit de
vs.
De afgelopen paar jaar werd de economische activiteit in de wereld gekenmerkt door een opmerkelijk synchroon conjunctuurverloop
over een brede linie landen. Dit weerspiegelde in de eerste plaats de invloed van gemeenschappelijke schokken, zoals de scherpe
olieprijsstijgingen en het knappen van de ict-zeepbel op de aandelenmarkten. Daar bovenop kwamen de boekhoudschandalen in de vs
die het internationale vertrouwen onder beleggers hebben geschaad en de dreiging van een mogelijke oorlog met Irak. Tegelijkertijd
lijkt dit synchrone conjunctuurverloop te wijzen op een structureel nauwere verwevenheid van de economieën in de wereld.
Internationalisering productie
Een belangrijke structurele oorzaak van het synchrone conjunctuurverloop is de met deregulering en integratie van financiële markten
gepaard gegane explosieve groei in internationale kapitaalstromen. Dit heeft geleid tot een sterk toegenomen bezit van buitenlandse
financiële activa en passiva, en daarmee tot een grotere invloed van buitenlandse economische ontwikkelingen op de eigen economie.
Een tweede oorzaak van grotere economische afhankelijkheid van het buitenland is gelegen in de zeer sterke groei van de buitenlandse
directe investeringen (fdi) in de wereld (zie tabel 1), met name door bedrijfsfusies en overnames in de tweede helft van de jaren negentig.
Zo kwam in 2000 de totale stand van de buitenlandse directe investeringen in Duitsland overeen met een kwart van de waarde van het
Duitse bruto binnenlands product, drie keer zoveel als vijf jaar daarvoor. Ook Nederland, met een lange traditie van multinationaal
ondernemen, zag in hetzelfde tijdbestek zijn directe investeringspositie zowel hier te lande als in het buitenland sterk verder groeien. Een
uitzondering op dit beeld is Japan geweest.

Tabel 1. Directe investeringspositie vs, Japan, Duitsland en Nederland, % bbp
1985
vs
Japan
Duitsland
Nederland

uitgaand
inkomend
uitgaand
Inkomend
uitgaand
Inkomend
uitgaand
Inkomend

1995

2000

5,7
4,4
3,2
0,3
8,4
5,1
36,1
18,8

9,5
7,3

13,2
12,4

4,5
0,6
10,5
7,8
41,6
28,0

5,8
1,1
25,2
24,1
83,8
65,9

Bron: Verenigde Naties, UN World Investment Report, 2002.

Directe investeringen brengen belangrijke voordelen met zich mee, zoals kostenreducties, schaalvoordelen, de uitwisseling van
innovaties, proces- en productkennis, alsmede de voordelen van het dicht bij de afnemer opereren. Directe investeringen kunnen echter
ook een bron van kwetsbaarheid voor buitenlandse ontwikkelingen vormen. Dit is bijvoorbeeld het geval omdat financiële problemen
van de buitenlandse moedermaatschappij nadelige gevolgen kunnen hebben voor dochtermaatschappijen in de vorm van lagere
investeringen, lagere lonen of ontslagen. Dit verschijnsel staat bekend als ‘economic rent sharing’.
Conjuncturele samenhang
Uit een recent onderzoek van de Nederlandsche Bank blijkt dat landen die door fdi nauwere banden met elkaar onderhouden ook een
grotere samenhang vertonen in hun conjunctuurbewegingen. Dit verband is in de loop van de tijd sterker geworden 1. Ook blijkt dat
concernresultaten van buitenlandse multinationals met enige vertraging doorwerken op de binnenlandse arbeidsmarkt van een aantal
landen. In Duitsland en België gaat het daarbij vooral om de werkgelegenheid, voor Frankrijk om de lonen. In Nederland reageren zowel

de lonen als werkgelegenheid op de buitenlandse winstgevendheid. Voor de vs kan een dergelijk spillovereffect niet worden vastgesteld,
waarschijnlijk omdat de rol van buitenlands kapitaal in de Amerikanse productie nog steeds relatief gering is.
Fdi-spillovers vanuit de vs
Het bovenstaande suggereert dat de neergang van de Amerikaanse economie in 2001 en de daarmee gepaard gaande inzakkende
winstgevendheid via in Europa gevestigde Amerikaanse dochterondernemingen een negatieve naschok kan veroorzaken, of
vermoedelijk reeds heeft veroorzaakt. De keerzijde hiervan is dat via hetzelfde mechanisme een herstel van de Amerikaanse economie de
Europese economie met enige vertraging weer een extra impuls kan geven. Dit geldt in het bijzonder voor Nederland.
figuur 1

Figuur 1. De DNB-conjunctuurindicator

1 W.J. Jansen en A.C.J. Stokman, The importance of multinational companies for global economic linkages, De Nederlandsche Bank,
Meb-series nr. 2002-22/Research memorandum nr. 720, Amsterdam, december 2002.

Copyright © 2003 Economisch Statistische Berichten (www.economie.nl)

Auteur