Ga direct naar de content

Conjunctuurbericht

Geplaatst als type:
Gepubliceerd om: mei 24 1995

‘onjunctuurbericht

Figuur 2. Procentuele volumegroei
industriele produktie per bedrijfsklasse
textiel, kleding
lederwaren

Algemeen conjunctuurbeeld
De produktie van de Industrie was in
het eerste kwartaal van dit jaar bijna
4% groter dan een jaar eerder. Ook
de bezettingsgraad van de produktieinstallaties is toegenomen. De bruto
investeringen in vaste activa zijn in
het vierde kwartaal van vorig jaar fors
gegroeid. Deze bestedingscategorie
heeft daarmee de rol van aanjager van
de economic overgenomen van de export. In het laatste kwartaal van 1994
was de groei van de uitvoer lager dan
in de drie voorgaande kwartalen en
ook lager dan de groei van de invoer.
De groei van de consumptieve bestedingen blijft nog kwakkelen. Ook de
cijfers over de eerste maanden van dit
jaar wijzen niet op een versnelling.
Het consumentenvertrouwen is in mei
wel toegenomen. Het aantal door uitzendkrachten gewerkte uren ontwikkelt zich onstuimig. Van een wezenlijke daling van de werkloosheid is
echter nog steeds geen sprake. Het
aantal banen van werknemers was
vorig jaar iets groter dan in 1993. De
inflatie blijft gematigd.
Figuur 1. Produktie Industrie (volume)
en aantal uitzenduren, procentuele
jaarmutatie van het voortschrijdend gemiddelde

papier en gntfische

INDUSTRIE
– 3 – 2 – 1 0 1 2 3 4 5 6 7 8

1 1994 tov 1993

• le kw 1995 toy le kw 1994

klassen blijft de groei in het eerste
kwartaal achter bij die van 1994. Vooral de toename van de hout- en bouwmaterialenindustrie ligt ruim onder
het groeicijfer van verleden jaar. Deze
bedrijfsklasse is een belangrijke toeleverancier van de bouw. De toegevoegde waarde van de bouw lag in maart,
mede door de bouwstaking in een
deel van die maand, 6% onder het
niveau van een jaar eerder. Hiervan
heeft ook de hout- en bouwmaterialenindustrie waarschijnlijk de nadelige
gevolgen ondervonden. Alleen de produktie in de textiel-, kleding- en lederindustrie liet in de eerste drie maanden van dit jaar een daling zien.

Groeidiamanten

bruikt: hoe verder van de oorsprong,
hoe minder inflatie, hoe beter het is
voor de economie. Ook voor de werkloosheid, uitgedrukt als percentage
van de beroepsbevolking, wordt een
omgekeerde schaal gekozen: meer
naar links is minder werkloosheid en
beter voor de economie. Het laatste
gegeven is het saldo op de lopende
rekening van de betalingsbalans, uitgedrukt als percentage van het bbp.
De lopende rekening geeft een overzicht van de ontvangsten en uitgaven
door export en import van goederen
en diensten. Het saldo staat op het
rechter gedeelte van de horizontale
as. Halverwege ligt het nulpunt,
rechts daarvan is een uitvoeroverschot.
De beoordeling van de economische toestand aan de hand van de dia-

De economische situatie van een land
wordt vaak eendimensionaal beoordeeld aan de hand van de volume-ontwikkeling van het bruto binnenlands
produkt (bbp). Er bestaan ook andere
indicatoren die bepaalde facetten van
de economische ontwikkeling weergeven. In de figuren 3 en 4 worden een
aantal van deze indicatoren afgebeeld.
Een van de kerncijfers is de ontwikkeling van de consumentenprijzen (inflatie). Vanuit de gedachte dat te forse
prijsstijgingen ontwrichtend werken,
wordt hier een omgekeerde schaal ge-

manten is nu relatief eenvoudig. In
het algemeen geldt: hoe groter de
diamant, des te beter staat de economie ervoor. In de VS en Nederland
ontwikkelden drie van de vier indicatoren zich gunstiger dan in de periode
1991-1993. De gunstige economische
ontwikkeling in de VS vorig jaar ging
samen met een toenemend tekort op
de lopende rekening van de betalingsbalans. Uitgedrukt als percentage van
het bbp kwam het tekort uit op 2,3%.
In de periode 1991-1993 was dit gemiddeld nog maar 0,9%. Ondanks de
forse economische groei, bleef de inflatie in de VS beperkt tot 2,5%.

