Ga direct naar de content

Ogen gericht op Duitse economie

Geplaatst als type:
Gepubliceerd om: mei 22 1991

ECONOMIE

‘onjunctuur

Ogen gericht
op Duitse
economie
De ontwikkelingen in Duitsland kregen de afgelopen weken uitvoerig de
aandacht. Meestal was dit in negatieve zin. Enerzijds waren het een aantal
werkgevers die de erbarmelijke situatie van de Oostduitse economie benadrukten, anderzijds werd dit beeld
nog eens bevestigd door McKinsey
dat door de Duitse regering om een
studie was gevraagd.
Opvallend onder de vele negatieve
berichten was het voorjaarsrapport
van de vijf vooraanstaande Westduitse economische onderzoeksinstituten. De conclusie van dit rapport luidt
dat de Westduitse economie volgend
jaar weer duidelijk zal aantrekken en
dat Duitsland mede dank zij de Duitse eenwording dan weer de rol van locomotief van de wereldeconomie zal
vervullen. Voor dit jaar verwachten de
instituten een groei van het Westduitse bnp van 2,5% tegen nog 4,5% in
1990. Door de opleving in de Oostduitse staten, die de instituten nog dit
jaar verwachten, zijn er volgend jaar
voor de Duitse conjunctuur nieuwe
impulsen. De grote vraag naar consumptiegoederen en dienstverlening
zal weliswaar afnemen, maar de
vraag naar investeringsgoederen zal
fors aantrekken.
Een van de instituten, het IFO, heeft
recent een onderzoek gedaan naar
de te verwachten private investeringen in de vijf oostelijke deelstaten,
die immers van doorslaggevende betekenis zijn voor het herstel van de
economie in deze La’nder. In 1990
werd door nog slechts door een achtste van alle Duitse bedrijven in de
oostelijke deelstaten ge’investeerd

voor een totaalbedrag van circa DM
4,5 miljard. Voor 1991 en 1992 te zamen worden verdere investeringen
ter grootte van DM 30 a DM 35 miljard voorzien. Daarnaast bleek uit de
conjunctuurtest van het IFO dat de
komende zes maanden met enig optimisme tegemoet gezien kunnen
worden. Tegenover 40% van de
Oostduitse bedrijven die een gunstiger ontwikkeling voorzien, staan
nog slechts 27% die de situatie verder zien verslechteren.

Begrotingstekort te hoog
Wel dringen de vijf instituten crop
aan het begrotingstekort niet verder
te laten oplopen. Dit jaar steekt de
Duitse overheid reeds DM 100 miljard in de vroegere DDK, maar voortdurend wordt om extra steun gevraagd. Een verdere toename van
het overheidstekort zal echter onherroepelijk leiden tot een groter tekort
op de lopende rekening. Deze stelling werd door McKinsey in het rapport voor de Duitse regering bevestigd. Men geeft aan dat de subsidies
in West-Duitsland flink moeten worden afgebouwd omdat anders de begroting onder de steeds klimmende
lasten zou bezwijken. Met name de
subsidies aan het Westduitse bedrijfsleven staan ter discussie.

Tekort op lopende rekening
De vijf instituten voorzien voor dit
jaar een tekort op de lopende rekening. Het handelsoverschot zal afnemen tot DM 40 miljard tegen nog een
surplus van DM 107 miljard in 1990.
De cijfers in de eerste drie maanden
bevestigen deze voorspelling. Het eerste kwartaal vertoonde de Duitse handelsbalans een overschot van DM 6,8
miljard tegen DM 38,9 miljard vorig
jaar. De importen stegen het eerste
kwartaal met 14% tot DM 159 miljard,
terwijl de export een daling vertoonde met 6,6% tot DM 166 miljard. Op
de lopende rekening bedraagt het tekort over het eerste kwartaal DM 8,9
miljard. Het tekort is het gevolg van
de Duitse eenwording en de betalin-

Valutakoersen

1991

Amerikaanse dollar
Engelse pond
Duitse mark (100)
Zwitserse frank (100)
Japanse yen

534

1991

hoogste
koers

laagste
koers

2,00
3,38
112,82
135,62
144,16

Koers
per

3/5

Koers
per
17/5

1,64
3,26

1,93
3,33

3,34

112,63
129,30
125,36

112,70
133,50
140,22

112,66
132,91
139,38

1,92

gen die Duitsland moest doen aan de
geallieerde strijdmacht die in de Golf
is opgetreden.

