Ga direct naar de content

Keuze voor zowel vaste als flexibele banen biedt soelaas op vastlopende arbeidsmarkt

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: februari 20 2017

Dit artikel verscheen op 17 februari in het Financieele Dagblad

HH-Harold Versteeg-63016779klein.jpg
HH/Harold Versteeg

Over de tweedeling in rechten en zekerheid tussen vaste en flexibele arbeidscontracten woedt een pittig debat in de aanloop naar de verkiezingen. Politieke partijen, economen en sociologen hebben heel wat ideeën in de aanbieding. De oplossingen die worden geboden lijken op de tekentafel eenvoudig en vallen — als er van een afstand naar wordt gekeken — uiteen in twee primaire smaken: iedereen een vaste baan versus iedereen op een contract voor bepaalde tijd. Helaas is het niet zo eenvoudig, gezien de praktijk die we in Nederland aantreffen.

Er zal altijd behoefte zijn aan verschillende contractvormen. Werkgevers hebben behoefte aan flexibiliteit om bijvoorbeeld pieken en dalen op te vangen en om specialisten in te huren. Werknemers hebben ook verschillende voorkeuren en niet iedereen past even goed in het keurslijf van het vaste dienstverband. De optimale verdeling tussen vast en de vele vormen van flex is dan ook niet te bepalen. Niettemin loopt Nederland internationaal gezien uit de pas. Als we naar het Oeso-gemiddelde kijken, heeft ongeveer twee derde van de werkzame beroepsbevolking een vast contract. In Nederland is dat ongeveer een derde. Hetzelfde geldt voor de doorstroom van flex naar vast. Nergens in Europa is dat zo laag als in Nederland: slechts 1 op 5. Dat roept om maatregelen.

De afgelopen tijd is geopperd om iedereen een contract voor bepaalde tijd te geven (bijvoorbeeld 5 of 7 jaar). Dit lijkt aantrekkelijk, want werknemer en werkgever weten dan waar ze aan toe zijn. Het grote nadeel van dit voorstel is dat zowel werkgever als werknemer op de eindigheid van het contract gaat acteren, wat leidt tot maatschappelijke kosten. Ten eerste neemt de waarde van een werknemer bij het naderen van het einde van het contract af, omdat er geen toekomstige baten meer zijn. De werknemer gaat op zoek naar een nieuwe baan en de werkgever naar een opvolger. Als dat niet meteen lukt, ontstaan er kosten door onvervulbare vacatures en werkloosheid.

Ten tweede daalt het rendement op investeringen in kennis en vaardigheden. Hoe langer mensen bij een bedrijf werken, hoe vaker zij kennis en vaardigheden bezitten die nuttig zijn voor de werkgever. Het rendement daarop is echter veel lager bij een tijdelijk dienstverband, omdat de terugverdientijd korter wordt. Investeringen in menselijk kapitaal gaan voor de samenleving als geheel dus mogelijk eerder omlaag dan omhoog.

Ten slotte is dit systeem nadelig voor oudere werknemers. Bij het vorderen van de leeftijd neemt de kans op langdurige afwezigheid door gezondheidsproblemen toe. Dit maakt een oudere minder aantrekkelijk voor een nieuwe werkgever met langdurige werkloosheid als gevolg.

Biedt het afschaffen van tijdelijke contracten soelaas? Helaas, het huidige stelsel van ontslagbescherming heeft een negatief effect op het aantal vaste banen in de Nederlandse economie. Nederland kent relatief en absoluut de hoogste bescherming voor vaste contracten in Europa, waardoor slechts een klein aantal flexcontracten wordt omgezet in een vast dienstverband. De werkgelegenheid zal dan ook flink dalen bij zo’n maatregel, tenzij de bescherming en kosten van het vaste contract dalen. Dat laatste wordt natuurlijk zeer moeilijk geaccepteerd door de huidige populatie met zekerheid en opgebouwde rechten. Geen politicus die zich daar de afgelopen jaren aan heeft gebrand.

Toch is er een oplossing. Er zijn kosten verbonden aan de manier waarop de arbeidsmarkt nu functioneert. Dat is de reden waarom deze discussie nu zo fel wordt gevoerd. Werknemers ervaren onzekerheid en voelen zich niet gewaardeerd, terwijl werkgevers staan te springen om talent maar aanhikken tegen de grote verschillen in kosten tussen vast en flex. Het gevolg is dat de match tussen vraag en aanbod steeds slechter wordt.

De vraag is of de kosten die we nu maken in verhouding staan tot de kosten die we moeten maken om te bewegen naar een economie met alleen maar tijdelijke contracten of contracten voor onbepaalde tijd. De meeste winst is waarschijnlijk ergens halverwege te behalen. Verlaag de bescherming voor mensen met een vaste baan, zodat werkgever en werknemer eenvoudiger afscheid van elkaar kunnen nemen en compenseer werknemers die tijdelijk buiten de boot vallen met een hoge en korte uitkering. Dit voorkomt een inkomensval met alle gevolgen van dien, maar spoort wel aan om snel weer aan het werk te gaan. Hiermee wordt de behoefte van werkgevers en werknemers aan flexibele vormen van arbeid behouden, zullen meer mensen een contract voor onbepaalde tijd krijgen en verbetert de doorstroming, wat goed is voor vernieuwing van kennis en vaardigheden.

Auteur

  • Bas ter Weel

    Algemeen directeur van SEO Economisch Onderzoek en hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam (UvA). Hij is in 2002 gepromoveerd aan de Universiteit Maastricht (UM)

Categorieën