Meest gelezen

3 reacties

Leuk stuk, maar waar zijn de figuren?

J de Groote

Reactie namens Theo van der Veen, zelfstandig professional in het economie-onderwijs:

In ESB van 16 september 2021 willen Brugt Kazemier en Jan Walschots de lezer uitleggen ‘waarom de huizenprijzen niet in de inflatie thuishoren’. De beide auteurs behoren ongetwijfeld bij de eersten die kennis hebben van de regels rond het bepalen van het inflatiecijfer, door de wol geverfd op het gebied van de Nationale Rekeningen. Een deskundig technisch exposé.
De kwestie waar wij nu mee te maken hebben is echter, in hoeverre deze regels, die tot stand zijn gekomen in de tweede helft van de twintigste eeuw, nog realiteitswaarde hebben in het huidige bestel.
In toenemende mate wordt binnen de maatschappij met onbegrip gereageerd op het feit, dat de enorme stijging van de huizenprijzen een ‘elephant in the room’ lijkt, wanneer deze buiten de cijfers wordt gehouden, en gesproken wordt van ‘geen of nauwelijks inflatie’. Het artikel van de beide prominenten van het CBS lijkt een poging om de gehanteerde meetmethode te verduidelijken.
Vaak wordt er inderdaad op gewezen dat de prijsstijging geen direct effect zou hebben op de bestedingen: bij verhuizing moet de ontstane overwaarde immers weer gebruikt worden voor een in prijs gestegen nieuwe woning.
De kern van het communicatiekloof lijkt, dat de analyse van Kazemier en Walschots voorbijgaat aan de ‘overflow’ van de vermogenssfeer naar de sfeer van de bestedingen. Er is sprake van een subjectieve welvaartsbeleving, het gevolg van een alsmaar toenemende waarde van het eigen vastgoed, van een versnellende groei van de overwaarde van het eigen huizenbezit ten opzichte van de hypotheek die er op rust. De effecten van de extreme expansie van dit welvaartsgevoel zijn niet moeilijk te vinden: luxe tuinameublementen, terrasverwarming, nieuwe recreatieartikelen. Over barbecues praten we al niet meer: keukenunits voor particulier gebruik in de tuin, die een sterrenrestaurant zouden sieren. In het jaar waarin buitenlandse reizen onmogelijk waren, gebruikten Randstedelingen de overwaarde van hun huizen massaal voor een vakantiehuisje elders. Inmiddels rijzen de prijzen daarvan ook de pan uit. Bij elk vrijkomend huisje staat de telefoon roodgloeiend en dezelfde dag wordt ongezien boven de vraagprijs geboden. (1/2)

R. Redactie

Reactie namens Theo van der Veen, zelfstandig professional in het economie-onderwijs (deel 2/2):
Huizenbezittend Nederland wordt slapende rijk. De extreme groei van de bestedingen, duurzame consumptiegoederen, autoverkopen die door het plafond gaan: je hoeft geen helderziende te zijn om de link te leggen met een vermogensballon die op knappen staat.
Het woord ‘Inflatie’ betekent letterlijk het ‘opblazen’ van de in geld gemeten bestedingen. Huizenbezitters hebben in luttele jaren hun geldelijk vermogen met een kwart zien toenemen. Dit heeft bestedingen aangejaagd, in de sfeer van luxe en vrije tijd. Met een zodanig toevloed van financiële middelen, zijn er echter niet automatisch méér goederen beschikbaar. Het wordt dringen op de markt en prijzen stijgen. Uiteraard zien we dat niet terug in de voedselprijzen en huishoudelijke uitgaven. Economiestudenten kennen de wet van Engel.
De clou is dat de miljarden aan extra bestedingsmacht, ontstaan uit de eigen huis-zeepbel, hun weg vinden in nieuwe luxegoederen, zoals hierboven geschetst, die tot voorheen nauwelijks in het bestedingspakket te vinden waren. Ik wil dit aanduiden met de term ‘kwalitatieve inflatie’: geen prijzenstijging van gangbare producten, maar een wildgroei van nieuwe luxeproducten, alsof men geen goed raad weet met de vermeende nieuwe rijkdom. In dat licht vertoont ons huidige tijdsbeeld zelfs kenmerken van hyperinflatie. Wij laten ons zand in de ogen strooien door de meetgewoontes, die dateren uit de vorige eeuw. Inmiddels levert dat een blinde vlek voor de ‘elephant in the room’ van exploderende huizenprijzen, en de bestedingsimpuls die daarvan uitgaat.
De modaal verdienende Nederlander ziet ondertussen de huren torenhoog stijgen, in het kielzog van de huizenprijzen. Voor huurders is deze stijging verre van inkomensneutraal: de inkomens in de (semi)publieke sector, zorg, onderwijs, politie, zijn goeddeels gestagneerd.
Het is zaak dat de rekenmeesters van het CBS zicht krijgen op de realiteit van het afgelopen decennium, waarin fundamenteel andere mechanismen zijn te bespeuren dan in de jaren waarin zij aan de weg timmerden met het ontwerpen van de bestaande meetregels. (2/2)

R. Redactie

Reactie niet ok? Meld misbruik bij de redactie.

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn.

Inloggen