Oplopende inflatie
De Duitse inflatie zal volgens de instituten dit jaar toenemen tot gemiddeld
3,5 % tegen 2,5% vorig jaar. Dat het inflatiegevaar levend blijft bleek in
april, toen de consumentenprijzen stegen van 2,5% tot 2,8% op jaarbasis.
Op zich valt dit niveau nog mee,
maar onder invloed van de aangekondigde belastingverhogingen stijgt de
inflatie in juli met circa 0,75%. Daarnaast zijn de kansen op een loon-prijsspiraal aanzienlijk gestegen na het afsluiten van de CAO’s, die zonder

FvanLanschot
Bankiersnv
SINDS1737

uitzondering op een stijging van meer
dan 6% uitkomen. Overigens zijn
deze loonstijgingen nog bescheiden
vergeleken met die in de oostelijke
deelstaten. De verwachting is dat aan
het einde van het jaar de Oostduitse
lonen 60% van de Westduitse zullen
zijn terwijl de produktiviteit slechts
rond de 15% ligt. Uiteraard heeft dit
zijn consequenties voor de werkgelegenheid. De instituten verwachten
dat het aantal werklozen in de oostelijke staten dit jaar zal oplopen tot 1,2
miljoen. Een verkorte arbeidstijd zal
gelden voor 1,8 miljoen personen. De
werkloosheid in westelijke staten zal
dit jaar uitkomen op 6,1% van de beroepsbevolking tegen 7% in 1990.

Elders dalende inflatie
Waar in Duitsland de ontwikkeling
van de inflatie zorgelijk is, is in veel
andere landen eerder sprake van
een dalende tendens. Wel stegen in
de VS de producentenprijzen in april
voor het eerst in vijf maanden, maar
dit komt omdat de daling van de
energieprijzen vertraagde. De producentenprijzen zijn in de voorbije
twaalf maanden met 3,2% gestegen.
Ook de consumentenprijzen stegen
licht, maar waren in overeenstemming met de marktverwachting. Op
jaarbasis ligt de inflatie nu op 4,9%.
In het Verenigd Koninkrijk had een
aanzienlijke daling van de inflatie
plaats. De stijging van de consumentenprijzen op jaarbasis in april kwam
uit op 6,4% tegen 8,2% in maart. De

belangrijkste factoren die aan de daling bijdroegen waren het uit de cijfers vallen van de poll tax alsmede
de recente dalingen van de hypotheekrente. Dat de inflatie echter
nog niet onder controle is mag blijken uit de ontwikkeling van de
groothandelsprijzen, die in april juist
met 2% omhoogsprongen, en die
van de lonen die op jaarbasis nog
met zo’n 9% stijgen.
Ook in een aantal andere landen
was positief nieuws voor de inflatie
te melden. In Nederland daalde de
inflatie tot medio april met 0,2% tot
2,6%. In Frankrijk blijft de inflatie onder controle. Het aprilcijfer kwam
uit op 3,2% en bleef daarmee onver-

anderd tegenover een maand eerder.
En ook in Japan, waar de inflatie
was opgelopen tot zelfs even boven

de 4%, mag een positieve ontwikkeling worden verwacht nu de geldgroei is teruggedrongen van 5,1% in
maart tot 3,7% in april.

Rentefluctuaties
Het politieke nieuws beheerste deze
week de bewegingen op de rentemarkten. Vooral het aftreden van
Pohl als president van de Bundesbank, maar ook het aftreden van de
regering Rocard in Frankrijk leidden
tot enige rimpels in een verder rustige markt. De markt verkocht Duitse
obligaties en vooral bundfutures,
waardoor ook in Nederland de rendementen op de kapitaalmarkt ste-

gen tot rond 8,7%. Achtergrond voor
de rentestijging was de vrees voor
een minder stringent anti-inflatiebeleid en een verzwakking van de Duitse mark. De redenen die aanleiding
waren voor het terugtreden van Pohl

waren voor de markt van groot belang. Het is bekend dat er in het afgelopen jaar regelmatig sprake was
van onenigheid tussen de regering
Kohl en de Bundesbank over het te
voeren beleid. Dit betrof enerzijds
de financiering van de Duitse eenwording en met name de gevolgen
van de omwisselingskoers van de
ostmark van 1 op 1 die door Pohl enkele maanden terug nog als desastreus werd aangemerkt. Van belang
was ook het beleid ten aanzien van
de Europese monetaire unie. Vooral
bij het vraagstuk van het tijdstip van

de oprichting van een Europese centrale bank werd de Bundesbank
door Kohl voorbijgelopen.
Pohl benadrukte echter dat het besluit om persoonlijke redenen was
genomen. Voorts werd gesteld dat
het beleid van de Bundesbank onveranderd zou blijven.

ESB 22-5-1991