Ga direct naar de content

Arbeidstijd en gewenste uren

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: mei 4 2006

De keuze van het aantal arbeidsuren wordt beïnvloed door
individuele voorkeuren en beperkingen aan de vraagzijde
van de arbeidsmarkt. Met een model dat deze elementen
bevat kunnen de effecten van een verandering van de
lengte van de werkweek en van de uitkeringen worden
gesimuleerd.

D

e lengte van de werkweek is een regelmatig terugkerend thema in het politieke
debat. In dit artikel worden de resultaten
beschreven van een model waarin een
werknemer de arbeidsuren kiest. Deze keuze wordt
beperkt door de beschikbare banen en uren die
worden aangeboden. Het model wordt geschat met
gegevens over de feitelijke arbeidsuren, de werkloosheidsduur, en lonen. Ook wordt gebruik gemaakt van subjectieve gegevens over de gewenste
uren van steekproefrespondenten. Met het model
kunnen verschillende beleidssimulaties worden
uitgevoerd. Nagegaan wordt of werknemers een
baan met een onaantrekkelijk aantal uren kiezen
als de uitkeringen omlaag gaan en het effect van
een verandering van de standaardwerkweek op de
verdeling van feitelijke arbeidsuren wordt bekeken.

Hans Bloemen
Universitair hoofddocent
aan de Vrije Universiteit
Amsterdam

de feitelijke arbeidsuren kan verklaren. Als iemand
niet werkt hoeft dat niet de uitkomst van een keuze
te zijn: in veel gevallen is er sprake van onvrijwillige werkloosheid. Het arbeidsaanbodmodel gaat
er vanuit dat iemand ieder aantal uren kan kiezen,
of dat nu veertien, 29, of 46 uur per week is. In
steekproefgegevens over arbeidsuren wordt echter
een piek waargenomen in de categorie van werktijden van 38 tot veertig uur per week. Het arbeidsaanbodmodel waarin werknemers hun arbeidsuren
zelf kunnen kiezen zal een grotere spreiding van
uren laten zien in plaats van een concentratie bij
een werkweek van veertig uur. Dit wordt bijvoorbeeld opgemerkt in Blundell en MaCurdy (1999).
Aannemelijk is dat de piek te maken heeft met
beperkingen in de keuze die werknemers kunnen
maken doordat aangeboden banen meestal een
vastgesteld aantal uren kennen.

Combinatie van een arbeidsaanbod
model en een zoekmodel

In een model van Bloemen (2006) wordt de keuze
van arbeidsuren gecombineerd met keuzebeperkingen in de werktijd en de beperkte beschikbaarheid
van banen. Het model combineert het arbeidsaanbodmodel met een zoekmodel.
Een zoekmodel beschrijft het gedrag
Theorie: het neoklassieke
De hoogte van
van een werkloze die op zoek is naar
arbeidsaanbodmodel
een baan. In de standaardvariant,
In het neoklassieke arbeidsaanbodhet uurloon
beschreven in Mortensen (1986),
model wordt de keuze van het aantal
beïnvloedt
ontvangt de werkloze met een bearbeidsuren gemodelleerd als een afpaalde kans een baanaanbod. Het
weging tussen consumptie, inkomen,
de keuze van
model kan worden uitgebreid door de
en vrije tijd. Een werknemer ontleent
arbeidsuren
kans op een baan te laten afhangen
nut aan consumptie en vrije tijd. De
van de zoekinspanning van de werkconsumptie wordt gefinancierd met
loze, zoals in Bloemen (2005). Deze
inkomen, en door meer uren te werbaan wordt volledig gekarakteriseerd door het loon:
ken neemt het inkomen, en daarmee de consumpde doelstelling van de werkloze is maximalisatie van
tie, toe. Keerzijde van meer werken betekent dat
het verwachte inkomen, terwijl het aantal arbeider minder tijd over blijft voor andere activiteiten.
suren geen onafhankelijke rol speelt bij de keuze
Daarbij kunnen we denken aan pure vrije tijd, maar
van een baan. Als een baan wordt aangeboden dan
ook aan tijd besteed aan huishoudelijk werk en
kan deze worden geaccepteerd of verworpen. In het
de zorg voor kinderen. De hoogte van het uurloon
laatste geval moet er gewacht worden op een nieuw
beïnvloedt de keuze van arbeidsuren.
aanbod. De werkloze maakt bij de beslissing een
inschatting van de kans op een nieuw aanbod en de
Het arbeidsaanbodmodel en de empirie
verwachte omvang van het loon. Dit wordt afgewoHet neoklassieke arbeidsaanbodmodel vormde de
gen tegen het huidige inkomen, een uitkering. De
basis voor de eerste empirische, micro-economestrategie van de werkloze kan worden uitgedrukt in
trische toepassingen op dit gebied. Zie Blundell
een reserveringsloon: ieder baanaanbod met een
en MaCurdy (1999) voor een overzicht van de
loon boven het reserveringsloon wordt geaccepempirische literatuur over arbeidsaanbod. In deze
teerd. In Bloemen (2006) worden arbeidsuren als
toepassingen wordt met een steekproef met gecomponent van de baan geïntroduceerd. Net als in
gevens over arbeidsuren en lonen van individuele
het arbeidsaanbodmodel ontleent een werknemer
werknemers het verband geschat tussen de arbeidniet alleen nut aan inkomen (consumptie) maar
suren en de loonvoet (de arbeidsaanbodfunctie). In
ook aan vrije tijd (arbeidsuren). Een baanaanbod
de empirische literatuur rees al gauw het besef dat
bestaat uit een pakket: een uurloon en een aantal
het neoklassieke arbeidsaanbodmodel niet direct

