Ga direct naar de content

Mond- en klauwzeer in Nederland

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: april 6 2001

Mond- en klauwzeer in Nederland
Aute ur(s ):
CBS (auteur)
Dit artikel is samengesteld door de divisie Macro-Economische Statistieken en Publicaties van het CBS
Ve rs che ne n in:
ESB, 86e jaargang, nr. 4303, pagina 319, 6 april 2001 (datum)
Rubrie k :
Statistiek
Tre fw oord(e n):
goederenmarkt

Precies een maand na de uitbraak van mond- en klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk is op 21 maart deze besmettelijke veeziekte
ook in Nederland ontdekt. Dit kan belangrijke economische gevolgen inhouden voor de veehouderij en de zuivel- en vleesindustrie.
De toegevoegde waarde die in de veehouderij en de zuivel- en vleesindustrie wordt gevormd, is bijna twee procent van het bruto
binnenlands product (bbp). Vorig jaar is voor 24,5 miljard gulden aan veehouderijproducten (zoals levend vee, zuivelproducten,
slachtvlees en vleeswaren) uit Nederland geëxporteerd en dat is ruim vier procent van de totale uitvoer. De in het buitenland afgezette
veehouderijproducten gaan voor negentien procent naar landen buiten de Europese Unie. Daarvan gaat weer een groot deel naar landen
buiten Europa. De Nederlandse exportschade naar deze landen zal zwaar wegen, gezien hun eis dat het exporterende land minstens een
jaar vrij dient te zijn van mond- en klauwzeer.
De mogelijke schade door het ruimen van vee wordt in het systeem van de Nationale rekeningen geboekt als een verlies in het
productievolume bij de veehouderij. Zodoende komt het tot uitdrukking in de groeicijfers op basis van een waardering in marktprijzen, de
maatstaf voor economische groei. Indien het productieverlies met overheidssubsidies volledig gecompenseerd zou worden, dan blijven
de inkomens in de landbouw (dat wil zeggen: de bruto toegevoegde waarde tegen factorkosten) op peil. Behalve de productieverliezen
zijn er kosten die samenhangen met de uitvoering van de bestrijding van de mond- en klauwzeer, zoals veterinaire diensten, vervoer,
destructie, opslag, politie en dergelijke.
Vier jaar geleden brak in Nederland de varkenspest uit. Het directe productieverlies door het ruimen van elf miljoen varkens kwam toen
uit op 2,4 miljard gulden, wat een neerwaarts direct effect op de groei van het bbp tegen marktprijzen veroorzaakte van 0,3 procentpunt.
Dit productieverlies werd gecompenseerd door niet productgebonden subsidies aan varkenshouders zodat de toegevoegde waarde
tegen factorkosten (maar niet tegen marktprijzen) op peil bleef. Dit bedrag is volledig door de Nederlandse overheid uitbetaald, maar is
deels door Brussel gecompenseerd.
De kosten die samenhingen met de bestrijding van de varkenspest lagen toen op 0,6 miljard gulden en kwamen geheel ten laste van de
Nederlandse overheid. Overigens was de werkelijke schade voor de economie groter, omdat in bovenstaand totaalbedrag van drie miljard
gulden de uitstralingseffecten naar andere branches (slachterijen, transporteurs, veevoederproducenten) niet zijn inbegrepen. Ook
vervolgschade door structureel omzetverlies als gevolg van beleidsmaatregelen (leegstand, productiebeperkingen) is niet meegenomen.
Zie figuur 1

Figuur 1. Uitvoerwaarde veehouderijproducten

Copyright © 2001 – 2003 Economisch Statistische Berichten ( www.economie.nl )

Auteur