Ga direct naar de content

Bezuinigingskunde

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: maart 24 1982

Bezuinigingskunde
De Rotterdamse monetarist E.J. Bomhoffgafzijnoratie
onlangs de titel De kunst van het bezuinigen. Gezien de vele
vaardigheden die het vergt om een bezuinigingsoperatie
tot een goed einde te brengen, mag men inderdaad wel spreken van een kunst. Nu met het bezuinigen enige ervaring is
opgedaan — oefening baart kunst — is het interessant eens
te kijken in hoeverre politici en bestuurders zich reeds hebben bekwaamd in wat hier en daar al ,,bezuinigingskunde”
wordt genoemd. Want het is inmiddels wel duidelijk geworden, dat bezuinigingen niet zp maar, op grond van
economische of politieke overwegingen, zijn door te voeren. Bestuurlijke, sociaal-psychologiscne, maatschappelijke, ja zelfs agogische aspecten spelen bij bezuinigingsoperaties een rol. Het integreren van al die aspecten tot een
doordacht bezuinigingsplan en eengoed verlopende, effectieve bezuinigingsoperatie, is ongetwijfeld een hele kunst.
De noodzaak om te bezuinigen wordt op economische
theorieen gegrond. Hoewel nu door vrijwel niemand meer
wordt tegengesproken dat bezuinigingen noodzakelij k zijn
om de werkgelegenheid te bevorderen, zijn die economische theorieen allerminst onomstreden. Er wordt met
recht voor gewaarschuwd dat alleen maar bezuinigen een
afzetcrisis teweeg kan brengen en zelfs een deflatoire spiraal kan oproepen. Dit gevaar geldt des te sterker wanneer
de belangrijkste im- en exporterende landen alle een zelfde
restrictief beleid yoeren. Degangbarebezuinigingstheorie
slaagt er bovendien niet goed in aannemelijk te maken
waarom particuliere investeerders er in een sfeer van crisis
en malaise enig heil in zouden zien om met het verhogen van
hun investeringsactiviteit de z.g. ruimte te vullen die door
het matigings- en ombuigingsbeleid zou worden vrijgemaakt. De kunst van het bezuinigen vereist echter dat deze
theoretische twijfel wordt weggemasseerd of ondergespit.
Na aanzienlijke problemen op dit punt tijdens de operatic
Bestek “81 lijken de ontwerpers van het bezuinigingsbeleid
hier steeds beter in te slagen.
Bezuinigen is natuurlijk niet alleen een kwestie van
economic, maarook een anpolitiek. Bezuinigen betekent
dat moet worden afgewogen waar hoeveel meet worden
bezuinigd: een politieke keuze. Natuurlijk is het voor geen
politicus aantrekkelijk potentiele kiezers tegen zich in het
harnas te jagen door hun pijnlijke maatregelen voor te
schotelen. Op alle mogelijke manieren wordt dan ook geprobeerd de economisch noodzakelij k geachte bezuinigingsmaatregelen uit te stellen, de effecten te verdoezelen,
schijnoplossingen te beproeven en vluchtwegen te zoeken.
Bestudering van Miljoenennota’s, Voorjaarsnota’s en
andere financiele beleidsstukken maakt duidelijk welk een
vindingrijkheid daarbij aan de dag wordt gelegd. Van een
kritische, integrale afweging van oud en nieuw beleid is bij
de tot nu toe ondernomen bezuinigingsoperaties nog beslist geen sprake geweest. Het marginalisme, d.w.z. beknibbelen zonder daadwerkelijke keuzen te maken, voert
de boventoon. De politieke kunst van het bezuinigen heeft
veel weg van een zwarte kunst, een magie complect met
bezweringsformules om de kiezer in de ban te houden.
Van groot belang voor het welslagen van een bezuinigingspolitiek is het sociaal-psychologische aspect. Om de
bezuinigingen te effectueren dient een zo breed mogelijke
legitimatie en steun bij de beyolking te worden verkregen.
Daarvoor is soms een intensieve ,,Seelenmassage” nodig.
Van groot nut kan het daarbij zijn op het juiste moment met
wetenschappelijk onderbouwde analyses van b.v. het Centraal Planbureau of het Ministerie van Financien te koraen, die de ernst van de situatie en de noodzaak van forse
ombuigingen onderstrepen. Ook ernstige doch vertrouwenwekkende oproepen tot matiging, bij voorkeur
rechtstreeks via het televisiescherm tot de bevolking gericht, zijn van niet te onderschatten belang. Een voordeel
is dat daarbij kan worden geappelleerd aan wijdverbreide
calvinistische gevoelens dat alles in orde zal komen mils
soberheid wordt betracht en men zich de nodige offers getroost. De marketing van het bezuinigingsbeleid, nodigom
het juiste matigingsklimaat te scheppen, begint men zo
langzamerhand vrij aardig onder de knie te krijgen.