Figuur 3. Groeidiamant Nederland

Figuur 4. Groeidiamant VS

1988 ‘1989 ‘1990 ‘1991 ‘1992 ‘1993 4994 ‘1995

Produktie
Het produktievolume van de Industrie
in maart is ruim 2% groter dan een
jaar eerder. Hiermee komt de groei
over het eerste kwartaal van 1995 uit
op 3,6%. Vooral de chemie en de metaal doen het goed. De stijging van de
produktie in deze twee bedrijfsklassen is duidelijk groter dan die over
1994 als geheel. In de andere bedrijfs-

498

weridoosheid

gem. ‘9l-’93

lopende
rekening

werkloosheid

• gein. ’91–93

lopende
rekening

0-9.

Kerngegevens recente ontwikkelingen, procentuele mutaties t.o.v. hetzelfde jaar daarvoor, tenzij anders aangegeven
1988/’92
gemidd.

1993

3,0
5,2
1,9
3,7
5,5
3,1
0,9

0.4
5.4
-2,0
0,2
1.7
1.7
0.6

0
2
2
0

1
-2
-1

3

-2

2
5
2
2
1
3
2
2

-2
-4
-2
0
-1
-6

3

1994

1994

1995

Trend 2)

1995

2ekw.

3ekw.

4e kw.

2,5
-0,1
3,6
1,8
3.1
2.5
1,2

2,4
-2,7
4,2
1.5
3.2
2,2
1.1

2,3
-1,6
4.8
-0.2
2,8
2.2
0,9

3,0
2,4

1

3.9
2.3
2.4
3,1
1,1

H1
1+
1+
1

10
3
0
3
1
6
6
6

0
4
2

-5

-1
4
2
2
3
5
6
7
8
4
4
1
3

1
0
-2
2

2
1
0
3

le kw.

Jan.

febr.

maart

april

VOLUMEGEGEVENS
Pmdubie (Kwanaahrekeningen)
Brulo buinmlarxb produkt (m.p.)
Landbouw en visserij
Nijverheid
Handel, hotel- en restauramw., rep. bedr.
Transpoft, opslag- en communicau’ebedr.
Overige dienstverlening (excl. overh.)
Algemeen overheidsbestuur, enz.
Produtoie (maandindicatonn)
Delfstoffen winning
Industrie
Voedings- en genouniddelenindustrie
Texllel-, kleding- en lederindustrie
Papier- en grafische Industrie
Chemische Industrie
Rubber- en kunststofverw. Industrie
Hout- en bouwmaterialenindustrie
Basismetaalindustrie
Elektrotechnische Industrie
Rest metaal- en overige Industrie
Openbare nutsbedrijven
Bouwnijverheid

-2

2

7
4
2

6
3

3
2
5
6
7
9
5
3
4
5

-12
8
4
2
7
7
14
16

-2
4

7
3

-19
5

10
2

.
.

0
7

-1
7
7
0
7

2
9
4
11

0
4

.
.

12

I-M-

!++
I++

6

l-t-t-

7

9
-5
7

-1
1+
1
1+
1+
I++

5

5
1

-6

22

-6

.

1+
1
N-

Consumptie
Voedings- en genotmiddelen
Duurzame consumptiegoederen
Overige goederen en diensten

2
4
3

2
0
0
3

1
3
-3
3

2
1
1

1
1
0
2

3

1
0
3
1

1
1
1
1+

Investeringen in vasu activa
BnrU>lnvesttringen,Uitaal
Bedrijven
Overheid

-2
-2
-3

3
3

3

3

4

-3
-4
2

8
9

4

5

1+
1+
1+

Builenlandse handel fgocderai)
Invoer
Uitvoer

5
6

-1
1

6
6

3
5

5
6

6
3

mI++

1.9
3,9
1.0
4,3

3,1

4,1
2.5
3.8
0.5

4.1
2.4
4.2
0,4

4,5
2,4
3,9
1,0

4.2
3.4
3.9
1.0

4,0

-1,7
2,2
-0.2

2,6

2.7

2,9

2.7

2.7

2.4

2,4

2.4

2,3

19.20

-1.9
-3.6
17.24

0.7
1,6
15,85

-0.1
1,1
15,97

1,0
2,5
17,08

2,9
4.5
16,61

4,1
6,2
16,80

4,2
6.5
16,54

4,1
6,4
16,94

3,9
5,6
16.92

.
.
18,30

2.6
2.4
2.8

3,2
2,5
3,7

1,7
0,9
0.9

1.7
1.2
0,4

1.3
0,9
0,4

1.2
0,0
0,2

1.1
0.5
0,4

1,1
0,5
0,4

1,0
0,5
0,4

1,2
0.5
0.4

.
.
.