ESB

4 mei 2007

267

arbeidsmarkt

Arbeidstijd en gewenste uren

arbeidsuren. Het reserveringsloon wordt nu afhankelijk van het aantal uren:
iemand die graag parttime werkt, zal voor een parttime baan een lager reserveringsuurloon hebben dan voor een fulltime baan. Bij de acceptatiebeslissing
van een baan spelen voorkeuren voor werktijden een rol, maar ook verwachtingen of een baan met de gewenste werktijden beschikbaar is. Zo zal iemand die
een voorkeur heeft voor een deeltijdbaan een aanbod van een voltijdse baan
eerder accepteren als de kans op een aanbod van een deeltijdbaan klein is. Is
de kans op een aanbod van een deeltijdbaan echter groot, dan loont het zich
wellicht om een aanbod van een voltijdse baan te verwerpen en verder te zoeken. Op deze manier speelt de beperkte beschikbaarheid van banen met een
bepaalde werktijd een rol bij het accepteren van een baan.

Het gebruik van subjectieve informatie over arbeidsuren

de uitkomst van de enquête waaruit blijkt dat een
groot deel juist minder uren wil werken. Dit laat
zien dat het belangrijk is om de subjectieve informatie te gebruiken bij het schatten van het model:
wordt deze informatie wel gebruikt dan zijn de optimale arbeidsuren gemiddeld genomen lager dan 40
uur per week. Het model voorspelt dat de optimale
arbeidstijd voor de meerderheid van de werknemers
tussen de 32 en veertig uur per week ligt. Zonder
deze informatie lukt het dus niet om te onderscheiden in hoeverre feitelijke arbeidsuren de uitkomst
zijn van keuze en in hoeverre van beperkingen van
keuzemogelijkheden.

