Ga direct naar de content

Afwassen en energiebesparing (II)

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: februari 25 1981

Ingezonden

Afwassen en energiebesparing (II)
IR. J. H. DEN BOON*

De belangrijkste conclusie van het
onderzoek van dr. B. J. Verhage en ir.
J. B. Vollering naar het energieverbruik
bij het afwassen is dat het energieverbruik van handafwassen en vaatwasmachines ongeveer gelijk zou zijn.
Deze conclusie is zeer misleidend, zij zou
alleen juist kunnen zijn voor het handafwassen bij gebruik van elektrische
boilers (penetratiegraad in 1972: 18%;
loopt terug 1)). Voor het. overgrote deel
van de Nederlandse huishoudens met
heetwatertoestellen is de conclusie onjuist. Een zorgvuldige bestudering van
het onderliggende onderzoekrapport
Vermindering van het huishoudelijk
energieverbruik; onderzoek en beleidsmaatregelen op het gebied van het vaatwassen (januari 1981) maakt duidelijk
dat de onderzoekers het energieverlies
bij de opwekking van elektriciteit en
tijdens het transport van gas en elektriciteit naar de woning (rapport biz. 9) buiten beschouwing hebben gelaten.
Voor een studie waarbij het energieverbruik van handafwassen en vaatwasmachine vergeleken wordt is dit uiter-

mate misleidend. Om 1 kWh elektriciteit
voor de vaatwasmachine in de woning
te leveren, zijn in de elektriciteitscentrale
ongeveer driemaal zo veel equivalente
brandstofeenheden nodig. Dit betekent
een energetisch rendement van ongeveer
33%. Des te merkwaardiger in dit verband is het feit dat de onderzoekers voor
de warmwaterproduktie in de woning
wel een energetisch ,,rendement” (0,084
kWh om 6en liter water op afwastemperatuur te brengen) van 50% in rekening
hebben gebracht Dit ,,rendement” komt
ongeveer overeen met het ,,gebruiksrendement” (d.w.z. incl. stilstandsverliezen) van gasboilers en gasgeisers met een
jaargemiddeld gebruiksrendement van
40-60% 2). Indien rekening wordt gehouden met het energieverlies bij de
elektriciteitsopwekking en transport is
* Verbpnden aan het Centrum voor Energiebesparing te Rotterdam.
1) Energy conservation; ways and means,
Publ. nr. 19 KlVl-Stichting Toekomstbeeld
der Techniek, biz. 96-100.
2) Idem.

het gemiddelde energieverbruik voor afwassen met de huidige generatie vaatwasmachines ongeveer drie maal zo hoog

Naschrift

als bij de handafwas met warmwater-

nen de beperkingen die het kaderartikel
(maximaal twee pagina’s) stelt, leiden
bij de gelnteresseerde lezer tot vragen
om een toelichting op bepaalde onderdelen c.q. tot het oordeel dat de behandeling van het onderwerp onvolledig is,

voorziening d.m.v. gastoestellen. Uiteraard ligt deze vergelijking bij hand-

afwassen bij gebruik van elektrische boilers geheel anders.
Ook indien de nieuwe generatie vaatwasmachines met spaarprogramma’s in

de beschouwing wordt betrokken, is het
energieverbruik van de vaatwasmachine

ongeveer twee maal zo hoog als bij de
handafwas, indien het afwasgedrag gelijk zou zijn gebleven. Het is jammer dat
Verhage en Vollering niet zijn ingegaan
op energiebesparing bij huishoudelijke

vaatwasmachines gevoed met warmwater uit gasgestookte heetwatertoestellen. In de label hebben wij het energieverbruik op basis van het afwasgedrag

Presentatie van een ,,boodschap” bin-

terwijl de auteur met de vraag blijft zit-

ten of de kernpunten van het betoog wel
optimaal zijn overgekomen. Vandaar
dat wij graag onze benadering verder
uiteenzetten en ingaan op de vragen van

prof. Abrahamse en ir. Den Boon.
Het kader, waarbinnen dit onderzoek is verricht, is dat van sociale
marketing, zoals o.a. door een van
ons beschreven in dit blad 1). In dit
licht was onze doelstelling om de beleidsvormer — op basis van onder-

en het energetisch gebruiksrendement

zoeksresultaten — aanbevelingen te

van 50% voor warmwaterbereiding, dat

doen over hoe sociaal wenselijke ver-

Verhage en Vollering in hun onderzoek

anderingen, zoals energiebesparing, voor

hebben gehanteerd, nog eens op een rij

de consument meer acceptabel kunnen

gezet.

worden gemaakt. Consumentgericht-

Tabel. Vergelijking gemiddeld energieverbruik per dag van afwassen met de
hand en met de vaatwasmachine.

