Ga direct naar de content

Economie in Bedrijf

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: augustus 11 1999

Economie in Bedrijf
Aute ur(s ):
Keuzenkamp, H.A.
Ve rs che ne n in:
ESB, 84e jaargang, nr. 4218, pagina 619, 3 september 1999 (datum)
Rubrie k :
Katern Economie in Bedrijf
Tre fw oord(e n):
voorw oord

Vanaf dit nummer verschijnt in ESB met regelmaat een katern Economie in Bedrijf. Vooralsnog eens per maand, maar vaker zodra
vraag en aanbod op de markt voor kopij een nieuw evenwicht hebben gevonden. Met dit katern willen wij meer aandacht geven aan
bedrijfseconomische vraagstukken dan voorheen.
ESB geldt als ‘het’ weekblad over economie en beleid. In de praktijk betekent dat laatste sinds jaar en dag: overheidsbeleid. Toch was dat
ooit anders – ESB werd in 1916 zelfs expliciet als een ‘Algemeen weekblad voor handel, nijverheid, financiën en verkeer’ in de markt gezet.
Hoe belangrijk en boeiend het overheidsbeleid vandaag de dag ook is, bedrijfseconomische vraagstukken hebben de laatste jaren eerder
aan belang gewonnen dan ingeboet. We ervaren daarom de beperkte aandacht voor bedrijfseconomie in onze kolommen steeds meer als
een zwakte. Op sommige deelterreinen is daar wel iets aan gedaan (denk aan de analyse van financiële markten), maar voor veel
toepassingen hield ESB een blinde vlek. Met het katern Economie in Bedrijf zal dit veranderen.
Bedrijfseconomische vraagstukken worden van steeds meer belang. Niet alleen voor managers, die door de groeiende dynamiek van de
markt gedwongen worden sneller kennis te nemen van nieuwe ideeën over ondernemen. Maar ook voor economen, die om eenzelfde
reden meer te analyseren krijgen en (dankzij de explosief groeiende informatietechniek) steeds vaker interessant datamateriaal kunnen
vergaren. En zelfs voor beleidsmakers wordt bedrijfseconomie steeds relevanter om kennis van te hebben. Immers, waar markt en
overheid hun domein opnieuw bepalen, wordt het belangrijk voor de behartigers van het publiek belang om te begrijpen hoe bedrijven en
ondernemers functioneren, wat er in de economie van het bedrijf gaande is, wat ondernemers en hun ondernemingen drijft. Dat voorkomt
een onvruchtbaar samenspel van overheid en ondernemer op de nieuwe speelvelden in de markt. Zonder inzicht in hun beweegredenen
wordt het steeds moeilijker om burgers en bedrijven te sturen.
In beide domeinen, markt en overheid, ontstaat daardoor belangstelling voor vraagstukken die typisch bedrijfseconomisch zijn.
Beloningssystemen (opties!?), de bepaling van de ondernemingsvorm (coöperatie, nv, alliantie), marktanalyse, strategie, verantwoording
– zaken die vroeger vast lagen, zijn niet langer vanzelfsprekend.
De innovatieve academici onder economen zien dat in het bedrijf de interessante vraagstukken voor het oprapen liggen. Er vindt
daardoor een verschuiving van onderzoek plaats, richting de bedrijfseconomie. Vooral in de VS is dit het geval, Nederland zal binnen
enkele decennia wel volgen. Economie in Bedrijf is een bescheiden aanmoediging. Eerst waren het de econometristen, die ontdekten dat
financiële markten prachtige dataverzamelingen boden die zich met hun gereedschapskist goed lieten analyseren. Na de invasie van
econometristen in ‘finance’, is het nu de beurt aan bijvoorbeeld micro-economen in vakken als organisatie en zelfs accounting. Dit proces
wordt gestimuleerd door een sterkere aandacht van bedrijfseconomen voor het publiceren van analytisch onderzoek. Voor de krenten
van dit soort onderzoek stelt Economie in Bedrijf de kolommen graag open. Het katern heeft een eigen kleur, maar de inhoud zal passen
bij de formule van ESB. Dat betekent degelijke, analytische, leesbare bijdragen over economisch relevante vraagstukken.
Natuurlijk wordt ESB in het bedrijfsleven al veelvuldig gelezen. Een belangrijk deel van het abonneebestand zit er, want ondernemers
willen nu eenmaal weten waar het met ‘de economie’ en ‘het overheidsbeleid’ naar toe zal gaan. Die vragen zullen ook in de toekomst de
kern van ESB vormen. Daar komt nu bij, wat er in het bedrijfsleven zelf speelt en, vooral, gaat spelen. In Economie in Bedrijf zal zoveel
mogelijk het perspectief van ondernemer en manager worden gekozen. Bijvoorbeeld door ontwikkelingen in het bedijfsleven en in de
bedrijfseconomische literatuur door wetenschappers of stafonderzoekers te laten analyseren. Het artikel van Martijn Cremers over
‘corporate governance’ is een voorbeeld. Maar soms ook door een ondernemer zelf aan het woord te laten, zoals Cees van der Hoeven
in zijn mooie bijdrage over innovatief ondernemen in dit nummer.
Daarmee wordt ESB interessanter voor een bredere groep economen. Betekent het ook dat Economie in Bedrijf met bestaande vakbladen
gaat concurreren? Nauwelijks. De stijl van ESB onderscheidt zich daarvoor teveel van meer gespecialiseerde tijdschriften zoals MAB of
het Tijdschrift voor Economie en Management. Voor echt academische artikelen (met hun eigen voor- en nadelen) zullen de auteurs een
andere uitlaatklep dan ESB kiezen. En voor de vlotte babbels en het human interest bevelen wij Jort Kelder’s Quote van harte aan. In
Economie in Bedrijf zullen serieuze, maar bondige artikelen met veel toegevoegde waarde verschijnen die toegankelijk zijn voor een
breed publiek van niet-specialisten, en een prikkelende boodschap bevatten. Daarmee beogen wij een aanvullend forum te bieden dat
leesbaar is, en gelezen zal worden.

Copyright © 1999 – 2003 Economisch Statistische Berichten ( www.economie.nl )

Auteur