1
1
1

1,91
1,127
3,33
1.42

1,86
1.123
2,79
1,68

1.82
1,121
2.78
1.78

1,87
1.122
2,81
1.81

1,75
1.122
2.72

1.73
1,120
2.74
1,75

1,66
1,121
2,62
1.73

1,72
1,121
2,70
1.72

1.68
1.121
2,65
1,71

1,58
1,121
2,52
1,74

1.55
1,120
2,49
1,84

-1
1
-1
1

-22
-50
-4
16
27

-7
-14
-2
18
1

-9
-19
-2
25
-1

3
0
14
-3

-4
-2
-5
3
-6

3
6
1
-4
-13

-1
1
-2
-4
-4

5
7
3
-4
-15

5
9
2
-4
-18

2
2
2
-3
-4

0
104
85

0
103

0
103

1
105

.

484
7.5
827

497
7,7
832

477
7,4
833

.
.
.

2.5
0

2,2
1

-2

.

BBP imemationaal
Verenigde Staten
Duitsland
Verenigd Koninkrijk
Japan

2
2

3

1+
l+
1+
i

3.9

PRIIZEN
Consumentenprijsindex
Pnjducentenprijzen Industrie
Afzet
Verbruik
Aaniolie, North Sea Brent (in $ per barrel)
Rfgelingslonm
Particuliere bedrijven
Overheid
Gepremieerde en gesubsieerde sector
WaselkofamUngld.)
Amerikaanse dollar ( 1 )
Duitsernark(l)
Engelsepond(l)
Japanse yen (100)

1,77

2,3

1+
1
1+
I++

OVEKIGE INDICATOREN
CoaBUnMntenveilniuwen 1) (in %)
Economisch klimaat
Koopbereidbeid
Koersindex voor aandelen, algemeen
Uitgesproken faillissementcn
Conjunctuurtest
Inrhntrie
Beoordeling orderposiu’e 1) (in %)
Orderpositie (4e kw. 1993=100)
Bezettingsgraad (in %)
ZakdUkx dicntveiienlng
Beoordeling Orderpositie 1) (in %)
Computer servicebureaus
Ingenieurs- en architectenbur.
Economische adviesbureaus
Arbddsmaib
Aanlal banen van werknemers (x 1000)
Aantal vaeatures
(x 1000)
Geregisrreerde werklozen 3) (x 1000)
Idem, in % van de totale beroepsbevolking
Aantal werkloosheidsuitkeringen (x 1000)
Aanlal uren uitzendkrachten
Celdenbfdiel
Spaarlegoeden
Binnenlandse liquiditeitenmassa

-1
-11

5
4
6

1

5325

-22
102
81

103

-9
1O4

84

83

-4
1O4
85

-2
103
84

-26
-21
-14

-7

118
85

-3
-14
-4

-14
-17
-8

-20
-13
5

16
-2
-5

5554

5562
42
486
7,5

56O9

774
20

5591
39
484
7,5
770
27

5541

42
461
7,1
757
14

43
480
7,4
790
37

497
7,7
831
39

4

3,2
5

3,3
4

1,9
2

0

39
415
6.5
664
-10

5.9
8

l-n–I

7

-7

1+
1+

1

1-nI++
1-nI++
U-f

1+
1+

1) Saldo van positieve en negatieve antwoorden in procenten van het totaal; 2) Trend: procentuele jaarmutatie van net meest recente voortschrijdende 12-maands gemiddelde;
– -): kleiner dan-5%; – I : tussen-5% en-2%; I : tussen -2% en +2%; l + : tussen 2% en 5%; I++: groter dan 5%. 3) Driemaandsgemiddelden opgenomen onder de middelste
maand. De gegevens zijn niet voor het seizoen gecorrigeerd; – : gegevens nog niet beschikbaar.

ESB 24-5-1995

499