Om het economische model te confronteren met de empirie moet het verder
gespecificeerd worden. Er moet bijvoorbeeld een nutsfunctie worden gekozen en
Beleidssimulaties
worden bekeken welke informatie nodig is om de parameters van het model te
Als het model geschat is dan kan het gebruikt worschatten.
den om te simuleren wat de effecten
Het model bevat de kans dat er een baan wordt aangeboden en
van bepaalde beleidsmaatregelen
de kansverdeling van de aangeboden lonen en uren: dit zijn de
Door gebruik
zijn. Er worden hier twee maatregelen
elementen uit het model die beperkingen opleggen aan de keuze.
te maken van • besproken: de werkloosheidsuitkeDoor gebruik te maken van informatie over werkloosheidsduur en
Verlaging van
overgang van werkloosheid naar werk kan de kans op een aanbod
informatie over
ringen met vijf procent
van een baan worden geïdentificeerd. Voor het aanbod van lonen
In het standaard zoekmodel leidt een
werkloosheidsen uren is het duidelijk dat er informatie over feitelijke arbeidsulagere uitkering er toe dat het reserveren en lonen nodig is. Maar uren worden niet alleen bepaald door
duur en overgang ringsloon daalt. Iemand zal dus eerder
de beperkingen maar ook door de voorkeuren van het individu.
In het
van werkloosheid een baan accepteren.worden model
In de praktijk zijn de waargenomen arbeidsuren het resultaat van
met arbeidsuren kan
nagegaan
een keuze (aanbodfactoren) en beperkingen (vraagfactoren). Dat
naar werk kan
of de verdeling van uren er anders gaat
betekent dat de waargenomen arbeidsuren niet voldoende zijn om
uitzien als men sneller een baan acde kans op een
de voorkeuren voor bepaalde werktijden te kunnen onderscheiden
cepteert. Het kan zijn dat door de lavan de verdeling van aangeboden uren. Daarom wordt er bij het
aanbod van een gere uitkering iemand sneller een baan
schatten van het model gebruik gemaakt van subjectieve inforaccepteert met een ongewenst aantal
baan worden
matie over arbeidsuren. In een enquête wordt aan respondenten
uren. De uitkomst van de simulatie
gevraagd of zij tevreden zijn met het wekelijkse aantal uren dat
geïdentificeerd
laat zien dat er een lichte verschuiving
zij werken. Indien dat niet het geval is wordt gevraagd wat dan
is in de richting van deeltijdwerk. Een
het gewenste aantal uren is. Met deze extra bron van informatie
verklaring hiervoor is dat een deeltijdkunnen we de feitelijke uren beter verklaren doordat we deze kunnen opsplitsen
baan (bij een gegeven uurloon) samengaat met een
in voorkeuren voor uren enerzijds en restricties aan de vraagzijde van de arbeidslager inkomen: er wordt immers een lager aantal
markt anderzijds.
uren gewerkt. Doordat de uitkering lager is wordt het
lagere inkomen van een deeltijdbaan eerder accepData
tabel. Daar komt nog bij dat gemiddeld genomen het
De beschikbare data zijn afkomstig van het CBS. De steekproef heeft betrekgewenste aantal uren zich beneden veertig uur per
king op de periode 1985–1989 en bevat gegevens van mannen in de werkzame
week bevindt en het daardoor ook wat voorkeuren
leeftijd. Voor deze steekproefperiode is alle beschikbare informatie, waaronder
betreft aantrekkelijk is om een deeltijdbaan te kiede werkloosheidsduur op maandniveau en informatie over de gewenste arbeidzen. Er is geen verschuiving richting banen met een
suren gelijktijdig beschikbaar. De meerderheid van de werkende mannen heeft
werktijd boven veertig uur: er worden dus niet meer
een werktijd van 38 à veertig uur per week. Er is echter een aanzienlijk aandeel
banen geaccepteerd met een onaantrekkelijk hoog
van 33 procent dat buiten deze categorie werkzaam is. Van de werkende manaantal uren doordat de uitkeringen worden verlaagd.
nen geeft ruim 25 procent aan minder te willen werken en zes procent wil juist
Verder blijkt dat de werkloosheidsduur met ongeveer
meer werken dan hun feitelijke aantal arbeidsuren. Een percentage van 77
2,5 procent afneemt.
procent heeft een voorkeur voor een werktijd van dertig tot en met veertig uur.
• Verlagen van de standaard werkweek
Uit de schattingen van het model blijkt dat verreweg
Schattingsresultaten
de meeste aangeboden banen (57 procent) zich in
Bij het schatten van het model is er aandacht besteed aan de rol van subde categorie van 38 à veertig uur per week bevinjectieve informatie. Als we de subjectieve informatie over gewenste uren niet
den: de verdeling van aangeboden uren laat hier een
gebruiken bij het schatten van het model en vervolgens met de verkregen
piek zien. Dit is een duidelijke beperking op de vrije
schattingsresultaten en de nutsfunctie de optimale arbeidsuren in geval van
keuze van arbeidsuren. Wat gebeurt er met de verdevrije keuze berekenen dan blijkt dat deze optimale arbeidsuren gemiddeld
ling van feitelijke uren als we deze piek verschuiven
hoger uitvallen dan veertig uur per week. De verdeling van optimale arbeidsunaar de categorie van 34 à 36 uur per week? Dit is
ren laat een piek zien bij 44 tot 48 uur per week. Dat zou impliceren dat de
te vergelijken met een verlaging van de standaard
meeste werknemers juist meer willen gaan werken. Dat is in tegenspraak met
werkweek. Vooraf zijn er verschillende effecten te

