Ga direct naar de content

Bedrijfseconomisch on(der)wijs

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: juni 20 1990

Bedrijfseconomisch on(der)wijs
M.J.L. Jonkhart

Nog nooit is de vraag naar bedrijfseconomen zo groot geweest als nu. Dat
zelfde geldt voor het aanbod van studenten voordeze studierichting. Dit zou
een stimulans voor universiteiten moeten zijn om met goede, doelgerichte
opleidingen te komen. Maar de praktijk
is anders. Aan de Erasmus Universiteit
Rotterdam bij voorbeeld, van oudsher
bij uitstek gericht op het bedrijfsleven,
worden de doctorale hoofdvakken bedrijfseconomie gedoceerd in zalen van
1000 man en worden sportcomplexen
afgehuurd om 1500 gevorderde doctoraalstudenten tegelijk multiple-choicetentamens af te nemen. Aan andere
universiteiten liggen de aantallen iets
lager, maar ook daar dreigt hetzelfde.
Het is duidelijk dat dit systeem alleen
maar verliezers kent en dat het slechts
de vraag is wat harder terugloopt: de
kwaliteit van het onderwijs of de motivatie van staf en studenten.
De reactie blijft niet uit: de bijzondere
opleidingsprogramma’s, gericht op kleine groepen streng geselecteerde, sterk
gemotiveerde studenten rijzen als paddestoelen uit de grand. Samenwerking
wordt gezocht met gerenommeerde
buitenlandse instellingen. Specialisten
uit het bedrijfsleven worden, meestal op
deeltijdbasis, aangetrokken. Waar de
opleidingen doorondernemende stafleden van universiteiten worden geTnitieerd, worden zij bij voorkeur ondergebracht in aparte stichtingen om de belemmeringen van het universitaire beheer te ontlopen. ledereen kent de voorbeelden. De financiering komt deels tot
stand door sponsoring vanuit het bedrijfsleven, rechtstreeks of via het aanbieden van bijzondere leerstoelen, en
voor het overige door het vragen van
vaak vorstelijke cursusgelden. Het bedrijfsleven stuurt alleen zijn meest belovende en meest gemotiveerde mensen.
De aanbieder kan zich niet permitteren
iets anders aan te bieden dan het allerbeste. Van de docenten en hun methoden wordt topkwaliteit verlangd.
Het moet toch te denken geven dat
universiteiten, gelukkig nog steeds, zeer
ondernemende lieden in huis hebben die
in staat zijn om precies die hoogwaardige
opleidingen in elkaar te zetten waaraan
maatschappelijk zo’n behoefte bestaat,
terwijl het ‘gewone’ curriculum van de
universiteit zelf zo’n bedroevend resultaat oplevert. Dan is er toch iets grondig
mis metde manier waarop de universiteit
eigen zaken aanpakt. Uit gesprekken
met universiteitsbestuurders blijkt dat
ook zij zich zorgen maken, maar dat hun

ESB 27-6-1990

probleem vooral is dat ‘Den Haag’ niet
meer betaalt. Maar het moet toch ook
anders kunnen, zelfs binnen de bestaande, toch beslist niet kinderachtige, universitaire budgetten.
Allereerst is het natuurlijk de vraag
hoe efficient met de bestaande middelen wordt omgesprongen. Nog steeds
wordt aan het einde van het jaar peperdure apparatuur aangeschaft om ‘het
budget vol te maken’. Een verzakelijking van de financieel-administratieve
beheerssystemen lijkt dan ook een eerste vereiste. Daarnaast is het de vraag
of het onder de gegeven omstandigheden wijs is zoveel specialismen in stand
te houden, terwijl de hoofdstroom van
het onderwijs zoveel tekortkomt.
Van groot belang is voorts een zorgvuldige, strenge selectie van studenten,
en wel zo vroeg mogelijk in de studie.
Het is onvoorstelbaar op hoeveel weerstand dit logische uitgangspunt telkens
weer stuit. Universitair onderwijs is, of
althans zou moeten zijn, het hoogste
niveau van onderwijs in onze samenleving. Per definitie is dat weggelegd voor
een relatief kleine groep van begaafdste en meest gemotiveerde schoolverlaters. Een brede toegankelijkheid van
het onderwijs voor velen is mooi, maar
de gedachte dat iedereen met een vwodiploma een universitaire studie moet
kunnen voltooien en dat iedereen die
elders wordt uitgeloot (bedrijfs-)econoom moet kunnen worden, is bijna te
gek om over te praten. Nederlandse
studenten vinden het heel gewoon dat
zij voor een Amerikaanse universiteit
een strenge selectie ondergaan en dat
de beste universiteit de hoogste eisen
stelt. Waarom mag dat dan niet bij ons?

En waarom mag die selectie dan niet zo
vroeg mogelijk in de studie plaatsvinden
opdat inderdaad alleen de allerbeste en
meest gemotiveerde studenten na het
eerste jaar van de verdere faciliteiten
gebruik kunnen maken? Als de middelen al beperkt zijn, dan kunnen zij toch
het beste daar worden aangewend
waar de kans op succes het grootst is.
Daarnaast moeten hoge eisen aan
het vakmanschap van het onderwijzend
personeel worden gesteld. Spreek het
daar ook op aan, maar geef het de
vrijheid en de ruimte om de eigen verantwoordelijkheid voor de vakbeoefening waar te maken. Een hoogleraar is
toch aangetrokken omdat hij een expert
op zijn vakgebied is? Zijn primaire verantwoordelijkheid is toch de wijze waarop onderwijs en onderzoek aan zijn universiteit worden beoefend? Eis een blijvend hoge inzet, bij voorbeeld zichtbaar
te maken door een voortdurende reeks
goede publikaties in toptijdschriften (of
zijn Nederlandse wetenschappers gevoeligerdan hun Amerikaanse college’s
die dit wel kunnen opbrengen?). Maar
val hen niet lastig met voorschriften
over hoe zij hun onderwijs en hun tentamens moeten inrichten. Val hen ook
niet lastig met onderwijskundige begeleidingscommissies die van het vak absoluut geen kaas hebben gegeten,
maar die precies schijnen te weten hoe
het gedoceerd moet worden.
Wij zijn in dit land zover gekomen dat
wij hoogleraren door de rechter laten veroordelen tot het geven van een voldoende daar waar hij de student ten ene male
onvoldoende acht. Wij laten vakgroepen
doorcommissiesveroordelententamens
over te maken omdat er te veel studenten
zijn gezakt. Alle argumenten mogen
daarbij overtafel komen, behalve de suggestie dat het wel eens om niet zo’n
goede groep studenten zou kunnen
gaan. En zakken zij dan weer, dan wordt
er een commissie van externe lieden benoemd, die liefst voor een deel zelf nog
nooit iets op het vakgebied hebben gepresteerd, om de juistheid van het tentamen te beoordelen.
Is het gek dat in zo’n klimaat het
onderwijs verziekt? Laten wij toch zo
snel mogelijk weer gewoon gaan doen
en laten staf en bestuurders van onze
universiteiten zo snel mogelijk de leus
van het (particuliere!) onderwijsinstituut
Blankestijn uit Utrecht boven hun nachtkastjes plakken: ouderwets degelijk onderwijs, daar is toch niets op tegen?
M.J.L. Jonkhart

583

Auteur