Ga direct naar de content

Fast track: waar naar toe?

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: november 5 1997

Fast track: waar naar toe?
Aute ur(s ):
Emmerij, L.J. (auteur)
Special Advisor to the President van de Inter-American Development Bank te Washington.
Ve rs che ne n in:
ESB, 82e jaargang, nr. 4131, pagina 926, 3 december 1997 (datum)
Rubrie k :
Beleid w ereldw ijd
Tre fw oord(e n):
internationale, economische, betrekkingen

Volgens de Amerikaanse constitutie ligt de beslissings- bevoegdheid over het internationaal handelsbeleid bij het Congres. Zo weigerde
het Amerikaanaanse parlement in 1948 de ratificatie van de Internationale Handelsorganisatie, het sluitstuk van de nieuwe internationale
financieel-economische orde van Bretton Woods. Nog beruchter is de zwaar protectionistische Smoot-Hawley Act van 1930, die de
toenmalige economische crisis nog erger maakte.
Andere landen aarzelden steeds meer om lange en dikwijls pijnlijke onderhandelingen aan te gaan met Amerikaanse
regeringsvertegenwoordigers, als het Congres vervolgens met honderden amendementen kon komen en alle moeite vergeefs bleek te
zijn. Daarom hebben Amerikaanse presidenten sinds 1974 een akkoord met het Congres, de zogenaamde Fast Track, waarbij deze laatste
een internationale handelsovereenkomst kan aanvaarden of verwerpen, maar niet amenderen. Alles of niets dus. Deze concessie van het
Congres is sinds 1993 verlopen en nu, vier jaar later, heeft President Clinton een voorstel tot verlenging moeten intrekken omdat hij de
benodige meerderheid niet kon bereiken. En dat vooral vanwege zijn eigen Democratische Partij: slechts 45 van de 205 Democratische
Congresleden bleken bereid voor te stemmen!
Fast Track wordt in Latijns-Amerika gezien als het bewijs dat de VS zich sterk zullen maken voor de in 1994 op de Miami Top
voorgestelde ‘Free Trade Area of the Americas’ (FTAA) die in 2005 van start zou moeten gaan. Onderhandelingen hierover zullen in ernst
beginnen in Santiago in april volgend jaar. Deze FTAA betekent een generalisering van NAFTA naar het gehele westelijk halfrond
(Noord-, Centraal- en Zuid-Amerika). Dat staat nu plotseling op losse schroeven.
De nederlaag van Clinton over de vernieuwing van Fast Track betekent niet dat het idee van een FTAA dood is, maar het maakt het
leven van de voorstanders ervan moeilijker. Daarentegen zijn de tegenstanders van NAFTA en FTAA en de voorstanders van een
generalisering van Mercosur voor Latijns-Amerika (dus zonder de VS en Canada) opgelucht. Deze zijn vooral te vinden in Brazilië, dat
tezamen met Argentinië, Uruguay en Paragay deel uitmaakt van Mercosur (Bolivie en Chili zijn geassocieerd). Mercosur is het vierde
grootste handelsblok ter wereld, na de Europese Unie, NAFTA en ASEAN.
Dit alles leidt tot een grote paradox. Vrijhandel tussen Noord en Zuid (een partiële mondialisering, in mijn terminologie), zo redeneren de
tegenstanders van NAFTA en FTAA in Latijns-Amerika, is veel meer in het voordeel van de economisch sterkere partner dan van de
zwakkere. Vandaar dat vooral de VS altijd hebben aangedrongen op het openen van de grenzen voor kapitaal- en goederenstromen, veel
meer dan de Latijns-amerikanen of andere landen in Zuid, om over Japan maar te zwijgen.
Steeds meer politici in Latijns-Amerika beschouwen Mercosur als een reëel alternatief voor NAFTA en FTAA. Hier hebben we dus een
illustratie van de tegenstelling tussen regionalisering en (partiële) mondialisering. De voorstanders van een generalisering van Mercosur
willen eerst een Zuid-Amerikaanse regionale eenheid alvorens de Noordamerikaanse overmacht te trotseren. Dus eerst jezelf sterk maken
alvorens de concurrentie van de reeds nu sterken te ondergaan. Daarom hebben Brazilië en een aantal andere landen NAFTA buiten de
deur gehouden en er bovendien op aangedrongen, dat de onderhandelingen over de FTAA langzaam en voorzichtig moeten worden
gevoerd. Daarentegen zijn er Latijnsamerikaanse landen, met Chili als het meest uitgesproken voorbeeld, die wel graag tot NAFTA
toetreden. Chili heeft reeds drie jaar in de antichambre gezeten. Tot op heden voor niets.
De paradox is nu dat het land dat het meest aandringt op het opengooien van de grenzen, en daarvan ook het meest heeft te winnen, zijn
president het onderhandelingsinstrument daartoe uit handen heeft geslagen. Dit is gebeurd gedurende een langdurige periode van
hoogconjunctuur die de Amerikaanse vakbonden en de Democraten vertrouwen had moeten geven, dat vrijhandel goed is voor de
economie en de werkgelegenheid. In plaats daarvan kon Clinton slechts zo’n twintig procent van zijn Democratische Congresleden
overtuigen voor Fast Track te stemmen en hebben de defensieve vakbonden een grote overwinning behaald.
Het is nu moeilijk voor de VS door te gaan druk uit te oefenen op hun handelspartners in Oost, Zuid en Japan om hun grenzen verder te
openen. Deze zullen steeds meer en luider zeggen, dat het prediken en de praktijk nauwer moeten overeenkomen.
Want laat er geen misverstand over bestaan: velen zien deze misser als een overwinning van de protectionistische tendenzen in de VS.
We zijn getuigen geweest van een illustratie, dat vele Amerikanen zich onzeker voelen en dat de ‘gewone man’ sceptisch is over het
gejuich dat de goede tijden er zijn en blijven, of wanneer de autoriteiten zeggen dat internationale handel goed is voor de
werkgelegenheid. In hoeverre dit een keerpunt betekent in het debat over ‘mondialisering nu’ tegenover ‘regionalisering eerst’ moet
worden afgewacht. Was het toeval, dat Mercosur besloot (twee dagen na het terugtrekken van Fast Track) zijn gemeenschappelijk

buitentarief te verhogen van twaalf naar vijftien procent?

Copyright © 1997 – 2003 Economisch Statistische Berichten ( www.economie.nl)

Auteur