268

ESB

4 mei 2007

verwachten. Omdat de meeste resen het achterop lopen van de werktijd in Nederland ten opzichte
pondenten een voorkeur hebben voor
Om werknemers van andere geïndustrialiseerde landen. Bovenstaande simulatiereeen werkweek van minder dan veertig
sultaten laten zien dat het goed is om rekening te houden met de
aan te trekken
uur krijgt de gemiddelde werknemer
voorkeuren van werknemers voor arbeidsuren. Als de resultaten
eerder een baan aangeboden met
die bereid zijn
van de modelsimulatie geëxtrapoleerd worden naar de huidige
het gewenste aantal uren. Dit kan de
situatie dan zou een verlenging van de standaard werkweek ertoe
om meer uren
duur van de werkloosheid verlagen
kunnen leiden dat werknemers langer blijven zoeken naar een
omdat er eerder een acceptabele baan
te werken zal
baan met een gewenst aantal uren beneden deze langere werkwordt gevonden. Anderzijds slaat de
werkloosheidsduur neemt dan toe. Het
een baanaanbod week. De gemiddelde de mogelijke effecten op de loonvorming.
gemiddelde werknemer een ongunstig
model beschrijft niet
baanaanbod wellicht eerder af omdat
gepaard moeten Het is wel mogelijk om daar voorspellingen over te doen. Bij
de kans groter is dat wachten op een
een langere standaard werkweek met uren die langer zijn dan
gaan met een
nieuw bod leidt tot een aantrekkelijgewenst, hoort een hoger reserveringsuurloon. Om werknemers
kere baan. Dit zou de werkloosheidsuurloon dat
aan te trekken die bereid zijn om meer uren te werken zal een
duur kunnen verlengen.
dat
boven dat hogere baanaanbod gepaard moeten gaan met een uurloon drukboven
De berekening van de effecten op de
dat hogere reserveringsuurloon ligt. Een opwaartse
op de
gehele steekproef laat zien dat de
reserveringslonen kan het gevolg zijn. Het model kan worden toegepast op
verwachte werkloosheidsduur afrecentere data en op gegevens over vrouwen. Hiervoor is beuurloon ligt
neemt: de kans dat een werkloze een
schikbaarheid van voldoende grote databestanden op individueel
baan krijgt en accepteert neemt met
niveau nodig die gegevens bevatten over de werkloosheidsduur,
2,2 procent toe, en de werkloosheidsduur neemt
gewenste uren, waargenomen uren, en lonen.
met 2,2 procent af. Dat is vergelijkbaar met het
effect van een verlaging van de uitkeringen met
vijf procent. Een simulatie van de arbeidsuren laat
ten eerste zien dat als de piek in de aangeboden
uren wordt verlaagd, dit ook terug te zien is in de
feitelijke geaccepteerde uren. Dat effect is geen
verrassing. Maar wat we verder zien is dat er met
een lagere standaardwerkweek minder werknemers
komen met een werktijd van minder dan 34 uur.
Dit is als volgt te verklaren: voor iemand die een
voorkeur heeft voor een baan van twintig uur per
week is het voorstelbaar dat een baan van 34 uur
per week eerder acceptabel is dan een baan van
veertig uur per week. Bovendien blijkt er een lichte
toename te zijn in het aantal werknemers dat meer
dan veertig uur per week werkt. Ook hier is de
verklaring dat voor iemand met een voorkeur voor
een lange werkweek een baan van veertig uur per
week wel acceptabel was maar een baan van 34
uur per week niet meer. Men zal wachten en verder
zoeken totdat men een baan van meer dan veertig
uur gevonden heeft. Per saldo zien we echter een
afname van de werkloosheidsduur: dat komt omdat
er meer werknemers zijn die minder dan veertig uur
per week willen werken dan werknemers die meer
dan veertig uur per week willen werken.

Conclusies
De resultaten van de beleidssimulaties laten zien
dat het sleutelen aan de lengte van de standaard
werkweek een vergelijkbaar effect op de werkloosheidsduur kan hebben als een verandering van de
uitkeringen. Ook zien we dat een verlaging van de
uitkeringen vooral een effect heeft op de acceptatie
van deeltijdbanen en niet zozeer op de acceptatie van banen met meer uren dan de standaard
werkweek. In het politieke debat wordt er op dit
moment gesproken over een verlenging van de standaard werkweek. Argumenten die daarvoor worden
genoemd zijn de betaalbaarheid van de vergrijzing

Literatuur
Bloemen, H.G. (2006) Job search, hours restrictions, and desired
hours of work. Ongepubliceerd manuscript, Vrije Universiteit
Amsterdam.
Bloemen, H.G. (2005) Job search, search intensity, and labor
market transitions. Journal of Human Resources, 40 (1), 231–269.
Blundell, R. en T. MaCurdy (1999) Labor supply: A review of alternative approaches. In: Ashenfelter, O. en D. Card, Handbook
of Labor Economics, vol. 3A, (red.), Amsterdam: North-Holland.
Mortensen. D. (1986) Job search and labor market analysis. In:
Ashenfelter, O. en D. Card, Handbook of Labor Economics, vol. 2,
(red.), Amsterdam: North-Holland.

ESB

4 mei 2007

269