Ga direct naar de content

Aanzienlijke verschillen in koopkrachtgroei lage inkomens

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: februari 20 2020

Huishoudens die zich in de afgelopen tien jaar onafgebroken in een kwetsbare financiële situatie bevonden, hebben nauwelijks aan koopkracht gewonnen. De koopkracht van deze groep was in 2018 in doorsnee nog geen procent hoger dan in 2009. De spreiding in de koopkrachtontwikkeling was echter aanzienlijk.

In het kort

– 52.000 huishoudens hadden, vanaf 2009, tien jaar lang een laag inkomen.
– Bij meer dan de helft van deze groep huishoudens nam de koopkracht in de afgelopen tien jaar toe.

Uit onderzoek onder eigen cliënten concludeert Zelf – een netwerk van maatschappelijke bewindvoeringsorganisaties – dat “mensen in de meest kwetsbare financiële situatie het in de afgelopen tien jaar nog krapper hebben gekregen” (Zelf, 2019). De onderzoekers rapporteren een daling van de netto-koopkracht in de laatste tien jaar van zo’n 100 euro (RTL, 2019).

Het onderzoek van Zelf is gebaseerd op een steekproef van 200 alleenstaande cliënten van beschermings­bewind, waarbij er in de afgelopen tien jaar geen verandering heeft plaatsgevonden in woonsituatie, inkomenssituatie en gezinssituatie. Dat roept de vraag op in hoeverre deze bevindingen ook gelden voor de groep Nederlanders met een langdurig laag inkomen.

Ter toetsing van de onderzoeksuitkomsten neem ik twee vragen in beschouwing. Ten eerste, hoe groot is de groep van huishoudens met tien jaar lang een laag inkomen? Ten tweede, hoe heeft de dynamische koopkracht van deze huishoudens met tien jaar onafgebroken een laag inkomen zich ontwikkeld tussen 2009 en 2018?

CBS-gegevens

Kader 1 – Lage-inkomensgrens

De lage-inkomensgrens van het CBS weerspiegelt een vast koopkrachtbedrag. Doordat de lage-inkomensgrens alleen voor de prijsontwikkeling wordt geïndexeerd, kunnen inkomens over de tijd goed worden vergeleken. De lage-inkomensgrens voor een alleenstaande bedroeg in 2018 12.750 euro per jaar. Per maand komt dit neer op netto 1.060 euro. Voor het meten van het risico op armoede vormt het (gestandaardiseerde) besteedbaar huishoudensinkomen het uitgangspunt (CBS, 2019).

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) publiceert jaarlijks nieuwe cijfers over de koopkrachtontwikkeling van groepen in de Nederlandse samenleving aan de hand van de integrale inkomens- en vermogensstatistiek en de consumentenprijsindex. Het CBS beschrijft de dynamische koopkrachtontwikkeling, waarin alle feitelijke inkomensveranderingen zijn mee­genomen, zoals een algemene of periodieke loonsverhoging, pensionering, maar ook wijzigingen in de huishoudens­samenstelling. Ook rapporteert het CBS over huishoudens met een incidenteel of langdurig inkomen onder de lage-inkomensgrens (kader 1). Bij de vaststelling van een langdurig armoederisico worden hoofdkostwinners van huishoudens met een laag inkomen terug in de tijd gevolgd en wordt er bepaald of deze personen ook in het verleden lid waren van een huishouden met een laag inkomen (niet per se als hoofdkostwinner).

Huishoudens met laag inkomen

De cijfers laten zien dat er in 2018 in Nederland 52.000 huishoudens waren die toen tien jaar onafgebroken een laag inkomen hadden. De huishoudens bestonden in 2018 uit bijna 86.000 personen. De bijstandsuitkering vormde voor circa zeventig procent van de huishoudens de voornaamste bron van inkomen. Ruim twintig procent ontving vooral een andere uitkering, veelal een arbeidsongeschiktheidsuitkering (tabel 1). Verder ging het bij ruim driekwart van de huishoudens om alleenstaanden en in 2018 viel bijna de helft van de hoofdkostwinners in de leeftijdsgroep van 55 tot 65 jaar.