heid, of het planmatig handelen vanuit
de denkwereld van de burger in casu afnemer van het beleid, staat bij deze benadering centraal. Het uitgangspunt
voor het ontwikkelen van een effectief
overheidsbeleid behoort dan ook een
analyse van het feitelijke consumenten-

Handafwas

Vaatwas- Vaatwasmachine
machine
huidige
nieuwe
generatie a) generatie b)

gedrag te zijn.
Frappant is nu, dat beleidsmakers
onlangs uitspraken hebben gedaan over

,,energieverslindende apparatuur” 2)
Gemiddeld elektriciteits-

verbruik
vaatwasmachines (er wordt
gemiddeld vijfmaalper
week gedraaid) …..
—
1,8 kWh
Equivalent met driemaal
hoger brandstofverbruik …………..
—
5,4 kWh
Warmwaterverbruik bij
warmwatervoorziening
met gastoestellen …. 31 liter
17 liter
Equivalent met brandstofverbruik (50% ge- ,6 kWh/ 1,4 kWh
bruiksrendement) … dag
ment)
Totaal energieverbruik . 2.6 kWh 6,8 kWh

en energieverspilling, zonder dat deze
1,3 kWh

3,9kWh
17 liter
1,4 kWh
5.3 kWh

zijn gebaseerd op relevant onderzoek 3).
Ook in de Energienota zoekt men vergeefs naar een aantal noodzakelijke gegevens 4). Ons verkennend onderzoek
biedt een (kwantitatieve) inventarisatie
van meningen, gedrag en feiten op het
terrein van energieverbruik bij een regelmatig terugkerende en veel energievergende huishoudelijke activiteit: het
afwassen. De gegevens hiervoor werden

verzameld bij twee representatieve steeka) Gemiddeld gebruik 3,5 k Wh/ keer draaien.
b) Gemiddeld gebruik 1,8 kWh/ keer draaien.

lengte van leidingen op energieverbruik vraagt een uitgebreide en genuanceerde behandeling die buiten het
kader van ons onderzoek valt: de consument heeft op deze punten nu eenmaal niet de mogelijkheid tot verandering van gedrag op korte termijn.
Een van onze overwegingen was tevens dat het belang van elektrische heetwatertoestellen substantieel is: er zijn

in Nederland bijna een miljoen elektrische heetwatertoestellen (om precies te
zijn 959.000 volgens gegevens van het
CBS, 1978) hetgeen op een aansluiting
bij 21% van de 4.637.000 gezinnen neerkomt. Bovendien maakt op dit moment
de elektrische ,,close-in boiler” (een 10liter boiler onder de aanrecht) opgang,

juist omdat deze het energieverlies in
lange leidingen (b.v. van zolder naar de
keukenkraan) voorkomt.
De grootte van genoemde „overige”
vormen van energieverlies varieren dus
van zeer gering (b.v. gasgeiser boven

aanrecht) tot zeer aanzienlijk. Het is
juist deze variatie in grootte die bete-

kent dat het voorkomen van deze „ overige” vormen van energieverlies geen invloed uitoefent op onze stalling dat de
vaatwasmachine niet zonder meer als
een energieverspillend apparaat kan

worden aangemerkt. Wel zijn we het met
Den Boon eens dat een uitgebreidere

behandeling van de verschillen tussen
gasgestookte en elektrische heetwatertoestellen de kans op misinterpretatie
zou hebben verminderd. Echter, vanwege onze nadrukkelijke afbakening tot
energieverbruik op het moment van afwassen vinden wij het gebruik van het
woord ,,misleidend” onacceptabel.
Keren wij terug naar ons onderzoek
Uit de analyse blijkt dat het energieverbruik (op het moment van afwassen)
bij gezinnen die met de hand afwassen

en bij gezinnen die over een vaatwasmachine beschikken in dezelfde orde
van grootte ligt. Dat geldt met name

proeven van consumenten.

Het

feitelijke

consumentengedrag

vormde het uitgangspunt en tevens de

In hun onderzoek naar de perceptie
van het energieverbruik bleek dat van de

afbakening van ons onderzoek naar de
onderscheiden vormen van energieverspilling 5). Immers, de consument heeft
op het energieverbruik tijdens de vaat-

respondenten die uitsluitend met de

was (zoals af te lezen in m3 of kWh op

hand afwassen, 84% meent dat het energieverbruik van de vaatwasmachine
twee tot drie maal zo hoog ligt. Vervol-

GEB-meter en rekeningen) directe invloed zodat een energiebesparingscampagne hier kan bijdragen tot het voor-

gens concluderen Verhage en Vollering:

komen van onnodige verspilling. Wij

,,Kennelijk is de vaatwasmachine meer
een symbool van energieverspilling dan

hebben de overige vormen van energieverbruik (van opwekking tot en met
energieverlies in leidingen) buiten beschouwing gelaten, omdat ze buiten
bovengenoemd kader vallen. Additionele overwegingen hierbij waren:
• het betrekken van deze „overige” vormen van energieverlies verandert onze

het apparaat in werkelijkheid is ….”.

