Ga direct naar de content

Te veel telgen van Tinbergen

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: juli 25 2003

Te veel telgen van Tinbergen
Aute ur(s ):
Damme, Eric van (auteur)
Hoogleraar economie aan de Universiteit van Tilburg en CentER (auteur)
Eric.vanDamme@uvt.nl
Ve rs che ne n in:
ESB, 88e jaargang, nr. 4409, pagina 339, 25 juli 2003 (datum)
Rubrie k :
Prikkel
Tre fw oord(e n):

Vorige maand publiceerde nrc Handelsblad de resultaten van een enquête onder onze meest geciteerde vakgenoten. De kop ‘Bezuinigen
kabinet is fout’ geeft aan dat deze ‘topeconomen’ nog steeds een Keynesiaans geloof in overheidsingrijpen hebben. Het zijn ook ‘Telgen
van Tinbergen’ die het als hun missie zien de wereld te verbeteren. Ze hebben een grenzeloos vertrouwen in de overheid, overheidsfalen
komt in hun woordenboek niet voor, ze zijn politiek naïef.
Verbeter de wereld en begin bij jezelf. Dus waar halen deze economen, die in hun wetenschappelijke werk internationaal (moeten)
concurreren en zo op de vierkante millimeter werken, hun kennis van onze economie vandaan? Ze kijken uit het raam, maar ze kijken niet
verder dan de eigen tuin. Toen vorig jaar een van hen een serre wilde aanbouwen en niet direct een vergunning kreeg, was de regelzucht
van de overheid het grootste probleem van Nederland. Nu zitten zijn kinderen op school en is de kwaliteit van het lager onderwijs het
grootste probleem. Het is niet moeilijk te raden wat over een paar jaar ons grootste probleem zal zijn. Inderdaad wijzen de slimmeren
onder deze topeconomen (of zijn het de ouderen?) op de pensioenproblematiek en de vergrijzing. De topeconoom stelt dat we nu meer
immigranten moeten toelaten: “straks zitten we op een terras in Frankrijk en is er bij wijze van spreken niemand om ons te bedienen”.
Hij zegt “wij”, maar bedoelt “ik” en dat weet ik ook. Weten wij dat ook?
Gegeven de natuurlijke ‘self-bias’ van de mens is het niet verrassend dat deze economenclub verlaging van de administratieve lasten
voor het bedrijfsleven onderaan de prioriteitenlijst voor het kabinet Balkenende zet. Geen van hen heeft ooit een bedrijf van binnen
gezien. Op de Bezuidenhoutseweg laat men het VNO-NCW-gebouw links liggen. Uit het oog, uit het hart en wiens brood men eet, diens
woord men spreekt. Men verwacht van een gewone werknemer ook niet dat hij zijn baas adviseert het personeelsbestand met 25 procent
in te krimpen.
Ook met betrekking tot hun politieke voorkeuren zijn onze topeconomen ‘biased’: zonder uitzondering behoren ze tot CDA en PvdA. In
1996 wezen Arjo Klamer en Harry van Dalen reeds op de paradox dat de Nederlandse econoom meer op de PvdA stemt dan de
gemiddelde burger1. Zou men van experts, die geacht worden de ins en outs van marktwerking en overheidsfalen te kennen, niet een
meer liberale instelling verwachten?
Kent u een VVD-econoom? Ik niet. Volgens mij zijn ze schaars, en is dat een probleem zowel voor die partij als voor ons land. Eerder deze
maand concludeerde de voltallige Tweede Kamer dat het opengooien van de taximarkt op een fiasco was uitgelopen. Geen verrassing
natuurlijk, want het was in dit blad voorspeld. Tijdens het debat illustreerde VVD-woordvoerder Hofstra de liberale armoede in dit land
treffend door te stellen: “Hoe vervelend ik het als liberaal ook vind om te zeggen, we zullen de taxisector meer regels moeten
opleggen”. Hoezo vervelend? Een liberaal is toch niet per definitie tegen regels? Zou Hofstra het ook betreuren dat we regels hebben die
het privaat eigendom beschermen? Dat laissez-faire liberalisme een achterhaalde vorm van liberalisme is, schijnt bij de VVD nog niet
doorgedrongen te zijn. Regels en orde zijn nodig om maximale individuele vrijheid te garanderen. Goede institutionele vormgeving van
markten is noodzakelijk om goede marktwerking te realiseren.
Je kunt het eigenlijk de politici niet kwalijk nemen dat ze, niet geholpen door economen, geloven dat de markt vanzelf wel werkt. Ernstiger
is dat die Nederlandse economen nog steeds het falen van politici, van de overheid en van zichzelf niet willen zien. Nog steeds adviseren
zij als Tinbergen, alsof de overheid een welwillende dictator is, die automatisch het goede doet wat de econoom adviseert. Nog steeds
denken zij dat de econoom de sociale verantwoordelijkheid heeft de wereld beter te maken. Nog steeds zien zij onvoldoende het grote
risico van ‘self-bias’, dat de adviezen persoonlijk gekleurd zijn, en daarmee niet noodzakelijk goed. Zij weigeren de conclusie te trekken
dat het daarom beter is helemaal niet te adviseren.
Wat doet de libertaire econoom, vrij van maatschappelijke bemoeienis, die dit alles met verbazing aanziet? Hij trekt zich terug op het
Franse terras en maakt zich weinig zorgen dat hij niet bediend wordt: die markt werkt wel. Om het wachten te verzachten, neemt hij Adam
Smith mee. Hij wijst erop dat die meer zinvols geschreven heeft dan de alom bekende citaten over bakkers en slagers, kartels en
geldverkwistende managers, en dat dit boek nog steeds ruim verkrijgbaar is. Met of zonder drankje in de hand, het lezen ervan kan de
oogkleppen doen afvallen.

1 H.P. van Dalen en A. Klamer, Telgen van Tinbergen, Balans, 1996.

Copyright © 2003 – 2004 Economisch Statistische Berichten ( www.economie.nl )

Auteur