Ga direct naar de content

De onvolledige AOW voor Surinamers is niet zomaar weg te poetsen

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: februari 9 2022

Tijdens mijn economielessen op de middelbare school vond ik de Algemene ouderdomswet (AOW) eigenlijk maar moeilijk te doorgronden. Ga maar na: als Nederlandse ingezetene bouw je AOW-rechten op, maar de daarbij behorende premie-inleg gaat direct naar aan andere personen dan jijzelf. Wat heb je dan “opgebouwd”?

Mijn economiedocent legde uit dat die combinatie van opbouw en een omslagstelsel toch heel goed mogelijk is. De opgebouwde AOW-rechten zijn namelijk fictief, terwijl er de hoop en verwachting is dat toekomstige generaties die rechten zullen honoreren en verzilveren als het eenmaal zover is. Ik vond dat een heldere uitleg, die eens temeer onderstreept hoezeer de AOW gefundeerd is op een vertrouwen en solidariteit tussen generaties.

Alleen voor wie altijd in Nederland heeft gewoond

Zoals dat gaat in het leven, blijkt toch met het klimmen der jaren dat zaken ingewikkelder in elkaar steken dan eerst gedacht. De combinatie van opgebouwde rechten en een omslagstelsel werkt alleen als mensen hun hele leven in Nederland blijven wonen of als andere landen ook zoiets als de Nederlandse AOW hebben. Zo niet, dan ontstaan er gaten in de AOW of – nog erger – verlies je de opgebouwde rechten uit andere landen. Dit is pijnlijk, temeer daar de AOW de bodem zou moeten leggen in het inkomen van ouderen.

Wellicht het meest pregnante voorbeeld van onvolledige AOW-opbouw is die van Surinamers die zich na de onafhankelijkheidsverklaring in 1975 in Nederland zijn gaan vestigen. De onafhankelijkheid van Suriname bracht met zich mee dat de Surinaamse staat op zelfstandige wijze de sociale zekerheid van ingezetenen zou voorzien, en daarmee vervielen de AOW-rechten die onder het Nederlandse koninkrijk waren opgebouwd tot 1975. Binnen Suriname kwam er in 1981 een nieuwe regeling voor ouderen, maar Surinamers die naar Nederland verhuisden vielen tussen de wal en het schip: de AOW-jaren tot 1975 zijn niet langer geldig, met als gevolg dat er nu circa 30 duizend voormalige Surinamers in Nederland een onvolledige AOW hebben (Adviescommissie Onverplichte tegemoetkoming ouderen van Surinaamse herkomst, 2021). Deze mensen zijn nu veelal aangewezen op aanvullingen vanuit de bijstand.

Oplossing Surinaamse kwestie

Voormalig Minister Koolmees wilde deze kwestie oplossen. Hij stelde in het voorjaar van 2021 daarom een Adviescommissie in onder leiding van Joyce Silvester die met het advies kwam om tot een speciale tegemoetkoming te komen voor “in Nederland woonachtige Nederlanders van Surinaamse herkomst die tussen 1957 en 1975 periode(n) in Suriname hebben gewoond en die voor 25 november 1975 naar Nederland zijn gekomen en zich in Nederland hebben gevestigd” (Adviescommissie Onverplichte tegemoetkoming ouderen van Surinaamse herkomst, 2021). Het idee is deze specifieke groep wel van een volledige AOW te voorzien en bovendien met een eenmalige, belastingvrije tegemoetkoming te compenseren voor misgelopen AOW-uitkeringen.

De Raad van State adviseerde in de herfst van vorig jaar negatief over het voorstel van de commissie. Zwaarwegend argument tegen het voorstel was dat het hebben van de Nederlandse nationaliteit voor de werkingssfeer van de AOW niet relevant is. Zou daarentegen wel een uitzondering worden gemaakt, dan zou hier omwille van “gelijke behandeling” een precedentwerking vanuit gaan naar andere (grote) groepen Nederlanders die ooit naar Nederland zijn gekomen. Maar wellicht belangrijker nog was het argument dat de Raad het niet relevant achtte dat Suriname tot 1975 behoorde tot het Koninkrijk der Nederlanden. Zoals al eerder gesteld is sinds de invoering van de onafhankelijkheid sociale zekerheid immers een aangelegenheid van de landen zelf.

Onoplosbaar probleem

De positie van Surinamers met een AOW-gat zal een ieder aan het hart gaan, maar ik kan eigenlijk de Raad van State niet anders dan gelijk geven. De nieuwe regering stelt in haar coalitieakkoord nog wel dat het de kwestie wil oplossen, maar hoe dan? Want stel je eens voor dat we de opbouw van AOW-rechten voorafgaand aan 1975 wél zullen respecteren. In dat geval zouden ook Surinamers met AOW-gerechtigde leeftijd die destijds niet migreerden recht hebben op een (onvolledige) Nederlandse AOW-uitkering. Ik denk niet dat de kamer en het kabinet dat voor ogen hebben.

Wie het probleem van een onvolledige AOW wil oplossen, loopt dus al snel een moeras in. Zolang als de AOW-uitkering volgt uit opgebouwde jaren en tegelijk op basis van omslag is gefinancierd, zullen er altijd groepen zijn die buiten de boot vallen. Misschien is dat reden voor een echt fundamentele discussie over de opzet van de AOW, om zodoende de steeds opspelende behoefte aan lapwerk te voorkomen.

Auteur

  • Pierre Koning

    Hoogleraar aan de Vrije Universiteit Amsterdam (VU) en universitair hoofddocent aan de Universiteit Leiden (UL)

Categorieën