Ga direct naar de content

AIDS

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: juni 24 1987

AIDS
Economen hebben tot nu toe nog
weinig aandacht gegeven aan de implicaties van de AIDS-epidemie voor de
economie. Toegegeven, de materie is
omgeven met taboes, maar het lijkt
toch onmogelijk hierover verder struisvogelpolitiek te bedrijven. In de Verenigde Staten, waar men al wat ‘verder’
is, worden op het ogenblik de eerste ramingen gemaakt over de economische
gevolgen. In de Wall Street Journal van
20 mei 1987 wordt verslag gedaan van
een rapport van Ann Scitovsky, een bekende Amerikaanse gezondheidseconomiste, waarin naar voren komt dat
de problematiek niet alleen medische
en ethische aspecten heeft, maar dat
ook de economische implicaties voor
het volksgezondheidsbudget en het
nationale produkt bepaald niet verwaarloosbaar zijn.
In mei 1987 was het dodental in de
VSopgelopen tot 20.500, eind 1991 zal
het dodental reeds 215.000 bedragen,
een groei van ca. 70% per jaar. De directe kosten voor medische hulp zouden over de periode 1986-1991 verachtvoudigen tot ca. 8,5 miljard dollar.
De kosten voor wetenschappelijk onderzoek, voorlichting en bloedtesten
zouden oplopen van $ 0,5 miljard tot
ca. $2,3 miljard. De belangrijkste
kostencomponent wordt echter gevormd door de produktiviteitsverliezen. Belangrijke maatschappelijke investeringen in de vorm van opvoeding
en onderwijs in merendeels jonge
mensen leiden niet meer tot maatschappelijk rendement. Deze kosten
worden door Scitovsky geschat op ca.
7 maal de directe kosten van medische
behandelingen. Een gedeelte daarvan
is de contante waarde van toekomstige
produktie. Al met al komt zij voor 1991
uit op een bedrag van ca. $ 66 miljard,
dat wil zeggen ca. 15% van het volksgezondheidsbudget.
Een en ander geeft zeer duidelijk
aan dat de problematiek aanzienlijk is
en dat ook voor ons land de economische consequenties onder ogen moeten worden gezien. Getransponeerd
naar Nederlandse verhoudingen lijkt
het dan niet onverstandig met een additionele druk op het volksgezondsheidbudget van enige procenten rekening te houden, zeg irj de orde van
f. 1 miljard, terwijl daarbij een bedrag
van zeker gelijke orde in gedachte
moet worden gehouden voor jaarlijkse lastenverhogingen bij Ziektewet,
WAO, bijstand en gederfde premies,
alsmede voor gederfde belastinginkomsten en AOW-premies. In latere jaren lijken nog aanzienlijk grotere bedragen waarschijnlijk. In de reele sfeer

ESR 24-6-1987

6.M.S. van Praag

moet rekening worden gehouden met
een belangrijke reallocate van arbeid
voor verpleging en verzorging gedurende het ca. twee jaar durende ziekteproces. De AIDS-slachtoffers zullen
vacatures achterlaten die voor een gedeelte moeilijk te vervullen zijn.
Naast de macro-economische consequenties zijn er micro-economische
problemen. Een punt is de vraag of
particuliere verzekeraars bij het afsluiten van ziektekosten-, arbeidsongeschiktheids-, pensioen- c.q. levensverzekeringen de aanvrager op AIDS mogen testen. Dit is niet alleen een
juridisch-ethisch probleem maar evenzeer, of zelfs in sterkere mate, een economised probleem. De ziektekostenverzekeraar die geen reserveringen
heeft gemaakt voor de verzorging van
een aanzienlijk aantal AIDS-patienten
voor zeg f. 100.000 per jaar, gaat failMet. Dit is niet alleen vervelend voor de
aandeelhouders maar veelal catastrofaal voor de andere verzekerden. Dat
elke verzekeraar al of niet openlijk
AIDS-risico’s uit zijn portefeuille tracht
te houden is dus puur zelfbehoud en
ook sociaal verdedigbaar. Dat hiermee
een enorm probleem ontstaat voor
AIDS-patienten, speciaal in de sfeer
van de particuliere verzekering, is evident. Voor arbeidsongeschiktheid lijkt
de WAO en AAW een goede wettelijke
bodemvoorziening te geven, voor pensioen en leven lijken wij onverzekerbaarheid te moeten accepteren. Voor
de verzekering van ziektekosten in ruime zin, dat wil zeggen inclusief voorzieningen, thuisverpleging enz. lijkt de
enige oplossing een integrate opname
van alle kosten voor AIDS en met AIDS
verband houdende symptomen in de
AWBZ, ook gedurende het eerste ziek-

tejaar indien de patient sero-positief is.
Het lijkt zelfs te overwegen om voor alle sero-positieven een aparte eigen
verzekering op te richten die gefinancierd moet worden uit de AWBZ. Uiteraard zal zo’n regeling het financiele
probleem niet verlichten of verzwaren.
In de particuliere sfeer zal dit echter de
financieringsproblematiek oplossen
die voor vele AIDS-patienten en seropositieven onvermijdelijk gaat dreigen,
namelijk dat geen verzekeraar nun
ziektekosten zal betalen.
Het lijkt onze plicht als wereldburgers deze ziekte op alle wijzen te
bestrijden. Voor een royale onderzoeksinspanning van universiteiten en
farmaceutische Industrie in onderlinge
samenwerking dienen wij ruimte te maken in ons krappe overheidsbudget. In
potentie is deze ziekte ernstiger dan
kanker.
In het bestek van deze column is het
natuurlijk onmogelijk exacte ramingen
te produceren. Dit vereist een serieuze
studie, waarvoor wij gelukkig nog enige tijd hebben. Het zou echter een
daad van onverstand zijn om een dergelijke studie niet spoedig aan te vangen. De doelstelling van zo’n onderzoek zou moeten zijn de voorspelling
van de economische gevolgen van en
de ontwikkeling van een respons-strategie voor het opdoemende AIDS-probleem. Het spreekt vanzelf dat de
medisch-ethische aspecten door mij
niet worden onderschat; het lijkt mij
echter dat in de publieke discussie en
benadering het AIDS-probleem te exclusief als een medisch-ethisch probleem wordt gezien, waarvan de oplossing en bestrijding aan medici, sociaalgeneeskundigen en maatschappelijke
werkers zou moeten worden overgelaten. Bij de door mij bedoelde studie
zouden economen een belangrijke rol
moeten spelen.

591

Auteur