ESB 24-3-1982

Aan bezuinigingen kleven natuurlijk ook juridische en
procedurele aspecten. Om bezuinigingen te kunnen doorvoeren zijn wetswijzigingen nodig, dienen adviesorganen
te worden geraadpleegd (SER, SVR), en moeten overlegprocedures (met name wanneer het gaat om arbeidsvoorwaarden) op gang worden gebracht. Dikwijls zijn er al
(contractuele) verplichtingen aangegaan. Naar schatting
is van de rijksuitgaven hoogstens 10% op korte termijn
(binnen een jaar) en 30 a 40% op middellange termijn
flexibel. Evenwichtige bezuinigingsprocedures dienen
daarom lange-termijnprocedures te zijn. De tijd van kortetermijnsuccessen is voorbij. Men kan niet zeggen dat de
procedurele kant van het bezuinigen deafgelopenjaren een
lichtend voorbeeld is geweest. Niet zonder reden beklaagt
de Vereniging van Nederlandse Gemeenten zich over onbehoorlijk bestuur door het rijk. Ook moesten regelmatig
adviesorganen voor het blok worden gezet en noodwetten
worden uitgevaardigd om de benodigde besparingen te
realiseren.
Bezuinigen is ook bestuurlijk gezien een ingrijpend proces. Bezuinigingen kunnen arbeidsplaatsen kosten, posities aantasten, carrieres doorkruisen, prive-koninkrijkjes
verstoren en financiele aderlatingen betekenen yoordegenen die ambtshalve bij de voorbereiding ervan zij n betrokken. Voor het welslagen van bezuinigingen is het daarom
van bijzonder belang dat goede en doorzichtige bestuurlijke procedures worden gevolgd en dat de betrpkkenen
worden gemotiveerd tot medewerking. De bezuinigingsoperatie loopt anders al snel vast in een moeras van weerstanden en de effecten worden afgewenteld op de minst
weerbare partij. Daarbij is ook van belang dat de uiteindelijke keuze van bezuinigingsmaatregelen opeenduidelijke
politieke prioriteitsstelling berust en geen ambtelijk voorgebakken compromis is. Nadat de heroverwegingsoperatie
vorig jaar bestuurlijk gezien betrekkelijk succesvol was
verlopen,isdepolitiekefollow-upzeergebrekkiggebleven.
Slechts die bezuinigingen zijn geselecteerd die het eenvoudigst waren door te voeren. Het spreekt vanzelf dat de
degradatie van het heroverwegingsproces tot een bezuinigingsoperatie pur sang, de bereidwilligheid tot medewerking aan een tweede ronde niet heeft vergroot.
Met het voorgaande hangt nauw samen dat bezuinigen
ook een agogisch aspect kent. Het gaat erom de betrokkenen in de organisatie te motiveren en kennis te mobiliseren zonder blokkades op te roepen. Eenzijdig van bovenaf
opgelegde decreten (het z.g. dwangbuismodel) kunnen
slechts weerstanden, afwentelingsreacties en vluchtgedrag
oproepen. In de tot nu toe uitgevoerde bezuinigingsoperaties is de politick van voldongen feiten en de dwangbuisbenadering vrij sterk vertegenwoordigd geweest.
Ten slotte zullen de bezuinigingen op een maatschappelijk aanvaardbare wijze moeten wordengerealiseerd. Bij de
Ziektewet is dat niet gelukt. Om nieuwe bezuinigingen te
kunnen doorvoeren wil het kabinet nu met de sociale partners tot een ,,sociaal akkoord” trachten te komen. Ongetwijfeld zullen in een belangengroependemocratie compromissen moeten worden gesloten, maar het is van belang
dat een kabinet dat de steun heeft van het parlement zich
niet van de hoofdlijn van zijn beleid laat afbrengen. Om
de benodigde maatschappelijke aanvaarding te verkrijgen is het wel noodzakelijk dat de bezuinigingsmaatregelen worden ingebed in een samenhangend beleid, dat inelk
geval de indruk wekt op de problemen te zijn toegesneden
en dat bovendien de lasten zo rechtvaardig mogelijk
verdeelt.
Oppervlakkige waarneming toont aan dat er op dit moment nog heel wat fouten worden gemaakt tegen de kunst
van het bezuinigen. Het huidige bezuinigingsbeleid wordt
gekenmerkt door een aanvechtbare economische onderbouwing, een zeer gebrekkige politieke afweging, ondoorzichtige procedures, het mikken op korte-termijnsuccessen
en veronachtzaming van maatschappelijke, bestuurlijke
en agogische aspecten. De kunst van het bezuinigen wordt
beslist nog niet beheerst.
L. van der Geest

293

Auteur