Ga direct naar de content

Rijpe fase van de conjunctuur

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: maart 4 1998

Rijpe fase van de conjunctuur
Aute ur(s ):
De Nederlandsche Bank (auteur)
Deze rub riek verschijnt maandelijks en wordt samengesteld door I.J.M. Koole en (auteur)
A.C.J. Stokman van de Nederlandsche Bank.
Ve rs che ne n in:
ESB, 83e jaargang, nr. 4142, pagina 198, 6 maart 1998 (datum)
Rubrie k :
Monitor
Tre fw oord(e n):
conjunctuurindicator

De bbp-indicator duidt er op, dat de groei van de Nederlandse economie in het eerste kwartaal van 1998 zijn hoogtepunt bereikt.
De DNB-indicator, die ditmaal vooruitblikt tot en met mei van dit jaar, duidt er op dat de korte-termijn vooruitzichten voor de
conjunctuur in Nederland nog steeds gunstig zijn (zie figuur 1). Van de vijf componenten waaruit de indicator is opgebouwd dragen op
dit moment met name de reële geldhoeveelheid gemeten aan M1 en de Ifo-indicator voor de Duitse verwerkende industrie bij aan de
verdere stijging. Wel vlakt de opgang geleidelijk aan af (zie tabel 1). Dit komt nog duidelijker naar voren bij beschouwing van de M1deelindicator afzonderlijk, die circa 15 maanden vooruitloopt. Deze deelreeks bereikt haar top in de loop van de tweede helft van dit
jaar en geeft daarna een daling te zien. Andere indicatoren zoals het door het CBS geënquêteerde producenten- en
consumentenvertrouwen wijzen in dezelfde richting: de Nederlandse conjunctuur is in een rijpe fase van de cyclus beland.

Figuur 1. De DNB-conjunctuur-indicator

Tabel 1. DNB conjunctuurindicator sedert medio 1996
96:III
niveau
mutatie t.o.v.
voorg. kwartaal

96:IV

97:I

97:II

-1,3

-1,2

-1,0

-0,6

-0,3

0,1

0,2

0,4

97:III

97:IV

98:I

-0,1

0,2

0,4

0,5

0,3

0,1à0,2

98:II
0,5
0,1 à0,2

Groei-indicatoren
Op basis van de DNB-conjunctuurindicator voor de productie in de verwerkende industrie en een aantal andere reeksen, waaronder
financiële, stelt de Nederlandsche Bank al geruime tijd een bbp-groei indicator voor Nederland op. Een aantrekkelijke eigenschap van dit
type voorspellingen is dat ze relatief eenvoudig zijn en daardoor regelmatig kunnen worden ‘ververst’. Bovendien blijkt de
voorspelkwaliteit van dergelijke ‘mechanische’ prognoses vaak niet onder te doen voor die van macro-economische modellen. Daar staat
overigens tegenover, dat macro-economische modellen een samenhangende economische beschouwing mogelijk maken en kunnen
worden gebruikt bij spoorboekjes. Bbp-prognoses aan de hand van indicatormodellen moeten daarom vooral gezien worden als
informatie ter aanvulling op die van macro-modellen.
In tabel 2 zijn de jongste uitkomsten van deze bbp-groei-indicator opgenomen, lopend vanaf het vierde kwartaal 1997 – waarvoor op het
moment van berekening nog geen realisaties bekend waren – tot en met het tweede kwartaal van dit jaar. Volgens deze indicator zal de
bbp-groei in het vierde kwartaal van 1997 uit kunnen komen op 3,9%, iets meer dan het recentelijk door het CBS bekend gemaakte cijfer
van 3,6%. Daarmee beloopt voor 1997 in zijn geheel de groei van de Nederlandse economie 3,3%. Dit betekent, dat zonder de varkenspest

de groei 3,5 à 4% zou hebben bedragen. In het eerste kwartaal van 1998 blijft de groei volgens de bbp-indicator met een percentage van
4,1 hoog, maar deze zakt in het tweede kwartaal terug tot 3,2.

Tabel 2. Groei bbp-volume, % mutatie tov vorige overeenkomstige periode

97:I
2,6

realisatie
97:II
97:III
3,1

2,9

97:IV
3,9

voorspelling
98:I
98:II
4,1

3,2

Ook recente voorspellingen voor acht afzonderlijke EU-landen – waaronder Nederland – op basis het meerlandenmodel EUROMON laten
zien dat de economische groei in Nederland dit jaar over haar hoogtepunt heen zal raken (bbp-groei van 3,3% in 1998 en 2,9% in 1999) 1.
Met het voorspelde groeicijfer voor 1999 zal de economische ontwikkeling in Nederland naar verwachting weer meer in lijn komen te
liggen met die in de Europese Unie als geheel

1 De Europese economie in 1998 en 1999: een voorspelling met EUROMON, te verschijnen in het Kwartaalbericht van de Nederlandsche
Bank, maart 1998.

Copyright © 1998 – 2003 Economisch Statistische Berichten (www.economie.nl)

Auteur