Ironisch genoeg blijken de respondenten
wel degelijk het juiste beeld over het
energieverbruik van de vaatwasmachine

te hebben, namelijk twee tot drie maal
zo hoog als met de handafwas, tenzij
men een elektrische boiler zou gebruiken.

bevindingen niet wezenlijk;
• het bespreken van de relatieve belang-

J. H. den Boon

rijkheid van soorten heetwatertoestellen en het bespreken van invloed van

202

1) B. J. Verhage, Energiebesparing als sociale-marketingstrategie. Implicates voor het
overheidsbeleid, ESB, 28 november 1979, biz.
1249-1253.
2) Zie bijvoorbeeld de berichtgeving in NRC
Handelsblad van 7 oktpber 1980 m.b.t. de
discussie over het belastingplan 1981.
3) Wij zijn het met prof. Abrahamse eens
dat een verdere uitwerking van het begrip
,,energieverspillend” wenselijk is. Ons artikel
is ook bedoeld om hiertoe een aanzet te geven.

4) Zie bij voorbeeld K. Zijlstra, De Energienota mist durf en doortastendheid, ESB,
10 oktober 1979, biz. 1042-1045.
5) Zoals omschreven in ons — door Den
Boon geciteerde — onderzoeksrapport, biz. 9:
,,Vermelding verdient eveneens, dat het onderzoek zich beperkt tot het energieverbruik
op het moment van afwassen. Buiten beschouwing blijft dus het eventueel energieverlies in leidingen, bijvoorbeeld van een boiler naar de keukenkraan. Buiten beschouwing

blijft ook het energieverlies bij de opwekking
van elektriciteit en tijdens het transport van

gas en elektriciteit naar de woning”.

wanneer de nieuwe generatie vaatwasmachines, die reeds enige jaren op de
markt is, bij de beschouwing wordt be-

trokken. In dat geval komt, zoals vermeld, uit de berekeningen naar voren
dat het dagverbruik van een gezin met

een vaatwasmachine gemiddeld 2,7 kWh

hypothesen bij voortduring als juist worden aangenomen, zonder dat van daad-

werkelijk onderzoek sprake is. Onze
hoop is, dat deze aanzet bijdraagt aan
het op gang brengen van een verdere dis-

cussie over een belangrijk onderwerp
als het stimuleren van energiebesparing.

bedraagt 6), terwijl de met de hand af-

wassende gezinnen hierbij gemiddeld 2,6
kWh/dag gebruiken. Het ontbreken van
een relevant verschil in orde van grootte

Bronislaw Verhage

in het energieverbruik tijdens de afwas,

Jan B. Vollering

gevoegd bij de grote variatie (van gering

tot aanzienlijk) in de ,,overige” vormen
van energieverbruik heeft geleid tot het

verwerpen van de hypothese dat de vaatwasser zonder meer als een energieverspillend apparaat dient te worden aangemerkt. En ons tevens doen belanden
op een van de kerngedachten: energiebesparingsprogramma’s m.b.t. de handafwas zullen alleen kans van slagen bieden, als a. er enig besef is dat het energieverbruik bij de handafwas hoog is
— in dezelfde orde van grootte kan lig-

gen als bij de vaatwasmachine — en b.
eventuele campagnes om energiebespa-

ring te bereiken gericht worden op het
veranderen van verspillend gedrag, zoals
b.v. het voorspoelen onder de warme
lopende kraan.
Samenvattend: er is een inventarisatie

gemaakt op een gebied, waar veronderstellingen en niet-geoperationaliseerde
ESB 25-2-1981

6) Uit een Deens onderzoek blijkt overigens

dat er nog aanzienlijke energiebesparingen

te realiseren zijn tegen relatief lage kosten.

Met besparingsmaatregelen, die een gemid-

delde investering vereisen van $ 38 (gemeten
in dollars van 1975) per apparaat kan het
elektriciteitsverbruik van de vaatwasmachine
op jaarbasis worden gereduceerd tot 285

kWh. Dit is minder dan ‘/, van de 900 kWh/

jaar waarvan de Energienota uitgaat. Zie:

N. I. Meyer et. al., Alternative Danish
energy developments — dynamic analysis,
DEMO-project Report No. 9, Physics Lab
III, Technical University of Denmark,
Lyngby, Denemarken, 1979. Zie ook: J. S.
N0rgard, Improved efficiency in domestic

electricity use, Energy Policy, maart 1979,
biz. 43-56. Ook Den Boon vermeldt in zijn
commentaar dat aanzienlijke energiebesparingen mogelijk zijn bij vaatwasmachines

door deze te voeden met warm water uit met
gas gestookte heetwatertoestellen.

Auteur