Tabel 1 ESB

Veel spreiding in koopkrachtontwikkeling

Van de huishoudens die tien jaar lang een laag inkomen hadden, bedroeg de doorsnee ontwikkeling van de koopkracht per huishouden tussen 2009 en 2018 0,8 procent. Dat komt neer op een koopkrachtstijging van minder dan 100 euro in tien jaar tijd.

Er is veel spreiding rond de doorsnee koopkrachtontwikkeling van 0,8 procent. Bij twintig procent van de huishoudens (ruim 10.000) met een onafgebroken laag inkomen was de koopkracht in 2018 ten minste 2,5 procent lager dan tien jaar daarvoor. In het geval van een inkomen van 11.750 euro in 2009 komt dit overeen met een reëel koopkrachtverlies van bijna 300 euro in 2018 (25 euro per maand). Hun inkomen kan zijn achtergebleven door het korten van uitkeringen of het wegvallen van sociale voorzieningen.

Bij de twintig procent van de huishoudens met de hoogste koopkrachtgroei was de koopkracht in 2018 minimaal 11,9 procent groter dan in 2009. Bij een inkomen van 11.750 euro in 2009 zou de reële koopkracht in 2018 dan 1.400 euro (117 euro per maand) hoger zijn. Tabel 2 laat de spreiding in de koopkrachtontwikkeling zien voor verschillende bevolkingsgroepen.

Tabel 2 ESB

Verschillen in koopkrachtontwikkelingen

Detaillering naar afzonderlijke bevolkingsgroepen laat zien dat huishoudens met kinderen er in doorsnee meer op vooruit gingen. Voor deze huishoudens hebben wijzigingen in kindregelingen – waaronder een verruiming van het kindgebonden budget voor alleenstaande ouders en een hogere kinderbijslag voor oudere kinderen – in de afgelopen jaren een positief effect gehad op de koopkracht. Ook nam de koopkracht van huishoudens met jonge hoofdkostwinners in doorsnee meer toe. Dit is veelal het gevolg van het feit dat deze personen op zichzelf zijn gaan wonen, en zo een groter huishouden hebben ingeruild voor een kleiner huishouden. Hun beperkte inkomen hoeven ze dan niet of met minder personen te delen, en dat werkt positief uit op de koopkracht.

Voor de grotere subgroepen, waaronder de huishoudens met een hoofdkostwinner tussen 55 en 65 jaar en de alleenstaanden, waren wisselingen in huishoudensomvang of veranderingen in kindgerelateerde uitkeringen niet aan de orde. Hun koopkracht nam in doorsnee met minder dan 0,8 procent toe.

Getty Images

Conclusies

Ruim 50.000 huishoudens hadden in de afgelopen tien jaar onafgebroken een laag inkomen, en bevonden zich dus in een kwetsbare financiële situatie. In vergelijking met 2009 had zeker de helft van deze huishoudens in 2018 meer koopkracht en ruim veertig procent minder koopkracht, een verschil van soms wel honderden euro’s. De conclusie van Zelf dat mensen in de meest financiële kwetsbare situatie het in de afgelopen tien jaar nog krapper hebben gekregen, behoeft nuancering en geldt dus maar voor een deel van de huishoudens onder de lage-inkomensgrens.

Literatuur

CBS (2019) Perspectieven op armoede en sociale uitsluiting. In: CBS, Armoede en sociale uitsluiting 2019. Den Haag: CBS, p. 13–18.

RTL (2019) Mensen met laag inkomen steeds verder in de knel. Nieuwsbericht op www.rtlnieuws.nl, 22 augustus.

Zelf (2019) Zelf met onderzoek in de Volkskrant. Artikel op www.zelfmagazine.nl, 22 augustus.

Auteur

  • Kai Gidding

    Statistisch onderzoeker bij het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)