Ga direct naar de content

Kinderen

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: juli 24 1985

B.M.S.

van Praag

Kinderen
Als wij de tekenen des tijds goed verstaan, is in Nederland “bevolkingspolitiek” geen vies woord meer of zal dat
punt in de naaste toekomst bereikt worden. Natuurlijk is ook in vroeger jaren
wel bevolkingspolitiek bedreven, maar
men noemde het niet zo, men kwam er
niet voor uit. In de jaren na de tweede
wereldoorlog was de kinderbijslag- en
belastingpolitiek zeker niet neutraal; het
ijveren van de toenmalige KVP voor genereuze maatregelen ten gunste van kinderrijkdom was zeker als een soort bevolkingspolitiek te karakteriseren. Maar
het was ook partijpolitiek die, indien
lang genoeg doorgezet, wel tot een KVPmeerderheid zou hebben geleid. Maar
niettemin was het een verholen politiek
in de zin dat publiekelijk niet erkend
werd dat economisch-sociale maatregelen de gezinsomvang kunnen beïnvloeden. Het ging hier om een binnenhuwelijkse verantwoordelijkheid, slechts te
delen met het Opperwezen.
Daarna is het een tijd stil geweest onder invloed van de secularisatie, de introduktie van betrouwbare anticonceptiva
en de emancipatie van de vrouw. In het
begin van de jaren zeventig begon de vrij
abrupte daling van de geboorten onrust
te wekken en werd de Staatscommissie
Muntendam ingesteld om het bevolkingsvraagstuk te onderzoeken. Deze
commissie heeft een aantal interessante
studies opgeleverd, maar naar mijn weten is er weinig mee gebeurd. De tijden
waren toen zo mooi. Ondertussen worden de CBS-prognoses telkens naar beneden bijgesteld en steeds blijken ze nog
te hoog. Na een prognose van ca. 20 miljoen Nederlanders in 2030 wordt nu een
cijfer van ca. 11,5 miljoen genoemd, en
het zou mij niet verbazen als we ten slotte
op ca. 9 miljoen uitkomen. Het verloop
van de bevolking- is veel flexibeler dan
werd gedacht.
In de laatste jaren vraagt met name de
CDA-parlementariër Weijers aandacht
ESB 24-7-1985

voor het komende bevolkingsprobleem,
dat ruwweg als volgt is samen te vatten.
De kinderen van nu zorgen voor onze
oude dag in de jaren 2010 – 2020. Als er
nu weinig kinderen worden geboren, zijn
er straks weinig verzorgers van onze oude dag. Deze redenering is inderdaad
moeilijk te ontzenuwen. Met name het
omslagstelsel van de AOW lijkt niet te
handhaven
op
zijn
huidige
uitkeringshoogte.
Weijers stelt nu onverbloemd dat we
in Nederland weer meer kinderen moeten krijgen. Wij moeten zijn moed prijzen, want in vele kringen maak je je met
zulke uitlatingen niet bijster populair.
Het gedachten klimaat riekt naar “moeder moet terug naar de haard”, zodat
emancipatievoorvechtsters te hoop lopen. Zelfs krijgt men onprettige associaties met de gezinspolitiek van NaziDuitsland, Sovjetunie en Oost-Duitsland. Dit zijn natuurlijk de bekende demagogische trucs om de ideeën van een
CDA-politicus onbespreekbaar te maken.
De essentiële vraag is of Weijers gelijk
heeft en of hij in deze niet serieus moet
worden genomen. Naar mijn mening
wel. Een andere vraag is of de door Weijers aangedragen oplossing “meer kinderen” de enige oplossing is. Er zijn nog
minstens twee andere manieren om de
oude dag veilig te stellen. De eerste is om
de pensioengerechtigde leeftijd te verhogen. Tegen de achtergrond van een sterk
gestegen levensduur en werk dat althans
lichamelijk steeds minder zwaar wordt,
is niet duidelijk waarom de leeftijd van
65 jaar niet zou kunnen worden opgetrokken. Vele varianten met glijdende
pensionering, opteren voor langer werken in ruil voor een hoger pensioen enz.
zijn natuurlijk overdenkbaar , om zo diegenen die “op” zijn, vroeger te kunnen
pensioneren. Het AOW -stelsel is in feite
je oude dag veilig stellen door kinderen
krijgen en het verschilt niet essentieel

van de methode die in onderontwikkelde
landen binnen de grootfamilie wordt gehanteerd. Nog altijd bestaat echter ook
de mogelijkheid niet te investeren in de
opvoeding van kinderen en een contract
met hun af te sluiten, maar via beleggingen in ondernemingen te investeren. Dit
betekent dat het pensioensysteem moet
worden geheroriënteerd op kapitaaldekking, waarbij de gepensioneerden de kapitalisten zijn, die via de macht over het
kapitaal hun aandeel in het nationaal
produkt afdwingen van de jonge werkers. Een derde methode is inderdaad
het bevorderen van de procreatie. Het
grote struikelblok hiervoor is dat de
vrouw die nu kiest voor het moederschap
haar herintrede in het beroep wel kan
vergeten, uitzonderingen daargelaten.
Ook aan dit aspect zal moeten worden
gewerkt. Laten we bij voorbeeld eens beginnen de kinderopvang voor werkende
vrouwen gratis te maken I) en de extra
kosten van het hebben van kinderen
voor tweeverdieners op een serieuze manier met belasting faciliteiten op te vangen, i.p.v. hiervoor f. 250 per jaar te
bestemmen, een bedrag dat overkomt als
een beledigende fooi.
Een ding lijkt wel duidelijk. Gegeven
de snelheid van de bevolkingsontwikkeling enerzijds en de snelheid van de wetgeving anderzijds, is het waard Weijers’
woorden serieus te nemen.

I) Ik pleitte hiervoor in dit blad al in 1970 (Kindercrèches, wie moet dat betalen, ESB, 27 mei
1970).

751

Auteur